Kleine oververmoeide wereld wil dat iedereen terug samen komt en ontploft in onze gezichten. Kleine oververmoeide wereld ziet niet meer zo goed en is boos als het niet meer lukt met al die nieuwe vormen. Kleine oververmoeide wereld draagt een zware tas waar de juf wel iets over weet maar niet alles. Kleine oververmoeide wereld moet op tijd gaan slapen.
afscheid van de herkenbare deur
De moeder van mijn zoon…ja, ik weet, het klinkt lullig, nog lulliger dan mensen die het over kids hebben als ze het over kinderen hebben… maar de moeder van mijn zoon gaat verhuizen. Het huis dat we ooit samen gekocht hebben heeft ze verkocht en nu gaat ze met haar nieuwe gezin in een nieuw huis wonen. De dag dat we dat huis gingen bezoeken was ik ziek. Had de dag voordien op een repetitie slecht water gedronken en spuwde de dag nadien alles uit m’n lijf. En wij gingen een huis bezoeken. Zij vond het huis mooi, ik had het nauwelijks gezien maar geloofde haar en samen deden we een bod. Niet wetende dat het bod al bindend was hadden we het huis gekocht. Vanuit Denemarken – ja, de dag daarna speelde ik in Denemarken- probeerde ik het allemaal ongedaan te maken maar niks hielp; wij hadden een huis gekocht dus. Vele jaren hebben we er samen gewoond en in gewerkt. Toen we uit elkaar gingen dacht ik dat het goed was dat zij in het huis bleef. Af en toe kwam ik er nog eens binnen en zag hoe het niet veranderde maar wel hoe er andere jassen en schoenen in de gang stonden en hoe mijn oud mijn oud buro een fitnessruimte werd. Het was goed, voor mijn zoon was het toen goed dat dit huis een constante werd in zijn nog prille leventje. Eventjes dachten we er aan om week om week in dit huis te blijven zodat onze zoon niet hoefde te verhuizen maar het bleef bij een slecht idee. Nu zijn onze levens al flink verder gegaan en het huis werd te klein voor haar nieuwe gezin. En eerlijk gezegd denk ik dat het ook wel goed is dat ze niet meer door dat huis moet dwalen en dat ik niet meer voor die herkenbare deur moet staan.
Aanhoudende vorst
“De aanhoudende vorst”, dat vind ik nu een schone uitdrukking in deze koude dagen. Als dat een mens zou zijn dan zou dat echt een doorbijter zijn, de aanhoudende vorst. Zo ne zotte koning die nooit wil aftreden. Misschien herkennen we ons daar wel allemaal in? We bijten ons toch allemaal een beetje vast in dit leven? Misschien hebben we allemaal wel last van “aanhoudende vorst”? En toch loopt het leven soms zo z’n eigen gangetje en treed er dan weer dooi – en dooltijd op. Ook dat levert altijd iets op. Soms dat je daarna veel minder aanhoudend bent. En toch hebben de meeste mensen liever dat je aanhoudend bent…
areanimalspeople.be
Mijn neef Steven Perceval heeft een bedrijf en in en met dat bedrijf zoekt hij z’n eigen weg in onze visuele wereld. Ga zeker kijken want de komende maanden komt er fijn materiaal aan, www.areanimalspeople.be
kunstenaars – hoop.
Een theatermaker zat voor me en vroeg me of ik wist wat hoop was en hoe het kwam dat er zo weinig hoop in toneelstukken te vinden is? Ik weet niet wat dat is met die theatermensen maar dit gesprek heb ik al wel een keer of tien gehad. En alsmaar drammen ze door over het feit dat ze zo opzoek zijn naar hoop in het theater. Ik heb er dus al dikwijls over gesproken en telkens verwonder ik me over de kinderlijke naïviteit waarmee theatermakers over dit onderwerp praten. Misschien zijn “kinderlijk” en “naïef ” niet de juiste termen maar betere vind ik niet zonder in termen te vervallen die meer in de wetenschap van geestesziektes thuis hoort. Want wat me telkens op valt hoe ze zich in hun rol van kunstenaar wentelen, de man of vrouw die niks nodig heeft – misschien alleen wat liefde…De man of vrouw die door middel van weerstand zichzelf telkens weer uitdaagt…En dan beginnen ze te lallen over hoop. Als ik hen dan vraag wat voor hen hoop is krijg je vaak een een clichématig beeld, het soort van beeld dat in de jaren zestig en zeventig met veel glitter de wereld werd ingestuurd. Dus hoop is dat het niet bestaat of dat het stil staat? Niemand kan me er een antwoord op geven en toch zijn er theatermakers opzoek naar hoop. Als je dan zegt dat hoop in elke situatie helemaal anders is dan bekijken ze je wat moeilijk en geven een analyse van hun laatste werk en meestal draait het er dan op uit dat hoop aan positiviteit wordt gekoppeld. En daar word ik niet goed van! Alsof hoop altijd gekoppeld is aan +, wat een onzin. Ik denk dat er heel veel mooie stukken zijn waar hoop iets heel uitzichtloos en ook daar gaan ze telkens op een andere manier mee om. Conclusie: hoop bestaat in verschillende vormen maar als je er te lang op wacht is het wanhoop.
U bent mijn moeder in Brussel.
Werk je in Brussel? En heb je rond de middag tijd om even je boterhammen op te eten? Kom dan op 05 januari 2010 naar Het Paleis voor Schone kunsten in Brussel naar U bent mijn moeder kijken. De voorstelling start om 12.40u en is een uurtje later voorbij. Meer info vind je op http://www.bozar.be
Sollicarrefour.
Hoorde vandaag op het nieuws dat een distributiecentrum van Carrefour staakt omdat er een kans bestaat dat ze zullen moeten sluiten. Wel, uit solidariteit dacht ik, ik ga vandaag is winkelen in de Carrefour. Ik heb Nederlandse familieleden en die worden nog luidruchtiger als ze zien wat voor een hyper-supermarkten we hier hebben, dus met dit in gedachte liep ik door de Carrefour en wat me onmiddellijk opviel was hoe vuil het er was. Links en rechts lagen in bijna alle gangen producten op de grond, het groenten en fruit lag er werkelijk belabberd bij en dan was er het nog het personeel…Even dacht ik, ik zeur niet ik kom hier uit solidariteit met de werknemers van deze hyper – winkel maar hun gezichten, hun houding sprak van een zulk een leeghoofdige onverschilligheid dat ik me moest inhouden of ik was aan de bewaking gaan vragen om de winkel nu al maar te sluiten. Het toppunt trof ik aan de kassa waar een klein
zonnebank gebruinde vrouwtje met de blik van een dode cavia de producten inscande. Ik probeerde haar nog even te prikkelen door mijn rekening in twee delen te laten splitsen…SPANNEND! Maar nee, alle hulp kwam te laat; ze was dood. Een – wat mijn zoon noemt “grappig stemmetje”- liet de winkelende medeburgers weten dat kassa’s 6 en 7 gesloten waren maar dat kassa 3 wel nog open was. Het fossiel achter mijn kassa keek even naar haar kassanummer en zag dat het hier om het netvernoemde nummer 6 ging. Ze scande nog net mijn deegwaren in, sprak het eindbedrag uit en vermaande me dat ik wel wat mocht opschieten. De vrouw die nog achter me stond met twee pluizende kussens werd verzocht naar een andere kassa te gaan. De pluisjes net van haar jas geschraapt zuchtte ze haar kussens weer tegen zich aan en wist net als ik dat het de laatste keer was dat ze hier kwam. Buiten stond een man met een rode vlag en het was me niet duidelijk of het de kerstman van Coca Cola was of een vakbondsafgevaardige. Wat is het verschil?
burgerlijk
“Ik vond vroeger ook dat de mensen zoals jij burgerlijk waren”, zei de vrouw tegen mij. Burgerlijk? Ik? Wacht even…Ik probeerde de definitie van burgerlijk een plek in mijn hoofd te geven en kwam er achter dat burgerlijkheid in feite een moeilijk te definiëren manier van leven is , die veel mensen proberen te vermijden. Kleinburgerlijkheid en grootburgerlijkheid staan beide voor hetzelfde, alleen heeft de grootburger veel geld en de kleinburger weinig. In dat laatste kan ik me wel herkennen. Burgerlijkheid op zich is een oppervlakkige levensstijl en daar slaagt de persoon die voor me staat de bal helemaal mis maar ik zeg niks want ik kan niet tegen dommigheid en misschien is dat dan wel heel burgerlijk. Ja, misschien wel? Ik rijd in stilte naar huis en denk er aan om een droom achterna te jagen, de welke weet ik nog niet en zal ik ook niet kenbaar maken. Waarom? Omdat je niets aan beeldvorming kan doen en blijkbaar is dat heel burgerlijk.
Een boom, een baljurk en een garagist.
Een vrouw huilt aan één of andere boomstam. Ze heeft een baljurk aan. Het is televisie en alleen op televisie kan je huilen met een baljurk aan een boomstam. Vandaag ben ik in panne gevallen met mijn auto. Een lek waarbij olie in het koelwater lekt. Dat stelde de garagist vast waarbij ik altijd ga voor mijn oliewissel. Hij kon het niet maken…helaas. Ik rijd naar de garage waar m’n auto vandaan komt en voor de eigenaar was dit echt te veel; dat ik bij de eene garage ging voor m’n oliewissel en bij de andere kwam om de lek te laten repareren. De man ging er in een razende tirade van door dat het niet kon dat ik deed wat ik deed. Hij liep blauw aan en ging maar door. Ik draaide me om en voelde de garage boven me zweven. Ik stapte in mijn auto en reed naar huis. Daar aangekomen ben ik boven de wc gaan hangen en heb alles wat in me zat uitgespuwd. Alsof de garagist met zijn tirade alles wat in me zat had los gemaakt; de garagist van de menselijke binnenkant. Gelukkig was er toen de televisie/ een baljurk/ een boom. Het leven is soms een surrealistisch sprookje.
dom dom
De musicalwereld ligt duidelijk op op z’n gat. Zalen blijven leeg, de Eurostar valt uit tussen het vasteland en het hart van de musicals en dan zijn er ook nog van die programma’s waar ze op zoek gaan naar de hoofdrol in de aanloop van een nieuwe musical. En dan zijn er van die mensen…ja, die zijn er… die beweren dat je mensen best geen aanmoedigingen geeft. En dat is wat onze wereld groot maakt; zwijg en wijs vooral op de tekortkomingen van een mens. Nu, begeleid ik een nieuwe groep studenten van het Buso DE DAGERAAD uit Kortessem. Samen met hen maak ik ICARUS. Vorig jaar maakte ik met een andere groep “1 seconde”, in beide projecten vertrekken we vanuit hun verhalen. Al deze jongeren worden al op vroege leeftijd geklasseerd als “moeilijk” met een toekomst die zich onderaan de maatschappelijke ladder af speelt. Deze jongeren zijn dikwijls enthousiast omdat ik geen leraar ben – daarom worden ze omringd door een fantastisch team van leerkrachten- en hen dingen laat doen en van hen vraag die niemand van hen vraagt of laat doen. Ze krijgen snel resultaat en het sterke is dat ze zelf voor het resultaat zorgen. En natuurlijk zijn er van die mensen die dan spottend roepen, “seg, nu heeft er iemand tegen die jongen gezegd dat hij talent heeft!”. “Dat was ik.”, zei ik,”En dat heeft hij ook.”
“Dat moet je mij dan maar eens zeggen dan weet ik het ook.”, zei de man. Ik slikte mijn instant woede weg en vroeg hem wat hij gaf. “Lichamelijke opvoeding.”, sprak de man terwijl hij z’n borst naar voren duwde alsof er een steen op lag.
“Ik kan begrijpen dat deze jongen misschien niet zo goed is in jouw vak. Dat begrijp ik zelfs heel goed. Maar elke mens heeft zijn of haar talent. Als er mensen zijn die heel goed zijn in het op een stoel zitten dan moeten we dat zo goed mogelijk ontwikkelen.” Ik wist dat ik met deze laatste een deur opende naar een onzin-gesprek en dus vroeg de man die er niet uitzag als een leraar lichamelijke opvoeding, “Hoeveel stoelen heb je?”.
Ik ging dichter bij hem staan en fluisterde, “je mag geen dromen afnemen.”. Ik draaide me om en voelde me alsof ik een retorisch gesprek had gehad. En dat was ook zo en zo voel ik me ook als het gaat over de werking met deze studenten. Heel veel mensen roepen dat het toch geen zin heeft en dat ik mensen alleen maar gek maak met m’n “gedoe”. En ja, wie weet, is dat ook zo. Maar wat ik wel weet is dat ik heel graag zou bewijzen dat het niet zo is. Dat je net een “creatieve maatschappij” ontwikkelt in plaats van een “zorg-maatschappij”. Nu zoek ik alleen een plek waar ik het kan aantonen maar dat vraagt tijd en middelen en net dat mankeert zowat overal. Ondertussen kijk ik naar een programma waar ze talent zoeken voor één of andere musical. Het ziet er goed uit. Kitsch maar goed. En ook dit is het bewijs dat mensen nood hebben aan positieve aandacht om zowel de mens als het product te verkopen. Maar diep in de kern hebben nog steeds de pilaarbijters het voor het zeggen in deze maatschappij en hun theorie is; “laat dom dom zijn zo komen wij er nog lang zo slecht niet uit.”.