Op zaterdag 12 mei en zondag 13 mei 2012 spelen de dames en heren van opvang- en begeleidingscentra voor volwassen personen met een verstandelijke beperking HET BERKENHOF  en ’t BRUGSKE  uit Leopoldsburg “HOE ZIET DE WERELD MIJ?”. Een voorstelling onder impuls van cc Leopoldsburg die vertrekt vanuit de concrete leefomstandigheden die hen omringen. Zo maken ze kennis met de diversiteit van hun leefwereld op een beeldende en verhalende manier.

Daarnaast laten Stefan Perceval en Marit Stocker de acteurs en het publiek kennismaken met al wat het theater te bieden heeft in vorm en inhoud, sinds het ontstaan van de kunstvorm. Door zelf deze producties te maken, met volwassen personen met een verstandelijke beperking, plaatsen we ze voor het publiek in een toegankelijk en enthousiasmerend kader.De toegang is gratis. Wel graag vooraf reserveren op 011/34 65 48 of reservatie@ccleopoldsburg.be.

Soms zeil ik als een figurant in mijn eigen reclameclip van plek naar plek en ondertussen luister ik naar de rituele plechtigheden van tof doenerij op de radio. Dan kan ik alleen maar vaststellen dat dit ritueel de strijd tegen intolerantie en racisme heeft verloren. Iedereen spreekt dat het een lieve lust is alsof ze willen zeggen: wij zijn niet hopeloos ontwortelde vaderlandloze gezellen waarvoor een oudere generatie ons verslijt. Integendeel wij komen uit een eerbiedwaardige traditie die op geen enkele manier moet onder doen voor het wereldwijde opgeklopte etnocentrisme en grotesk nationalisme! Hoor hoor hoor! Ik word daar stil van, vraag me af op welke plek in deze wereld dit soort van psychotherapeutische nationaliteitsgebonden acupunctuur niet aanwezig is. In plaats van het grote Europese huis ontstaat een netwerk van zowat het lelijkste dat ik me kan inbeelden: Intolerantie, racisme,godsdienstig integrisme en een soort van dolgedraaid nationalisme. Overal ter wereld moorden mensen, uit naam van waarden uit vorige eeuwen. Ondertussen werk ik met mensen die uit deze gevaarlijke banaliteit willen ontsnappen omdat ze maar al te goed beseffen dat zij de volgende zijn die op het “to do” – lijstje staan van de tof doenerij maar niet de kracht bezitten om hun leven een andere wending te geven. Mensen die opzoek zijn naar geborgenheid maar niet kunnen antwoorden op de vragen die hen eenduidig gesteld worden.Schoon worden van woede. Met deze mensen ben ik opzoek naar het ultieme antwoord. Maar hoe vind je het antwoord zonder je los te scheuren? Zonder afstand te nemen? Zonder….Dat heeft te maken met de vraagstelling….Hoe zou de wereld eruit zien zonder mij?

De geschiedenis van een koe, een geschiedenis van twaalf dagen en nachten ergens in de bergen van galicië, met kou en regen en ijs en modder, en stenen als messen en struiken als klauwen en korte rustpozen,  en gehuil en geloei, de geschiedenis van een koe die met haar kalf verdwaald was in de velden en twaalf dagen en nach­ten omsingeld was door wolven en gedwongen was zichzelf en haar jong te verdedigen, een eindeloos lange veldslag, de angst op de drempel van de dood te leven, een kring van tan­den, van opengesperde muilen, de bruuske uitvallen, de hoornstoten die niet mochten missen, moeten strijden voor zichzelf en een diertje dat zich nog niet kon weren, en ook de momenten waarop het kalf de spenen van zijn moeder zocht en langzaam zoog, terwijl de wolven naderden met platte rug en gespitste oren,

Aan het eind van die twaalf dagen werd de koe behouden gevonden, samen met haar kalf, en ze werden in triomf naar het dorp gebracht, het ging nog twee dagen door, aan het eind waarvan de koe gedood werd, omdat ze wild was geworden, omdat ze had geleerd zich te weren, omdat niemand haar meer kon bedwingen of zelfs maar in haar buurt durfde te komen, ze slachtten haar, niet de wolven die ze in twaalf dagen had overwonnen, maar de mensen die haar gered hadden, misschien de eigenaar zelf, die niet bij machte was te begrijpen dat dat voorheen zo mak­ke, vreedzame dier, toen het eenmaal geleerd had om te vechten, nooit meer zou kunnen stoppen.

your life is your life


don’t let it be clubbed into dank submission.

be on the watch.

there are ways out.

there is a light somewhere.

it may not be much light but 
it beats the darkness.

be on the watch.

the gods will offer you chances.

know them.


take them.

you can’t beat death

but
 you can beat death in life, sometimes.

and the more often you learn to do it,

the more light there will be.

your life is your life.

know it while you have it.

you are marvelous

the gods wait to delight 
in you.

 
@Charles Bukowski

Op de dag van de cultuureducatie schreef  en tekende Martha Verschaffel het volgende verslag over ZWARTE ENGEL:

“In de namiddagsessie bouwde Stefan Perceval op een interessante manier verder op het idee dat al in de sessie ‘Gevaarlijk Jong’ naar voor was gekomen, namelijk het belang van het maken van theater en kunst voor én door jongeren als een vorm van kunsteducatie. Perceval beperkte zich echter niet tot een puur theoretisch betoog.

In het kader van de Dag van Cultuureducatie had hij besloten het project “De Zwarte Engel” op te zetten.

Samen met leerlingen van BuSO Zonneweelde maakte hij een voorstelling gebaseerd op de leefwereld en ideeën van jongeren. Een interessant experiment, dat uiteindelijk ook resulteerde in een krachtige en op zichzelf staande voorstelling, maar wel één waarbij het proces dat aan de voorstelling voorafging minstens even belangrijk was als het resultaat.

De thema’s ‘opstand’ en ‘identiteit’ zaten mooi verweven in allerlei elementen en aspecten van deze sessie/voorstelling. Deels in het oorspronkelijke opzet van Perceval: een voorstelling opzetten met jongeren zonder theaterervaring, die bovendien in eerste instantie weinig voeling leken te hebben met theater. Daarnaast ook in de vorm van de voorstelling, waarbij de jongeren hun wensen en frustraties letterlijk uitschreeuwden in een zelfgeschreven rapnummer. Maar vooral in de inhoud: met hun persoonlijke teksten toonden de leerlingen aan hoe ze in opstand komen tegen de identiteit die hen door de maatschappij wordt opgedrongen.

Het nagesprek met de leerlingen en Stefan Perceval liet zien hoe dit project het eigenbeeld en het zelfvertrouwen van de leerlingen had beïnvloed, maar hoe het ook de groep sterker had gemaakt. Het was een mooi voorbeeld van hoe praktijk en theorie kunnen samenvallen en elkaar versterken.” 

Kan ik mezelf weg gommen? Dat zou ik een heerlijke gedachte vinden. Zelf mijn gedachten weg gommen. Af en toe iets bijtekenen, hoewel ik geen groot tekenaar ben. Ik kan het misschien aan andere mensen vragen om er af en toe iets bij te tekenen en als ik niet tevreden ben dan gom ik het gewoon weer weg?!

Er gaat niet veel van me over blijven. Steeds minder en minder tot dat er alleen maar een puntje is dat niet in staat is om nog te gommen. Zelfs niet te vragen. Ben ik dan een “bijzondere doelgroep”? Nee, ik ben een puntje mens waar andere mensen vergeten bij te tekenen. Het is niet slim  van me om te verwachten dat andere mensen  in mijn plaats gaan tekenen. Ik mag niet gommen. Ik laat staan  wat er is. Ja, het is de essentie – geen boîte magique die illusies produceer daar ben ik het met mezelf over eens. Toch houd ik van de illusie maar kan niet volgen in het gesprek over de desillusie. Dat begrijp ik niet. Wil mezelf weggommen om het daarna wel weer te begrijpen. Ik probeer iets anders erbij te tekenen – niet in potlood– een ongehoord en ongezien feest van nauwelijks te coderen verbale en lichamelijke idiosyncrasiën. Ik word moe en weet dat ik een puntje ben. De wereld bestaat uit puntjes, denk ik met wat ik niet heb weggegomd. Straks een nieuwe tekening.

“AS PALAVRAS – WOORDEN Woorden zijn goed. Woorden zijn slecht. Woorden krenken. Woorden vragen vergiffenis. Woorden schroeien. Woorden strelen. Woorden worden gegeven, gewisseld, aangeboden, verkocht en verzonnen. Woorden zijn afwezig. Sommige woorden zuigen ons leeg, laten ons niet los: ze zijn als bloedzuigers: ze komen tot ons uit boeken, kranten, reclameleuzen, ondertitels van films, brieven en affiches. Woorden geven raad, suggereren, insinueren, bevelen, dragen op, fluisteren, elimineren. Ze zijn honingzoet of wrang als azijn. De wereld draait op woorden die gesmeerd zijn met olie van geduld. De hersenen zitten vol woorden die in goede verstandhouding leven met hun tegenvoeters en vijanden. Daarom doen mensen het tegenovergestelde van wat ze denken, terwijl ze menen te denken wat ze doen. Er zijn veel woorden. En er zijn toespraken, woorden die tegen elkaar aan leunen, in een wankel evenwicht dankzij een precaire grammatica, tot het slotwoord Ik heb gezegd of Tot zover. Met toespraken wordt herdacht en ingewijd, worden vergaderingen geopend en afgesloten, worden rookgordijnen opgetrokken of fluweelzachte vitrages opgehangen. Met toespraken worden loftuitingen overgebracht, bedankjes, programma’s en fantasieën. En vervolgens verschijnen de woorden van de toespraken op papier, worden ze met drukinkt geschilderd – en langs die weg betreden ze de onsterfelijkheid van het Verbum. Zij aan zij met Socrates legt de burgemeester de toespraak vast die de dorpspomp heeft geopend. En de woorden stromen even vloeiend als het ‘kostbare vocht’. Ze stromen onophoudelijk, zetten de grond blank, stijgen tot aan de knieën, komen tot het middel, de schouders, de hals. Het is de universele zondvloed, een vals koor dat uit miljoenen monden spuit. De aarde vervolgt haar baan gehuld in een kabaal van krijsende, gillende gekken, gehuld ook in een kalm, ingetogen en verzoenend gefluister. Er zit van alles in het zangkoor: tenoren en contratenoren, galmende bassen, smachtende sopranen, gewatteerde baritons, contra-alten met verrassende stem. In de intervallen hoor je de punt. En dat alles verdooft de sterren en verwart de communicatie, als stormen in het zonnestelsel. Want de woorden delen niets meer mee. Ieder woord wordt gezegd om een ander woord niet te horen. Het woord wordt bevestigd, zelfs als het niet bevestigt. Het woord antwoordt noch vraagt: het drukt en verplettert. Het woord is het frisse groene onkruid dat het moeras bedekt. Het woord is zand in de ogen en uitgestoken ogen. Het woord toont niet aan. Het woord verhult. Vandaar dat de woorden dringend gewied moeten worden, opdat het zaaigoed een korenveld wordt. Vandaar dat de woorden een instrument van de dood zijn – of van de redding. Vandaar dat het woord slechts waard is wat de stilte van de handeling waard is. Er is ook stilte. Stilte is per definitie wat je niet hoort. Stilte luistert, onderzoekt, observeert, weegt en analyseert. Stilte is vruchtbaar. Stilte is de zwarte, vruchtbare aarde, de humus van het zijn, de zwijgende melodie in het zonlicht. In de stilte vallen de woorden. Alle woorden. De goede en de slechte. De tarwe en het onkruid. Maar alleen tarwe geeft brood.”

José Saramago – de hele tekst vind u op de blog van HETPALEIS.

Gisteren moest ik veel vergaderen over toekomstige projecten. Enkele van deze projecten werk ik met mensen “met een beperking”.  Wie niet, vraag ik me dan af?!…

Wat me steeds opvalt of het nu over “gewone” mensen gaat of mensen met “een beperking” is het eeuwige gepamper van hun begeleiders. Tijdens één van de vergaderingen kreeg ik een lijst onder mijn ogen wat ik niet mocht.  Als je je aan die lijst houdt dan wordt communiceren inderdaad bijzonder moeilijk; als een slang moest je boven (zeker niet onder) en voor (zeker niet tussen) deze mensen bewegen. Toen ik vroeg waarom dat zo was zei een begeleider tegen me, “ze zijn ziek.”. Ondertussen heb ik al enige kilometers in dit werkveld afgelegd en weet ik dat met een groep mensen werken – of ze begaafd of minder begaafd zijn – inhoudt dat er soms een complexe emotionele huishouding moet beheerd worden.  Maar dat je het individu niet mag simplifiëren laat staan onttrekken van andere individuen die mogelijk anders zijn.

“Ik lig er wakker van…”, zei iemand een vergadering later, “…hoe ik contact kan krijgen met iemand die de hele tijd naar beneden kijkt.”. Ik suggereerde dat ze misschien is moest proberen om wel in zijn ogen te kijken? “Dat mag niet”, zei ze, “we mogen niet te veel prikkels geven.”. Ze is beeldend kunstenaar en opzoek naar de synthese tussen de complexiteit van de mensen waar ze mee werkt en het behoud van de intimiteit van haar werk. Ze denkt dus vanuit zichzelf als kunstenaar en niet vanuit de mensen waar ze mee werkt. Deze houding stoort me omdat dit een rechtlijnigheid veroorzaakt die er misschien wel netjes uitziet maar elke vorm van verhalen vertellen vanuit de mensen zelf dood.

Je moet het aanpakken, kijk ze in de ogen, ga er tussen staan, kruip eronder, ga desnoods op hun rug zitten om hun verhaal te weten te komen. Geloof me, er zijn veel zachtere manieren om dit te weten te komen maar in tijden van wanhoop durf ik al wel eens overdrijven. Maar bovenal,  gebruik hun verhaal om samen een verhaal te vertellen. Maak van hun “beperking” een kracht. Dat is de sleutel. Ik zakte in elkaar, stapte de auto in naar een volgende vergadering en dacht aan de woorden van Oliver Sacks in de man die zijn vrouw voor een hoed hield;

“Om het menselijk wezen weer in het middelpunt te plaatsen – de lijdende, gekwelde, vechtende mens – is het nodig een ziektegeschiedenis uit te diepen tot een vertelling of verhaal: alleen dan hebben we zowel met ‘wie’ als met ‘wat’ te maken, met een werkelijke persoon….”

 Deze gedachte sterkt mij in m’n tocht om de confrontatie aan te gaan en de betrokkenheid op te eisen van alle deelnemers. Dit levert geen grote kunst op maar meer wereld in een werkelijkheid die al te vaak wordt afgeschermd.

Daar in de woestijn leven mijn studenten. Daar waar het stil is. Daar waar je deze ochtend geen adem voelde. Daar waar de zon deze ochtend anders lichtte dan anders; alsof daarboven iemand een luik open deed en dit stukje van de planeet oplichtte. Vandaag huil ik vanbinnen omdat ik voel dat de buitenkant stil moet zijn. Daar voel je de doffe bas van het geven en nemen van dit leven.