Het frutselen van deze tijd vergrendeld de deuren van ons hart. Het genoegen om er niet over te praten zorgt er voor dat alle kamers in onze huizen hetzelfde blijven. Het ssssstilzwijgen rechtvaardigd dat we elkaar gewoon voorbij lopen. En toch zie je overal gestolen harten, het verlangen om er over te praten, de verwennerij van het waaien van de wind. Maar nog meer zie je het frutselen, een onbeduidend gebaar. Geen duidelijke tekens, ook niet van de schrijvers. Iedereen heeft zich genesteld in frutselen.

Moet kunst voor kinderen vertrekken vanuit de kermissfeer die een grote aantrekkingskracht heeft, daar ben ik me van bewust, of is kunst voor kinderen iets wat alleen maar bestaat door gratie van de rookpluimbewegingen van de cultureel – pedagogische medewerkers in dit veld? En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er geen andere zone is . Waarom blijft die betutteling bestaan? In het kindertheater – waar ik regelmatig actief ben – blijken nog steeds welzijnwerkers aan het werk te zijn die extra lesmapjes of educatieve projecten fabriceren of een enquête om te onderzoeken of de vrijheid van de toeschouwer wel volledig intact is gebleven! Ik heb zo’n ongelofelijke zin om hen door elkaar te schudden en hen duidelijk te maken dat ook het betere kindertheater mee moet evolueren met zijn tijd. Dat ook het kindertheater mag zoeken. Dat het betere kindertheater m.a.w. met dezelfde kwesties bezig is als het betere theater voor grote mensen. Maar dat we dankzij al die betutteling met onze beide voeten in een plas stilstaand water staan. En dat zou niet mogen, we mogen niet in het brakke water van de stilstand terecht komen maar moeten een tegenstroming in de algemene samsonering durven veroorzaken. Want dat is wellicht nog een grotere misvatting dat hoewel ze in leeftijdsgroepen worden ingedeeld ook het kleine publiek een individuele eigen smaak heeft, een eigen voorkeur en een eigen affiniteit met bepaalde vormen van theater. Komaan hé, geeft uwen tut aan de Sint.

Deze week vertelde ik over mijn wedervaren in het onderwijs aan schooldirecties van de basischolen van het katholieke onderwijs tijdens een driedaags congres in Blankenberge. Ik probeerde hen mee te nemen in het domein waar ik al enkele jaren actief ben en wat sinds enige tijd “talentontwikkeling” heet. Het moeilijkste is om hen buiten de lijntjes te laten kleuren. Wars van structuren te denken . Natuurlijk hebben scholen, directies en onderwijzers heel veel plichten die hen nog meer – te veel – energie kosten. In dit domein lijk ik wel een wetenschapper; met een volharding bijt ik me vast in deze materie en zoek samen met hen naar mogelijke invalshoeken, oplossingen of tast tenminste een mogelijke richting af om binnen hun structuur naar “talent” te zoeken. Natuurlijk kan je niet van hen verwachten dat ze mee zijn in elke detail, de zoektocht naar communicatiemogelijkheden en het ontmaskeren van het bewustzijn geeft een verrassingseffect die veelzeggend is in zijn stilte. Eens ze dat ontdekken beginnen ze weer te praten en ontstaat er een dialoog. Niet over goed of slecht maar over magie, en kritiek. Wat me vooral frappeert is dat de ieder – voor – zich – houding verdwijnt en dat ze inzien dat talent ontwikkelen meer is dan exhibiotinistische dansnummertjes in een met hot – dog gevulde feesttent tijdens de open -deur – dag.

Wat zou ik doen als jij er niet meer was?

Je lippen huiverde, je huid had de kleur van je haar.

Ik riep je naam en haatte deze liefde – slavernij.

Je moest terug aanwezig – zijn en daarom sloeg ik in je gezicht.

Ik wilde de pijn van de vrijheid weg duwen en voor eeuwig bij jou zijn.

Niet meer dromen want in dromen is het leven de dood.

Ben jij dan een droom?

Ja, dat ben je een droom uit land waar de treinen niet hard mogen rijden.

Ik liet je te hard rijden.

Sorry daarvoor.

Stilletjes kwam je terug bij, je wist m’n naam niet meer.

De taal had je verlaten en je spieren waren in een kramp blijven steken.

God, neem deze duizeling uit haar hoofd weg en het was verdwenen.

Je sprak m’n naam als sprak je voor het eerst of een voorlaatste woord.

Ik legde je terug op de ochtendnevels die je net als ik wil negeren maar dat kan je niet.

De liefde is een moeras van gevoelens en ik weet dat ik van u hou, lieve stille vrouw.

Ik eis voor mijn liefde een eigen god en een wereld zonder telaat tussen jou en mij.

Ik kon het niet geloven. Ik dacht, ik loop naar voor maar dit moet vast en zeker voor iemand anders bedoeld zijn. En toen kreeg ik de prijs. Hoe kan ik ooit al die mensen bedanken die steeds maar weer in me blijven geloven?! Hier is ‘em; mijn gouden klaproos! En dan al die mensen die zeggen dat ze u al jaren volgen en dat ze zo ongelofelijk blij zijn met wat ge doet….Ik word daar zo stil van, hé!

Voor de tweede keer ben ik genomineerd voor “de gouden klaproos”. Dit keer in de categorie; “Literatuur” (toneel). De gouden klaproos is een tweejaarlijks evenement dat door de leden van SABAM georganiseerd wordt. Disciplines uit grote en kleine kunsten in Vlaanderen en Brussel komen om de beurt aan bod. Jonge scheppende kunstenaars worden bekroond voor hun prestaties, inzet en gedrevenheid. Er werd gekozen voor een gouden klaproos omdat deze bloem symbool staat voor vastberadenheid en een onwrikbare wil om te overleven, zelfs in zeer barre omstandigheden. Maandagavond, 21 Maart 2011 heeft de uitreiking plaats in de Zuiderkroon te Antwerpen.

Deze zomer openen we nieuwe horizonten en storten we ons in het ijle! We schrijven – realiseren en acteren. Iedereen is er gelukkig verschillend en zo dat je niks kan opdringen. Dus… kom ook.