Ik werk nog steeds met de studenten van De Dageraad in Kortessem aan hun verhaal, 1 seconde. En ik geloof ook daar steeds meer en meer in kracht van de eenvoud. Nu moet ik hetzelfde geloof in eenvoud ook nog in m’n privé leven vinden en dan denk ik dat allemaal nog goed komt met me. Tegelijk reflecteer ik voor een debat aan de Vrije Universtiteit Brussel over het cultuurbeleid van de laatste jaren,hoe ik daar tegenover sta en wat mijn queeste, questions, vragen zijn bij dit beleid. En dan stel ik vast dat we soms simpelweg de mens vergeten. Omdat het ons profijt afwerpt, door aan cultuur te doen of kunst te vreten kunnen we ons zelf buitenspel zetten in deze maatschappij. We koesteren haar onder een laag van intellectueel vernis. En zie, een groot deel van onze bevolking verarmt. Ik weet niet of u soms het nieuws opzet? Ik wel. Fabrieken die sluiten, arbeiders, bedienden verliezen hun baan. En wat zie ik, kunst wordt gebruikt om afstand te scheppen.

We hebben het zelf niet door; het verschil in klasse wordt groter en groter. En ons cultureel kapitaal, want dat is zij, is ongelijk verdeeld.
Zoals ik al zei, wij profiteren er van. Alle soorten van voorkeur en smaak bepalen onze positie in de sociale ruimte.

En dan werk ik met studenten die veelal reeds veroordeeld zijn in hun toekomst. Hun plannen bevinden zich diep diep daar we – naast het aanleggen van autowegen en andere rechtstreekse prachtige projecten – belastingen voor betalen. Juist, Hun toekomst bestaat er uit dat ze een last zijn voor deze maatschappij. Nu werk ik met hen en ontdek talenten die er voordien niet waren uitgekomen. Onaangeraakt zaten ze in een hoekje te wachten. Mocht er tijd vrij komen om ieder van ons even die aandacht te schenken zodat onze “ware” talenten boven komen dan zou deze maatschappij niet hoeven te zeuren over subsidies, belastingen, fondsenwerving want dan creëren we een maatschappij waar ook die mensen een toegang krijgen tot cultuur, sterker nog, een doorbraak forceren en bijdragen tot wat cultuur is. Zo zijn ze geen last meer voor deze wereld maar een verrijking in onze analyse van de werkelijkheid.

Doorschijnende mens met je gebroken hart
waarom bijt je zo van je af?
Niemand heeft gezien dat het ribblauw
van je aderen op springen staat.
Doorschijnende mens ga je echt straks werken en doen alsof er niks aan de hand is?
Of laat je je tranen, die irritante zoutbanen je huid kwetsen?
Doorschijnende mens blijf rustig waar je bent,
zoals je bent.

Graag nodig ik u uit in Bu.S.O. De Dageraad te Kortessem voor de voorstelling: ‘1 seconde’

“Samen met de leerlingen dromen prikkelen en laten zien hoe realiseerbaar deze zijn. Samen op zoek naar boeiende thema’s of onderwerpen die de studenten boeien en van daaruit ontwikkelen zich verhalen en beelden. “ http://www.vimeo.com/3871456

“ 1 seconde” is een voorstelling van en met de leerlingen van het observatiejaar van het Bu.S.O. De Dageraad te Kortessem. Onder professionele begeleiding van theatermaker Stefan Perceval hebben de leerlingen, vertrekkende vanuit hun eigen leefwereld, hun talenten ontdekt en verder ontwikkeld. ‘1 seconde’ is een verhaal over fantasie en hoe ze écht kan worden! De voorstellingen vinden plaats op vrijdag 15 mei om 19u00, zaterdag 16 mei om 15u00 en zondag 17 mei 2009 om 16u00 in De Dageraad te Kortessem. Toegang gratis! 

 Dit project geniet het meterschap van actrice An Nelissen en de steun van de provincie Limburg.

Tickets U kan reserveren op het telefoonnummer  01…

Ik hoop u op een van deze voorstellingen te kunnen verwelkomen!

Hij staat aan de bushalte. Met een veel te dikke jas aan. Het meisje dat hem plaagt kijkt niet naar hem. Hij kijkt naar z’n veel te dikke jas, naar hoe z’n handen verdrinken in die veel te dikke jas. Naar hoe hij verdrinkt in die jas en naar hoe hij langzaam verdrinkt in dit leven. Hij weet het nu al; ooit op een dag zal dit leven me nemen. ’t Zal op snelheid zijn maar ze zullen me pakken. En als het niet op snelheid is dan zal het zijn omdat ik iets vergeten ben.Iets stom. De jaarafrekening van het water te betalen… Een man uit Kameroen kijkt naar het meisje dat hem plaagt. Hij wil niet dat de man uit Kameroen naar het meisje dat hem plaagt kijkt. Hij voelt hoe hij langzaam begint te zweten. Het meisje dat hem plaagt trekt aan zijn arm, draait rond z’n veel te dikke jas en weet dat de man uit Kameroen naar haar aan het kijken is. En hij kijkt in dezelfde oogopslag naar de jongen met de veel te dikke jas. De man uit Kameroen weet dat het meisje niet van de jongen houdt dat ze het veel meer als iets vriendschappelijk ziet en dat hij zodadelijk alleen met het meisje op de bus zit. De jongen met de te dikke jas wil meer. Hij wil met het meisje trouwen en vrijen -al is het maar één keer – en dan zal ze vol zitten en dan zullen ze samen wonen bij zijn moeder. Want ja, vanmiddag hebben ze de hele middag samen in de zetel gezeten bij zijn moeder en ze hebben films gekeken en ze hebben samen gelachen en de moeder was blij dat hij eindelijk iemand mee naar huis had genomen. De jongen met de veel te dikke jas kijkt naar de man uit Kameroen en doet alsof hij hem niet ziet. Hij valt over de boodschappen van de man uit Kameroen. Het is niet veel. Wat chips en wat drank en wat… En dan is de bus er. De man uit Kameroen stapt op en het meisje stapt ook op en de bus rijdt weg. En hij, de jongen met de veel te dikke jas, had gewild dat hij mee op dus had mogen stappen en haar bij haar deur thuis afgezet en dan de bus terug genomen. Maar dat gaat niet. Zomaar. Omdat het leven niet altijd even vriendelijk is. Ook niet voor zijn moeder. Ookal bedoelt ze het goed. En ik zit in het fritpaleis en kijk er naar. Naar hoe het leven me in golven soms inhaalt en me dan weer met rust laat en ik eet een frit. Zomaar omdat dat lekker is en goedkoop.

Ik ben nu ook in de leeftijd gekomen dat je ouwe kennissen weer tegen komt met gevulde kinderwagens en gezapige of troosteloze blik of is dat hetzelfde? En dan sta je daar naar te kijken en dan denk je – in één seconde denk je dan; “djeezes, Zou ik ook zo in het leven staan?” Ik hoop het niet maar zeker ben ik niet. En dan was ik daarnet paaseieren voor mijn zoon aan het verstoppen in de tuin en dan was ik gerustgesteld want ik zag nergens anders vaders met zaklampen door de tuin waden om de eieren zo goed mogelijk te verstoppen.

Vandaag speelde de laatste keer “Bolleke sneeuw”. Een voorstelling voor iedereen vanaf 04 jaar waarin de roep naar een moederfiguur groot is. Volgend jaar komt ze terug, dan herhalen we onze schreeuw. Er is een uitnodiging uit Shangai voor deze voorstelling. Hopelijk lukt het hele logistieke en financiële verhaal dat aan deze uitnodiging vast hangt…En dan valt er altijd even een stilte. Soms duurt ze een paar seconden, soms een paar dagen of weken. Ik wil mijn hoofd nu even leeg maken en me dan helemaal storten op het 1seconde verhaal van de studenten van de Dageraad uit Kortessem. Kortessem…er hangt een vreemde sfeer in dat dorp. Graag hadden we in de kerk gespeeld maar de kerkfabriek heeft dat idee tegengehouden.De kerkfabriek…het waarom is me nog steeds onduidelijk. Zouden de gelovige rakkers beschaamd zijn dat studenten van het bijzonder onderwijs hun kerk enkele dagen bezetten? Misschien moeten we ze sowieso bezetten en dan eens kijken wie dat de kerkfabriek belichaamt? Het enige wat ik heb gehoord is dat de nieuwe priester zich al heeft terug getrokken uit deze gemeente en de ouwe is ook op een dubieuze manier van het toneel verdwenen…Toch vreemd dat in wereld waar onze geesten gevuld worden met google en super snel internet nog steeds een enorme bekrompenheid bestaat. Want zeg nu eerlijk, wat is er mis mee dat een aantal studenten een deel van hun droom komen realiseren in een kerk? Dat een student een beschouwing maakt over wat vrienden zijn in een kerk? Daar zou het toch net moeten over kunnen gaan? Net in dat gebouw? Ach ja, misschien is het nog een restant van de boerenkrijg maar vergeet niet wie de kerk groot maakt!?
Nee, het blijft zoals het was. We aanroepen een god maar ieder een ander.

Tijdelijke werkloosheid, economische crisis, minder productie…Mensen kussen elkaar aan de ingang van een fabriek. ’t Was op ’t nieuws, ik heb het gezien. Een jongetje trekt en duwt en roept naar andere kinderen dat zij wel een moeder hebben. Maar de andere kinderen hebben geen moeder. Het was niet op het nieuws maar ik heb het wel gezien. En hoe is het met de kinderen van de mensen die elkaar kussen aan de fabriekspoort? In deze ingewikkelde wereld, letter; in – ge – wikkeld. Is er nog tijd voor hen? En wat voor tijd? Geen tijd omdat ze werken of gefrustreerde tijd omdat er geen werk meer is. Of maken ze tijd tussen al hun angsten en dromen door? Wie zal het zeggen? Wie houdt er rekening mee? De regering niet. De regering vindt maatregelen uit op dat werkende mensen hun kinderen beter kunnen dumpen, meer opvang, voor – en naschools in alle dagen van de week. Goed van die regering want zo vangen andere mensen die kinderen… die kinderen die aandacht nodig hebben. Geen betuttelende aandacht maar positieve échte aandacht. Die kinderen die supersensitief zijn voor de plaats die ze krijgen in deze maatschappij. Een plaats die gauw niks waard is want geen tijd. En zo maken we kleine tijdbommetjes die ontploffen omdat ze niet de juiste aandacht krijgen. Want de mensen die ze moeten opvangen klagen dan ook weer dat ze met te weinigen zijn. En dat is dan weer op het nieuws. Maar de kern vergeten we. We vergeten dat we zelf een een zwakke, agressieve maatschappij op poten zetten. Waar een kus aan de fabriekspoort onze enige vorm van liefde zal zijn. En dan is de regering weer blij dat we nog aan die fabriekspoort staan…