Les grandes personnes ne comprennent jamais rien toutes seules, et c’est fatigant, pour les enfants, de toujours leur donner des explications.”
Antoine de Saint-Exupery, “Le Petit Prince”
Les grandes personnes ne comprennent jamais rien toutes seules, et c’est fatigant, pour les enfants, de toujours leur donner des explications.”
Antoine de Saint-Exupery, “Le Petit Prince”
Mijn buurvrouw, ik ken haar niet en zij mij ook niet.
Ze wist dat ik acteur was en haar kleinzoon is dat ook.
Ze riep af en toe naar mijn zoon en hij riep haar toe: “dag buurvrouw!”
Ze hebben haar weg gebracht. Kanker vreet haar langzaam op.
Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen ik naast haar kwam wonen, “een man met een kind…”. Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen de politie bij haar kwam aanbellen omdat andere buren dachten dat ik bomen ging om zagen. Mijn buurvrouw keek niet meer toen ik haar twee weken geleden vroeg hoe het met haar ging. Ze begon te huilen en dat was dat. De rolluiken gingen dicht, ze sliep de hele dag en mijn buurvrouw was weg.
Blankenberge? Toch ni in Blankenberge? Aantwààrpe aon de zee? En toch kan je daar, weg van alle drukte heerlijk logeren in Villa D’Hondt. Vlakbij “de trappekes” en dichtbij de zee. Ik leerde het vorige herfst kennen, een prachtig huis, statig met heel veel originele elementen. Dit verhaal schreef ik voor dit huis,
Mijn vader was mijn held.Mijn vader kon op een grassprietje fluiten!Samen lagen we uren op het strand en beantwoorde het gefluit van de vogels.Een symfonie van gekwetter.Onophoudelijk.
Ik vroeg mijn vader of de vogels ooit ophielden met hun gekwetter.“Nooit.”, zei hij beslist , “ze fluiten zelfs in hun slaap.”.En toen was hij er niet meer.Hij was weg.Lag opgebaard in een kist.Geen verhaaltjes meer voor het slapen gaan.Mijn vader was dood.Ik stond aan zijn kist en keek naar zijn stijve lippen.Mijn vader was mijn held.Ik kon nergens met mijn verdriet heen.Ik mocht niet huilen.Huilen is voor kleine kinderen.
Ik liep naar de zee en zij ving mijn tranen op en leerde me alles in dit leven.Ze nam mijn hand.
Ik geloof in feeën.Prinsessen ook.Maar het mooiste wat er is is zij.Ze wacht geduldig.Soms, heel soms, is ze onstuimig.Daar is ze.Vredig en stil.Met een weinig blauw boven haar ogen.Ze kijkt en zwijgt.Vele liefdes zijn aan haar voorbij gegaanHeeft ze laten gaan.Zij houdt ons land bijeen.Nee, zij sluit geen compromissen.Nog liever neemt ze koud en harteloos afscheid dan haar leven te splitsen.Niemand vraagt haar anders te dansen dan ze danst.Niemand zegt haar hoe ze zich moet kleden.Niemand zegt iets over het schuim op haar mond.Niemand vindt het erg dat ze langzaam de aarde op eet.De zee is zoals ze is en dat vindt iedereen goed.De zee is de perfecte vrouw…En niemand die voor haar valt.
Behalve ik.
Deze muziek moeten ze spelen op mijn begrafenis.Op mijn laatste rustplek.Ik,Tussen zes houten planken.Ik hoor niks.De ultieme stilte.Alleen het gewoel van de aarde op mijn hoofd.En dan moet er iemand iets over me zeggen.Over hoe goed ik wel niet was.Over hoeveel goeds ik heb gedaan…Wie kan er iets over me zeggen?
(denkt lang na)
Mijn beste vriendin.De zee.Ga toch weg;Ga toch allemaal weg.
Wat doen jullie hier?Het weer is goed buiten!Het stond in de krant.Het weer is goed.Als het in de krant staat is het zo.Ik hoef de zon niet te zien.Mijn bleke vel zou verschrompelen moest het de zon zien.Wat willen jullie weten?Mijn naam?
D’Hondt
Gustave
Ik heb hier geleefd.Samen met haar.De zee.
Mijn lieve vriendin,Mijn moeder,Mijn vrouw.
Zij bracht me alle rijkdom.
Als kind zag ik het zand als goud, de schelpen waren mijn geld,De vloed van de zee het af en aan stromen van al die rijkdom.De zee gaf me alle wijsheid en liet zien dat ik echt geld met haar kon verdienen.Iedereen sprak alle talen en ik werd een zeeuitbater.De zeeuitbater.
Betalen voor je d’r in gaat!
Ik telde de golven.En bij elke golf dacht ik,Verder, we moeten verder.Grootser.Ik bouwde een hotel zodat iedereen naar haar kon komen kijken.Sommigen gingen in haar.Soms wel 21 keer.Het kon me niet schelen, zolang ze maar betaalden.Samen met mijn vrienden bestormde ik de zee.
En zij?
Ze vond het goed.Nooit werd ze boos op me.Ze lachte, zelfs als ik in haar spuwde.Ik sloeg alles en iedereen plat met mijn plannen en ideeën voor deze stad.Zo was er ‘ns een insect dat bij me voorbij kroop aan de keukentafel.Ik zette mijn glas er op en het beestje kon niet meer verder.Langzaam stikte het onder mijn glas.En het was zijn eigen schuld!Om te beginnen had het zich daar nooit moeten laten zien.
Ik had er geen schrik voor maar het waren mijn kinderen die begonnen te krijsen toen ze ’t over de keukentafel zagen kruipen.Sorry boy, dacht ik, ’t is niet dat ik het niet wil maar wat kom je hier in godsnaam doen.Heb je betaald voor je verblijf?Ik heb met je te doen, lieve insect.Ik zou had nog zoveel met jou willen praten, over verre reizen en vreemde continenten…
Maar je bent er domweg niet meer.Betaal in de toekomst of vraag het aan mij.
Ik was burgemeester van deze stad.En ’s nacht voer ik met m’n eigen schip over de zachte golven van mijn vrouw.
Ik kreeg dertien kinderen.En ik was hier gelukkig ja.Elke ochtend stond ik vroeg op en liep naar haar toe.Met een zoet ruisende kreet heette ze me elke ochtend welkom.
De zee.
Tot op een dag haar zoet geruis werd bedolven met schoten uit kanonnen.Waren er dan toch mensen die haar wilde veranderen?Nee, dat niet maar ze wilden wel dat zij van hen werd.
Ik ging voor haar staan en probeerde die grijpgrage handen van haar af te houden maar ze waren te machtig.En het strafste van al was dat ze er ook niet om vroegen.Ze deden het gewoon.
Koel en harteloos.
Ik nam afscheid van haar.Ik moest.Het voelde als afscheid nemen van je vader.Je weet dat je straks weer oog in oog met hem zal staan.Maar toen ik terug kwam wilde ze niks meer van me wetenMijn zee maakte het me moeilijk.De zekerheid die ik had bij ons afscheid was voorbij.Ik ging voor haar staan en riep:
Niks meer.Ik kon geen woord meer uit brengen.We namen afscheid in gedachten.Uiteindelijk zijn we stof en begrijpen elkaar in de stilte.
Hoe leg je iemand uit dat je naar je lichaam moet luisteren?
Of moet je dat leren?
Iemand tips?
Simon Vinkenoog is overleden. Ik ontmoette hem in de periode dat ik bij mijn vrouw weg ging. Een periode dat ook ik veel met de dood bezig was. We speelden “Beats”, een ode aan de Beat- poëten uit de jaren vijftig en zestig. Elke avond hadden we een gast en in Haarlem was dat Simon. Met een vuur voor de poëzie en een passie voor het leven las hij uit eigen en andermans werk en vertelde wat hem fascineerde. Een leven als een rollercoaster…Hij greep in alsof hij er elke avond bij was. Een heerlijke jamsessie met Roland van Campenhout, Percy, Thomas de Prins, Josse de Pauw, Titus Muizelaar, Abke Haring en mezelf. Na afloop begeleidde zijn vrouw hem en liet ik een boek van hem door hem signeren. Hij knipoogde, trok aan zijn sigaret en bedankte me voor het samenspel. In al zijn anarchie een heer en laat dat nu net het misverstand van de anarchisten zijn.Hij laat fantastische verhalen en poëzie achter en ik weet ook een heleboel verweesde lezers en – zoals dat gaat bij iemands dood- nieuwe ontdekkers! De beat is dood, leve de beat! Kaboem.
De zomer kruipt door mijn botten. Alsof de hitte me na elke afkoeling harder terug pakt.
Er staat een heel pak werk voor de deur de komende weken.
Zo speel ik in het Zeeland nazomer festival mee in “De Storm”, maak ik met mijn broer Peter een nieuwe voorstelling; “de leraar” en begeleid ik de Paleisdebutanten. Gelukkig is het niet allemaal tegelijk maar volgen al deze productie elkaar netjes op.
Ondertussen lopen de voorbereidingen om met “Bolleke sneeuw” naar Shanghai te trekken.
Een bijna surrealistische droom die werkelijkheid wordt.
En dan komen er nog tal van producties en projecten aan. Maar daar lezen jullie later nog meer over.
Toch al een tipje van een sluier…is dat ik met de madammen van De Dageraad terug aan de tafel zit om wederom een productie te maken met hun studenten. Veel kan ik er nog niet van vertellen maar als je ziet dat iemand zoals Ynina er als een schrijver is uitgekomen en dat ieder zo zijn of haar talenten heeft weten te ontwikkelen en weet je, ben je er van overtuigd dat we hier ook verder mee moeten. Nu nog fondsen zoeken…maar dat laat ik aan de madammen van De Dageraad over.
Ik kan jullie allemaal aanbevelen om massaal de blog van Ynina te gaan bezoeken en haar schrijfsels op te volgen en te bewonderen. www.yninavanclee.wordpress.com.

Vandaag was ik even te gast bij de studenten van de Dageraad uit Kortessem.
Ze kregen een gefilmde en gemonteerde versie van hun verhaal. Ik zat tussen hen in en zag en hoorde hen. Ze schreven me – ieder apart – een brief. Blijkbaar heeft dit project een diepe indruk op hen gemaakt. Zij zijn mensen die heel open hun wereld hebben laten zien. Iets waar ze in de theaterwereld waar ze hun monden vol hebben over hoofden en buiken en andere lichaamsdelen die spelers belemmeren speler te zijn (wat een onzin!) nog veel van kunnen leren. Hallo, culturele sector? Wanneer gaan we iets leren?
Ik heb Daan een paar jaar geleden leren kennen op een filmset. Sindsdien komen we elkaar nog wel eens tegen, meestal ergens tegen de ochtend voor een gesloten parkingdeur op het moment dat je nog net je naam kan zeggen en lachen. En nu heeft hij wederom een fantastisch nummer gemaakt. Ook daar hebben we ’t ’s nachts al over gehad…
Soms vraag ik me af of ik wel sterk genoeg ben voor deze wereld?
Soms vraag ik me af of ik wel kan wat mijn ouders en broers hebben gekund en kunnen?
Soms vraag ik me af of het wel gezond is daarbij stil te staan?
Want ge moet het zelf doen natuurlijk. En dan zijn er geen ouders en geen broers.
En ik doe het helemaal zelf, helemaal anders dan mijn ouders en broers.
En toch lijk ik op hen. Want ik ben familie van hen. En familie daar kiest ge niet voor en toch lijkt ge d’r op. Ook al weet ge soms niet dat het familie is.
En dan vraag ik me soms af of ik dan ook ga meemaken wat zij hebben meegemaakt?
En dat is niet altijd even tof…
Soms vraag ik me dan af of het me dan misschien wel juist goed zo doen mee te maken wat zij hebben meegemaakt?
Soms vraag ik me dan af of ik het misschien wel al meemaak?
De goeie dingen dan.
Soms vraag ik me dan af of ze misschien alleen de goeie dingen voor me bewaren?
Want dat kunnen zij, mijn familie…’t Zijn eigenlijk helden! Ridders die ik naspeel met mijne zoon!
En dan worden alle vragen beantwoord.
Die hele onderhandeling voor de nieuwe Vlaamse regering da’s het theater van het zichtbare. Juist, dat laat niks zien en leeft van de suggestie. In het theater kan dat fijne spanningsvelden opleveren maar in het echte leven is diezelfde suggestie als een dodelijk geweer voor onze maatschappij. Maar wat is de sleutel om al onze dromen waar te maken? Kunnen we dat niet zelf? Hebben we echt een regering nodig ook al lijkt ze meer op een dictatuur? Het is wel lachen dat het Vlaams nationalisme jaren is uitgespuwd, dat het een schande was te zeggen dat je Vlaming was dat het bijna fascistisch klonk het woord Vlaming uit te spreken en dat het nu zogezegd een democratisch gezicht heeft gekregen in de vorm van een Bart Dewever…
Als kind was ik bij het VNJ (Vlaams Nationalistische Jeugd) daar zag ik hoe die Vlaamse leeuw werd rond gedragen en las ik gedichten van Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach maar dat mocht je nooit luidop zeggen. Een tijdje begreep ik waarom. Waarom sommige mensen dat liever stil hielden. Ookal had het dezelfde schijnheiligheid als pakweg de Paus en nu is het weer gelegaliseerd om het te zeggen. Jammer genoeg heeft die hele rechtse beweging in de jaren negentig zulk een foute connotatie meegekregen dat ik nu niet meer zuiver naar dat Vlaming zijn kan kijken. Het voelt als een gekwetste ziel met een bierbuik. Het ziet er ook zo uit. Is Vlaming zijn hetzelfde als fascist zijn? Zijn de kiezers van Bart Dewever echt van bij het Vlaams belang en LDD weg getrokken? Als dat zo is dan schaam ik mij om Vlaming te zijn. Want binnen de kortste keren zullen er weer een aantal gekken op staan die in groep liederen zingen die ik als kind ook moest zingen en die in diezelfde groep weer leuzen zullen roepen om hun dikwijls dronken zielen te sussen. En met die leuzen dat Vlaming zijn weer tot schande maken. Want zoals Sven Gatz me tijdens een tijdens een Cultuurdebat toewierp; “ een mens maak je niet; een mens ben je.”. Die kiezers maak je niet die kiezers zijn dus…Arm Vlaanderen. Diezelfde Sven Gatz zit nu in het koppeloton voor de VLD. Ik ben niet vergeten waar hij vandaan komt en daarom geloof ik hem niet. Hij spreekt de woorden van zijn broodheren uit ambitie. Het theater van het zichtbare leeft van de suggestie, laat dat zien wat er niet is. Dat is volgens mij Vlaanderen. Dankzij de politiek.