Ik ben nu ook in de leeftijd gekomen dat je ouwe kennissen weer tegen komt met gevulde kinderwagens en gezapige of troosteloze blik of is dat hetzelfde? En dan sta je daar naar te kijken en dan denk je – in één seconde denk je dan; “djeezes, Zou ik ook zo in het leven staan?” Ik hoop het niet maar zeker ben ik niet. En dan was ik daarnet paaseieren voor mijn zoon aan het verstoppen in de tuin en dan was ik gerustgesteld want ik zag nergens anders vaders met zaklampen door de tuin waden om de eieren zo goed mogelijk te verstoppen.
Categorie: Zonder categorie
Welke god?
Vandaag speelde de laatste keer “Bolleke sneeuw”. Een voorstelling voor iedereen vanaf 04 jaar waarin de roep naar een moederfiguur groot is. Volgend jaar komt ze terug, dan herhalen we onze schreeuw. Er is een uitnodiging uit Shangai voor deze voorstelling. Hopelijk lukt het hele logistieke en financiële verhaal dat aan deze uitnodiging vast hangt…En dan valt er altijd even een stilte. Soms duurt ze een paar seconden, soms een paar dagen of weken. Ik wil mijn hoofd nu even leeg maken en me dan helemaal storten op het 1seconde verhaal van de studenten van de Dageraad uit Kortessem. Kortessem…er hangt een vreemde sfeer in dat dorp. Graag hadden we in de kerk gespeeld maar de kerkfabriek heeft dat idee tegengehouden.De kerkfabriek…het waarom is me nog steeds onduidelijk. Zouden de gelovige rakkers beschaamd zijn dat studenten van het bijzonder onderwijs hun kerk enkele dagen bezetten? Misschien moeten we ze sowieso bezetten en dan eens kijken wie dat de kerkfabriek belichaamt? Het enige wat ik heb gehoord is dat de nieuwe priester zich al heeft terug getrokken uit deze gemeente en de ouwe is ook op een dubieuze manier van het toneel verdwenen…Toch vreemd dat in wereld waar onze geesten gevuld worden met google en super snel internet nog steeds een enorme bekrompenheid bestaat. Want zeg nu eerlijk, wat is er mis mee dat een aantal studenten een deel van hun droom komen realiseren in een kerk? Dat een student een beschouwing maakt over wat vrienden zijn in een kerk? Daar zou het toch net moeten over kunnen gaan? Net in dat gebouw? Ach ja, misschien is het nog een restant van de boerenkrijg maar vergeet niet wie de kerk groot maakt!?
Nee, het blijft zoals het was. We aanroepen een god maar ieder een ander.
We kussen de kern voorbij.
Tijdelijke werkloosheid, economische crisis, minder productie…Mensen kussen elkaar aan de ingang van een fabriek. ’t Was op ’t nieuws, ik heb het gezien. Een jongetje trekt en duwt en roept naar andere kinderen dat zij wel een moeder hebben. Maar de andere kinderen hebben geen moeder. Het was niet op het nieuws maar ik heb het wel gezien. En hoe is het met de kinderen van de mensen die elkaar kussen aan de fabriekspoort? In deze ingewikkelde wereld, letter; in – ge – wikkeld. Is er nog tijd voor hen? En wat voor tijd? Geen tijd omdat ze werken of gefrustreerde tijd omdat er geen werk meer is. Of maken ze tijd tussen al hun angsten en dromen door? Wie zal het zeggen? Wie houdt er rekening mee? De regering niet. De regering vindt maatregelen uit op dat werkende mensen hun kinderen beter kunnen dumpen, meer opvang, voor – en naschools in alle dagen van de week. Goed van die regering want zo vangen andere mensen die kinderen… die kinderen die aandacht nodig hebben. Geen betuttelende aandacht maar positieve échte aandacht. Die kinderen die supersensitief zijn voor de plaats die ze krijgen in deze maatschappij. Een plaats die gauw niks waard is want geen tijd. En zo maken we kleine tijdbommetjes die ontploffen omdat ze niet de juiste aandacht krijgen. Want de mensen die ze moeten opvangen klagen dan ook weer dat ze met te weinigen zijn. En dat is dan weer op het nieuws. Maar de kern vergeten we. We vergeten dat we zelf een een zwakke, agressieve maatschappij op poten zetten. Waar een kus aan de fabriekspoort onze enige vorm van liefde zal zijn. En dan is de regering weer blij dat we nog aan die fabriekspoort staan…
De dageraad in de bossen.
Check it out op www.vimeo.com/3871456
En kom kijken….naar deze blozende hartjes die gisteren allemaal op vakantie zijn vertrokken. De eene al wat liever dan de ander. Thuis is niet voor ieder kind een begrip. Soms, héél soms, is het echt een godverdomste wereld waar we steeds meer over de hoofden van de mensen lopen.
Mimodramatiek deel 1
Als acteur zijnde voel ik dat hij ons er aan het doorsleuren is.
Ongelofelijk.
Zo heb ik zelden iemand zien acteren.
Natuurlijk is hij geen echte vrouw en natuurlijk ziet Ria niet echt af.
God, dit is een heerlijk staaltje van onze goede ouwe vriend Stanislavski.
De visuele dramatiek komt in de plaats van woordelijk.
Mimodramatiek als het ware, dat ik daar niet eerder aan heb gedacht.
Niks is zeker, hé!
Heb gisterenavond de laatste Vaders in Antwerpen gespeeld. Het was een feestje. Nu nog in Sint Niklaas en in Maaseik en dan is het gedaan met dit verhaal. En zo maak je elk seizoen een paar verhalen met hart en ziel en telkens weet je dat je afscheid moet nemen. Dat is een zekerheid. En soms komt het verhaal terug en soms is het afscheid voor altijd. Dat heeft met van alles te maken. Ook factoren die je zelf niet in de hand hebt. Ik weet wel dat mijn producties immer met de nodige arendsblikken in de gaten worden gehouden…en dat is alleen maar goed. Dat brengt met zich mee dat ik steeds verder zoek dan het Ketnet – niveau waar ik sommige collega’s mee zie uitkomen. Niks mis met Ketnet maar in theater en zeker in het gesubsidieerde circuit moeten we nieuwe paden zoeken om een verhaal te vertellen.
En toch blijf ik me verwonderen over het niveau van sommige producties en hoe ze dan goed bevonden worden door recensenten. En wat me dan op valt is het scouts niveau van deze producties. Soms in het verhaal, soms in de montage, soms in de manier van spelen. Het enige wat dan mist is de geur van frieten en zweetvoeten. Ik denk dat ik dat niet kan en hoe komt dat dan? Misschien omdat ik nooit bij scouts ben geweest. Nee, ik was bij het VNJ in een tijd dat de Volksunie het meest extreme was wat dit landje voort bracht. Ik was nog maar een kind, het jongste lid van deze beweging. Ik werd meegenomen op kampen waar ik nacht na nacht in mijn slaapzak plaste en stond met open mond te kijken naar vendelwaaiers en trommelspelers op nationale zangfeesten en ijzerbedevaarten.
Ik begreep er niks van en dat is eigenlijk – in weze – nog niks verandert.
Net telefoon gehad dat de moeder van mijn zoon weer moeder is geworden.
Ik ga iets drinken en kijk naar de lucht.
Daar gloeit iets in de Dageraad.
Vorige week bracht ik drie dagen door in de stilte van de Limburgse wouden.
Daar was ik met de studenten van het observatiejaar van De Dageraad uit Kortessem.
Samen spraken we, zochten we, zongen liedjes, bewogen we en liepen door de wouden.
Bij elke sessie moesten we even opladen, even de diepe indruk die die of die bij me had achtergelaten laten bezinken als een steen in het water. En dan, hup, weer voort!
’s Avonds luisterde ik naar hun begeleiders die al jaren ervaring hebben met deze jongeren. Naar hun enthousiasmerende woorden, naar hun verhalen, met en zonder deze leerlingen.
En de studenten? Zij liepen door de bossen. Uitgelaten en onzeker kwamen ze bij me terecht. Ik luisterde naar hun verhaal, pakte het aan en maakte er iets, samen met hen, mee.
Nu is de honger groot om aan de afwerking te beginnen. Eerst is er nog een paasvakantie….Maar daarna, gaan we voluit voor wat voor ieder van ons een kleine mijlpaal zal zijn.
“1 seconde” vanaf half mei te zien in de Dageraad in Kortessem.
Een kleine plek met een groot hart.

Bolleke sneeuw,persreacties.
” Naast een voorstelling over ouders, liefde en vriendschap, is Bolleke Sneeuw een stuk dat de steeds dunner wordende lijn tussen de seizoenen opzoekt en zo impliciet inspeelt op het ecologisch bewustzijn van het jonge publiek.” zone 03
“…laat u vooral charmeren door zijn weerbarstige verpersoonlijkingen: lente, lyrisch en pril en de winter lichtje intimiderend… Een fijn toevluchtsoord zolang de ijzige wind het terrasjeweer onder de knoet heeft.” De Standaard.
“Stefan Perceval weet als geen ander zich te profileren als de maker van de unieke kindervoorstelling….Groot en klein verlaat de zaal gelukzalig.” ATV
Verboden te zuchten op dvd.
Verboden te zuchten nu ook op dvd!

Ken ik jou?
Hoe moet ik groot worden, dacht het kleine meisje,
als ik stil moet zijn
wanneer volwassenen praten
als ze over mijn hoofd praten?
Hoe moet ik groot worden, dacht het andere kleine meisje,
als ik één van mijn ouders
om de week zie en me dan
in diezelfde stilte moet aanpassen
aan hun leven?
Hoe moet ik groot worden als ik broers noch zussen heb
die me de die woordjes,
ja, die woordjes,
toefluisteren die ik nog niet ken?
Hoe moet ik groot worden
als niemand me zegt waar en hoe?
Voor iedereen is het anders,
Ook voor mij.
Toch zal ik groot worden, dachten ze allebei, en dat werden ze ook.
Ze stalen met hun ogen en mondjes en namen regels tot zich,
De één al wat liever dan de ander,
En soms brak hun hart en vroegen ze zich af;
Waarom ben ik groot geworden?
Die vraag bleef in de beide meisjes hun hoofden rondtollen;
WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?
Steeds luider en luider.
Niemand die het antwoord wist.
De ouders van de meisjes praatte soms met elkaar over het de vraag van de meisjes.
WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?
Groot worden op zich was niet zo moeilijk maar wat er aan vooraf ging, het stukje leven waarbij je je nog helemaal klein voelt was er nu niet meer.
De twee meisjes liepen hun hele leven met deze vraag rond.
Tot ze elkaar op een dag ontmoette.
Het eene meisje zat op de bus en het andere meisje zat op de tram.
En nu zal je denken, hoe kunnen mensen elkaar nu ontmoeten als ze eigenlijk helemaal niet samen zijn? En toch, er was zoiets als een blik. Een oogopslag. En in die blik van een oogopslag zagen ze dat ze allebei met dezelfde vraag rondliepen.
Het eene meisje sprong uit de bus en het andere uit de tram en ze liepen op elkaar af.
Ze zeiden niks. De mensen die bij hen op de bus en de tram zaten fluisterde van alles over hen, over hun hoofden heen en dat het een schande was. Maar de meisje keken naar elkaar en wisten dat ze geen woorden nodig hadden om elkaar te begrijpen.
Ze zeiden niks tegen elkaar. Ze deden alsof ze honderden andere mensen waren en terwijl ze die honderden andere mensen waren spraken ze tegen elkaar.
Zo van,
“Ik ben heel belangerijk!”
“Ja,”, zei dan het andere meisje, “dat zie ik want jij bent groot en hebt een snor!”.
Ze zongen liedjes, sprongen in plassen, aten frit en deden alsof ze andere mensen waren.
’s Avonds zaten ze bij elkaar, uitgeput, en keken naar de treinen volgepakt met mensen die zich nooit de vraag, WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?, hadden gesteld.
De meisjes namen afscheid, zonder woorden en gingen terug naar huis.
Op televisie was alles te zien wat je deed als je je nooit afvroeg waarom je groot geworden was.