Vrijdag halen ze een bolletje uit mijn lichaam. Het zit er al even en de dokters zeggen dat het beter is als het niet meer in mijn lichaam woont. Dan kunnen ze het onderzoeken en als het dan wegblijft is het nog beter. Als het is als dat andere bolletje dat ze verwijderd hebben dat nu toch aan het terug komen is is dat vrijdagbolletje ook niet goed. Een mens moet van iets dood gaan, zeg ik altijd maar nu vind ik het nog wat vroeg om weg te gaan. Ik ben gelukkig. Misschien ben ik wel te gelukkig?
Ken je dat dat je depressief wordt van geluk? Zelf ben ik grootgebracht in een wereld van constant conflict en hoe hard ikzelf het conflict telkens weer aan de deur zet toch word ik triest van al het geluk dat daarvoor in de plaats komt. Soms ben ik zo gelukkig dat ik ergens een conflict moet zoeken om niet ongelukkig te worden van al dat geluk. Dan zoek ik iets klein om ruzie over te maken en dan voel ik me weer beter. We hebben een tijd een kat gehad waar ik me dan op kon uitleven maar ze wantrouwde me en begon me aan te vallen ook als ik geen conflict zocht. Dat was niet de afspraak, kat. Ik heb haar naar een kattencafé gebracht en vond een nieuw baasje ergens in West – Vlaanderen. Een teveel aan conflict is natuurlijk ook niet goed want dan word je net als mijn (ex-)kat zo wantrouwig dat er overal conflict is en dan voer je oorlogen. 90% van die oorlogen voer je dan met jezelf want als je dan mensen ontmoet of in situaties belandt waarvan je dacht dat het wel eens tot een onaangename ervaring zou kunnen leiden het eigenlijk wel meevalt.
Op dit eigenste moment ben ik zo gelukkig dat ik elke dag de scheiding aan mijn vrouw vraag maar ze lacht het weg. “Maar als je wil mag je het in je eentje proberen.” en ze loopt de kamer uit. En daar zit ik dan en vraag me af wie er nog met mijn grappen gaat lachen als we niet meer samen zijn?
Nee, ik ben te gelukkig met haar. Maar nu is er dat bolletje en dat is misschien niet goed. Stel dat het niet goed is moet ik mijn vrouw zeker nog meer Antwerps leren spreken. Want met haar Nederlands accent is zij altijd de vreemdeling. Ookal woont ze ondertussen zeventien jaar in België; ze blijft de vreemdeling. Als ze naar een Electro winkel gaat ofzo krijgt ze nooit een garantiebewijs “want die garantie telt niet in ’t buitenland…”, murmelt een meestal totaal ongemotiveerde verkoper dan. Telkens weer moet ze naar de klantendienst om toch een garantiebewijs te ontvangen. Zelden zijn er excuses. Op onze liefde staat een eeuwigdurende garantie. Ze wil niet scheiden.
Vroeger had ik wel eens relaties die ik de deur wees en dacht dat ze terug gingen komen maar ze bleven weg. Dan kon ik genieten van de boosheid die me dan overviel omdat ze me zomaar lieten vallen en zocht mijn geluk in veel te lange cafégesprekken. Meestal was er de dag nadien een kater en de volgende dolende tocht naar geluk.
Dus ja, vrijdag gaat dat bolletje eruit en op reis naar een labo. Als het niet goed is moet we natuurlijk meer in orde brengen dan het Antwerps accent. Dan zal ik goed moeten beseffen hoe gelukkig ik nu wel ben.