Fietsend met mijn kind door de kouwe wind. Kust de zon onze beider gezichten.
Zingt de Lente al een zoete melodie. Ze wil al wel maar het kan nog niet.
Laat ons maar rustig wachten, we huppelen nog een beetje langs het strand en tellen de golven.
“Eén golf, twee golven, drie golven en een schuimpje.”, en zo gaat het door tot het oneindige en oneindige schuimpjes in alle soorten en maten. Gisteren hoorde ik hoe iemand een inleiding moest geven op een boek maar het boek niet goed vond. Hij reed naar de zee en gooide het boek in het water.
Zich bewust van z’n daad nam hij het boek uit de zee en keek naar wat er van over bleef en vond het goed. Veel spannender al die uitgelopen inkt, vervormde letters.
Mijn zoon vraagt achter een zuurtje maar ik heb geen zuurtjes, hij blijft doordrammen.
“Jongen, word is volwassen”, zeg ik tegen hem en hij kijkt achter zich.
“Waar, papa?”.
Achter ons loopt een sjofele man met een veel te grote trainingsbroek. Hij is duidelijk dronken. Brabbelt een onverstaanbaar lied, loopt van de weg en gooit zich in het gras.
Niemand kijkt er naar. Ja, dat is een vorm van volwassen. Ik kus mijn zoon, luister naar het lied van de Lente en hoop dat we nog even zo blijven.
Categorie: Zonder categorie
Bolleke sneeuw/U bent mijn moeder/ Vaders.
’t Zijn drukke tijden,
naast de herneming van “U bent mijn moeder”,een stuk dat ik in 2005 maakte voor HETPALEIS met Sien Eggers in de hoofdrol. Ben ik nu bezig aan “Bolleke sneeuw”, een productie die vanaf 07 maart 2009 te zien is in hetzelfde Paleis te Antwerpen. 
“Bolleke sneeuw” heb ik geschreven en regisseer ik met mijn zoon als grote inspiratiebron.
“U bent mijn moeder”
heb ik gemaakt op het ogenblik dat de moeder van mijn zoon en ik definitief uit elkaar gingen. En dan is er nu ook “Vaders”, een monoloog die ik samen met mijn broer Peter heb geschreven over de weg naar het vaderschap en alles daarna.
Vorig jaar heb ik die voor ’t eerst gespeeld en nu komt hij terug, op tour door Vlaanderen.
Alles komt altijd terug.
Gekken van deze wereld.
Gekken van deze wereld,
Met hoeveel jullie zijn weet niemand.
Sommigen van jullie komen al wel eens op televisie.
En nog meer van jullie hebben een hoge positie wat deze wereld soms maakt tot wat hij is. Maar, lieve gekken van deze wereld, waarom een kind?
Waarom met uw gek verstand toch telkens weer een kind slachtoffer maken van uw gekte?
Gekken van deze wereld,moord, slacht, bedrieg, chanteer, doe wat uw hart niet laten kan maar blijf van dat kind.
duistere tijden
Ik leef in duistere tijden.
Een glad voorhoofd wijst op ongevoeligheid.
Een gesprek over bomen is een misdrijf.
Is er nog iemand bereikbaar voor zijn vrienden die in nood zijn?
Het is waar: ik verdien goed mijn brood.
Maar geloof me: dat is toeval.
Ze zeggen me: eet en drink toch. Wees blij dat je iets hebt!
Maar hoe kan ik eten en drinken als ik wat ik eet en drink afpak…
En toch eet en drink ik.
In oude boeken staat wat wijs is:
Houd u ver van het kwade in de wereld en zijn korte tijd
Zonder vrees doorbrengen
Kwaad met goed vergelden
Zijn wensen niet vervullen, maar vergeten.
Dat is wijs.
Dat alles kan ik niet.
slapend wakker of wakker slapen?
In dit vak heb je geen uren. Met dit vak ben je altijd bezig. Dat is wat het zo moeilijk maakt als mensen je vragen hoelang of hoeveel je er mee bezig bent; altijd.
Ik heb met mijn zoon de afspraak dat ik als ik thuis kom en hij ligt al te slapen dat ik nog even bij hem langs ga. Meestal slaapt hij door en als hij dan de volgende ochtend vraagt of ik bij hem langs ben gekomen dan vertel ik hem dat ik er ben bij hem ben geweest, over z’n wang heb gestreeld en dat hij dan lachte. En dat is wel zo maar sinds ik het verteld heb ligt hij op me te wachten of schiet hij wakker als ik binnen kom in zijn kamertje.
“Papa, je bent thuis…”, prevelt hij dan en legt z’n armen om mijn nek.
Hij lacht en slaapt verder door.
En ik herinner me dat ik als kind – en nu nog steeds- nooit echt doorsliep.
Ik hoorde het als iemand de trap op liep, als mijn vader thuis kwam of mijn moeder ging slapen. Als mijn broer Peter – met wie ik dezelfde kamer deelde – z’n burolamp doofde was dat meestal het signaal dat het écht al heel laat was en dat ik nu echt moest proberen om te slapen….Maar dat lukte niet. Nog steeds niet. Nog steeds gebruik ik de nacht om in een rusthouding de dag, het werk en het leven te overlopen en dan overkomt het me wel eens dat ik in slaap val.
De dierlijke liefde.
Verboden te Zuchten (le pressentiment)
Vanaf morgen, donderdag 15 januari 2009 kan u deze film terug bekijken. En dit in Brussel in het gerenoveerde Flagey gebouw. Verboden te Zuchten. is een krachtige ode aan Brussel en aan de liefde.
Tijdens deze tournage verbleef ik in Brussel. Ik was nog jong, onervaren, kwam net kijken in dit vak en deed met deze film een pak ervaring op. We voelden ons als pioniers, ontdekkers van cinema zoals hij nog nooit was gemaakt in Vlaanderen. Voor minder gingen we niet. Het was een feest, soms een moeilijk feest maar dat kwam omdat de feestganger héél goed wist hoe hij het wilde. Tijdens deze tournage leerde ik Josse De Pauw kende en onze paden zouden nog dikwijls kruisen. Als vader, als tegenstander, als regisseur maar telkens als fantastisch collega waar ik veel van geleerd heb. Verboden te Zuchten.,Nu komt hij in alle stilte terug en ik zou het fijn vinden mocht u hem even gaan bekijken. Als u in Brussel bent of er toevallig voorbij komt…
O boosaardig geluk!
Hoe ouder ik word hoe stiller ik word en toch word het vanbinnen al maar lichter en lichter. De zwaarte valt langzaam van me af. Zo had ik hier gisteren een feest, een soort feest waar ik vroeger van had moeten zuchten en nu krimpt mijn hart ook ineen maar het is uit vreugde; een vreugdeskrimp. Ik voel me alsof ik stilaan uitgerust geraak van al wat geweest is. Yep, dames en heren, gedaan met de stuurman van het wilgenhout. We naderen de rivier vol dromen. O boosaardig en spottend geluk, daag me uit! Ik ben er klaar voor. Vandaag begonnen met de repetities van Bolleke sneeuw en ook dat zal schoon zijn. Komen zien met al uw klein en grote mannen vanaf 04 jaar! in HETPALEIS
de schuldvraag.
Ga terug naar uw land!
Ik heb een lief, een prachtige Nederlandse vrouw die op veel te jonge leeftijd besluit naar België te komen en – sterker nog – bij me komt wonen. Om met het nodige papierwerk in orde te zijn zodat we nergens een overtreding maken in deze controlemaatschappij zijn we ons een tijdje geleden gaan aanmelden bij de dienst vreemdelingenzaken om haar verblijf hier helemaal te officialiseren. Daar zit je dan in een wachtkamer met allemaal mensen die hun hoop of dwang in dit land zoeken. De een zie je met een advocaat en gezelschap wachten en later met een grote smile buiten komen. Een ander zie je met bloeddoorlopen ogen vol angst weer buiten komen met in zijn of haar trillende handen een blaadje papier. Niet wetend of begrijpend wat er mee aan te vangen.
We gingen naar binnen en daar kregen we – in deze eerste sessie – een vrouw in opleiding voor ons die dit dossier al met zekere vervelende routine behandelde. Haar zwangere collega legde haar uit hoe ze dit dossier moest openen, terwijl sprak zij met een andere collega over koetjes en kalfjes. Na vijf minuten stonden we terug buiten met de wetenschap dat er een dossier was aangemaakt en dat we op 08 januari van het jaar 2009 ons terug moesten aanmelden met allerlei papieren zodat we het verblijf van mijn lief konden officialiseren.
“Maar…”, zei de zwangere juffrouw, “ het zou kunnen dat deze dienst wordt gecentraliseerd vanaf 01 januari. Zeker is dat nog niet maar mocht dat zo zijn dan nemen we contact met u op om met u een afspraak te maken.”
So far, so good. We hebben alle papieren in orde gemaakt en gewacht tot vandaag, 08 januari van dit frisse nieuwe jaar.
Deze ochtend gingen we terug naar het districtshuis van Borgerhout om deze nieuwe stap in dit leven met het nodige stempelgeschal te ondertekenen.
Maar…de baliebediende wist ons te melden dat deze dienst nu gecentraliseerd is en dat we ons daar moesten aanmelden.
“Mag ik u papiertjes is zien?”, sprak ze als een op retour zijnde kleuterjuf die al voor de miljoenste keer dezelfde tekening bekeek.En ik kan u zeggen dat de kleuterjuffen die ik ken al lang van deze verveling verlost zijn en hun job met hart en ziel uitoefenen.
“Hebben ze u niet verwittigt?”, zuchtte de baliebediende terwijl ze met haar ogen draaide. In sommigen steden in dit land lijkt het op toneelspelen maar ik kan u gerust stellen dat we aan dit soort acteren werken. Behalve deze baliebediende is het heel lang geleden dat ik het nog had gezien, zelfs bij stadsdiensten!
“En nu?”, vroeg ik haar.
“U moet zich opnieuw aanmelden en een afspraak maken en dan…”, zuchtte ze verder.
Het leek wel alsof ze een cursus ademhalingstechnieken had gevolgd en dan klopt het dat je op het uitademen spreekt maar dan moet je wel langzaam uit ademen…
U begrijpt dat ik het ondertussen aardig op mijn zenuwen kreeg van het gedrag van deze baliehulp, wat een hulpvaardig aanspreekpunt zou moeten zijn kreeg iets van een verveelde kleuterjuf.
“U meent het?”, ging ik verder, “Hoe komt dat we niet verwittigt zijn?”.
“Da weet ik ni…maar hier is een folderke en daar staat in wat ge moet doen.”
“Wat een bureaucratie.”, zei ik, “ Dit soort laksheid maak je alleen in België mee.”
Ik draaide me om en in mijn rug riep de tot dan toe nauwelijks levende baliebediende,
“Ga dan terug naar uw land, hé mijnheer!”.
Het was alsof ze een kogel door mijn hoofd schoot.
Ik wist niet wat ik hoorde.
Ik draaide me om en riep dat ik een Belg was en dat ik haar naam wilde weten.
“Dat doet er niet toe.”, mummelde ze met het schaamrood achter haar fond de teint.
Mijn vriendin trok me aan m’n arm naar buiten.
Ik was/ben gechoqueerd. Ik woon in Borgerhout en ik begrijp dat het als baliebediende in dit dorp niet altijd evident is om mensen te woord te staan. Borgerhout is rijk aan culturen. Ik begrijp ook dat het heel vervelend is om als baliebediende de fouten die anderen maken uit te moeten leggen. Ik begrijp dat het niet leuk is om dikwijls met de frustraties van “klanten” – want zo wil men dat graag verkopen – in aanraking te komen. Ik begrijp zelfs dat je bent wie dat je bent, in mijn ogen; een verveelde kleuterjuf wachtend op de volgende koffiepauze.
Maar dat je net in dit dorp met zo veel verschillende culturen zulk een uitspraak doet daar word ik niet goed van.
Om het verhaal verder af te maken.
Ik bel met het centraal loket van inschrijvingen en leg hen onze situatie uit en daar weet men ons te melden dat mijn lief vandaag om 09.30u bij hen werd verwacht.
“Waarom weten wij dat niet?”, vraag ik de telefoniste.
“Volgens onze gegevens hebben we uw vriendin gebeld…”.
“Mevrouw, mocht iemand van u met mijn vriendin gebeld hebben dan hadden we nu toch niet in het districtshuis van Borgerhout gestaan.”.
“Eén momentje, mijnheer.”
Ik word in wachtstand gezet en krijg even later te horen dat er vandaag geen tijd meer is maar dat we ons volgende week mogen komen aanmelden, op die dag met die papieren.
Ok, een boel vergissingen en een vleugje dommigheid.
Zou je niet graag in België komen wonen?
Zomaar, uit liefde?
Mochten ze mij in een ander land op deze aardbol zo behandelen, ik pakte mijn koffer en was er van door.