Na het ontslag van Ignace Cornelissen bij HetGevolg neem ik de regie in handen van “Petrus en den doodendraad”, een tekst van Guido van Meir. In “Petrus in den doodendraad”  blikt Petrus terug op zijn leven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een passionele liefde tussen Petrus en Marie werd gedwarsboomd door koppig toeval, een reeks verschrikkelijke gebeurtenissen, een dodelijke draad en een wereldoorlog. Hoe komt een man uit zoveel gruwel tevoorschijn, waarmee houdt hij zich staande? Een leven lang vastklampen aan een onvervuld verlangen, verdwaald in het verleden.  Televisielegende Jo Demeyere en de jonge Sofie Palmers vertellen dit verhaal.
 
Deze voorstelling gaat 08 januari 2014 in première en is te zien in heel Vlaanderen tot half maart 2014.

‘Wortel van Glas’ werd ruim 10 jaar geleden geschreven door Josse De Pauw in opdracht van HETPALEIS. De Pauws tekst draait rond kwetsbaarheid en fragiliteit. Het hoofdpersonage Wortel van Glas, oorspronkelijk gespeeld door mezelf, krijgt levenslessen van zijn wijze nonkel Biet. Hij reist naar de vier hoeken van de wereld op zoek naar zichzelf.
Ditmaal maak ik “Wortel van Glas” met Brent Vandecraen. Brent is een jonge student die ik leerde kennen op Buso Zonneweelde in Lommel waar hij opviel door zijn bijzondere gedrevenheid en passie voor theater. Sinds enkele maanden repeteren ze intensief in het cc Leopoldsburg en Dommelhof Neerpelt aan deze nieuwe voorstelling waarin Wortel van Glas een vraag erft van zijn nonkel, Nonkel Biet van Glas. Het personage Wortel vertelt over zijn nonkel en over diens ‘waarheden’ die achteraf meer blijken te zijn dan toevallige bedenkingen. Zoals “niks is meer dan we denken” of “Eens je weet hoe het loopt, heb je maar te volgen”, of nog dat we voorzichtig omgaan met glas en porselein opdat het niet zou breken, maar dat we nog voorzichtiger er mee omgaan eens het gebroken is en wij de scherven ruimen…
De voorstelling speelt op 10 januari 2014 in HETDOMMELHOF in Neerpelt en 14 januari 2014 in cc LEOPOLDSBURG, later dit seizoen nog op verschillende plekken in Vlaanderen en Nederland. 

Vorig seizoen mocht ik samen met compagnie Tartaren aan de slag, we onderzochten welke taal een mens gebruikt naam van de liefde? We onderzochten wat zich achter hun buitenkant afspeelt. We ontdekken en ontwikkelende ‘talen’, waardoor een bijzondere theatraliteit ontstaat met als resultaat een voorstelling die verwondert en aanzet tot zelfreflectie. In dit gewoel mijmeren de personages over de meest universele liefde: de moederliefde.

Cie Tartaren zet de voorstelling neer in M, in de zaal van Constantin Meunier waar twee schitterende beelden over moederliefde te zien zijn. Zo toont Grauwvuur van Meunier een moeder die zich over haar overleden zoon buigt en zijn dood beweent. Ziehier een impressie van dit werk in museum M.

 

Onze tuin grenst aan de tuin van een rouwcentrum. In een nacht zoals deze – zoals ze er dikwijls zijn – dat ik de slaap niet kan vatten, brandt er licht in het centrum en zie je een eenzame figuur zitten in een veel te grote ruimte. Het is altijd iemands zoon of dochter, vader of moeder. Overdag is het een druk komen en gaan  in dit centrum,  groepen mensen die elkaar steunen, ondersteunen, op elkaar leunen. Als je er langs de voorzijde voorbij wandelt staan er altijd groepjes mensen beduusd op een hoopje naar de straatstenen te staren. Ze zeggen niet zoveel.  Ik hou er van de doodsbrieven in de vitrine te lezen en zie hoe ze hier in Antwerpen de meest exotische namen hun eigen Antwerpse versie meegeven. Zo werd een zekere Javier met heel veel prachtige andere namen uit Panama gewoonweg John Panama gedoopt. Enkele uren later sta ik voor leerlingen van het deeltijds onderwijs, Don Bosco uit Wilrijk. Met hen ga ik een nieuw project maken. Ze worstelen met wat binnen en buiten is aan zichzelf en aan de andere rond hen. Ze hangen tegen elkaar of trekken elkaar naar beneden. De meeste zijn schoolmoe. Hier en daar zie ik toch een fonkeling in hun ogen terwijl ik hen mee neem in wat theater zou kunnen zijn. Aarzelend stappen ze mee in de zoektocht naar hoe je ‘onafgestemd’ kan zijn in een werkelijkheid die niets anders doet dan ons permanent afstemmen… Onder hun afgestompt pantser zijn ze heel broos.

’s Avonds lees ik blijdschap in de ogen van mijn spelers, ik heb deze nacht een nieuwe bewerking gemaakt van de tekst die ik met hen ga realiseren in opdracht van HetGevolg. Eén van de acteurs heeft een brief geschreven om te zeggen hoe blij hij wel niet is. Ik ben blij en kijk naar het prachtige jonge leven dat me thuis opwacht. Een bijna – puberzoon die op alles een scherp antwoord heeft en een klein stampertje die telkens opnieuw lacht als ik in zijn oor fluister dat ik hem graag zie.  Mijn prachtige vrouw vertrekt voor het weekend naar Amsterdam en laat me met onze jongens achter. Het is donker in het rouwcentrum. Na enkele minuten zie ik dat er iemand een sigaret staat te roken in het duister van de tuin. Het licht schiet aan en ik zie de mensen van het rouwcentrum een klein kistje klaar zetten. De sigaret wordt gedoofd. Twee mensen, jong en bleek staan van alle denken verlaten in de ruimte. De man steunt op de vrouw. Een leven is veel te snel voorbij.

‘Wortel van Glas’ werd ruim 10 jaar geleden geschreven door Josse De Pauw in opdracht van HETPALEIS. De Pauws tekst draait rond kwetsbaarheid en fragiliteit. Het hoofdpersonage Wortel van Glas, oorspronkelijk gespeeld door Stefan Perceval zelf,  krijgt levenslessen van zijn wijze nonkel Biet. Hij reist naar de vier hoeken van de wereld op zoek naar zichzelf.

Ditmaal maakt Stefan “Wortel van Glas” met Brent Vandecraen. Brent is een jonge student die hij leerde kennen op Buso Zonneweelde in Lommel waar hij opviel door zijn bijzondere gedrevenheid en passie voor theater. Sinds enkele maanden repeteren ze intensief in het cc Leopoldsburg en Dommelhof Neerpelt aan deze nieuwe voorstelling waarin Wortel van Glas een vraag erft van zijn nonkel, Nonkel Biet van Glas. Het personage Wortel vertelt over zijn nonkel en over diens ‘waarheden’ die achteraf meer blijken te zijn dan toevallige bedenkingen. Zoals “niks is meer dan we denken” of “Eens je weet hoe het loopt, heb je maar te volgen”, of nog dat we voorzichtig omgaan met glas en porselein opdat het niet zou breken, maar dat we nog voorzichtiger er mee omgaan eens het gebroken is en wij de scherven ruimen…

De voorstelling speelt op 09 en 10 januari 2014 in HETDOMMELHOF in Neerpelt en 14 januari 2014 in cc LEOPOLDSBURG. 

IMG_6986

De natuur trilt met een immense kracht onder mijn voeten. Met haar gegroefd gelaat kijkt het  landschap me aan. De desolaatheid in combinatie met deze energie doen me wegdraaien. Liggend op mijn rug besef ik dat het leven hier hard is. De mensen die me omringen zijn in dit landschap onzichtbaar. Ze leven samen in een gemeenschap die hen een plek geeft. Ik ben in IJsland. Het is hier onbeschrijflijk mooi maar een beperking hebben voelt hier eenzamer dan op een andere plek. Hier zijn dorpen gecreëerd waar deze mensen samen leven. Net als de rest van het landschap  is het hier desolaat. Je begrijpt waarom Tom Cruise hier sience  fiction films komt draaien. Is het omdat mensen met een beperking hier meer dan ergens anders op deze aardkloot met de natuur leven dat ze zo onzichtbaar zijn? ’s Ochtends trotseren ze de wind en de zwavelgeur naar hun werk maar je ziet ze niet. Pas als ik door de verschillende ateliers wandel ontdek ik hen;  ze voelen aan hout, kneden zeep,  planten groenten en fruit, denken lang na over hoe ze hun ecologische voetafdruk nog kleiner kunnen maken….Daarachter ontdek ik een wereld waar mensen al dan niet stiekem verliefd worden. Verloofd zijn maar het zelf weglachen en  een jongen met een verbrand gezicht.  Alsof zijn moeder hem in brand had gestoken nadat ze had gezien dat hij niet was waar ze van droomde. Ze leven hier en ik vind het prachtig. Maar zij leven hier altijd, af en toe krijgen ze bezoek. Niet veel.  Ze zijn als bomen in het landschap want echte bomen zie je hier niet. Dit project wordt over de hele wereld geprezen.  Studenten uit alle continenten bestuderen deze  manier van leven. Maar wat wordt er geprezen?

De onzichtbaarheid? Het landschap? Het gevecht met de natuurelementen?  Ik geef een opwarming en laat hen improviseren. De deelnemers en hun verantwoordelijken zijn enthousiast, ze willen meer en vragen of ik een tijdje bij hen wil blijven. “Don’t go away.”, zegt Larus – de muziekleraar van de gemeenschap. “We need you.”. Ik zeg hen dat ik nu niet kan blijven maar beloof dat ik er snel weer zal zijn om samen met hen te zoeken naar hoe je je zichtbaar kan maken in dit landschap.

Met mijn spelers in Leopoldsburg ben ik begonnen aan ons VANHOUT project, dit project laat zien dat kwetsbare mensen sneller aan touwtjes hangen en gaan we opzoek naar hoe je je kwetsbaarheid kan behouden en toch doorgroeien. We zetten een lange zoektocht op om ons zelf de kans te geven ons verhaal zo ver mogelijk uit te benen. Voor dit project ontsnappen we aan de banale definities die een maatschappij en zeker een overheid op dit project wil kleven en creëren we onze eigen utopische en subversieve wereld evenwel in de veilige cocon van het theater. Dit project is weer een stap in ons verhaal dat duidelijk maakt dat mijn spelers en ik niet aan psychotherapeutische acupunctuur doen of gezellige fluisterhoekjes inrichten maar een plekje zoeken waar we waardig en op humane wijze als echte mensen worden aanzien. We houden jullie op de hoogte!VanHout

Het was een dag met veel trieste ruggen, gebukt stonden ze te wachten tot hun dag begon. Het was een dag waar kinderen tegen hun moeder zeiden; “mama als ik groter ben mag jij weer kind worden.”. Het was een dag waarop we plannen maakte en tegen de tijd begonnen te racen om samen te ontdekken dat de dag tekort was. Zo’n dag was het.  Die dag zuchtte mijn oudste zoon tegen me dat hij niet meer over en weer wil verhuizen maar hoe leg je dat aan mama uit zonder dat ze verdrietig wordt. Het was geen vraag, hij wilde  het weten. Daar op die dag.   Ik stamelde een aantal woorden en hij wreef met zijn hand over zijn gezicht als een volwassen man. Het was een dag zonder bruggen. Het was die dag dat ik zag dat Sweb- een van mijn studenten uit een integratieproject dat ik vorig seizoen begeleidde-  werd uitgewezen. Het was die dag mijn jongste zoon als een klein walvisje op zijn oudere broer begon te roepen en toen hij uiteindelijk keek hem toelachte. Alsof ze die dag tegen elkaar zeiden; wij blijven voor altijd samen.

Een groepje van zes drie tot vierjarige lopen over straat. Ze worden begeleid door hun vaste begeleidster. Ze zijn hier omdat ze thuis niet kunnen zijn of omdat er geen thuis meer is. Eentje huilt heel hard. Hij wil hier ook niet zijn. Later komt de begeleidster afscheid van me nemen. Ze gaat weg, “ik kan hier zo weinig voor deze kinderen doen.”, woorden als gras en ik de koe die ze moet herkauwen. Tijdens het herkauwen wordt me duidelijk gemaakt dat het voor sommige van deze kleintjes een uitzichtloze situatie is.  Ik wil vechten en me kwaad maken en roepen dat dat toch niet bestaat dat kinderen van vier geen recht meer hebben op een andere toekomst! Het helpt niet. Ik voel me leeg stromen. Een paar dagen later ontmoet ik familie van ver of dichtbij van deze kinderen en begrijp het uitzichtloze. Mijn neef Jacob werkt met een jongen van dertien aan een beatbox nummer. De jongen loopt krom op oude sloefen als we hem de eerste keer ontmoeten. Na twee uurtjes werken met mijn neef Jacob loopt hij recht zonder dat iemand iets gezegd heeft.Hij is blij, er twinkelen lichtjes in zijn ogen.Hij heeft geen familie meer en af en toe moet hij in bedwang gehouden worden omdat hij boos is op de wereld. Hij reageert het af op de mensen rondom hem die op hun beurt dan weer roepen dat het niet hun schuld is! En ja, hij weet het maar hij zou zo graag zijn ouders nog eens  blijvend vast nemen. Hij staart naar de windel rond zijn hand en zegt dat de pijn wel weg zal trekken gaan. Bij ons afscheid laat hij mijn hand lachend niet los. “Ik ga met u mee!”, en hij kijkt verlegen weg. Ik zou verlegen moeten weg kijken omdat ik er uiteindelijk ook niets aan doe. 

Wortel van Glas

Hij zit naast me en drinkt een cava. Hij denkt na over alles wat er is gezegd op de dag die bijna voorbij is. Hij praat over zijn leven als hij niet hier is. Hij vraagt me om het er niet over te hebben dat hij in het buitengewoon onderwijs zit. Het doet er niet toe, zegt hij. “Ik maak Wortel van Glas met jou en niet met de school.”. Hij heeft gelijk. We hebben er niet meer over. Die avond kijkt hij naar een meisje en we lachen er over. Samen met Brent – want zo heet hij – verleggen we grenzen. Waar we zijn? In Dworp. Tijl heeft ons uitgenodigd. We werken er aan Wortel van Glas. Brent loopt elke dag meermaals alle disciplines van de Olympische spelen. Hij is sterk en zet door. Kris helpt hem met zijn spreken. Ze hebben een lijntje samen. Hij houdt haar vast als ze het moeilijk heeft. Na vijf dagen nemen we afscheid. Iedereen heeft het moeilijk. Brent en ik werken verder. Hij wordt sterker. Vandaag zag ik een oproep naar  “Personen met een beperking”. Wie niet , dacht ik.  We hebben het er niet meer over.

wortel van GlasWortel van Glas