“Mijn Hart” in de Standaard.

Het Paleis introduceert ‘monumentaal theater’

voor kinderen

 

 

PUTTE – Op vraag van de Open Monumentendag speelt Stefan Perceval de komende maanden 88 voorstellingen in vijf monumenten.

De Open Monumentendag mag dan een eendagsgebeurtenis zijn, dit jaar volgt er een lange nageboorte. Tot half oktober reist de acteur Stefan Perceval (35) de vijf Vlaamse provinciën af om in een beschermd monument een monoloog te brengen.
Het zijn gepersonaliseerde verhalen die afgestemd zijn op de locatie en er ook hun stof vandaan halen. Ze zijn bestemd voor kinderen vanaf tien jaar.
De bedoeling is om een brok geschiedenis op een speelse manier over te brengen. En om een patrimonium tot leven te wekken, zonder zich in saai museumbezoek te verliezen. De komende weken slaat Perceval toe in een vroeg modernistisch gebouw van Huib Hoste in Hasselt. In Eeklo wordt dat het prachtige psychiatrisch centrum, in Bierbeek een opvangtehuis voor kinderen. Aan de kust is hij te gast in Villa D’Hondt, een herenhuis uit 1904, waar art nouveau en eclectisme elkaar omarmen – daar kan hij trouwens blijven slapen, want het pand is tegenwoordig een chambre d’hôte.

Tijdens de Open Monumentendag begon Perceval zijn monumententournee in Putte (bij Mechelen) ten huize Jozef Weyns – waar Bokrijk is uitgevonden. Meer zelfs, huize Weyns is zélf een aardig stukje Bokrijk.

De woonst Ter Speelbergen is een dot van een Kempense hoeve. Ze is opgetrokken uit gerecycleerd materiaal uit de buurt. De trap komt uit een kasteel van De Merode. Wie hem afloopt, krijgt de indruk naar beneden over te hellen – wat ook klopt, want de treden zijn ingekort om in een familiewoonst te passen.

De stenen deurornamenten waren overtollig in het klooster van Opgrimbie, waar Weyns advies leverde aan wijlen koning Boudewijn. En dan is er nog een indrukwekkende dwarsbalk, waar het jaartal ‘1741’ in gekrast is – ook al afkomstig uit een of andere hoeve of kasteel.

Perceval typeert Weyns in zijn vertelling als een Don Quichote die het opneemt tegen de betonboeren. Die willen het verleden weghalen, terwijl hij net voor ‘zijn geliefde volk’ zoveel mogelijk moois probeert te behouden. In het verhaal ontmoeten troebel nationalisme en goedbedoelde volksverheffing elkaar.

De vertelling begint in de schuur, waar Perceval/Weyns in suppoostenkostuum het verleden bezingt. Hij is de bouwer, ‘op zoek naar hoe het was’. Vanuit de lucht zweeft hij over zijn aanbeden land. Overal zijn gebouwen verdwenen, maar dit is ‘zijn nest’. Hij houdt het zelfs letterlijk in zijn hand.

Daarna troont Perceval zijn gehoor over de binnenplaats naar de bovenverdieping (opgepast: verraderlijke trap!). Voor de haard met daarop een schilderij van mevrouw Weyns – ‘Paula, uit Schriek’ – gaat het relaas verder. In dit deel mengt de acteur getuigenissen op klankband. Ze zijn afkomstig uit de levensbeschouwing die Weyns in zijn testament achterliet.

Andermaal blijkt een grote gedrevenheid. En een grote liefde en veel nestgevoel. (gse)

‘Mijn hart’ van Stefan Perceval. Gezien in Putte op 14/9.

www.hetpaleis.be

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s