Niet denken, het is slechts weinigen gegeven.

En hoe zou het leven er dan uit zien als je niet meer denkt?

Zou dan alles gelijk zijn.

“Is goed.” En je doet maar. Waarschijnlijk heb je wel heel veel vrienden als je niet meer denkt. Of misschien kan je in dat niet denken ook wel heel kritisch zijn en toch niet denken.Of zijn er mensen die je heel afstotelijk vinden en je misschien wel haten…

Ik behoor in ieder geval tot de categorie van de overdreven nadenkers, ik denk over alles. Zo hard dat ik soms helemaal niet meer onbevangen naar de dingen van dit leven kan kijken. Bijvoorbeeld, als ik met iemand praat kijk ik naar zijn of haar gezicht en ondertussen denk ik van alles over wat hij of zij zegt, hoe ze het zeggen, hoe ze kijken, wat hij of zij straks gaat zeggen, wat hij of zij wel niet van mij denkt en ga zo maar door… Het leven is een dan een soortement overgevoelige automatische piloot en dat is niet…(hier moet dan een woord komen dat iets beschrijft dat fijn is maar daar kom ik nu niet op, mijn hoofd zit vol.) Morgen komt mijn zoon weer en dat is heerlijk dan stopt het denken soms omdat we dan gewoon zijn en echt content zijn. In een volgend leven zal ik proberen niet meer zo veel te denken, na – te – denken en gewoon soms content te zijn. In een volgend leven…ik mag er niet aan denken.

 

Gisteren ben ik voor de voorstelling MIJN HART naar Lovenjoel geweest. In Ave Regina, een tehuis voor kinderen van 03 tot 21 jaar, maak ik een vertelling vanuit het standpunt van het kind. En weet je wat? Hoe erg het ons daar lijkt te zijn. Zo doodnormaal is dat voor die kinderen. Ze kennen niet anders dan zonder ouders of familie de dag door te brengen. Pas op latere leeftijd komt er een besef van wat ze gemist hebben en vallen ze in een(diepe) put. Het gebouw is groots, mastodont waar je in verloren loopt. Het terrein is nog grootser. Hier zie je kleine gekwetste wezentjes waarvan sommige al op vroege leeftijd zijn opgegeven door hun omgeving. Wat de reden ook mag zijn dit blijft wraakroepend. Ik kan me enkel sussen met de gedachten dat deze kinderen omringd worden met veel liefde van het team dat rond hen staat…

aars!
aars!

We gingen in première op het Hollandfestival met deze productie. Het waren fysiek zware repetities geweest. Iedereen die naar repetities en try – outs kwam kijken was ondersteboven geblazen. Op de première lieten de microfoons het afweten. Het kwam niet meer goed. We werden afgekraakt in Vlaanderen en Nederland. Maar …de Duitsers droegen ons op handen. We kropen vliegtuig in, vliegtuig uit. Het waren heerlijke tijden. Daarna nog dikwijls lang op tour geweest met producties maar nooit meer had ik nog zo de sensatie van het ontdekken van een stad, een theater als bij “AARS!”. Waarschijnlijk omdat het nieuw was voor mij en voor onze hele ploeg om daar in verre buitenlanden te zijn. Na ons kwamen er nog vele en ook bij hen – hoorde ik telkens weer- de sensatie van wat ze daar gezien en beleefd hadden. Het was de eerste keer.

 

Op deze link (klik op de “AARS”) kan je een video bekijken die om onverklaarbare reden niet wordt geladen…

AARS!

 

 

Wat een belachelijke boom ben jij.

Belachelijk recht. Wie heeft jou ooit verteld zo hoog en recht te groeien?

Jij had geen vader of moeder die tegen jou sprak.

Jij had geen woorden om uit op te kunnen maken wat er van je verwacht wordt.

Hoe wist je dan zo groot te groeien? Heb je dan nooit twijfels gehad?

Nooit gedacht; is zo recht mogelijk omhoog eigenlijk wel de goede weg?

Nooit bij het zien van een struik gedacht; o, ik had mijn takken over de grond naar boven moeten kronkelen, tot een bol van wispelturige takken?

En in de herfst nooit de behoefte gevoelt om de bladeren eens bij je te houden, omdat ze dat jaar wel erg mooi gelukt waren?

De vorm van je stam, je bladeren, geen architect of trend-watcher heeft er aan te pas moeten komen om die vorm te geven. En toch, je staat daar. Met een zekerheid waar ik jaloers op ben. Zeg mij boom, wat moet ik doen? Hoe groei ik ook zo recht mogelijk in mijn eigen stam? 

Ik heb geen naam voor of achter de naam die ik heb.

Heb niks te verbergen.

Gisteren kreeg ik telefoon van een journalist die me vroeg wat ik er van vond om als freelancer door dit bestaan te gaan. “Is dat dan nieuws?”, vroeg ik hem. “Ja, want blijkbaar hebben enkele acteurs een manifest geschreven waarin ze hun onvrede uiten over het feit dat er zo weinig werk is.”

En ja, dat is zo. En ja, ik ben niet gemaakt voor dit bestaan en weet niet hoelang ik het ga volhouden. Probeer er nu al bijna elf jaar van te leven en het lukt me goed. Maar hoe lang weet ik niet want ik heb nog contracten tot oktober ’09 en dan weet ik het niet. Nog niet, maar dat is eigen aan dit bestaan. Het bestaan als artiest,  dat je niet weet wat er komt.

En dat is ook zo in mijn leven, ik bedoel niet alleen in mijn artistieke bestaan want er is nog een leven helemaal er naast en dat leven is bij wijle wreed intens want voor de liefde ben ik te kolossaal – dat is zowel fysiek als mentaal – en als vader ben ik student in een levenslange leerschool waar ik gelijk de moeilijkste graad probeer te halen.  Maar wat ik wil zeggen is dat of het nu in de liefde is of als vader of…het gaat om de mens die de kern is van dit leven en dat vergeten mensen zelf nog wel ‘ns. Mensen die heel hard bezig zijn met te over – leven, theatermakers die alleen ook alleen maar bezig zijn met te over – leven en geloof me, op een dag lopen ze zichzelf voorbij en zien ze dat het beter was vanuit de mens te vertrekken in plaats van een doel te willen bereiken.  Ik heb zelf ook moeten leren maar heb het nu wel begrepen, hoewel…

 

Het waren geen zingende zeepaardjes of voetballende vissen.

Nee, mijn vat vol fantasie, mijn zoon, had het over hoe ik als deze liefde niet zou lukken maar een ander moest gaan zoeken. Hij was er zelfs vrolijk over. Een vliegtuig donderde voorbij.

Een uur later belde mijn geliefde en zei dat het over was.

Mijn liefde bloedde leeg.

Pappetetap.

De zon stond stil.

Pappetetap.

De wereld deed een poging om te stokken.

Pappetetap.

En ik stond daar.

Pappetetap.

Mijn kind in mijn armen.

Pappetetap.

Voor de zoveelste keer.

Pappetetap.

 

 

Het is stil in mijn huis. Mijn buren berekenen met een vergrootglas hoe lang je onnatuurlijk kan doen alsof alles heel natuurlijk is. De sterielheid van een tuin. Ben wel benieuwd mocht er ooit eens een storm over hun biotoop woeden. Zouden ze dan alles beginnen te herstellen zoals het was of zouden ze het laten en de natuur haar werk laten doen? Misschien moet ik straks maar proberen om een plaatselijke cycloon te veroorzaken? Het zou hen waarschijnlijk niet eens opvallen…. Vandaag is een overgangsdag en het is stil mijn straat. Er zitten twee vliegen op mijn venster en koning Boudewijn is vijftien jaar geleden onderuit gegaan in Spaanse Motril. Het gekke was dat ik toen op rondreis was in Spanje toen hij daar de geest gaf. Enkele dagen voor zijn dood had ik nog naar het koninklijke domein staan kijken. Voor de rest is er geen reet te zien in Motril. Beetje later zaten we in de Siërra Nevada in een soortement van hippiekolonie en toen we daar wakker werden hoorden we dat onze koning overleden was. Mijn vader is hem gaan groeten op het paleis in Brussel. Mijn vader was een goede vriend van onze vorst. Toen Boudewijn hals over kop koning werd moest mijn vader, toen onderofficier bij de Belgische Marine, met zijn troepen voor deze vorst paraderen bij de verschillende “blijde intreden” in de grootsteden van dit land. Bij deze gelegenheden knipoogde mijn vader naar onze koning en – volgens de overlevering – knipoogde de vorst terug en zei,”ha, daar heb je Perceval weer!”. Het waren de dikste maatjes maar Boudewijn is nooit bij ons thuis geweest, althans niet in levende lijve. Maar als hij zijn verschijning op televisie maakte werd het muisstil in huis om op te vangen wat hij zei. Wat daarop volgde was een avond waarop we onze koning elk om beurt imiteerde en vooral zelf heel hard lachten. Niemand begreep deze spottende adoratie maar wij wel.

Ik begin te lachen en ga een pintje drinken en doorbreek de stilte die hier in huis hangt.

Ik zit op het internet. Meer dan ooit. Ben aan het zoeken voor mijn veel te veel aan werk en dan is het internet fantastisch. Je komt op een idee , een onderwerp en bovenaan links van je pagina “Google” je het en je weet meteen alles behalve…datgene wat je echt wil weten. Dat moet je dan meestal nog bij elkaar sprokkelen. En het klinkt misschien moeilijk maar dat is het niet, ik vind het fantastisch. Voor de rest heb ik geen of weinig vrienden behalve…op het internet! Facebook, hyves, noem maar op, via al deze kanalen wordt ik gepookt en bestookt met aanvragen tot vriendschap. Heerlijk met een grote K…Een k van kak want het zijn natuurlijk niet echt allemaal vrienden. Sommige ken je van ziens of heb je al eens wat mee gesproken maar echte vrienden zijn het niet. En dat klinkt misschien moeilijk maar dat is het niet, ik vind het fantastisch.

 

Toen ik als ober in het Crest Hotel werkte in Antwerpen moest ik ooit eens een receptie verzorgen in een obscuur achterkamertje van de één of andere datingclub. Deze mensen kende elkaar, we spreken van het jaar 1990, via de telefoon. De gezichten ontmoette de namen door middel van grote stickers op de deelnemers hun revers. Deze mensen hadden elkaar werkelijk doodgeluld via de telefoon maar keken elkaar als bange muizen aan toen ze elkaar voor ’t eerst zagen. Je kon de stilte aanraken. Ze kwamen in aanraking met elkaars werkelijke identiteit. En natuurlijk kan je vandaag nog gesofistikeerder  te werk gaan – dankzij het internet – om je identiteit zo maximaal mogelijk te vervalsen toch blijf ik het fantastisch vinden dat je toch al een beeld kan hebben van iemand –ookal is het niet echt.

Vandaag had mijn zoon van vier zijn laatste schooldag. Toen hij in september voor het eerst  naar deze school ging woonde we nog rustig met ons tweetjes samen in een tip top appartementje. Na een zomer waar ik van dacht dat de zon nu voor goed de liefde uit mijn leven had gebannen. En nu, wonen we in ons eigen huis, ’t is nog een beetje kamperen maar mijn goeie vriend Jan heeft nu mooie plannen gemaakt zodat we snel aan de verbouwingen kunnen beginnen en ja, ik geloof weer in de liefde. Het was een stormachtig schooljaar.

Elke week dat mijn zoon terug kwam – we doen co –ouderschap – was hij weer veranderd; groter, wijzer…Elke vrijdag namen we afscheid aan zijn klasje om dan een week later weer daar te staan. Elke vrijdag sta ik dan even stil bij dit leven, hoe fijn het is als hij er weer is of hoe kijk terug naar een mislukking in mijn leven als hij weer weg is. ’t Was het beste wat kon zijn en gebeuren. Het schooljaar is nu voorbij. En samen met hem zet ik een punt achter een wreed donkere periode. Nu is de zomer daar, ik ben blij, heb veel werk en het mooiste wat er bestaat; de schaamteloze liefde staat voor de deur, klaar om binnen te vallen.

 

Langs deze weg groet ik mijn collega’s van “Mefisto” en “Wolfskers” (weet dat ze dit lezen), twee Toneelhuisproducties die ik graag heb gespeeld en die nog een lange weg gaan afleggen in de binnen- en buitenlanden. Ik ga niet meer mee omdat ik meer thuis wil zijn en omdat mijn ambities in het theater verandert zijn.  Zij vertrekken volgende week voor wat een lange tour wordt, ik kus hun en als ik durf zal ik nog wel eens komen kijken.

 

Viva zomer, ik omhels u.