Vandaag had mijn zoon van vier zijn laatste schooldag. Toen hij in september voor het eerst  naar deze school ging woonde we nog rustig met ons tweetjes samen in een tip top appartementje. Na een zomer waar ik van dacht dat de zon nu voor goed de liefde uit mijn leven had gebannen. En nu, wonen we in ons eigen huis, ’t is nog een beetje kamperen maar mijn goeie vriend Jan heeft nu mooie plannen gemaakt zodat we snel aan de verbouwingen kunnen beginnen en ja, ik geloof weer in de liefde. Het was een stormachtig schooljaar.

Elke week dat mijn zoon terug kwam – we doen co –ouderschap – was hij weer veranderd; groter, wijzer…Elke vrijdag namen we afscheid aan zijn klasje om dan een week later weer daar te staan. Elke vrijdag sta ik dan even stil bij dit leven, hoe fijn het is als hij er weer is of hoe kijk terug naar een mislukking in mijn leven als hij weer weg is. ’t Was het beste wat kon zijn en gebeuren. Het schooljaar is nu voorbij. En samen met hem zet ik een punt achter een wreed donkere periode. Nu is de zomer daar, ik ben blij, heb veel werk en het mooiste wat er bestaat; de schaamteloze liefde staat voor de deur, klaar om binnen te vallen.

 

Langs deze weg groet ik mijn collega’s van “Mefisto” en “Wolfskers” (weet dat ze dit lezen), twee Toneelhuisproducties die ik graag heb gespeeld en die nog een lange weg gaan afleggen in de binnen- en buitenlanden. Ik ga niet meer mee omdat ik meer thuis wil zijn en omdat mijn ambities in het theater verandert zijn.  Zij vertrekken volgende week voor wat een lange tour wordt, ik kus hun en als ik durf zal ik nog wel eens komen kijken.

 

Viva zomer, ik omhels u.

Dames en heren,

Dit is echt een bangelijk goe nummer en de videoclip gaat over het onbereikbare proberen te bereiken geplaatst in het kader van een auditie. Iets wat vele van mijn collega’s kennen, iets wat ik nu leer kennen.

 

Toen mijn broer Peter zijn plechtige communie deed gingen we met ons – toen nog voltallige gezin – eten bij de chinees. Wij gingen nooit op restaurant dus dat was een wrede gebeurtenis. Toen ik enkele jaren later mijn eerste communie deed aten we fondue. We hadden nog nooit fondue gegeten dus ook dat was een wrede gebeurtenis en ook omdat ik die dag zelf doodziek op de zetel lag dus ik zag dat hele feestje door mijn neus geboord. Mijn plechtige communie heb ik nooit gedaan was anders wel benieuwd wat we zouden eten of juist niet waarschijnlijk.

 

Als de stilte je hart draagt

Dan loopt je lijf leeg.

 

Je woorden waren als een vlucht.

 

Diezelfde woorden en stem waren ooit de magneten waarmee we elkaar aantrokken.

 

Je gebroken stem alsof je je schaamde voor wie er naast je stond.

 

Ben vandaag naar een toneelstuk gaan kijken. Ja, wat doe je als je zelf niet speelt… De acteurs zwommen in een stuk dat geen enkele dramaturgische opbouw of wending kende. Dan vraag ik me af of het nu echt zo moeilijk is om tegen mensen te zeggen wat ze moeten doen of waarom ze dingen doen die ze doen. En terwijl ik dat bedenk weet ik dat dat moeilijk is; het benoemen der dingen. Zelf ben ik opgegroeid in een sfeer van schaamte waar door ik dingen verzwijg. Nog liever kronkel ik me door een piepklein gaatje om niks van alles te zeggen dan te zeggen wat er is. Maar nu niet meer. Ik weet niet hoe het komt. Ik heb de leeftijd bereikt waarbij ik de dingen bij naam noem. Nu ja, meestal moet je een beetje aan me trekken om te weten wat er aan de hand is maar dan zeg ik het wel. Een stortvloed.

En toch heel, soms zwijg ik liever. Zoals nu.

 

 

Het was gedaan,

Ze sloot haar ogen,

Een moment en ademde diep in en uit.

Niks had haar nog van haar idee af kunnen helpen.

Ze wist dat dit het niet was.

Dat wist ze al heel lang maar ze hield vol omdat ze niet graag mensen teleurstelt.

Ze voelde zich opgelucht.

Dat zag ik wel.

Als een wolk verdween ze en botste tegen de maan,

Daarna heb ik haar nooit nog gezien.

Behalve als ik naar de maan kijk,

Dan sluit ik mijn ogen en adem opgelucht.

Vandaag ben ik met mijn zoon mee op schoolreis geweest naar de Kabouterberg  in Kasterlee.

Berg op en berg af met 25 kleine pagadders. Ik doe dat graag. Ongegeneerd u amuseren met zingen, spelen, verwonderen over grote en kleine dingen. Het enige waar ik me op betrap is dat ik het lastig heb met andere kinderen hun kont af te vegen nadat ze gescheten hebben. Je eigen kind ben je zo gewoon maar een ander heeft een andere geur, een ander gewicht, een andere manier van handelen met dit ritueel. Ik vind het echt knap hoe die kleuterjuffen dat dag in dag uit allemaal doen. Om nog maar te zwijgen van een verpleegster. Hoewel ik vroeger altijd dacht dat de ideale vrouw een verpleegster is (en dat zal ook wel zo zijn voor vele mannen) vind ik het toch maar een vreemd gedacht als ik denk over wat ik denk dat ze allemaal moeten doen. Allé, voor ’t zelfde geld heeft ze nog de tanden van één of ander oudje in haare binnenzak steken. En wat heeft ze dan gedaan met dat oudje, die tanden of dat oudje bij haar?

 

Ben blij dat sommige mensen dat gewoon willen doen omdat ze dat graag doen. danku lieve wereld!

Stel nu dat er twee loodgieters samen naar een badkamer staan te koekeloeren zouden ze dan aan elkaar zeggen wat ze van die badkamer vinden en eventueel hun bevindingen met elkaar delen? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk geven ze elk hun omfloerste mening aan de klant om die alsnog zoveel mogelijk poen uit z’n zakken te slaan. En weet je wat? Dat is in theater helemaal niet anders. Nee in theater is er zelfs een soortement van permanent autisme aanwezig waar mensen na voorstellingen een bijna vastgelegd parcours afleggen van mensen waar ze mee praten en andere waar ze dan niet mee praten. En het ergste soort zijn de collega’s die je van ver aankijken en dan hun reet draaien. Maar kom dan diezelfde collega’s tegen als je een andere productie speelt of in het gezelschap vertoeft van iemand die zij wel de max vinden awel, dan draaien ze je zo goed als binnen. Nee, ze doen het echt. Dat zie ik die loodgieters niet doen. En niet dat ik dat ik dat erg vind maar een minimum aan beleefdheid zou de wereld zoveel zachter kunnen laten draaien. Kijk, sowieso heb ik het schijt aan al dat hokjesgedenk in deze en de wereld in ’t algemeen. ((zeker als je acteren, bekijkt als iets wat grenzen moet verleggen)) Dus ja, ik krijg er het schijt van omdat het dus om te beginnen totaal onbeleefd is en ten tweede schijthypocriet. Afin, dat moest even van mijn hart.

 

En geloof me ik doe mijn job graag. Vandaag vroeg er iemand aan me of ik wel kon leven van dit vak en ja, ik kan leven van dit vak en soms lucht het me op en het komt atijd uit mijn hart. Dus dat is goed. Alleen aan het circus er rond heb ik soms/meestal het schijt. Ik zoek eigenlijk iemand die voor me naar de bar gaat en daar in mijn plaats met de mensen praat en contacten legt. Een vertegenwoordig met een fluwelen glimlach en goede inborst. Dat zou het manneke zijn. Moest er zich iemand geroepen voelen laat het me dan weten…

 

Och ja, er zijn erger dingen. Er zijn mensen die de handleiding van aluminiumfolie moeten schrijven of slogans bedenken of gewoon geen werk hebben. Of  vandaag hoorde ik het verhaal van iemand die zich specialiseert in bouten. Maar dan niet zomaar bouten maar bouten die over een heel uitzonderlijke schroefdraad beschikken of een vreemde kop of noem maar op. Van de kleinste tot de grootste bouten was zijn specialiteit. Het brengt op, vertelde hij me. “Mensen weten dikwijls niet wat voor unieks ze in hun kelder hebben liggen.”, zei hij en glimlachte. Bouten….

 

Gisteren knalde er in Brussel een voetbal tegen mijn auto. Ik stopte, nam de bal en keek naar de schade die de knal had veroorzaakt. Een klein jongetje kwam de bal halen. Ik vroeg hem wie het gedaan had. Hij wist van niks, trok zijn schouders op, nam de bal uit mijn handen en liep weg. Hij verdween in een mensenzee van kinderen op een nabij gelegen speelplein. Ook daar wist niemand wie die bal tegen m’n auto had geschopt. Ook enkele ouders die op een bankje zaten wisten van niks. Afin, niemand had het dus gedaan. Ik heb de bal genomen en heb hem in mijn auto gelegd. Ik werd uitgemaakt voor racist omdat ik wilde weten wie het gedaan had.

En als er iemand geen racist is ben ik het wel, godverdomme. Niemand bleef het weten, ik zal het herstellen van de deuk dan wel zelf betalen. Ik gaf de bal terug, de zwijgende speelpleingemeenschap bleef roepen dat ik een racist was. Ongeloof maakte zich van me meester, ik zette mijn reis door de hoofdstad van Europa verder.

 

Mijn zoon had me ingeschreven voor een datingsite.

Hij speelde graag “wie is het?”

Dus de eerste vrouw die ik zag had een snor en was kaal.

Is het Herman?

Nee, het is niet Herman.

Een andere vrouw die ik ontmoete had een hele diepe put in haar kin en scheerde haar vagina helemaal kaal. Dus toen ik na het verplichte rondje eten en zeggen hoe gezellig ik het allemaal wel vond mijn lul in haar lijf probeerde te proppen was ik niet zeker of ik boven of onder moest beginnen.

En toen kwam ik haar tegen;

Het meisje met de deuk in haar hoofd.

En ze had niet alleen een deuk in haar hoofd maar ook een deuk in haar hart en haar ziel.

Ik streelde haar en voelde hoe een put haar lichaam in twee verdeelde.

Ze voelde zich nergens thuis en toch deed ze alsof ze zich overal thuis voelde..

Ze was wantrouwig zoals een hond die teveel shotten heeft gehad en begint te grommen als je hem streelt en  zo was zij ook.

Ze begon te grommen.

Ze was prachtig, ze was anders dan al die andere vrouwen.

Haar lichaam was van goud en haar huid voelde als marsepein.

Na zolang voelde ik me eindelijk weer rustig worden.

Maar hoe meer liefde ik haar gaf hoe grilliger ze werd.

Ze slorpte me op zoals in die film waar die groene blubber de mensheid verzwelgt en toch hield ik van haar.

Ik hield van haare groenen blubber maar ik kon niet langer bij haar blijven.

Soms vroeg ik me af hoe het kwam dat ze was zoals ze was en waarom ik er van hield.

Ze had al veel tegenslag gehad, al heel veel.

Ze had een relatie achter de rug van elf jaar en daarbij had ze het gevoel dat die man elf jaar de deur op een kier zette voor iemand anders.

Wel, dat was geen vader dat kan ik je wel zeggen want een vader doet zoiets niet.

Een vader zet zijn hart niet op een kier.

Toch niet voor zijn kind.

Daarbij trekt het als je je hart op een kier zet.