La lente laat licht lopen langs
jullie vingers jullie handen
jullie hoofd dat danst
als we bewegen met die onderkant
want de winter is verdwenen
en de zon geland
op je neus je buik
op de kat achter de ruit
die kijkt naar dat vogeltje
dat buiten fluit
Ja lente laat licht lopen langs
jullie vingers jullie handen
jullie hoofd dat danst

Ref.: Ik
ben
de
lente

2.

La lente laat licht lopen langs
de muren in de klas
en die rare plant
heeft nu bloemen die bloeiën op z’n stekelstam
want ik lente ben verschenen
en de wereld warm
jullie jassen kunnen kwijt
als mama niet kijkt
en dan spelen we buiten
tot de zon verdwijnt
want lente laat licht lopen langs
de muren in de klas
en die rare plant

Ref.: Ik
ben
de
lente

Voor mensen die kinderschoenen “googlen”, ik heb het hier niet over de schoen als object wat je aan je voet trekt,hoewel…

Het denken over theater maken voor kinderen staat echt nog in z’n kinderschoenen.
Daar waar je in film,muziek en beeldende kunst de meest grillige tonen, beelden, compilaties mag en kan maken moet en blijft theater voor kinderen op de één of andere manier kinderachtig. Blijven de mensen die dit moeten stuwen stoelen op een verkleutering van hun publiek. En ik? Ik begrijp dat niet. Ik ben niet van de slapstick en niet zo extravert als sommige me wel eens bestempelen, gewoon omdat ik m’n mond niet houd. En nu maak ik dus Bolleke sneeuw, een voorstelling voor iedereen vanaf 04 jaar! Wat zeg je 04 jaar? In het theater maken voor kinderen bestaat de onhebbelijke gewoonte om alles in één te verenigen onder het motto; het publiek heeft telkens nieuwe impulsen nodig! Ik heb nu al aardig wat theater gemaakt voor kinderen en hoopte daar telkens nieuwe stappen of een nieuw denken te stimuleren voor dit kijkerspubliek maar dan zijn er van die mensen- ja, die zijn er- die dan pleiten voor een grotere versleuteling – daar ben ik overigens voorstander van – maar ook een grotere verkleutering. Een versleuteling die dan zo logisch is dat elke vorm van spanning verdwijnt. En wat is dan het resultaat? Het resultaat is wat ik noem, “koekeloerehanen-toneel”, toneel dat uitschreeuwt: begrijpen-jullie- me – wel?? Toneel uit een verschrikkelijk ouwe doos.En dan schrikken diezelfde mensen dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen hen en andere gezelschappen laat staan tussen hen en die verschrikkelijk commerciële weerwolven. Want eerlijk, ik zie het verschil niet. Ik zie geen verschil tussen voorstelling A of B. Ja, natuurlijk zijn de thema’s soms anders of natuurlijk is de inzet soms anders maar meestal blijven ze het publiek “pleasen” met goedkope – soms,erg goedkope- schreeuwlelijk achter elkaar gehuppel. En ondertussen groeien we daar mee op. Is het antwoord wat zijn acteurs; “kabouter plop”. Dus, verenigen, uitdagen, blijven zoeken hoewel dat dat in deze barre financiële tijden ook niet makkelijk is. Ik zal in ieder geval mijn tocht niet staken.

Ik was nog maar net afgestudeerd als acteur en toen mocht ik met Bert Andre samen spelen in deze kortfilm. Sindsdien kwam ik Bert regelmatig tegen en spraken we over het leven, acteren en alles wat dat met zich meebracht. Het leek wel of hij geen enkele rancune had. Dat kon toch niet? Ik heb het nooit echt geweten. Vorig jaar stierf Bert. Ik had hel kort daarvoor nog even gezien, in Brussel na een voorstelling. Nog steeds even bevlogen, nog steeds geen rancune. “ Ach weet je, ik ben ziek.”, sprak hij en dronk van zijn glaasje water. Naast hem stond zijn vrouw, altijd naast hem. Ze lachte afwezig. Ze was er niet echt meer bij en hij zorgde voor haar.

 

Het is een vreemde gewaarwording te zien dat acteurs die je gekend hebt, waar je mee bent opgegroeid stilaan verdwijnen. Ik maak nu toneel en schrijf. Hier en nu en op een dag zal ook iemand die dan hier en nu naar me kijkt zien dat ik er niet meer ben.

Je kijkt in de spiegel en je ziet wat je ziet; Twee blozende wangen, Je adempje dat naar dorst ruikt weet dan dat ik heel veel van je hou. Wie ben ik? Ik ben je papa maar ik ben ook het kietelmonster en soms ben ik dan meer dan je papa. Ook de gekke broer van papa en ook het zot zwemmerke; dat ben ik allemaal. En dan zie je in de spiegel en dan weet je dat ik van je hou en dat we op elkaar lijken.

If you really love me, then let’s make a vow. Right here… together… right now. Ok ? – Ok… – All right, repeat after me… I’m gonna be free. – I’m gonna be free. – And I’m gonna be brave… – I’m gonna be brave. – Good… I’m gonna live each day as if it were my last. – Oh that’s good… – You like that ? – Yeah… – Say it. – I’m gonna live each day as it were my last… – Fantastically… – Fantastically. – Courageously… – Courageously. – With grace… – With grace. – And in the dark of the night ,and it does get dark, when I call a name… – When I call a name… – It’ ll be your name… What’s your name ?

Vandaag reed ik voor een Fortis kantoor, een bank op een lange steenweg. Er kwam een dronken man buiten met in zijn hand een fles rode wijn. Hij goot de wijn over zich uit en riep, “dit is mijn laatste dag!”. Toen zakte hij op z’n knieën begon te huilen. Hij hield een monoloog interieur over aandelen, geld, ambitie en kleine garnalen. Slechts af en toe had hij een erruptie, iets wat er uit moest. Soms was het woord en dan weer iets anders, iets wat op kleine garnalen leek. En eerlijk gezegd, ik geloof hem. Ik geloof dat het niet eenvoudig. Ik vind het als kleine trouwe spaarder al moeilijk laat staan als je als grote spaarder of zelfs als werknemer van dit bedrijf in dit toch al verschrikkelijk economische leven staat. Ik zag hem daar zo zitten en dacht aan de tijd dat ik met mijn eerste twintig frank stuk naar de bank ging en het met trots op mijn lege boekje zette. Hoe ik toen ik twaalf was mijn eerste loon kreeg. Hoe ik dat loon verdient had met in mijn vingers te snijden in een taverne. Hoe ik op een dag een beetje rijker werd en hoe snel het er weer allemaal door is omdat ik keuzes maak in dit leven die over geluk gaan maar ook over minder verdienen. Want ja, het hangt samen. De man stond recht, gooide z’n fles stuk tegen de gevel van het Fortis kantoor en niemand vond het erg. Iedereen zag het zelfde, democratie bestaat niet en als het bestaat zijn er toch weer een paar die geen rekenschap moeten afleggen; koningen, presidenten en hun luitenanten me of zonder lippen ontwaakt uit uw alleenheerschappij en ziet wat gij aanricht!

Als ik zou kunnen vliegen
Me voor altijd in u armen boog.
En de wereld zou me wiegen
Dan wilde ik nooit meer dood.

Ik zou geen potvis willen zijn.
Ik ontrek me van dit aardse leven en neem u mee.
Het boven – wolken zweven voelt fijn.
Ik voel me als een vogel zonder zee.

‘k Zet me af tegen de wolken
‘k Zie het leven van boven uit.
Over blinde muren,
Een zoevend heerlijk geluid.

Geen hart – pijn meer.
Een lijf dat open staat.
Voor al uw gemanoeuvreer.
Van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat.

Als ik zou kunnen vliegen
Dan was de wereld daar
Ik zou nooit meer hoeven liegen
Of ge wel of niet bestaat.

’t Is voor echt en nooit anders
‘k Beloof u adem te geven
‘k Ontvlam u hart aan de branders
van dit leven.

Maar een mens hoort niet te vliegen.
Een mens is plomp en zwaar.

stefan perceval

’t Is stil in mijn hoofd, heel eventjes.
Deze dagen lopen met mij. Ik ben maar een figurant in de tijd.
Gisteren speelde ik met Vaders in Temse. Iedereen had me gezegd dat dat publiek daar ni reageert en zie, bij het eerste woord was er een reactie. De zaal was mee van ’t begin tot einde, gaf een open doekje en stond op ’t einde recht. Achteraf in de bar, enthousiaste mensen, blije mensen die een gezellige avond hadden gehad. Vaders is voor mij iets nieuws. Een nieuwe vorm van spelen. Niet van maken. De fond blijft altijd het zelfde maar de manier waarop ik er mee naar het publiek kom is nieuw voor me. Ik zoek nog hard maar stilaan krijg ik meer vertrouwen, iets wat me niet op natuurlijke wijze is meegegeven. Niemands schuld het is gewoon zo.

In het begin van de week kreeg ik een journaliste van de Gazet van Antwerpen aan de lijn en ze vroeg me hoe ik tegenover schoolvoorstellingen stond? Ik zei haar dat het geen zin heeft om studenten van 14 jaar en ouder slechts twee à drie keer per schooljaar in contact te laten komen met theater. Zo kweek je geen voeling met dit medium wat traag en stil is en wat dus een enorme inspanning vraagt. Theater zou een vak moeten zijn. Net zoals lichamelijke opvoeding een vak is. Als wij, theatermakers, naar hen zouden gaan en in deze periode van hun leven –waar ze zelf op de wipplank staan naar het volwassendom- en hen voeling voor beeld en taal zouden kunnen meegeven dan zouden we eventueel iets kunnen betekenen. Dan zou theater, misschien, geen verplicht nummertje meer zijn waar je stil moet zijn en waar je achteraf een bespreking over moet houden. Nee, want dan maken we deel uit van hun leefwereld en dat is in deze tijden van “netwerken” en “netlog” en alles wat net is super – belangrijk; je moet tot hun netwerk horen anders kun je het schudden. Pubers groeien super snel op in een tijd die supersnel evolueert. Daar waar een product vroeger vijf jaar nodig had om een groot deel van de bevolking te bereiken, bereikt een nieuw product nu binnen de twee maanden alle lagen van de bevolking. Dus we moeten hen helpen, hen bij staan als we nog een rol willen spelen binnen dit en x jaren. Otherwise blijft theater wat het is; totaal oninteressant voor een groot deel van de bevolking en dus totaal oninteressant voor de politiek en dus… En…het zou al die zagende werkloze acteurs een nuttig bestaan kunnen opleveren. Wat zeg je? Dat kan niet? Wel, vanaf maart begeleid ik intensief een project bij leerlingen van het buitengewoon onderwijs van DE DAGERAAD in Kortessem. Wie deze blog volgt weet er meer van. Deze leerlingen worden door een maatschappij al op vroege leeftijd veroordeeld als “vogels voor de kat” . Met dit project land ik even in hun bestaan en laat hen zien, voelen, proeven van beelden, taal, muziek, alles wat de ziel verwarmt. En laat ik hen zien dat ze zelf ook kunnen creëren dat ze creatiever zijn dan ze zelf denken. Met trots en zelfvertrouwen zullen ze op ’t einde van dit schooljaar hun kunnen laten zien en wie weet is er dan een enkeling die naar theater zal komen of sterker nog…Ik zeg dus niet dat we de schoolvoorstellingen moeten afschaffen, ik zeg alleen dat we onze rol en verantwoordelijkheid als theatermakers moeten opnemen en hen enthousiasmeren voor theater meer dan het eeuwige blitsoffensie in een verplicht nummertje.

Maandagochtend om 09.00 u ga ik het debat aan op radio1, ben curieus.

Daarnaast ben ik ook Bolleke sneeuw aan het maken, deze week zijn we door de berg materiaal geraakt, het laten zien en de reacties waren positief. Er hangt een goeie vibe rond deze productie. Het is een fijne ploeg mensen die allemaal meedenken en zo zichtbaar of onzichtbaar hun steentje bijdragen. Bolleke sneeuw is een productie voor iedereen vanaf 04 jaar. Komt dat zien!

Ik ben met mijn zoon aan de zee. We nemen vakantie. We lopen over de dijk.
Ook hier overal oranje en bruin.
Veel te veel mensen.
En joden in go-carts en op fietsen.
Als er nu nog ‘ns iemand op staat die beweert dat de holocaust nooit heeft plaats gevonden die moet dan maar is over den dijk wandelen terwijl er joden in een go-carts voorbij razen.
Dat is pure holocaust, gast.
Die mannen zien echt naar niks, he.
Die joden denken dat ze op het circuit van zolder aan het racen zijn.
En dan die vader vanachter. Met zijn vlechten in de wind en die kinderen maar trappen.
Allé, die doen dan nog aan sport.
De meeste kinderen van tegenwoordig zitten in zo’n batterijen gestuurd vehicel hunnen hot – dog op te eten terwijl ze tegen uw schenen oprijen.
Ge moet u vooral niet verontschuldigen…
Fat – ass!
En dan al die gasten met hun veel te jonge vrouwen.
Of van die surf gasten met kinderen.
Dat zijn zo van die gezinnen die denken; kinderen of niet het leven gaat voort.
Surfin’ usa!
Een koppel new agers die bang zijn van de zon loopt ons voorbij.
“Weete schat, ik denk dat ik nu toch tijd ga maken voor een kindje.”
Ik heb zin om hen uiteen te rukken.
Nee, niet doen.
Geen kinderen op de wereld zetten!
Ziedet ni!
Hier, ziet rond u.
Het loopt allemaal fout.
Nu zijde nog ne bange bleke man maar straks zijde vader en ik weet dat ge uiteen wilt gaan omdat die van de the cure dat ook hebben gedaan. Maar ge moogt ni vergeten dat die mannen nooit thuis zijn en giij wel. Want gij zijt ne simpele ziel en ge gaat u vervelen met zo’n vrouw en een kind. Gelooft me!
Ze duiken in mekaars zwart en worden te warm voor de zon.
Misschien smelten ze nog op tijd weg.
Dat zou nog eens opluchting zijn!
Overal zijn huilende kinderen en vaders die doen alsof ze het niet horen.
Mijne zoon zegt:
“papa weet ge dat de zee altijd maar groter wordt. Dat er straks niks anders meer is dan zee”.
Dan zou ik wel fijn vinden.
We gaan ne pannekoek eten en dan krijg ik telefoon van mijn vader.
“O stefan, zedde gij aan de zee.”
Ja.
“Ik ook. Waar zedde gij?”
In middelkerke.
“Ja…Ik ook.”
Pa, ik en onze jef zijn ne pannekoek aan het eten.
Komt anders naar hier?
“Hebde ze zelf gebakken?”
Nee pa.
Beetje later sta ik met mijn vader en mijn zoon naar de zee te staren.
In de verte lijkt het alsof we een ijsbeer zien voorbij zwemmen.
“Daar, nen ijsbeer die verloren is gelopen!”
Het blijkt zo nen bot te zijn van pels van die….
“Zo, denkte nu da ge het beter hebt gedaan?”
Ik denk het niet pa.
Ik ben er zeker van.
We lopen nog wat over het strand.
Af en toe wordt de zon verduisterd door ne grote metalen vogel volgeladen met vaders die het normaal vinden dat ze daar in de lucht hangen.
Waarom zouden ze het abnormaal moeten vinden?
Zij verdienen dat, elke dag opnieuw.