De begrafenis van mijn moeder

Mijn moeder schreef afscheidsbriefjes. Om de zoveel tijd legde ze een afscheidsbriefje op de keukentafel en verdween. Ik wist nooit of ze terugkwam.  Dan keek ik oneindig naar haar handschrift dat alleen ik kon lezen.  Soms schreef ze de tekst die op haar doodsprentje moest komen. Ik ken hem nog vanbuiten: “En op stranden wil ik je dromen lezen. Onze handen naar de stilte reiken, en het water.” . Die komma was belangrijk herhaalde ze. Komma en het water. Niet vergeten.

Als ze dan thuiskwam vertelde ze dat ze had willen doodgaan maar dat haar dode moeder tegen haar had gesproken; “En de Stefan dan?”. Tja, en de Stefan dan dus was ze maar teruggekomen en vroeg ze zich af of ik ook wist waar het briefje lag met de muziek die we moesten afspelen op haar begrafenis: Maria Callas die de Cavaleria Rustikana zingt en zeker het tweede Vioolconcerto van Beethoven. Niet vergeten.

“En vergeet geen doodsbrief te sturen naar de familie Roofthooft in Tokyo. Dat zijn lieve en heel beleefde mensen die Chinezen. Ik ben echt blij dat ik die heb ontmoet.”. Niet vergeten.

“De kosten voor de begrafenis zijn betaald bij Corona direct en vergeet de huurwaarborg niet terug te vragen.”. Niet vergeten.

“In den Humo stond deze week een artikel over Leif, een levenseinde informatie forum. Zij kunnen ons helpen als ik er niet meer wil zijn want als het niet meer gaat moet jij er een einde aan maken. Belt die mensen van Leif dan.”. Niet vergeten.

“En weet je waar het boekje ligt met alle adressen? Adressen om mijnen doodsbrief naar te sturen.  Het zijn er 32. Of 27. D’r zijn er al een aantal dood. Het ligt hier in die bruin envelop.”. Niet vergeten.

“Verstrooi mijn as in een dok. Aan de dokken heb ik fijne herinneringen.  Aan het dansen in de cafés…. Dat kon hem goe, uw vader; dansen in het café…. ”. Niet vergeten.

Beetje later lag er weer een afscheidsbriefje en vroeg ik me af of ze terug zou komen.

Ook ik schrijf soms afscheidsbriefjes zonder dat ik ze op de tafel leg. Ze staan op mijn computer. Gisteren was er Ransomware op mijn computer gedetecteerd. De man van het anti-virus centrum nam mijn computer op afstand over om te kijken wat er aan de hand was. Even later belde hij om te zeggen dat alles weer inorde was en vroeg of dat dat afscheidsbriefje dat op het bureaublad van mijn computer open stond van mij was of van de hackers die met m’n gegevens aan de haal wilde gaan? Ik zei hem dat ik dat had geschreven. Dat hij zich geen zorgen moest maken. Dat ik af en toe een afscheidsbriefje schrijf maar het leven veel te mooi vindt om er van weg te gaan. Niet vergeten.

Mijn moeder woont nu in rusthuis. Ze weet meestal niet meer wie ik ben. Ze is het allemaal vergeten.

Plaats een reactie