‘Al wat beweegt zal in beweging blijven
. Erop en/of eronder: een keus is er niet.
Niets dat beklijft en alles zal verdwijnen.
Je leven een vuurwerk … of niet’, schreef Simon Vinkenoog. In 2006 had ik de eer met deze man te mogen samen werken in het kader van “Beats”, een productie over de beatgeneration. In Haarlem en Groningen vervoegde hij ons met zijn fantastische teksten en persoonlijkheid. Blijven lezen. Blijven lezen.

Als ik een voorstelling maak ben ik altijd opzoek naar het goeie evenwicht en soms wil ik alles gewoon omver duwen. Dat doe je dan of durf je niet. Als ik schrijf twijfel ik de hele tijd aan de woorden en wil alles schrappen maar wat blijft er dan over? Is dit dan essentie of is het leegte of onkunde? Het leven geeft je vorm en holt je uit en dat verandert dagelijks dus is het altijd anders of is dat ook maar een gedacht?

Sic Transit Gloria Mundi, wat zoveel wil zeggen als: zoekt is een ander job.

Gisteren kwam ik iemand tegen en terwijl ze tegen me stond te praten wist ik dat ik ze niet wilde tegen komen. Geloof me, dat heb ik met ongeveer iedereen die ik tegen kom. Ik kom namelijk niet graag iemand tegen. Omdat ik mezelf niet geloof als ik met iemand sta te praten die ik “tegenkom”. Ik heb een gefakte interesse omdat ik niet gevraagd heb om die of die tegen te komen. Nu ja, ik was ze dus tegen gekomen en ik vroeg haar of ze iets wilde drinken en dat wilde ze wel want ze vond het “o zo gezellig om mij nog is tegen te komen!”. Aaargh…een golf van weerzin stuwde door mijn lichaam maar ik beet door en ging met haar op een terras zitten. Ze vertelde dat ze me volgde “in de pers” en dat ze vond dat ik goed bezig was en daarbij kon ze het niet laten om altijd maar weer aan mijn lijf te zitten alsof ik haar goed kende. Alsof ik gevraagd had om haar hier tegen te komen.Niet dus. Toen ik haar vroeg wat zij deed antwoordde ze me kort en bondig: “vast benoemd.”. Ja,zo zei ze het, alsof ze een hardgekookt ei wegwerkte: “vast benoemd”. Ze was dus geboren, had gestudeerd, had van alles gedaan tot ze nu vast benoemd was. Dat was duidelijk haar droom. En terwijl ik met haar zat te praten over hoe vast benoemd ze was herinnerde ik me dat ze inderdaad zelfs vroeger al zoiets van vast benoemd had.In alles wat ze deed eigenlijk; als ze fietste fietste ze zo dat ze niet meer van die fiets af moest. Ik weet nog dat ik met haar paardrijlessen volgde en dat ze toen op die manege rond liep alsof ze net vast benoemd was tot iets in die manege, ik weet niet wat. Laat uw fantasie werken, hé. En ja, en ik heb nog paardrijlessen gevolgd omdat ik nen bange schijter was en mensen vonden dat me dat zou helpen om ne minder bange schijter te zijn maar dat deed het dus niet. Dat paard reed met mij. Ik zat daar zomaar wat op en dat beest wist precies hoe het moest rijden en welke stap wanneer. Op het einde van elke les reed dat paard met mij op zijne rug terug naar zijnen box. Ik moest daar niks voor doen.

En daar zat ze dus; madameke “vast benoemd”. En ze taterde maar over hoe verschrikkelijk vast het was en dat ze al echt met vanalles moesten afkomen om haar daar weg te krijgen en al en al.

Awel, ik heb dat niet. Sterker nog, ik heb bijvoorbeeld dikwijls heel goeie ideeën of neem initiatieven die dan daarna door zo’n soort madameke “ vast benoemd” onder mijnen neus worden weg gepikt. En die daar dan gaan opzitten als een kip op een ei tot ze “vast benoemd” zijn. En ik zal is iets vertellen, ik vind dat niet erg. Ik vind het niet erg dat er mensen met mijn ideeën aan de haal gaan en daar dan héél lang gebeiteld mee zitten. Maar ik heb gekozen om dat niet te doen. Ja, ik was een tijdje verbonden bij allerlei theaterhuizen maar omdat ik niet meer in het plaatje paste ben ik er weg gegaan. En natuurlijk is dat ambetant want ook ik heb een huis af te betalen, ook ik wil graag iets opbouwen zonder de hele tijd met de schrik in mijn broek te zitten dat het morgen allemaal gedaan is maar ik probeer dat voor te zijn. En geloof me, dat is een hele karwei maar dat is ook mijn bestaansreden, noem het; over – leven. En het is waar dat ik blij zal zijn als er een beetje rust is maar ook daar werk ik aan.

Ik nam afscheid van de zilte geur van het vast benoemde en ging verder.

Ik wipte nog even bij de bakker binnen die duidelijk aan vakantie toe was – dat vertel ik later wel- en stond aan het rode licht te wachten toen ik daar een man tegen kwam die ik nu graag tegen kom. Waarom?

Omdat ik hem letterlijk om – de- vijf – jaar – tegen – kom. Zoals jullie wel weten is mijne zoon veel te vroeg geboren en zijn zoon was ook te vroeg geboren en lag samen met mijne zoon in een grote warmte- kamer te groeien. Ik speelde in die periode “de Leenane trilogie” in een regie van Johan Simons. Dat was een vieruur durend spektakel en dat bracht met zich mee dat ik dikwijls pas midden in de nacht terug in de stad was. En dan ging ik in het midden van de nacht naar mijne zoon. Zo, langs de spoedgevallen, naar boven. En dan nam ik hem en legde hem op mijnen buik. Zo heb ik hem ook in ne nacht voor het eerst een fleske melk gegeven. En die andere vader dus was daar ook soms in de nacht of dan toch zeker overdag.

Heerlijk. Ik vroeg hem hoe het met hem was en hij vertelde me dat hij juist z’n job verloren had en als hij na de zomer niks nieuws had hij dan failliet was. Ik stond er bij en keek er naar want ik ken het gevoel; het over-leven gevoel. En dat is niet fijn. Bij mij is het deels een keuze, het hangt samen met dat idioot beroep dat ik uitoefen en ook met wie ik ben. Ik sta namelijk nooit op mijn strepen waardoor ik er langer over doe dan veel grotere knoeiers in dit beroep om te geraken waar ik wil geraken. En weet wat ik zei? Ik,broekschijter nummer 1?

Ik zei tegen hem: “kalm blijven.”. Ik zag dat hij begon te huilen en toen probeerde ik hem op te monteren door naar zijn kinderen te vragen maar dat was dus een foute keuze, hij huilde nog luider. Niks hielp, hij gooide het netje sinaasappels dat hij bij had op de grond en liep weg. “Tot binnen vijf jaar!”, riep ik, “En kalm blijven.”.

Tja, wat had ik moeten zeggen: “zoekt u een ander job.”. Was dat beter geweest misschien?

Ge kunt niet denken in een ander zijn plaats.

Zat gisteren in Het Paleis in Antwerpen waar een boek werd voorgesteld, “uitgelicht”. Het boek geeft een idee van hoe en wie in het Paleis werkt en komt kijken. Het Paleis bestaat tien jaar en daarom geven ze dit boek uit. Een aantal mensen blikken in dit boek terug op producties die veel voor hen betekende. En wat zie je dan? Producties zoals Honingbijen,Wortel van Glas, Prookjes en U bent mijn Moeder staan bij vele bovenaan hun lijstje. Een meisje vertelt hoe ze wel drie keer naar Prookjes is komen kijken en oudere vrouw schrijft dat ze door U bent mijn Moeder de humor van het dement zijn van haar moeder heeft ingezien. Wel, dames en heren, dat doet goed. Ik weet, het lijkt op een herbevestiging van wat allang door velen bevestigt is maar toch voelt het goed te weten wat je met theater kan bereiken. Ik ga door!

De wereld zinkt in mijn schoenen.

Dees doos is alle wa da’ k heb.

Ik zen ni ongelukkig.

Nee,ik zen soms wa verloren.

Dees leven is ni ça va.

’t Zijn leugenaars die dat zo noemen.

‘k heb mijn vrouw,

mijn grote liefde tot in ’t diepste van mijn tenen

verloren

omda’k kwaad was in dees leven.

Kon daar niks aan doen.

‘k zen zo geboren.

Dees doos is alles wa da’k heb.

Mijn moeder hee mij dat voorbeeld gegeven;

Spuwt op ’t leven dan staade altijd sterk!

Ze liep ook soms verloren.

Z’e gelogen over dees leven

Om ’t overleven ee ze nooit van haar hart gegeven.

Dees doos is alles wa da’k heb.

‘K eb twee flinke dochters.

De schoonhed zelve.

Ik zien ze hier soms voorbij paraderen.

Ze doeng of ze mij ni kennen

Dees doos is dan ook alles wa da’k nog heb.

En as ‘k goesting heb om te spuwen.

Dees leven te lijf te gaan.

Dan gaan ik in hoekske van de statie staan.

Daar waar de treinen hunne mist uitspuwen en ik roep de liefde van mijn leven heure naam.

Toen ik gisteren thuis kwam stond er op de hoek van de straat een speciaal interventie team van de politie. Van die boomhoge gasten met bivakmutsen en al, klaar om ergens binnen te vallen. In de buurt waar ik  woon woonde vroeger ook Karel Deschutter, de huurmoordenaar van Karel Van Noppen.  En toch vraag ik me dan af, terwijl ik die gasten daar zo zie staan, hoe het leven van die of geene nu verder gaat. Ze pakken hem of haar op en dan…dan is het gedaan, denk ik dan. Of zou het echt zo zijn dat die mensen die ze oppakken het hen niks kan schelen? Of komen ze echt snel weer vrij? Nu ja, wat het ook mag zijn, ik zou het verschrikkelijk vinden…Ik zou vooral het contact met mijn zoon missen en het niet meer mogen gaan en staan waar je wil. Zou het echt zo zijn dat je de eerste weken alleen maar wil huilen en dat dan niet mag omdat je opgesloten zit tussen allemaal stoere mannen met straffe verhalen? Ik vraag het me af en wil het me verder blijven afvragen zonder het te moeten ondervinden. En toch, Ooit ben ik ‘ns in de cel beland omdat ik te veel had gedronken en de politie van Antwerpen over – ijverig waren/ zijn in het zich bezig houden met futiliteiten. ’t Is waar hé, plas tegen een boom en ze pakken je op maar pleeg een moord en ze doen alsof ze heel veel moeite moeten doen om je te vinden terwijl… iedereen weet dat als je een moord pleegt je je daarna zo onopvallend mogelijk tussen de massa moet bewegen omdat je anders opvalt en je mag niet opvallen. Iemand die een moord pleegt zal niet daarna tegen een boom staan pissen! Dus de politie moet zich niet concentreren op die zingende zot op z’n fiets maar meer op die grijze mus. Da’s een tip, hé!

Toen ik zo in die cel zat dacht ik, “nooit meer. Dit flikken ze me nooit meer.” Het machtsgevoel van die onbenullig- blauwe- dik- buiken omdat jij daar zit is met geen pen te beschrijven. Daarna verdrinken ze je in hun mallemolen van regels en wetten en die ze interpreteren zoals ze het begrepen hebben in les 1 van “ik wordT polis”. Afin, één troost is dat als je een moord pleegt of je doet iets anders wat echt niet door de beugel kan je moet zien dat je boven aan de ladder staat. Echt een wreed dik betaalde job, waar je nog meer krijgt als je ontslagen wordt. Da’s de kunst, dan laten ze je met rust. Dat zien we elke dag in ons kleine landje…