Dit weekend komt de sint. Mijn zoon gelooft enorm in de goedheid van deze heilige man. Graag ga ik mee in zijn dromen en bouw ze op met wortels en klontjes suiker. En dan het verhaal als hij je ’s ochtends uit bed trekt . “papa kijk, ze hebben pepernoten achter gelaten en ze zijn met hun zwarte vingers aan mijn boek geweest.”. Ik keek naar mijn handen en zag dat ik de verf er nog beter moest afwassen maar hij zag het niet.

En dan moet ik soms terug denken aan de tijd dat ik zelf kind was en – met een boekje van een speelgoedwinkel – naast mijn moeder stond aan te wijzen wat ik allemaal wilde van de goedheilig man en ze zei, “gij weet ni wat da kost,zeker!?” En toen wist ik dat alles wat sint was niet meer was dan een commerciële machinatie maar ik ben er wel in blijven geloven.

Nog steeds krijg ik kriebels als ik de sint zie van ver of dichtbij. Dit jaar hebben we met mijn zoon drie uur staan koukleumen tot de sint van Ketnet zijn intrede maakte in de stad. We stonden vlak bij de aankomst plaats. Ik ken de sint van Ketnet van ander werk waar we soms samen vertoeven, hij zag ons en kwam op ons af en gaf mijn zoon een hand. Mijn zoon liep de hele dag als gehypnotiseerd rond want de sint van Ketnet is de echte sint.

Na de proefsessies beginnen we vrijdag aan het echte sintwerk en het is zo fijn te zien hoe het geloof in deze gebeurtenis zo onvoorwaardelijk kinderlijk kan en mag zijn.

Voor Greet,

Daar stond ze en ze vertelde dat ze geen werk vond. Ze werkt in een homo restaurant waar zelfs balletjes in tomatensaus “spicy balls” heette. Maar ze wilde spelen want ze was actrice. En dat lukte niet althans,  nu even niet want ik had haar gezien als sneeuwwitje en samen met mijn zoon wilde we haar redden maar één of andere vrijer viel in haar armen en eiste haar op. Onze sneeuwwitje was bezet en nu had ze geen werk en ze had geen lief en ze ging naar feestjes om mensen tegen te komen en te praten en af en toe een sporadische wip te plegen.

Maar ze wilde zo graag spelen en dat lukte niet want ze heeft een huisbaas die veel langs komt en haar zegt hoe ze wat moet doen zodat hij zich er niet aan ergert. Sneeuwwitje kan ze niet eeuwig spelen dat weet ik ook wel maar wat volgt er na sneeuwwitje?

Zie hier, ik wist het niet. Een dronken cultuurbarbaar feliciteerde me met de “internationale erkenning”. Ik wist niet waar hij het over had. Ik ben gaan zoeken en ja hoor, zie!

“Vlaams cultuurminister Bert Anciaux start deze week in samenwerking met de vier kunstensteunpunten een internationale promotiecampagne voor ongeveer 150 kunstenaars, ensembles of gezelschappen uit verschillende kunstendisciplines: architectuur, audiovisuele kunsten, beeldende kunsten, muziek en podiumkunsten. ARTS FLANDERS 08 bevat vijf publicaties en bijhorende dvd’s of cd-roms die telkens een prikkelende staalkaart bieden van zowel gevestigd als jong talent. Per discipline worden ook de recente tendensen besproken. Voor de selectie stonden de vier kunstensteunpunten garant: het Vlaams Architectuurinstituut (VAi), het instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst (BAM), Muziekcentrum Vlaanderen en het Vlaams Theater Instituut (VTi). De inhoud van de publicaties zal tweejaarlijks geactualiseerd worden.

De compilatie podiumkunsten stelt de individuele kunstenaar centraal en is een staalkaart van het diverse aanbod op de Vlaamse podia. Voor de publicatie selecteerde VTi 31 portretten van eigenzinnige makers – performers, choreografen, theatermakers… – met internationaal potentieel. De aanvullende cd-rom bevat videocompilaties met fragmenten die de artistieke stem van elke geselecteerde verduidelijken. De videofragmenten zijn ook te bekijken op de homepage van VTi: www.vti.be. De geselecteerde kunstenaars zijn: Simon Allemeersch, Mesut Arslan, Heine R. Avdal, Chokri Ben Chikha, Ugo Dehaes, Andy Deneys, Manah Depauw, An De Donder, Tom Dupont, Mette Edvardsen, Ruud Gielens, Inne Goris, Tarek Halaby, Mieja Hollevoet, Mette Ingvartsen, Eric Joris, Edit Kaldor, Stef Lernous, Kate McIntosh, Bart Meuleman, Hanneke Paauwe, Stefan Perceval, Arco Renz, Raven Ruëll, Wayn Traub, Tine Van Aerschot, Lotte Van den Berg, Hans Van den Broeck, Sanne van Rijn, Benjamin Verdonck en Kris Verdonck.

De publicaties, dvd’s en cd-roms werden vormgegeven door Geoffrey Brussato en zijn in het Engels opgesteld. Via de internationale culturele attachés, de Vlaamse vertegenwoordigers, Internationaal Vlaanderen en de internationale pers zullen ze nog voor het einde van het jaar hun weg vinden naar het buitenland. De verschillende steunpunten zorgen binnen hun discipline ook voor een afzonderlijke internationale communicatie.”

Er leefde eens een vorst,

O, ’ t is lang geleden,

Hij wordt nog steeds genoemd,

Zijn grappen en zijn wijsheid zijn wereldberoemd.

 

Soms was hij incognito

Ook koningen hebben soms verschrikkelijke dorst.

 

Hij had vele kinderen,

Hoeveel , niemand die het wist

Onze koning was nen tist.

 

Met zijn kinderen had hij geen echte band,

Af en toe wat officieel gespeel

De koning was waarachtig fideel.

 

En toen viel het land in crisis.

De koning wist van niks ni en vroeg een en kreeg een groter deel.

 

Het land begon te snijden,de ramen aangedampt

Het volk begin hem te benijden,

De koning was een ramp.

 

Zijn vrouw, gebarsten en levensmoe,

Gooide hem den asbak toe

En riep in haar schoonste Italiaans:

“Albert, dit is uw laatste kans!”

 

De koning boog zich voorover en nam een flinke snuif

Daarna begon hij te vliegen als een vederwitte duif.

 

’t Was gedaan met de koning,

niet meer dan een huurling met een spons in de maag.

Maar waarom was hij koning?

Dat blijft nog steeds de vraag.

Ze  tikt met haar stok, tok, tok, tok,

Bibberend,

Hinkt ze door het bos.

Kijk, wat kromt ze op haar stok.

Ze is zo stijf, dat ouwe vrouwke.

 

Vingertintelend, krak, krak, krak,

Kromt en kraakt zij takje na tak,

Kon ze nu maar lopen!

Zat gisteren in Het Paleis in Antwerpen waar een boek werd voorgesteld, “uitgelicht”. Het boek geeft een idee van hoe en wie in het Paleis werkt en komt kijken. Het Paleis bestaat tien jaar en daarom geven ze dit boek uit. Een aantal mensen blikken in dit boek terug op producties die veel voor hen betekende. En wat zie je dan? Producties zoals Honingbijen,Wortel van Glas, Prookjes en U bent mijn Moeder staan bij vele bovenaan hun lijstje. Een meisje vertelt hoe ze wel drie keer naar Prookjes is komen kijken en oudere vrouw schrijft dat ze door U bent mijn Moeder de humor van het dement zijn van haar moeder heeft ingezien. Wel, dames en heren, dat doet goed. Ik weet, het lijkt op een herbevestiging van wat allang door velen bevestigt is maar toch voelt het goed te weten wat je met theater kan bereiken. Ik ga door!

Soms wordt je geconfronteerd met iemand die je zegt , “wat zou jij doen mocht de gsm niet bestaan?” Ik zou gelukkig zijn. Dat weet ik wel zeker. Want, hoe een fijne uitvinding het mobiele toestel ook moge zijn, sinds het bestaan van dat dingetje is er ook heel veel kapot gegaan in mijn leven. Mocht de gsm niet bestaan dan zou ik nu nog steeds met de moeder van mijn kind samen leven want een stomme sms was de start van een lange lijdensweg. Natuurlijk durf ik ook meer sinds het bestaan van de gsm. Een vrouw laten weten dat ze echt het einde van de wereld is is makkelijker verwoord in een sms-ke dan in het echte leven. Waar ik daarvoor bijna per ongeluk een relatie had kan je nu het slachtoffer bestoken met sms-kes waarin je haar schoonheid bezingt en voor je’t weet is er al liefde zonder dat je elkaar deftig gesproken hebt.   Dat is goed. Maar wat echt verschrikkelijk is dat ik – die heel slecht alleen kan zijn – dit toestel gebruik om uit de alleenigheid te ontsnappen. Als ik alleen ben bel ik dat het een lieve lust is. Helemaal te gek vind ik het handenvrij bellen; je kan met iemand praten, het geluid is fantastisch en ondertussen kan je van alles doen. En toch verlang ik soms weer naar de dag dat onnozel toestelletje niet heb. Dat je onderweg in een telefooncel moest gaan bellen als je al onderweg wilde bellen. Dat er naar mijn gevoel meer tijd en geduld was. Nu krijg je al commentaar als je niet binnen de tien minuten reageert op een berichtje. De wereld wordt stilaan bestookt met de wetenschap dat we d’r kanker krijgen van al dat mobiel bellen en draadloos gedoe, ook daar van. Misschien als ik het heb dat ik het ga geloven en zal denken, het is een logisch gevolg! Dood en geluk liggen heel dicht bij elkaar!

Ik zat in de kantine van Studio Herman Teirlinck en wist niet hoe het met me voort moest. Had het gevoel dat ik niks kon. Iedereen kon fantastisch zingen, dansen, instrumenten bespelen, spelen…en ik, ik stond met mijn handen in de lucht telkens er iemand wat zei. Dit hele acteursgedoe was niks voor mij. Ik ging er mee stoppen, ging met een vriend op een cruiseschip werken, ver weg van alles wat vlaamse walgelijke acteurs waren, dacht ik. Ik zat in de kantine van Studio Herman Teirlinck en schreef mijn frustraties in een boekje. Wannes Van de Velde was één van onze leerkrachten, hij gaf in die periode gitaar. Hij kwam naast me zitten en vroeg me wat ik aan het schrijven was. Ik las het hem voor. “Gij zé ne schrijver.”, lachte hij me toe. Ik vroeg hem wat zijn inspiratie was. Hij zei,”ik loop deur de stad, ik ben in een straat, op ’t einde van die straat is er ne muur, wat is er achter die muur? Denkt daar is over na?.” Hij stond op, gaf me een schouderklop.”En Perceval, ni opgeven, hé!” Zijn woorden waren grote waarheden aan kleine belletjes. Als acteur en regisseur en schrijver kwam ik hem soms nog tegen in de Gounod, het alreeds ter ziele gegaane acteurscafé, waar Wannes soms overdag de krant zat te lezen. Dan spraken we over theater, teksten, muziek, het leven en alles wat dat met zich meebrengt. Dikwijls herinnerde hij me aan ons gesprek in de kantine en dan vroeg hij me of ik nog “’t heilig vuur” had? De passie die nog is om dit vak voor het volle pond uit te kunnen oefenen. Hij volgde me, zelfs toen hij ziek was wist hij perfect waar en hoe ik bezig was. “’k Heb gelezen dat da nogal goe was.”, of, “ja ‘k heb da gehoord dat da ni zo goe was maar ge moet blijven oefenen, hé Perceval.” Deze ochtend is hij gestorven, ik zal hem zeker missen. “De Wim.”, zoals alleen mensen die hem heel goed kende mochten en durfde noemen. Dat heb ik nooit gedaan.