Het is vrijdagavond. Mijn zoon is terug naar zijn mama. Het moment dat ik alleen aan mijn schrijftafel zit. Daarstraks kwam er hier een slotenmaker omdat ik een deur niet meer open kreeg. Afin, het was een deur die –  zolang ik hier woon  – nooit open was geweest omdat je de ruimte waar de deur toegang tot gaf ook van aan de andere kant kon betreden. En nu is ze dus openen kan ik de andere kant weer dicht metselen. Zo gaat dat in het leven…En die slotenmaker die was echt kei – hard gehandicapt. Dat had ik nog nooit gezien. Ik dacht dat hij de deur nooit zou open krijgen. Maar ja hoor, hij zette zich met zijn spastische lichaam voor het gat en mikte er heel doeltreffend een loper in die de deur helegans opende. Hij speekte me onder toen hij zei dat die klus van enkele seconden zestig euro kostte. Ik wilde nog mijn verwondering uitspreken zowel over de prijs als over zijn handicap maar ik wijselijk mijn mond gehouden. Hij gaf me nog een kaartje en ja hoor hij is een professionele slotenmaker. Zo had ik hem ook in de gouden gids gevonden. Mocht er nu bij hebben gestaan dat hij gehandicapt was dan had ik hem misschien niet gekozen of misschien wel met het gedacht dat hij dan heel goedkoop zou zijn.

Weet je, ik speel nu in Hasselt in het huis Hoste. En dat is gelegen achter zo’n nieuw poepsjiek gebouw van de Vlaamse gemeenschap. En wat me opvalt, is dat daar heel veel blinden rond lopen. Ik zie daar elke dag wel zo’n stuk of negen blinden. En dat is toch wel veel op één dag voor een gewone zienende mens. Nu denk ik dat die misschien daar in dat gebouw van de Vlaamse gemeenschap werken. Dat zou zo maar eens goed kunnen! Ik vind dat toch wel knap maar ik vraag me tegelijk af of dat dat nu opschiet zo’n blinde.Nee echt, ik vind dat iedereen gelijke kansen moet krijgen maar het moet wel vooruit gaan, hé! Grapje, hé mensen! Komaan, ni zo zuur kijken!

 

Het vuurwerk knalt hier in de buurt voor het één of ander buurtfeest de lucht in. Had net mijn eigen kleine triomfje toen ik in de Knack blog las dat “Mijn hart werd beschreven als “…te mooi om onverschillig bij te blijven. Het is een piepkleine ode, gedragen door een stem die zich als warme kussens tegen je oren nestelt.” Daar word ik in deze eenzame tocht een heel klein beetje blij van. Morgen nog in Hasselt!

Hieronder alvast een voorsmaakje voor de volgende Mijn Hart, in Eeklo. Meer info op www.hetpaleis.be

 

 

Wie ben ik?

Heb ik een snor?

Ben ik zoals iedereen?

Ben ik zoals jij ?

Ik voel me niet veilig bij die gedachte.

Ik wil anders zijn.

Wanneer kan ik mezelf zijn?
echt, wie da ‘k ben.

Da weet ik ni.

Ik weet zelf ni wie da’k ben.

Misschien ben ik wel de koning maar zijn ze ’t me vergeten te zeggen.

“zijne majesteit, we zijn vergeten te zeggen dat u vandaag alleen maar groene lichten zal hebben. Het leven zal in één grote rotvaart voorbij vliegen. De mensen zullen voor u knielen, majesteit. U mag zeggen wat u wil,majesteit.” 

Als ik kon zou ik mijn vel willen afgooien.

Iemand nieuw zijn.

DE NIEUWE MENS.

 

Vanaf morgen, donderdag 25 september 2008, speel ik MIJN HART in Hasselt. Dankzij de fantastische inzet en steun van Frank, Ben, Wolf, Raf, Tom en Paula en alle medewerkers van ver en dichtbij lukt het ons om steeds een ander verhaal te vertellen. Hieronder zien jullie hoe het was in Ter speelbergen. Kom ook in Hasselt kijken, het zal helegans anders zijn!

Sinds december vorig jaar is WOOORD, de eerste culturele podcast van Vlaanderen ten grave gedragen.  Geboren op 19 januari 2005, leeft de genaamde WOOORD heden verder in onze herinneringen en, voor zolang men het toelaat, op de websitek van HETPALEIS of op www.wooord.be 

“Als ge dacht da ge rustig thuis kon zitten of boven op uw lief pitten. Vergeet het. Yo, check it. Wooord!”

 

Zoals jullie weten werk in het Paleis in Antwerpen. Dat is gelegen in de stadsschouwburg in Antwerpen. De buren zijn de mensen van Music Hall en  af en toe blijf ik heel geniepig aan hun repetitielokalen luisteren. Wat je d’r ook van denken mag. Nu zijn ze met de voorbereidingen voor “Annie” bezig…heerlijk. Tegen niemand zeggen, hé!

Soms hoor je mensen over kunst praten en dan krijg ik daar vlekken van voor mijn ogen. Dat is kunst!, denk ik dan. Dat je kan praten over kunst en me doet duizelen van de onzin die je uit je nek slaat. En jammer genoeg kom ik steeds meer van die mensen tegen die van – het – over – kunst – lullen – in – dwaze – theorieën hun hoofdbezigheid hebben gemaakt. Zeg maar, dwaze kloten die zich verschuilen achter een statement. Zo hoorde ik iemand praten en die zei dat hij aan jonge beginnende kunstenaars vraagt wat hun groter plan is en hoe ze zichzelf zien in de huidige stroming. Word u al misselijk? Ik wel. Want elke pas beginnende kunstenaar die daar een pasklaar antwoord op heeft naast misschien; “ik wil alles veranderen!”, is een huichelachtige zak  die niet met een groter geheel bezig is maar alleen met jezelf. Dat soort figuren kan goed lullen en dat moet je dus kunnen om nog ergens een plekje te mogen kneden.

Want hoe kan je als pas begint al weten wat je groter plan is? “Ik wil alles veranderen!”, is een goeie maar je moet toch steeds ergens beginnen. Eerst een  kei verplaatsen en zien wat voor rimpeling dat veroorzaakt en dan zien of je je daar in kan vinden en of je daar iets van opsteekt wat je dan weer mee neemt naar een volgende kei of misschien wel naar een andere rivier…

Wat hij ook zei was dat hij een verhaal moet horen waarmee hij van z’n sokken geblazen wordt. Ik keek hem aan en zag hoe z’n rechthoekig design brilletje begon aan te dampen want hij wist het zelf ook niet wat hij uit z’n nek stond te lullen. Ik vroeg hem wat hem dan van z’n sokken blies en hij vond, heel lacherig, Maurice Engelen dus wel echt heel goed.

En weet je wat het erge is? Dat soort mensen zetelt in commissies, of erger nog, is artistiek verantwoordelijk voor kunstencentra die het begeleiden van “jong talent” hoog in het vaandel dragen. Ik zeg het u, ze kennen er niks van! Waarschijnlijk komt het omdat ze van de eene receptie naar de andere dwalen en ondertussen de scampi’s met staart en al naar binnen werken waardoor er een vernauwing in hun hersenen is ontstaan en waardoor ze alleen nog in pamfletten kunnen spreken want eerlijk, er moet eerst en vooral een plek zijn om te zoeken, waar je op je bek mag gaan en opnieuw zoeken zonder dat de kunstenaars van vandaag en morgen zich als aangeschoten wild hoeven te voelen dat onmiddellijk zijn marktwaarde moet laten bewijzen.

Mijn excuses, maar ’t is zoals kabouter Lui het zegt: “daar word ik zo moe van.”

 

Ik vind het echt dikke kak!

Antje de Boeck – Vlaamse actrice – gaat niet in op een uitnodiging van de Vlaamse dienst voor arbeidsbemiddeling om kaartjes te gaan scheuren bij de musical Daens. Waarom ze er niet op in gaat? Ze is actrice. Punt dus. Collega acteurs springen in ’t gelid en schreeuwen moord en brand want zo hoorde ik er eentje brabbelen op StuBru, “we zijn kunstenaars, we hebben daar een opleiding voor gevolgd dus we gaan toch ook niet de straat vegen!”. Wel lieve vrienden, ik ben acteur en ik zeg het u als ik geen werk heb en ze verplichten me om wat dan ook te doen om mijn bestaansminimum te garanderen, ik zal het godverdomme doen. En me niet verstoppen achter semi- zweverig kunstenaarschap. Er zijn duizenden mensen die opleidingen hebben gevolgd voor dingen waar ze – door allerlei redenen – geen werk in vinden. Er zijn miljoenen mensen die hun droom om die of die job of opleiding te volgen opzij hebben geschoven en iets anders zijn gaan doen om het hoofd boven water te houden. “We zullen voor de kunstenaars een andere regeling moeten uitwerken.”, Sprak de vrouw van de VDAB wat beduusd op het journaal. En wat hoor je dan vandaag; een man sprak me aan om te zeggen dat “die artiesten wel denken dat ze alles mogen. Waarom moeten jullie niet gaan werken en de kleine man schorsen ze even leuk in dezelfde situatie.”. En ik begrijp die man. Ik begrijp dezelfde vele boze reacties op dit voorval en zie niet in waarom er weer een uitzondering op de regel zou moeten zijn. Er zijn te veel kunstenaars en zeker acteurs. Er studeren er elke jaar veel te veel af in een veel te klein taalgebied misschien moeten we daar de vinger aan de pols leggen zodat we vele ontgoochelingen kunnen besparen.

Uiteraard heeft iedereen een droom en het is goed om die achterna te jagen maar soms moet je er ook voor vechten en door een dal voor durven gaan, zonder uitzondering.

Het Paleis introduceert ‘monumentaal theater’

voor kinderen

 

 

PUTTE – Op vraag van de Open Monumentendag speelt Stefan Perceval de komende maanden 88 voorstellingen in vijf monumenten.

De Open Monumentendag mag dan een eendagsgebeurtenis zijn, dit jaar volgt er een lange nageboorte. Tot half oktober reist de acteur Stefan Perceval (35) de vijf Vlaamse provinciën af om in een beschermd monument een monoloog te brengen.
Het zijn gepersonaliseerde verhalen die afgestemd zijn op de locatie en er ook hun stof vandaan halen. Ze zijn bestemd voor kinderen vanaf tien jaar.
De bedoeling is om een brok geschiedenis op een speelse manier over te brengen. En om een patrimonium tot leven te wekken, zonder zich in saai museumbezoek te verliezen. De komende weken slaat Perceval toe in een vroeg modernistisch gebouw van Huib Hoste in Hasselt. In Eeklo wordt dat het prachtige psychiatrisch centrum, in Bierbeek een opvangtehuis voor kinderen. Aan de kust is hij te gast in Villa D’Hondt, een herenhuis uit 1904, waar art nouveau en eclectisme elkaar omarmen – daar kan hij trouwens blijven slapen, want het pand is tegenwoordig een chambre d’hôte.

Tijdens de Open Monumentendag begon Perceval zijn monumententournee in Putte (bij Mechelen) ten huize Jozef Weyns – waar Bokrijk is uitgevonden. Meer zelfs, huize Weyns is zélf een aardig stukje Bokrijk.

De woonst Ter Speelbergen is een dot van een Kempense hoeve. Ze is opgetrokken uit gerecycleerd materiaal uit de buurt. De trap komt uit een kasteel van De Merode. Wie hem afloopt, krijgt de indruk naar beneden over te hellen – wat ook klopt, want de treden zijn ingekort om in een familiewoonst te passen.

De stenen deurornamenten waren overtollig in het klooster van Opgrimbie, waar Weyns advies leverde aan wijlen koning Boudewijn. En dan is er nog een indrukwekkende dwarsbalk, waar het jaartal ‘1741’ in gekrast is – ook al afkomstig uit een of andere hoeve of kasteel.

Perceval typeert Weyns in zijn vertelling als een Don Quichote die het opneemt tegen de betonboeren. Die willen het verleden weghalen, terwijl hij net voor ‘zijn geliefde volk’ zoveel mogelijk moois probeert te behouden. In het verhaal ontmoeten troebel nationalisme en goedbedoelde volksverheffing elkaar.

De vertelling begint in de schuur, waar Perceval/Weyns in suppoostenkostuum het verleden bezingt. Hij is de bouwer, ‘op zoek naar hoe het was’. Vanuit de lucht zweeft hij over zijn aanbeden land. Overal zijn gebouwen verdwenen, maar dit is ‘zijn nest’. Hij houdt het zelfs letterlijk in zijn hand.

Daarna troont Perceval zijn gehoor over de binnenplaats naar de bovenverdieping (opgepast: verraderlijke trap!). Voor de haard met daarop een schilderij van mevrouw Weyns – ‘Paula, uit Schriek’ – gaat het relaas verder. In dit deel mengt de acteur getuigenissen op klankband. Ze zijn afkomstig uit de levensbeschouwing die Weyns in zijn testament achterliet.

Andermaal blijkt een grote gedrevenheid. En een grote liefde en veel nestgevoel. (gse)

‘Mijn hart’ van Stefan Perceval. Gezien in Putte op 14/9.

www.hetpaleis.be

 

 

 

 

De Kroatische papa van een vriendje van mijn zoon begon te huilen.

“Voel me zo ongelukkig.”, duwde hij uit zijn grote lijf.

Na de oorlog is hij met z’n vrouw naar hier gevlucht. Ze wilden eigenlijk naar Zweden.

“België is beter.”, lacht hij, “hier geen streng regime.”. Ze hebben een zoontje, een vriendje van mijn zoon. “Hij is eenzaam. Heeft niet vele vriendjes.” En omdat ik dat weet komt zijn zoon regelmatig bij ons spelen.

 

Onlangs zei iemand  in een Engelse reeks op de Vlaamse televisie, “I don’t have the luxury of friends”. Wat door de Vlaamse ondertiteltolken – je weet wel die altijd te vroeg, te laat of helemaal geen ondertiteling bij het journaal geven – als “ik heb geen vrienden”. Ik denk er het mijne van want herkende me in deze uitspraak; inderdaad, vrienden hebben is een luxe en echte vrienden zijn heel dun gezaaid.

 

Dezelfde Kroatische papa van een vriendje van mijn zoon studeerde in zijn land chemie en is hier pijpfitter. Zijn diploma’s tellen hier niet. Nu heeft hij al zijn moed weer bijeengeraapt om opnieuw chemie te gaan studeren aan een hogeschool. Dat zal hij doen terwijl hij verder werkt want hij zag de cursussen en dit alles was niet nieuw voor hem. Hij was cum laude geslaagd in zijn land. Dat land wordt in stukken geschoten, hij is soldaat, moet vluchten en hier moet hij zelfs zijn kennis vergeten. Iets wat in je hoofd zit, en zelfs papieren bewijzen van hebt dat je de materie onder de knie hebt,  telt hier niet. Dat vind ik vreselijk achterlijk. Wat is het idee hier achter? Is het om onze hogescholen te laten vol lopen met al die mensen die gevlucht zijn? “Binnen twee jaar ben ik afgestudeerd en dan kan ik je buurman worden.”, zegt hij terwijl hij z’n enorme arme om mijn schouder legt. Ik vind het knap dat je van uit het niets terug naar boven krabbelt, ik bewonder deze mensen voor hun vechtlust. Ze zijn hier en in hun thuisland vreemden. Zij en hun zoontje spreken Nederlands. En dan zijn er nog idioten die leuzen als “aanpassen of opkrassen” op hun affiches durven printen of die van het bange economische klimaat waar we nu in leven handig gebruik om deze mensen te blijven uitsluiten van een maatschappij en daar vele ja knikkers voor vinden. Ze zijn vergeten waar ze zelf vandaan komen. En ik weet dat de Kroatische papa van een vriendje van mijn zoon er alles aan doet om voor hem en zijn familie hier een veilige thuishaven te bouwen – door dag in dag uit hard te werken – met een beetje vrienden en weinig eenzaamheid.

 

Wat begrijpen ze in België onder een fietspad?

-Een rode strook dure verf op het asfalt die plots eindigt en waar niemand rekening mee houdt.

 

Ik word als fietsgebruiker bijna dagelijks van mijn sokken gereden. En niemand die het ziet.

Maar nu heb ik er genoeg van, vanaf morgen neem ik harde voorzorgmaatregelen. De eerst automobilist die een poging doet om me van mijn fiets af te rijden zal het geweten hebben en  levenslang geweten. Nee, ze komen er niet meer vanaf met, “ik had u niet gezien, sorry…” om dan hun weg te vervolgen. Ze zullen bloeden door hun eigen toedoen. Ik ben strijdvaardiger dan ooit. Ik zal ze martelen dat het een lieve lust is. De fietspaden in en rond Antwerpen zullen bloedrood gekleurd zijn en oneindig. Misschien dat de dames en heren die weldra hun verkiezingslag moeten thuis halen zullen stoppen met die laatste nutteloze opsmukbeurten en het fietspadennet eens werkelijk onder handen nemen. Doe het nu en ge heb mijn stem!