Er zijn zo van die dingen waar ik kromme tenen krijg of waar mijn tenen toch meer van kommen dan van andere dingen zoals, belastingen, napoleontische wetten en regels die nu nog het terrorisme in deze wereld moeten tegen gaan of is dat het zelfde als belastingen?

En ook politieagenten – dit misschien omdat mijn ouders nog buren zijn geweest met de Marimans van de legendarische punkgroep The Kids, u weet wel…- alsook de Belgische regering met zieke en minder zieke jongetjes. Wanneer gaat die Yves Leterme nu eens gewoon toegeven dat hij het niet kon omdat hij een nieuw lief heeft en dat vraagt veel tijd enzovoort enzo verder…dat zou hem veel sympathieker maken. Nu wil hij maar de beste leerling van de klas blijven en hij kan het niet. Hij was goed in een kleine groep maar in een grote groep verzuipt hij, hij heeft geen overzicht meer. Afin, er zullen er wel weer andere komen die het sneller en beter zullen doen of dezelfde…En daar wil ik het over hebben want \”Bros\”komt terug, ne comeback! “Bros” , ge weet wel die janetten die op het einde van de jaren tachtig al die grieten loops maakte met hun hoge stemmetjes. Bij mij in de klas zat zelfs een meisje – Wendy was haar naam – en die deed op een dag niet mee aan het examen omdat “Bros” kwam signeren in een platenzaak in Antwerpen. Wendy was gezakt maar ze had wel die janetten gezien en het strafste van al is dat ze niet zag dat het janetten waren. Ze komen dus terug net zoals alles altijd maar weer terug komt.

 

Zo las ik vandaag ook de aankoniging van een nieuwe theatercollectief en ik citeer:

“Collectief X gooit de conventionele theaterwerkelijkheid overboord. Deze werkelijkheid is een gekunstelde afspraak tussen publiek en acteurs. Collectief X wil zich elke avond bezighouden met de werkelijkheid zoals hij is; wij zijn allemaal mensen in één ruimte. Daarom is er contact met het publiek. Er zitten mensen, dat ontkennen zou het ontkennen van de werkelijkheid betekenen. Zo kan er sprake zijn van een tweezijdige beïnvloeding. Elke avond zal anders zijn, omdat er elke avond een ander samenspel tussen acteurs en publiek is. Om deze tweezijdige beïnvloeding tot stand te brengen moet je eerlijk zijn: Collectief X bestaat uit acteurs, niet uit personages.”

 

Wil er eens iemand, 1. aan die gasten zeggen dat dat wat ze schrijven theater maken/ spelen/zoeken  is en dat je daar niet over moet doen alsof het nieuw is en dat je daar zeker niet over moet doen alsof je een waarheid verkondigt want als je een theaterwerkelijkheid overboord gooit ga je daarna niet in een zaal zitten want dat is een theater en al helemaal als je schrijft dat je acteurs bent. Dat noem ik een contradictie!! En 2. dat ik het pas fijn zou vinden mocht ik niet om de zoveel tijd hetzelfde liedje horen en dat het nu pas echt tijd wordt om iets nieuws te doen, écht grenzen te verleggen en geloof me het zal niet daar zijn…

 

Diana Krall. Het lief van Elvis Costello, zijn vrouw. Gisteren heb ik haar in levende lijve gezien in de Bijloke in Gent op Gent Jazz festival . En ja, het klopt, deze vrouw heeft het en ze straalt. Ze is perfect gelukkig, zo zei ze zelf ,en toch zingt ze trieste liedjes met een overtuiging en hartepijn. Ik ben nu zelf ook stilaan in een periode gekomen dat ik heel gelukkig ben en toch schrijf ik nog steeds sombere teksten. Alsof je soms terug kijkt naar wat geweest is en dat je blij bent dat er niet meer is en op die manier schrijf je het van je af. Wat hierna, vraag ik me dan af? Paniek! En daar kan je dan ook over schrijven.

 

 

Soms denk je dat je slaapt. Het enige wat je eigenlijk doet is met je ogen gesloten liggen denken en voelen hoe de nacht je huid streelt. Je denkt dan aan alles wat je nog moet en hoe je dat zal doen als de tijd er rijp voor is. Ik schrijf, iets wat ontstaan is uit een weddenschap zo’n 13 jaar geleden en nu doe ik het ook om den brode. Bijna dagelijks schrijf ik maar niet altijd aan mijn opdracht. Nee, dat stel ik meestal uit, ’s nachts en overdag lopen de ideeën dan over mijn hoofd en onthoud ik ze om ze dan later in een klein notitieboekje neer te pennen. Met als gevolg dat je hoofd en gedachten nooit echt stil staan en dat is flink vermoeiend. Ik heb al van alles geprobeerd maar het mag niet baten,  WAKKER! DENKEN!

Alles is ook een bron van inspiratie omdat het voorbij komt, staat, kust, zit, staart, lacht….

Dat maakt iets nooit echt af is en zelf als het af is begin ik er aan te prutsen waar door het weer helemaal anders wordt. En weet je, dat is tegelijk het vervelende maar ook het goede aan theater en schrijven; alles kan (“mits goed gedaan!”, zeggen sommigen dan).

Soms zou ik willen dat ik een job had waar ik thuis niet over hoeven na te denken maar eerlijk gezegd denk ik dat die job niet bestaat. Of zijn er wel jobs waar je thuis niet over nadenkt, echt helemaal niet behalve de gedachte dat je d’r naartoe moet als de wekker gaat.

Ik schrijf.

 

Gisteren naar een optreden gaan kijken van mijne neef Jeroen Perceval. In een klein café achter de brusselse grote markt gaf hij het beste van zichzelf.  Vind het moedig hoe hij zijn weg zoekt en daar heel oprecht over denkt en spreekt. Ik zag hem zo staan en dacht, zijn teksten zijn goed, zijne muziek is goed, hij brengt het heel goed waarom staat hij hier in beperkte kring, iedereen moet dit horen! En dan kan ik het niet laten wederom te denken dat dat iets puur vlaams is; je moet iemand kennen die dan weer de beste vriend is van…vooraleer je ergens je geraakt in dit landje. Puur op talent is nog niemand er geraakt. Damned.

 

Dit is een verhaal van mijn goede vriend Jan, nu rijd hij nog met de bus…

“Ik lig aan de Mexicaanse kust. De zee fascineert me al heel mijn leven. Van de zee gaat een enorme kracht uit. Waarom maken ze daar geen gebruik van om energie op te wekken. Toevallig ligt er naast mij een vrouwelijke ingenieur . Ik stel haar die vraag. Het probleem is om de kracht van de golven om te zetten in energie en ze leest verder in haar boek. Een duister boek. Ik lees verder mijn column van Herman Brusselmans.
Een Amerikaans koppel vraagt me, om van hen een foto te maken,met de zee als achtergrond, maar alleen van hun hoofd. Ik zeg dat ik dat niet kan doen, ver mits ik juist een column had gelezen van Herman Brusselmans en het ging weer over cut en lul. Die twee lichaamsdelen moeten er zeker opstaan, anders zou ik Herman verkrachten. Die Amerikanen hadden nog nooit over Herman gehoord. Hoe is dat nu mogelijk. Die Amerikanen verstaan er niets van. Ze begrijpen ook niet zo goed mijn Puurs Engels. Ik begin me te verduidelijken met gebaren. Ze krijgen wat schrik van mij, aangezien ik mijn lul laat zien om het een beetje visueel te maken. Discussie loopt uit de hand. Die vrouwelijke ingenieur, die nog steeds naast mij lag, komt tussen beiden en trekt een foto van het Amerikaanse koppel, alleen hun hoofd.
Blijkbaar is dat veel gemakkelijker dan de kracht van de zee om te zetten in energie.”

 

Toen ik begon met acteren – na mij opleiding op de Studio Herman Teirlinck – was dat iets heiligs voor me. Mijn eerste productie, onmiddellijk na mijn opleiding, was “Wysiwyg”. Een Victoria productie in een regie van Peter Van den Eede naar een tekst van Paul Mennes . Peter kalfde alle heiligheid van mijn acteursidee af. Wat daarop volgde was pure rock & roll in het gezelschap van Sien Eggers, Lies Pauwels en Gene Bervoets. Een heerlijk tijd die voor ons allen heel veel betekende en waar nog dikwijls terug naar gerefereerd in interviews van mensen die deze voorstelling gezien hebben. Dankzij KLARA bestaat nu de fantastische mogelijkheid een fragment van deze voorstelling weer te zien als je op deze link klikt.

http://www.klara.be/cm/klara/1.104-searcharticle?directarticle=1.3590&article=1.3590

Danku Klara,

 

Vandaag was ik met mijn zoon is een ijssalon nadat we eerst denkbeeldige haaien en andere zeemonsters hadden overwonnen in het zwembad. In dat ijssalon zwom 1 vis in een klein zielig plasje water. “Wat doet die vis zo alleen?”,vroeg mijn zoon. “Die vis zwemt rondjes in zijn vijver. Die vis is heel eenzaam zo alleen.”, zei ik.

“Wat is eenzaam?”, vroeg mijn zoon.

“Eenzaam is als je geen vrienden, geen familie, niks hebt, als je altijd helemaal alleen bent.”.

“Dan zwem je alleen!”, riep mijn zoon enthousiast uit, “dan is dat zeker een papavis!”, vervolgde hij.

“Waarom?”, vroeg ik op mijn beurt.

“Omdat papa ook altijd alleen is.”, zei hij gevat en smeet een stuk van zijn pannenkoek in het plasje water. De vis keek er zelfs niet naar.

Sam Bogaerts  is al eeuwen een monument in het theaterlandschap. Sam was mijn mentor bij mijn eerste regie, “Solidatus!” bij Victoria  in Gent. Het Paleis is een theaterhuis dat mij zeer genegen is en deze twee komen nu samen in de paleisdebutanten.Een project dat beginnende theatermakers de tijd, plaats en begeleiding geeft om te laten ontstaan wat er is en dat onder de arm te nemen. Sam zegt hierover:

“Intuïtie. Ik zoek een combinatie van sterke acteurs en mensen die zelf dingen kunnen maken. Dit is geen toelatingsproef voor een toneelschool. Ik oordeel zuiver subjectief. Je kijkt graag naar iemand – of niet. Er hoeven geen grote ideeën achter te zitten. Maar de tragedie en de komedie van leven en dood zitten in alles wat ik doe. Hoe prettiger je het vindt om te leven, hoe erger het is om oud te worden en dood te gaan.”

En dat begrijp ik, deze editie zal ik met gepaste spanning volgen.