Terwijl ik de muziekacademie verlaat waar ik wekelijks les geef na een avondje opboksen tegen provinciaal burgerlijk, soms godsdienstige of psychosomatische problemen. Zie ik op de hoek van de straat een bord met daarop “authentieke kunst”. Ik loop het hoekhuis binnen want het bord lokt mijn nieuwsgierigheid. Wat ik zie is een potloodtekening, een ruwe schets van een soort tulp, denk ik. Onderaan het werk staat “Naakt” maar ik zie een tulp. Is dat nu authentieke kunst? Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd; als dit kunst is moet ik misschien toch maar de opleiding tot piloot gaan volgen? Een kortstondige kreunende adem hijgt in m’n nek. Achter me staat een klein mannetje, “schoon hé?”. Ik weet niet wat zeggen want de vraag of dit nu authentieke kunst is spookt nog steeds door mijn hoofd. Voor deze man zeker, voor mij niet. Maar wat is dan authentieke kunst? Dat is voor iedereen anders. “Ik weet dat het een tulp is maar ik zet er “naakt” onder dat verkoopt beter.”, lacht het kleine mannetje. En dat is kunst ook natuurlijk, een manier van overleven.
Kris Dewitte
Ik ontmoette fotograaf Kris Dewitte voor het eerst ongeveer dertien jaar geleden op een filmset in Brussel. Een jaartje later vroeg hij me in het kader van zijn boek “Jong”, een subjectief overzicht van het jong, aanstormend acteertalent in Vlaanderen begin deze eeuw. Kris Dewitte voelt heel goed aan wanneer de energie juist is. Deze week mocht ik even bij hem zijn op een verlaten locatie in Antwerpen, 
14.05.2011 is een code of een dag?
voor de paasvakantie.
F. staat voor me. Hij is niet meer zo stil en verlegen dan voor de paasvakantie. Hij stap zeker de vloer op en vertelt over William Shakespeare. Zijn stem is luider dan voor de paasvakantie. De andere kijken hel stil aan, ik voel hen denken hoe ze nu met hem moeten om gaan? Ze zien net als ik en zijn begeleiders dat hij vooruit gaat. Daar staat F., zo transparant met z’n eigen taal en beelden. Voor mij is het moeilijk om een beeld met enige betekenis terug te koppelen naar wat later de voorstelling zal zijn omdat dit beeld en het pad dat deze jonge man aan het afleggen is opzichzelf staat.In de auto naar huis weet ik dat dit een moment dat niet te vatten is en dat maakt me zo blij.
Travaux (II)
herneming MARIA VAART!
Vanaf 30 Augustus 2011 kan je weer naar “Maria vaart” komen kijken in de zwaaikom van Beerse. Reserveer tijdig je kaarten voor deze voorstelling! De pers schreef:
“…Het is knap hoe Perceval hier een psychologisch portret schetst: een portret van binnenschippers, luidruchtig vanbuiten maar binnenvetters wat hun gevoelens betreft. Een portret van moeders hoewel afwezig want dood zo levensbeheersend immer aanwezig voor hun kind. En een portret van drie vrouwen in hun rivaliteit voor een afwezige man/vader hun eigen kans op geluk vernietigend. Of hoe elke vorm van afwezigheid soms de sterkste vorm van aanwezigheid wordt, puur uit compensatie….” LIV LAVEYNE in Knack.
“Al zijn we vandaag van God los, Percevals trage, beeldende aanpak gaat terug tot op de traditie van middeleeuwse vrouwelijke lyriek.Hier is de dode moeder de Heer geworden. ….
Zo’n stil portret, hemels én aards, is nieuw voor het locatieparcours dat Het Gevolg al een paar jaar aanbiedt onder de noemer ‘Littekens in het landschap. Maria vaart spreekt direct aan. Varen wordt hier een reiniging, zeepsop voor de ziel. ” WOUTER HILLAERT in de Standaard.
A.A.P
later zullen we improviseren
“We maken iets uit improvisatie!”, riep één van de twee acteurs. Ze waren het beu om continu onder druk goedlopende stukken te produceren, dan kan improvisatie misschien iets betekenen? Improvisatie als een vrij terrein en breekijzer, als een werkinstrument wordt het voortdurend gebruikt. Uit improvisatie kunnen nieuwe uitgangspunten ontstaan.”Maar waar hebben we het dan over?”, vroeg de acteur die zijn zinnen had gezet op iets groters en vond dat hij z’n tijd aan het verschijten was. Hij maakte dit duidelijk door elke dag te laat te komen en elke dag dezelfde vraag te stellen; “waar hebben we het dan over?”. De twee acteurs keken elkaar aan en wisten inderdaad allang niet meer waar ze het over wilde hebben. Alles was al van de tafel geveegd. Kaler dan dit kon het echt niet. “Ik wil wel op de affiche staan als “van en met” en niet als acteur. Nee, ik wil er op staan als uitvoerend kunstenaar. Zoals je uitvoerende producenten hebt ben ik een uitvoerend kunstenaar.” , zei de ene acteur tegen de andere na een stilte waarin beide niks gezegd hadden omdat er niks te zeggen viel. “Ik vind dat je mij gebruikt. Ik voel hoe je langzaam op me zit en dan weet ik dat ik niet meer ben maar een stuk van jou. Dan ben ik blij als ik hier buiten wandel en m’n eigen botten nog voel.”. Er viel weer een stilte. Na een tijdje ging de deur open, een poetsvrouw keek om het hoekje en verontschuldigde zich. “Nee, geen probleem. Kom binnen. Poets maar. We zitten hier toch maar te wachten tot het komt.”. Hoe onwennig ze zich ook voelde , de poetsvrouw kwam binnen en begon de lege repetitieruimte te dweilen. Misschien was zij wel de “boss-lady” waar de twee acteurs op aan het wachten waren. Zij kon hen misschien heel expliciet zeggen wat er moest gebeuren. Wat had ze te verliezen? Ze kwam binnen, vluchtig, niet gepland of overdacht, alles kon alleen maar gebeuren zoals het daar gebeurde. De twee acteurs stonden recht en begonnen met haar te improviseren, spontaan en intuïtief. De poetsvrouw vond deze collectieve manier van werken maar niks zoals ze eindeloze vergaderingen over wat- voor -soort – dweil – ze -in -welke -zaal moest gebruiken ook niks vond. Maar de twee acteurs dansten rond haar, maakte haar het hof, waren beschikbaar, alert en bewust over hoe ze zich tegenover deze vrouw gedroegen. Het zwaaien van een arm veroorzaakte al een grote spanning bij hen. Alles kreeg een betekenis zowel sociaal als privé omdat deze vrouw daar stond. Ongehinderd speelde de acteurs rond de vrouw die zag dat het waarschijnlijk virtuoos was maar er zelf geen klap aan vond. Ze had geen zin om een verhaallijn of een personage te volgen. Nee, ze wilde gewoon de vloeren dweilen en weg. Toen de twee acteurs in een Oosters gevecht verwikkeld waren besloot ze om weg te gaan. De twee acteurs bleven achter in wat ze later “het duet centraal” zouden noemen.Na een tijdje gingen de acteurs terug aan hun tafel zitten en vroegen zich af wat er gebeurt was. “We hebben gespeeld met iemand die geen subsidies ontvangt en daardoor kreeg het iets heel elementair.”, zei de ene acteur tegen de andere. “Ja, en daardoor was er ook een duidelijk verschil tussen haar en ons. Ik ben blij dat ze niet mee doet want anders zou ze haar positie in de productiepiramide opeisen.” De acteurs verlieten de repetitiezaal, gingen op een terras zitten en af en toe speelde ze een situatie rond mensen op de straat. Later zou deze manier van werken de meest geschikte vorm worden in tijden van economische recessie.
het net.
herneming DE RIETDEKKER
“Vanwege de succesvolle tournee van ‘De Rietdekker’ komt er een reprise tijdens het komende Zeeland Nazomerfestival van dinsdag 23 augustus tot en met zaterdag 3 september 2011. Zaterdag 16 april eindigde de tournee van de Zeelandia productie ‘De Rietdekker’ naar het boek van Rinus Spruit. De succesvolle voorstelling, een monoloog van de Zeeuwse acteur Bram Kwekkeboom in een regie van Stefan Perceval, speelde vaak voor uitverkochte zalen.Vanwege het succes komt er een nieuwe reeks voorstellingen in Middelburg tijdens het komende Zeeland Nazomerfestival.”



