Aangezien ik in volle voorbereiding ben voor mijn huwelijk viel vandaag mijn oog op een advertentie in een vergeeld blaadje. Er stond een foto van een meisje in een bruidsjurk, ze had glanzend haar, geopende rode lippen en waarschijnlijk gladgeschoren oksels hoewel ik dat niet zeker weet. Uit haar hele houding blijkt dat ze meer dan uitgelaten misschien wel met zekere merkwaardige erotiek aan het wachten was op haar huwelijk. Of misschien was het al voorbij? Ik kon me niet voorstellen dat dit het prototype van een jonge vrouw was die wacht op haar huwelijk. En ik was blij dat ik dat niet zag maar een verlangen naar meer. De lichtreflectie op haar haar deed me vermoeden dat ze als een heilige was geportretteerd zodat elke man in haar een mogelijke scheve schaats kon rijden. Een knap meisje is automatisch een goed meisje maar de bruidsjurk is een slecht attribuut in deze foto. En toch is dit meisje een papieren droom, leeg en vreemd maar verleidelijk. Graag werd ik met haar verbonden in deze vergeelde blauwe golflijnen, werd ik haar halfschaduw op haar kleed als een commentaarstem bij haar verschijning. Maar eens naast haar zou er niks meer dan ademloosheid en twijfel zijn, een sensueel dromerige zweeftoestand die elke emotie onecht maakt of te banaal om er door geraakt te worden. Is dat nu een bruid, dacht ik en hoopte verder van niet want als het huwelijk iets is waar men geen emotie kent en elke uitingsvorm onder controle wordt gehouden dan is het huwelijk “cool”. Dan kan ik beter naar uitgeknipte close – ups kijken die – zoals bij vele mannen- steeds ten gunste staan van mijn universele fantasie.
stroomafwaarts struikelen
Dolend door straten en in verlaten feestzalen probeerde ik je ogen te vatten.
Terwijl je het schuim van een drijfzandlied weg ruimde,
waarin studenten-kringen
hun verleden bezingen
en hun woorden klinken als gestamel waarin tijd hen uiteen drijft.
Is dat het waar je zoveel moeite mee hebt?
De tijd die ongenadig maar gelukkig
-net als ik- schoorvoetend langs jou heen gaat?
Uit de tijd kan je alleen maar
kracht halen
door haar ruimte te geven.
De tijd kan je niet in schema’s nog in kleuren gieten.
Hoe meer je haar probeert te vatten,
hoe weerbarstiger ze wordt, net als jij.
Geboren in dit vochtland moet je je weg
stroomafwaarts struikelen.
Op geen enkel papier zijn alle vergissingen uitgesloten.
De wetenschap probeert alles te vatten
en dat is moeilijk in een land waar de treinen onder Amsterdam niet hard mogen rijden.
Hoe je het leven ook in vormen stampt, de spieren blijven steken,
verkrampt, alleen de zeeman weet het zeker;
de aarde is rond,
als we dat mogen geloven eindigt elke bodemloze put boven.
Jij bracht een deel van je tijd door in opklapbedden
dromend van een leven lang eenzaamheid.
Groot worden met handen in alle soorten en maten;
Loophanden, werkhanden, huishanden, vijfvingerhanden…
Op eigen vingers staan; het maakt een hand gezond.
Jij als geen ander weet dat het slaan
van het hart geen bewijs is van leven.
Laat staan van…het leven.
Mijn hart – net als het jouwe –
verlamt me wel eens alsof het een hand is die
op mijn mond wordt gelegd.
Ken je dat ?
Het hart dat je doet zwijgen?
Alleen het zwijgen kan me van mijn
woordenkoorts genezen.
En zo zag ik je dikwijls;
zwijgend in een wereld zonder te laat.
In een wereld waar de tijd volgens jou
teveel heeft tekortgeschoten.
Luisterend naar nachtelijke gedichten
over wind en straatlantarens.
Terwijl je dacht, ik las het in je ogen;
dit kan mijn leven nog niet zijn.
Maar je geboorte, je moeder, je schaduw,
je handen en je hart spreken tastend
voor je uit.
pavane voor een overleden prinses
Pavane pour une infante défunte is een muziekstuk voor piano, dat in 1899 werd geschreven door de destijds 24-jarige Maurice Ravel. Ravel schreef in 1910 ook een georkestreerde versie. Het stuk werd al gauw bijzonder populair. De enorme populariteit werd voor Ravel zelfs een bron van ergernis omdat hij vond dat hij ná de Pavane veel betere stukken had geschreven, die tóch minder geliefd waren.
Later rekende hij dan ook genadeloos met dit werk uit zijn jeugd af. Hij schreef: “Terugkijkend na zo’n lange tijd, kan ik in de Pavane helemaal niets bijzonders meer ontdekken. Integendeel, de zwakheden van dit stuk zijn me des te duidelijker: de al te opvallende invloed van Charbier en de zeer gebrekkige vorm”. Hij ergerde zich ook altijd buitengewoon aan stereotype uitvoeringen van zijn Pavane en placht te zeggen dat het de prinses was die was overleden en niet de Pavane.
Over de titel werd veel gespeculeerd: Pavane voor een overleden (Spaanse) prinses. Ravel was hier echter zeer openhartig over. Hij had de titel gekozen omdat hij de klankovereenkomst van de “p’s” in Pavane en pour én de “f’s” van Infante en défunte zo mooi had gevonden.
kak
“Allez beest, moet gij niet kakken?”
Eindelijk had hij iets gezegd!
Mijne naam: beest.
En als mijne vriend dat van mij vraagt, wil ik wel proberen te kakken.
Al was een schijf salami met look wel goe geweest om dat te kunnen doen. Op een lege maag kunt ge per slot van rekening niet presteren. Zelfs al zijt ge nog zo’n goede vrienden… Maar ik dacht: misschien werkt het bij hem omgekeerd. Eerst kakken en dàn pas eten. Dus ik deed wat mijne vriend me vroeg en perste de laatste resten uit mijn darmen. Het was…zielig. Het pletste neer op de straatstenen gelijk het laatste uit een bus ketchup.
Het rook naar niks.
Wat is ‘t? Mag ik dat niet zeggen? Is ’t omdat het over stront gaat dat ge dat niet wilt weten misschien? Wel, dat heb ik nu eens nooit verstaan aan u sé. Dat hypocriet gedoe over stront. Ge vult wel heelder avonden met televisieprogramma’s over koken en eten, maar ge ziet nooit eens mensen die zitten te kakken. Eten, dat mag, maar met de gevolgen wilt ge dan niks te maken hebben. Dan sluit ge u op in een klein kotje, rap, rap, rap dat ding de pot in en wegspoelen voor ge er zelfs maar naar gekeken hebt. Terwijl: uwe stront zegt veel over u. Ik zeg u: geef mij uw stront en ik zeg u wie gij zijt. Een beetje aandacht voor mekaars kak zou heel veel misverstanden uit de weg ruimen
Maar ja, ne mens: ge kunt daar niet aan uit. Dat durft niet eens naar mekaars stront kijken en dan verschieten ze. Van wat ze van mekaar te weten komen aan ’t einde van hun leven.
(Fragment uit Hondstuk, Peter en Stefan Perceval)
sigaar
stilte
Elf uur. Tweede telefoon van de dag. Of ik nog speel? Ja, zeker. “Maar u regisseert toch?”. Ja, dat klopt.”En u speelt ook nog?”. Ja, waarom vraagt u dat? “Ik zie u hier in een lijst voor acteurs staan maar ik ken u alleen als regisseur?”. Oh, ok. Ik speel nog. “Goed, ok. Ik noteer dat u naast regisseur ook acteur bent.” Ja, dat is goed. Half twaalf. Derde telefoon van de dag. “Dag, nog is met mij.” Ja, wat wil u? “Ik zie hier in mijn lijst staan dat u ook schrijft, klopt dat?”. Ja, ik schrijf. Ik heb er net nog een prijs voor gekregen.”Oh, dat wist ik niet.”. ’t Is niks. “Dan noteer ik in mijn lijst dat u naast acteur en regisseur ook schrijver bent.”. Ja, noteer dat. Ik leg de telefoon neer en sindsdien is er geen telefoon. Zou het kerstmis zijn?
brief die je niet snel zal vergeten
laatste week “de rietdekker”/deze zomer herneming wegens groot succes!
Van donderdag 14 april tot zaterdag 16 april 2011 kan je nog naar “de rietdekker” komen kijken. Meer info en een speellijst vind je op deze link.
Wegens groot succes komt “de rietdekker” deze zomer terug op het Zeeland Nazomer festival maar ook daar zal je snel moeten zijn!
stories x 2
Vorige week sprak een vrouw me aan , ze wist me te vertellen dat ze – deze reportage gemaakt in 2008 voor het programma “Stories”– gebruikte in haar “bezinningsmoment”. Geert Daelman schreef:
“Zelden zo’n eerlijke en oprechte woorden gehoord.In een tijdspanne van amper 10 minuten legt Perceval bijna zijn hele ziel bloot.Maar wat dat stom zijn betreft in het beroepsonderwijs, dat is heel erg relatief.
Ik heb Hogere Zeevaartschool gedaan, ben er door gesukkeld maar ik voel mij op vele vlakken ook nog altijd ” stom”.Het is een kwestie van zelfvertrouwen, dat bij de jongens van beroepsonderwijs op de helling komt te staan door een misplaatst idee door de zogenaamde “studenten” uit de omgeving.
Ik heb al veel dingen geleerd van die gasten uit het beroeps.Iedereen heeft kwaliteiten en dikwijls speelt het toeval een grote rol of deze al dan niet naar boven komen.Of de juiste mentor op het juiste moment op de juiste plaats.En dat is volgens mij Stefan Perceval.
Iemand met persoonlijkheid die maatschappelijke misvattingen overstijgt en er boevendien nog iets mee doet ook.Mijn waardering voor u Mijnheer Perceval.”
Op radio1.be kan je deze reportage nog steeds beluisteren.
danser (M/V) gezocht voor “gezjost”
Deze zomer maak ik voor het Vredescentrum in Antwerpen een nieuwe voorstelling in het kader van de Zomer van Antwerpen 2011. Voor deze voorstelling ben ik nog opzoek naar een danser (M/V). Mocht u in juli en augustus 2011 beschikbaar zijn en interesse hebben, laat dan even een reactie op dit bericht en dan neem ik contact met u op. Alvast bedankt, Stefan Perceval.

