Zou er zoiets bestaan als een tehuis voor woorden? Waar we met onze woorden die tekortschoten terecht kunnen? Van melkboer tot veearts, van bakker tot dokter, van man aan de loopband tot acteur? Waar we nog wat kunnen napuffen, vrij van schuld en handtastelijkheden? Geen tehuis waar mensen moe zijn en dienst weigeren maar daar waar je even kan nadenken en raad vragen als het moet. Je zou denken dat het een thuis is maar het moet een tehuis zijn want thuis kennen ze je spraakgebrek en lachen ze er mee. Zou dat ergens aanwezig zijn, buiten je hoofd natuurlijk maar dat is en blijft zo eenzaam.
Dromen in een realiteit.
Er zijn van die krassen in je hoofd die blijven hangen. Zoals een kapotte cd. Gedachten die dringend aan vervanging toe zijn. Ze maken je klein en onzeker. En toch heb je ze nodig om groot te worden, om te leren. En dromen mag altijd! Gelukkig maar…
Gemillimeterde Russiche wijven of het gras op zondag.
Roefelende vogels vliegen uit hun nest voor het maaien van het gras op zondagavond.
Zelf durfde ik er niet aan beginnen om de zondagsrust niet te verstoren en toch was er eentje – niet zo ver van mijn zondagsrust – die even z’n gras wilde maaien.
“Ben net in Kreta geweest en daar lag de gazon er zo kort bij alsof hij net gezaaid was! Ongelofelijk!”, brulde hij van boven het gezoem van z’n grasmaaier. Zelf ben ik nog niet onderlegd in het maaien en zaaien van gras. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een tuin heb, laat staan een tuin van dit formidabele formaat. Ja, ik schep op over de grootte van mijn tuin en ik ben niet van het opschepperige type. De grasmachine die ik bezit heb ik geërfd . Ja, ik heb soms geluk in dit leven en ik ben niet van het geluk hebbende soort mens. Meestal zit ik in de hoek waar de klappen vallen… Maar deze machine heb ik geërfd van de vorige eigenaar van dit huis. Het is een ouwe dieselmachine die je moet aanzwengelen en dan met een knal vertrekt. Het eerste half uur zie je niet meer dan een gigantische donkere dieselwolk boven m’n tuin hangen. Als ik mijn gras maai dan staat de brandweer van de haven van Antwerpen klaar om uit te rukken. Met maskers en al! En ik overdrijf niet.
Maar nu de toon gezet vrees ik dat ik er niet aan kan weerstaan en zodadelijk de algemene zondagsrust verstoor. Komaan mijn ouwe knaller, millimeter die groene zode tot ongekende dieptes! Ik ben er klaar voor!
En weet je wat zo gek is? Nergens anders ter wereld zijn er gekken die op zondag hun grasmaaier of hogedrukreiniger – what’s in a name- durven inschakelen.
Ik brul naar de buurman dat hij zeker ook het gluren naar de mollige Russiche wijven mist?!
Hij buigt zijn hoofd en bestudeert z’n gras terwijl z’n vrouw met Vanisch z’n onderbroeken bespuit. “Ja, hij zweet nogal tussen z’n billen!”, gilt ze naar haar bevriende buurvrouw. Het leven is aan de geniepigaards en geloof het of niet maar ik ben niet van dat soort.
Tot we tachtig zijn of is het dan te laat?!
We verschuilen ons onder onze muts van dit leven.
We nemen houdingen aan die ons beschermen, af – schermen.
Nooit opkomen voor wat we echt willen.
Dit leven lijkt een compromis.
Moet ook, zeggen de mensen.
Terwijl die woorden al te veel zijn.
Wanneer zullen we ooit onze gevoelens de vrije loop laten zonder dat het gek of raar hoeft te zijn? Wanneer?
Misschien als we tachtig zijn?
Gaan we echt wachten tot we tachtig zijn?
De storm.
Ik ga me insmeren met muggenmelk en besproeien met ammoniak want ik speel in “de Storm” mee op het Zeeland Nazomer Festival en dit op een gigantisch terrein. In deze voorstelling speel ik Ariël, een luchtgeest en de beste vriend van de eenzame Prospero. Kaartjes kan je niet bij mij krijgen maar wel tijdig reserveren op http://www.nazomerfestival.nl
artistieke dromen en bezit
Vandaag zei een collega van me dat je wel gek moest zijn om zoals die acteurs van “fc de kampioenen” al achttien jaar hetzelfde te staan doen.Ik zei hem dat ik die mensen wel begreep en onmiddellijk werd ik bestempeld als een cultuurbarbaar die niet opzoek ging naar uitdagingen in mijn leven.
En dat alleen maar omdat ik zei dat ik begreep waarom mensen er voor kiezen om 18 jaar “fc de kampioenen” te spelen. Want hoe gek dat dat ook mag klinken; acteurs zijn ook maar mensen die moeten eten, drinken…huizen afbetalen, kinderen laten studeren…. Want hoe graag we ons zelf ook op de Olympusberg plaatsen en allerlei artistieke dromen najagen er is ook zoiets als een realiteit. Daarnaast en niet onbelangrijk en bijna gek is dat je acteurs alleen maar over geld, dromen die meestal gerelateerd zijn aan bezit en werkeloosheid hoort praten. Een paradox? Daarenboven weet iedereen – en als je dat niet weet bezoek dan mijn pagina “nasporingen op werkgebied” – dat ik de afgelopen tien non stop gewerkt heb en geen enkele uitdaging uit de weg gegaan.
De collega schudde zijn hoofd, ging verder met het leeg drinken van zijn koffie die hij gelukkig niet hoefde te betalen. Ik liet hem en dacht wat je ook artistiek presteert of wil presteren bezit ben je altijd. Een oordeel is er altijd – van pers, publiek, collega’s…- omdat we ons open en bloot geven. Dat is al een keuze om trots op te zijn. Nu nog het besef.
De martelaar van de Colruyt.
Zijn er regels en wetten in de Colruyt?
D’r staan van die pijlen op de grond en vandaag maakte er mij iemand op attent dat ik in de verkeerde richting liep. En alsof dat dat nog ni genoeg was reed er in de volgende gang iemand in mijne rug. Ik keek naar de pijlen op de grond maar zag ze niet. De Colruyt plaatst in de eene gang pijlen en in de andere gang niet. In de eene gang vinden mensen dat ze je daar moeten over aanspreken en in de andere gang rijden ze in je rug. Het leven is soms heerlijk kafkaiaans. Of zou het nog zotter kunnen?
Ja natuurlijk kan het nog zotter maar daar heb ik het ni meer over want dan krijg je van die mensen die daar over willen praten en dat lijkt me alleen maar tijdverlies. Conclusie: houd uw zottigheid en laat ieder zijne weg zoeken. De laatste die dat heeft gezegd is ne martelaar geworden voor heel veel volkeren dus daar zit misschien wel muziek in. Ha – le – lu – ja!
pour les Noorderlingen: Bal in de file!
De autosnelweg stond dicht. Of zeg je dat zo niet? Er was geen beweging? File? Stilstaand verkeer? Ja, ’t is namelijk zomer en langs waar ik woon trekken horden Noorderlingen naar het Zuiden. En alsof dat je ze niet kent laten ze zich gewillig herkennen met bijbehorende sleurhut of dakkoffer en de fietsen niet te vergeten. En daar sta je dan…net van je werk en je wil maar één ding en dat is zo snel mogelijk naar huis. Stil. Naast je zo’n gezinnetje dat helemaal opgewonden voor zich uit zit te staren met in hun ogen de prangende vraag of het zuiden nog ver is? En ja dat is zo, het zuiden is nog ver. En wat ik ook niet begrijp is waarom ze allemaal langs hier rijden. In hun eigen land hebben ze een heerlijk stuk snelweg – de A 58 – waar het verkeer nooit stil staat en daar kan je dan vanaf Terneuzen oversteken en zo via Gent naar Lille en daar de keuze maken naar eender welke autoroute. En dan hoor je wel eens Noorderlingen – en ik hoor ze de laatste tijd heel vaak – die dan zeggen dat het sneller gaat via Antwerpen. Maar dat is niet zo. Niet altijd zo want als ze allemaal langs hier komen is er niks voor nodig om het hier stil te laten staan want we hebben nog geen Lange Wapperbrug of Tol tunnels…En hier komen alle nationaliteiten samen en die rijden allemaal anders en naar het schijnt rijden de Belgen het slechts van heel Europa! Dus, voor jou en onze rust kom niet langs Antwerpen als je naar het Zuiden wil want het is hier alle dagen bal. Ja, ik stond in het bal en naast me zo’n gezinnetje dat weg wil van hun dagelijkse beslommeringen en het gewoon fijn vonden om stil te staan want dat bracht hen al verder weg van hun wereld dan ze zich dagelijks kunnen veroorloven. Leve het bal, leve de file!
In de vakantie is dat zo.
Les grandes personnes ne comprennent jamais rien toutes seules, et c’est fatigant, pour les enfants, de toujours leur donner des explications.”
Antoine de Saint-Exupery, “Le Petit Prince”
Mijn buurvrouw.
Mijn buurvrouw, ik ken haar niet en zij mij ook niet.
Ze wist dat ik acteur was en haar kleinzoon is dat ook.
Ze riep af en toe naar mijn zoon en hij riep haar toe: “dag buurvrouw!”
Ze hebben haar weg gebracht. Kanker vreet haar langzaam op.
Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen ik naast haar kwam wonen, “een man met een kind…”. Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen de politie bij haar kwam aanbellen omdat andere buren dachten dat ik bomen ging om zagen. Mijn buurvrouw keek niet meer toen ik haar twee weken geleden vroeg hoe het met haar ging. Ze begon te huilen en dat was dat. De rolluiken gingen dicht, ze sliep de hele dag en mijn buurvrouw was weg.