Zoals mensen eindeloos kunnen leuteren over hoe ze dingen in de toekomst gaan besluiten vergeten ze soms om dingen te beslissen en blijven ze leuteren over het en waarom ze zullen gaan belissen als ze dat eene dan beslist hebben. Daar gaan duizende vergaderingen over, mensenlevens blijven onbeslist ronddobberen omdat ze nog niet tot een besluit zijn gekomen over wat ze ooit zullen beslissen. Hier en nu iets beslissen is blijkbaar voor de mensheid heel moeilijk. Dan kom je in dit soort situaties; “laten we er nog even over beslissen of we zullen beslissen over datgene wat tot een besluit moet lijden.” Laten we beslissen het hier nooit meer over de besluiteloosheid van de vezel mens genaamd te hebben of iemand anders zou iets anders belissen en dan kunnen we er misschien wel over praten. Einde beslissing.
Wie is Electrabel?
Ik heb vorig jaar een huis gekocht. Dat huis bestaat uit twee appartementen. Ik woon voorlopig in het bovenste appartement in afwachting van de verbouwingen. Vorige week kreeg ik van Electrabel het heugelijke nieuws dat ik voor het benedenverdiep centjes terug trok, logisch want dat verdiep staat leeg en daar wordt niks verbruikt. En dat ik voor het appartement dat ik betrekt 918,30 euro moet bijbetalen. Ik verbruik dus veel meer dan mijn voorganger hier. Dat kan en dat vindt Electrabel ook en dus hebben ze, naast de berekening van mijn verbruik, een flink forfaitair bedrag bij zowel elektriciteit als aardgas gerekend. Dat trekken ze dan later weer af maar niemand kan me zeggen waar deze bedragen vandaan komen. Wat de logica is? Ik vraag het aan de energielijn stuurt en die stuurt me naar de post, de post zucht en zegt dat ze van Electrabel ook geen uitleg krijgt. Ik vraag het via het elektronische vragenformulier van Electrabel maar nog steeds is het windstil. Wie is die Electrabel? Is dat echt die oude man die de fondsen van prins Laurent beheert? Ik heb vorige week op het nieuws gezien dat hij d’r moe uitzag maar hij verdiend goed me dunkt en als je goed verdiend moet je d’r ook iets voor over hebben, hé! Ik stel me nu voor dat hij vermoeid aan zijn tafel zit met naast hem prins Laurent en dan zijn ze hun geld aan het tellen en dan flikkert er een lamp. Ze kijken beide naar boven, naar de flikkerende lamp dus, en dan zegt Laurent:” we moeten een maatschappij oprichten die zoiets tegen gaat.” En dan zegt zijn fondsenbeheerder: “maar dat bestaat al heel lang, dat heet Electrabel en daar vragen we veel geld en geven geen uitleg en het strafste van al is dat is dat niemand protesteert.” En dan gaat de camera naar beneden en zitten op een oneindige berg van overschrijvingsformulieren. En daar helemaal beneden zit een kantoorklerk met een groot rekenmachine die zich dodelijk amuseert met allemaal cijfertjes die door de lucht dansen als van die lichtlijnen. En de slagzin is: “Electrabel, niemand die weet dat hij zo heet.” En daar dan een lachend lichtgevend gebit achter van de fondsenbeheerder van prins Laurent. Kafkaiaanse toestanden, dames en heren. Ondanks alles blijven ze het in stand houden. Ik weet niet wie het nog leuk vindt maar het is er nog steeds!
Mijn lijflied!
Mijn lijflied.
Dit nummer heeft me al in vele stadia van mijn leven gezelschap gehouden…Ik ben opgegroeid met Jacques Brel in de omgeving. Hij brengt zijn teksten met een gevoel voor gevoel. Iets wat lijkt te verdwijnen, niet meer mag, onhandig is, of dat alleen nog in krampachtige vorm schijnt te bestaan. Misschien is dat dan wel liefde?
de maan.
Nog nooit stond de maan zo laag.
Alsof ze jouw huid wilde kussen.
Je ruiken, voelen.
Nog nooit stond de maan zo laag.
Ik kleedde je uit en je gouden huid schitterde tegen het firmament.
Het waren wij alleen.
Nog nooit stond de maan zo laag.
En verlichtte de hemel.
Alleen om bij jou te zijn.
En haar ogen te sluiten voor de rest van de wereld.
In je dromen.
Ik hoor een deur dicht slaan. Ik schrik wakker. Ik hoor het gezoem van een mug.
Ik hoor de nacht ruisen en dan roept er iemand: “Ik haat u!” .
Het is donker, alles is gestopt met bewegen. Alles, ook de spinnen zitten roerloos in hun web onder je kussen. De mug stopt met zoemen en dan hoor ik weer een deur dicht slaan.
Gesnik in de gang. Ik trippel met mijn slaapvoetjes tot aan de deur en open ze voorzichtig.
En daar in de gang staat een meisje te huilen.
Ze lijkt wel een prinses, ze heeft de mooiste kleren aan.
En daar sta ik dan naar haar te kijken in mijne pijama.
De kou van de wereld klopt onder mijn voeten want hoewel het hier nacht is werken de ijsberen aan de kou. De kou moet blijven ook ’ s nachts!
Een ijsblok drijft voorbij…. zomaar in het midden van de nacht.
Hij is van ver afgedreven om hier kou te mogen zijn en dan te smelten onder de warme lucht.
Die warme lucht die uit de woestijn naar hier komt gewaaid.
Ja, want als het hier nacht is poken ze in de warme landen het vuur op om onze huiden straks te mogen verwarmen.
En het meisje staat te huilen.
Ruzie in de nacht.
Ik moet haar troosten, ik zal haar troosten.
Ik neem haar in mijn armen en trek haar mee in mijn bed.
Mijn bed, een luchtschip vol piraten die haar zullen beschermen tegen al het geruzie van de nacht.
“Schip ahoi, kameraadjes!”
De tranen van het meisje drogen op door de warme landlucht die onder mijn dekentje vandaan komt. En ik voer haar mee. Door de lucht waar we vechten met wolken en sterren en schimmen en schaduwen die we zelf maken met onze pillamp. Laat ze maar komen, al die spoken die ’s nachts door onze hoofden dwalen. Die ruzie zoeken of ons willen duwen in die afgrond waar we dan toch overvliegen. Want ’s nachts, in je dromen kan je alles en ben je alles.
En dan zou ik de nacht willen stilzetten en voor eeuwig bij haar, bij dat meisje willen blijven maar dat gaat niet.
Want de tijd loopt door.
lieve trouwe nacht.
En de nacht doet pling plong
En je valt in een diepe slaap.
Pling – plong.
Het is je hart dat je leven over neemt.
Pling plong.
Je moet er niks voor doen.
Pling – plong.
Je hart.
Pling – plong.
Dat alles probeert om de goede dingen te onhouden en de slechte uit je hoofd weert.
Pling – plong.
En de sterren.
Pling plong.
De sterren doen pling – plong en verlichten de wereld.
Pling plong.
En zo is de nacht niet die donkere nacht waar je van denkt dat je hem niet zal kunnen overleven.
Pling – plong.
Nee, de nacht is lief en doet je zweven.
Pling – plong.
De nacht is zacht als een veertje.
Pling – plong.
Lieve nacht, ik laat me vallen.
Pling – plong.
Ik laat me vallen in je armen.
Pling – plong.
Je zal er elke dag zijn dat weet ik zeker.
Pling – plong.
Lieve nacht, ik wil met je trouwen.
Pling – plong.
Ik weet dat jij er altijd zal zijn.
Pling plong.
Lieve trouwe nacht.
wortel van glas.
Binnen een maand is het zo ver dan neem ik afscheid van “wortel van glas“. Als je het wil zien vergeet dan niet te reserveren! tot dan! stefan p.
de dageraad.
Vandaag was ik te gast in de dageraad, een school voor buitengewoon onderwijs. De meisjes en jongens van het observatiejaar hadden gewerkt rond het thema:”vriend en vijand”.
Wat er uit hun pennen was gevloeid was verbluffend. Sommige mensen beweren dat deze mensen in deze maatschappij “verloren” zijn. Diezelfde mensen beweren dat we ons moeten specialiseren en diezelfde mensen beweren dus, vanuit een bureel ergens in dit verdeelde land, dat de kans dat deze mensen in een het normale werkverkeer terecht komen zeer klein is. Wel, ik heb goed nieuws; als deze bevolking bestaat uit 99% grijze massa die een poging doen om zich te specialiseren dan is de groep die overblijft en die door diezelfde “psychologische neuzelspecialisten” wordt bestempeld als restmassa die geen doorgroeimogelijkheden kent.
Dan zijn die mensen, of toch een deel van hen, het werkelijk creatieve brein van deze wereld. Want zij functioneren, heel misschien, niet op commando. Zij zullen verloren lopen in grote structuren. Maar wat ik vandaag zag was creativiteit en durf die in deze maatschappij voor het overgrote deel van de tijd ver zoek is. Elk van die mensen hebben hun redenen –zoals jij en ik- om te zijn zoals ze zijn. Maar deze mensen zijn verdomde uniek en zouden in plaats van aan de kant geschoven te worden en behandeld als debielen verder gestimuleerd moeten worden in hun creativiteit. Zoniet laten we heel wat talent lopen en komen deze mensen hun talenten verkeerd terecht.En ooit op een dag ontdekje dat en dan kan je twee dingen doen; dat talent aanpakken en er autodidactisch alleen mee verder, zo is er een heel naoorlogse generatie, of… ontploffen. Alles heeft uiteindelijk te maken met wie je nog tegenkomt in je leven, wat en waar. Maar als we de cirkel voor hen niet doorbreken op jonge leeftijd dan lopen ze heel grote kans om in het patroon terecht te komen waar de grijze massa en de inspectie vind dat ze zich moeten bevinden. Ik gil nog driewerf hoera voor de mensen van de Dageraad. Wreed chapeau en zo blijven voort doen!
een heel klein beetje.
Mijn zoon zei me daarstraks dat hij niet naar me wil komen. Ik vroeg hem waarom. “Je bent te grof.”, fluisterde hij en liep van de telefoon weg. Ook al zijn het maar woordjes van een vierjarige en ook al ben ik van metaal, toch plooien zulke woordjes dit metalen frame. Met een kloppend hart sta ik straks voor de schoolpoort en hoop dat hij toch een héél klein beetje blij zal zijn als hij me ziet…
de zondagse wandeling!
“De stilte vult de ruimte. Een ballon vol stilte. Snuif…de geur, het getrappel van hun voetjes. Precies paarden maar het zijn acteurs.”
Nu zondag maak ik voor het Paleis een “zondagse wandeling”. Doel van dit project is mensen die van het bestaansminimum leven de kans te bieden om kennis te maken met wat theater zou kunnen zijn. Bij vorige edities van dit project kwamen er slechts een handjevol mensen opdagen en dat omdat de drempel nog steeds te hoog is! Ditmaal is er een kunstmatige drempel om over te stappen in de wondere wereld van het kijken, voelen en luisteren te duikelen, ook wel theater genoemd. Moest je goesting hebben om te komen reserveer dan even een plaatsje op www.hetpaleis.be. Want iedereen is welkom en als je denkt, “hey, die leeft waarschijnlijk van ’t bestaansminimum.” Dan zou je je daar wel eens lelijk in vergissen.
“Voel het fluweel, het dansen, de mensen naast jou. Voel!”
