Zijn leven was in volle verandering. Hij vond in HETGEVOLG – een huis in verandering – een verwantschap. We luisterden naar elkaars woorden en dachten telkens dat we ze begrepen. Telkens was er de hoop en de waarheid die daaruit ontstond. En dan….Hij komt nog één keer langs. Om afscheid te nemen. Een papier zegt dat zijn procedure voorbij is. Na een procedure van bijna vijf jaar wordt hij terug gestuurd naar zijn land. Vijf jaar. Vijf jaar wachten.Op de radio hoor ik een minister een oproep lanceren om mensen die op de vlucht zijn in te zetten op de werkvloer. Een andere minister zegt daarop dat ze eerst in orde moeten zijn met hun papieren vooraleer ze mogen werken. Vijf jaar op de wachtvloer zonder enige vorm van rechten. Wat doe je als je vijf jaar moet wachten? Eenzaam dool je in je eigen hoofd.En de dag dat je kan worden ingezet sturen ze je terug.“Sommige mensen wachten wel acht jaar.”, zegt zijn assistente.Je vervangt niet zomaar een mens in zijn eigen leven. En zeker geen mens die meewerkt aan een proces van verandering. Want alleen dan bestaat waarheid. Waarheid bestaat op het moment van verandering. Van zodra het verandert is moeten we opzoek naar een nieuwe verandering. Naar een nieuwe waarheid.
KIJK KIND
KIJK KIND, een intensief project van HETGEVOLG en zijn buren.
Welkom op de site van het project “KIJK KIND”.
KIJK KIND een project van HETGEVOLG, basiseducatie Kempen en T’ANtWOORD.
Op deze site kan je stap na stap dit project volgen, van het prille begin tot aan de presentatie en de afronding. Een project om te delen.
Gom
Ik gom mijn eigen gedachten weg. Bij de bank vragen ze me of ik een verzekering wil voor als ik werkeloos ben. Ik blijf mijn gedachten gommen omdat de woorden te van alles zouden zijn mocht ik ze uitspreken. Een stagemanager fluistert in het oor van een muzikant dat dit zijn laatste nummers is. De muzikant speelt een half uur door, gaat met zijn rug naar het publiek zitten en geeft z’n drummer een solo – moment. Een werkman vraagt wat ik overdag doe want “van toneel spelen kunde ni leven, hé!”. Ik gom mijn gedachten weg. Ik knal tegen hoge snelheid met mijn auto tegen een andere auto, een vrachtwagen ontwijkt me net. Alle deuren zijn geblokkeerd. Terwijl ik via de koffer naar buiten kruip realiseer ik me dat ik mijn telefoon nog in de auto ligt. Ik neem de telefoon en zie dat er een verbinding is met het nummer van mijn vader. In december is hij overleden. Mijn lijf schokt, mijn gedachten liggen door elkaar. Het leven is hier en nu. Het gommen blokkeert. Een jonge artieste schrijft me een mail. Ze wil een voorstelling maken. Bij HETGEVOLG geven we haar de ruimte en de tijd. Na het applaus zegt ze dat ze me arrogant vond omdat ik haar tijd en ruimte gaf. Ik gom. Een week later komt er een vriend op bezoek. Hij was acteur maar nu verpleger. Ik vraag hem of hij het spelen niet mist. “Ik denk er niet meer aan.”, zegt hij, “Ik heb mijn gedachten gewist. Daarbij, verpleger is een kruispuntberoep en ik heb het geld nodig.”. Hij gomt het verdriet dat even in zijn ogen sluipt weg met een knipoog. Collega’s springen in het zeewater maar ik hoor geen gezelschap de uit de boot gevallen artiesten uitnodigen om hun verloren werk bij hen te komen maken. Mijn gom geeft het op. Er blijven potloodlijnen staan die ik verwerk in een verhaal. In Griekenland vertrappelen vluchtelingen elkaar. Laat de woorden staan. Laat de mensen staan. Stop het gommen.
Barcelona
Je bent te vroeg geboren.
Je hebt heel hard voor je leven moeten vechten.
Toen stond ik machteloos naar je te kijken.
Ik kon je alleen maar in handen nemen en nu loop je naast me te puberen.
We lopen door Barcelona.
We voelen hoe de golven hier heviger zijn dan op andere plaatsen waar we met z’n tweetjes zijn geweest. Ze laten ons om vallen.
We voelen hoe je een stad met je ogen toe vorm kan geven.
Hoe je een echt idee vorm geeft.
We zien hoe hier gedacht wordt vanuit de mensen.
We lezen hoe een burgemeester het grootste deel van haar loon terug geeft omdat ze weet wat haar stad nodig heeft.
We kijken naar kunstenaars die nooit gestopt zijn vanuit hun eigenheid te werken.
En wij, we voelen hoe de golven ons doen omvallen en we trekken ons recht en vergelijken de stad rondom ons met de steden die we kennen.
En we wandelen dagen en uren.
We zoeken de schaduw. We zien onze eigen schaduw. Maar dan grappiger.
“Papa, je buik is hier mode. Kijk daar, je schaduw kan jongleren.”.
De dag nadien staan we op heilige grond en kijken we rond daar waar voetbalgoden echt gedragen worden hun club.
De mensen zijn hier de aandeelhouders in de toekomst van dat wat hun zinnen verzet.
We dwalen door gangen en verdwalen in metro’s omdat we het hierna even niet meer weten. Omvergeslagen door de echt gemeende trots van een gemeenschap.
Onze namiddagdutjes duizelen en ik ben zo blij telkens je wakker wordt.
We voelen aan het water en de golven die ons omver blazen.
We spreken in onze eigen taal met mannen die boemerangs verkopen die niet terug komen. We lachen en jij analyseert matchen van voor je geboren was.
Pawapski is mijn nieuwe naam, gekregen van jou, mijn lieve puberende zoon.
Die als niemand kijkt snel naar me knipoogt en me de weg wijst als ik het niet meer wil weten.
Of als je me recht trekt nadat de golven ons hebben laten omvallen.
Magische meters
Glimlach je soms? (stilte) Mag ik je voeten zien? “Nu niet.”. Voor me zit Daniel. Hij is kapot gepest omdat hij niet zoals zijn broers dyslectisch is maar omdat hij klompvoeten heeft. Zijn moeder kwam naar de Schreeuw in HETGEVOLG en daarna vroeg ze of ik haar kon helpen. Daniel praat niet veel. Samen stellen we zijn recente verleden samen. Hij is jong. Hij heeft humor. Zaterdagavond is hij met zijn verhaal naar buitengekomen. Hij heeft gelachen en niet alleen vanbinnen. Zijn moeder schreef een tekst op de ochtend van de presentatie, ONTBIJT en na afloop;
Ontbijt
Zal ik het begin
vandaag
nog wat
uitstellen ?
Dan lees ik de krant
van achter naar voren
Ik bezit de kracht
van vertragen
en houd de tijd tegen
met één draaikolk
in mijn koffie
Ik slik de nachtrust
nog niet helemaal door
en maal verse dromen
Het zijn kruimelende
beetjes brood met zacht ei
een sneetje spek er bij,
misschien ?
Alsof de dag
wordt uitgetrokken
en de ochtend opgerokken,
breed uitgesmeerd
met blinkend lemmet
De boter smelt van verlangen
De kleerkast hangt nog vol beloftes
Straks pas
wordt de spannendste ontmoeting
aangekleed
Dan kunnen alle knoopjes dicht
GM
20/06/2015
2.
HETGEVOLG zoals het nu is.
HETGEVOLG heeft een derde arm
die wenkt en verwelkomt.
De spots gaan aan en
de werkelijkheid wordt belicht.
Magische meters podium
onthullen verrassing,
verwachting,
herkenning,
ontlading,
voldoening.
Voeten stralen,
gezichten blinken.
Hier stopt de speler
nooit met groeien.
Hij ontplooit en vouwt open.
Past niet meer in zijn cocon.
Hij stort de ballast van frustraties uit.
Zo wordt beperking
KRACHT
omdat het mag.
Ik smaak gesmolten chocola
in mijn mondhoeken.
Ik proef antwoorden
op vragen die nog niet zijn gesteld.
Noem het beschaving of waardigheid !
Verstand krijgt gevoel.
Zorg en koestering baren troost.
Het klikt, het past,
het zit als gegoten.
“Paswoord” krijgt een nieuwe betekenis :
“Dankbaarheid en Blijdschap”.
Gaby Megens – 21/06/2015
de parallellen schaduw
Als de golven de verhalen zijn in dit leven zing ik mijn lied op het schuim van hun koppen.
We hadden thuis een hond. Het was een zij. Een Duitse herder. Ducky. Een hond met een naam van een badeend. Ducky wist hoe dat ze een deur moest open maken. Als mijn ouders elkaar terroriseerde zat Ducky in de gang met haar hondesnuit naar de deur te kijken en met haar diepe hondenogen keek ze me aan en sprong. Soms wachtte ze nog even alsof ze verwachtte dat ik mee zou springen. Ofwel stond Ducky een halve dag later met een arsenaal van kleine beftekkels terug aan de voordeur ofwel kregen we telefoon van de slager dat Ducky op het midden van de weg lag en ze niet wilde bewegen alvorens ze een stukje vlees kreeg. Op die momenten nam mijn vader Ducky mee en maakte lange wandelingen met haar. Op die momenten liepen hun schaduwen weer parallel.
Daniel zit recht tegenover me. Hij weet niet waar hij moet kijken. Hij is stuk gepest omdat hij klompvoeten heeft. Oneindige operaties zorgen er voor dat zijn voeten nu voeten zijn. Hij danst met zijn voeten. Hij verplaatst zijn schaduw. Ik vraag hem wat hij doet als hij gepest wordt. “Ik kan mezelf onzichtbaar maken.”. Nu schrijft hij met veel humor over zijn verhaal. Samen onderzoeken we de economie van woorden, de denkfouten, verschuivingen, ongerijmdheden, indirecte uitbeeldingen of uitbeeldingen door het tegendeel.
Diezelfde avond nemen we bij HETGEVOLG afscheid van Florian. Meer de Kempen kan je niet in huis hebben. Hij is uit deze grond gekleid. Samen met Ehsan maakt hij een kreet om vergissingen te herstellen in een ongebroken eenheid van echte liefde. De kreet is genoteerd. Hij kreeg er punten voor. Terecht.
Later, als de stilte over mijn schouders valt zie ik dat beide jongeren een moment hebben gecreëerd waarop hun omgeving kan reageren. En zo doen we dat…We organiseren onze levens zo vol structuur dat we niet meer zien wat er buiten de lijnen van onze wereld gebeurt. We gaan engagementen die goed zijn voor ons zelfbehoud. We zijn zogezegd progressief maar waren nog nooit zo conservatief. En de kinderen geven tekens van onverschrokkenheid op het eerste zicht maar bovenal van twijfel.
Florian praat, Daniel zoekt de humor op. Allebei verschuiven ze hun schaduw.
Op die momenten.
ondeelbaar deelbaar
Meer dan een jaar leef ik in een landschap waar de hunkering meer dan in andere landschappen vanbinnen zit. De klei hangt er stevig rond. Hier en daar zie je barsten in de klei. Het zijn de barsten die vorm geven aan wat er werkelijk is. Mensen. In die barsten zwerven en schoppen deze mensen zich een weg door hun bestaan. Je moet er goed naar luisteren. Ze zijn niet altijd te vatten. Ze roepen van liefde en haat in een zelfde woord. Je herkent het niet altijd maar het gaat erover. Deze mensen zijn vanuit een mythisch belang geklasseerd als gezichtsloos. Toen de mythe echter nog geen mythe was liet hij zich inspireren door deze mensen. De mythe – zonder bezieler – heeft voor zichzelf een belanghebbend kwaliteitsbegrip voor alle kunstvormen en kunstproducten ontwikkelt. Belanghebbend en daardoor zwevend boven deze mensen. Maar dat wat kunst kan; ondeelbare materie deelbaar maken heeft de mythe naast zich neergelegd en is in een razernij opzoek gegaan naar tegenstellingen tussen elite en massa, professioneel en amateur, toegepast en autonoom, stad en provincie. En dat waar hij zich het best aan kan laven gebruikt hij in z’n eigen belang. Belanghebbend vanuit het eigen belang. De barsten in de klei zijn onmetelijk diep. Ik vertoef er graag bij. Maar net daarom wordt de mythe boos. En roept van “het inpikken van mijn doelgroep” en “concurrentie”.De mythe ziet niet dat we complementair zouden kunnen zijn. Nee, hij sluit de samenwerking af en duwt me ver weg van zijn plek in het landschap. Misschien is hij boos omdat hij ontdekt dat hij niet meer de voornaamste leverancier is van beelden en klanken in dit landschap? Misschien is hij het moe telkens te worden afgerekend als een verovering op de natuur? Ik werk hier verder, stamel voort in een door niets beveiligde zoektocht en ontdek elke dag iets nieuw. Klanken en beelden van mensen en veroveringen op de natuur die diep vanbinnen zitten.
zijn verwondering = mijn verwondering
Ehsan staat voor me. Hij is een Iraans politiek vluchteling. Een regisseur die vanuit een stad met miljoenen inwoners in deze streek is geland. “Dit is goud.”, wijst hij naar de hemel waar regendruppels de kasseien van de Otterstraat masseren. Via een traject van de VDAB is hij in mijn huis terecht gekomen. Hij vraagt wat hij moet doen en kijkt rond in de bureauruimte die we aan het herinrichten zijn. Ik zeg hem dat theatermakers in dit huis theater moeten maken. Drie dagen later neemt hij mij en mijn team, zijn vrouw en kinderen en zijn begeleider van de VDAB mee op een visuele trip. En het is prachtig. Als een kind ben ik verwonderd over hoe hij de groef van zijn bestaan tot leven brengt. Adembenemende eenvoud gaan hand in hand met een wereldse visie. Hij heeft een fundamenteel engagement. Een engagement dat we als kunstenaar meer dan ooit nodig hebben. Het gaat erover dat je met je hart en ziel dit vak wil uitoefenen. Hij wil zo graag creëren en delen waar zijn passie ligt. Mijn hart slaat over en samen met zijn begeleiders zoeken we naar een manier om zijn passie waar te maken. Hij maakt nu deel uit van mijn huis. Hij opent mijn wereld. Zijn verwondering is mijn verwondering en die verwondering koester ik elke dag.
Diversiteit is een kracht (artikel GVA 02/04)
een moederhoofd
Ik loop naast mijn moeder in een ziekenhuis. Ze is hier al geweest maar toen had ze geen afspraak. Een baliemedewerker schreef haar net in voor een onderzoek van haar hoofd. “Bent u Maria?”, vroeg ze, waarop mijn moeder antwoordde, “Wat staat er op mijne pas?”. Door een wirwar van gangen moeten we naar een nucleaire afdeling voor een scan. Eerst moet er een soort van vloeistof ingespoten worden en dan straks gaat mijn moeder onder “de scanner”. “Volgens mij lopen we verkeerd.”, zegt mijn moeder terwijl ik haar door de gangen en de nummers loods naar de juiste afdeling. Daar zitten we dan. Ze is heel nerveus. Ze beeft. Ze beeft altijd maar de laatste tijd meer en ze vergeet. Dat deed ze vroeger niet. Ze schreef nooit iets op en toch was ze er altijd. Maar misschien is dat iets des moeders? Het scanapparaat in dit ziekenhuis is stuk. “Nu dat weer.”, zucht mijn moeder en wil de verpleegster beginnen vervloeken en zoekt in mij een medestander. Ik ga er niet op in en de verpleegster zegt ons dat we naar het universitaire ziekenhuis kunnen. Dat ze de vloeistof zal toedienen en dat we dan een paar uur later naar de scanner kunnen in het universitaire ziekenhuis. Bij ons in de wachtzaal zit een vrouw. Ze vertelt dat ze botkanker heeft en dat er niks meer aan te doen is. Een andere vrouw zegt haar dat ze de moed niet zo snel moet laten zakken want dat zij net een maagverkleining heeft ondergaan en dat dat al bij al nogal meeviel. We blijven met z’n tweetjes achter in de wachtzaal en kijk naar de vrouw. Ik besef dat ik naar iemand aan het kijken ben die aan het sterven is. Een stervende vrouw met blos op haar wangen. Ik rijd met mijn moeder naar het universitaire ziekenhuis in Antwerpen en het lijkt alsof ik terug gekatapulteerd wordt in de tijd. Elf jaar geleden toen mijn oudste zoon Jef veel te vroeg geboren werd. De dagen en uren die we hier in totale spanning doorbrachten. Hoe het een hele tijd een gevecht was om dat kleine leven mogelijk te maken. En moet je hem nu zien. Elf jarige slungel vol dromen en nog meer vragen in dit leven. Alles in het ziekenhuis was hetzelfde gebleven. Zelfs de oranje plantenbakken stonden er nog . Ik keek naar boven en herkende de plek waar ik naar mijn vader heb gebeld toen Jef net was geboren en voor z’n leven aan het vechten was en zijn moeder in een diepe slaap viel na het gevecht dat ze drie weken non stop had moeten leveren. Mijn moeder gaat onder de scanner en ik val in slaap in de veel te warme wachtzaal. Anderhalf uur later is ze terug. Ze is in de war. “Ik had schrik om in slaap te vallen.”, zegt ze terwijl ze op mijn arm leunt. We lopen dezelfde weg terug. “Da’s niet te geloven, hé.”, zegt ze. Ik vraag haar wat er niet te geloven is. “Dat onze Jef zo’n sterke gast is geworden.”. Ze is bang voor het resultaat. “Ach ja, dan zie ik mijn moeder terug.”, zucht ze terwijl we weg rijden. Mijn moeder verloor haar moeder toen ze vijf was. Haar moeder lag ’ s ochtends dood naast mijn moeders bed. ’s Avonds zit ik bij mijn zonen en ik geniet. Deze dag moest zo zijn. Deze dag moest de dag zijn dat het leven geen compromis kent. Geniet.




