Zijn er regels en wetten in de Colruyt?
D’r staan van die pijlen op de grond en vandaag maakte er mij iemand op attent dat ik in de verkeerde richting liep. En alsof dat dat nog ni genoeg was reed er in de volgende gang iemand in mijne rug. Ik keek naar de pijlen op de grond maar zag ze niet. De Colruyt plaatst in de eene gang pijlen en in de andere gang niet. In de eene gang vinden mensen dat ze je daar moeten over aanspreken en in de andere gang rijden ze in je rug. Het leven is soms heerlijk kafkaiaans. Of zou het nog zotter kunnen?

Ja natuurlijk kan het nog zotter maar daar heb ik het ni meer over want dan krijg je van die mensen die daar over willen praten en dat lijkt me alleen maar tijdverlies. Conclusie: houd uw zottigheid en laat ieder zijne weg zoeken. De laatste die dat heeft gezegd is ne martelaar geworden voor heel veel volkeren dus daar zit misschien wel muziek in. Ha – le – lu – ja!

De autosnelweg stond dicht. Of zeg je dat zo niet? Er was geen beweging? File? Stilstaand verkeer? Ja, ’t is namelijk zomer en langs waar ik woon trekken horden Noorderlingen naar het Zuiden. En alsof dat je ze niet kent laten ze zich gewillig herkennen met bijbehorende sleurhut of dakkoffer en de fietsen niet te vergeten. En daar sta je dan…net van je werk en je wil maar één ding en dat is zo snel mogelijk naar huis. Stil. Naast je zo’n gezinnetje dat helemaal opgewonden voor zich uit  zit te staren met in hun ogen de prangende vraag of het zuiden nog ver is?  En ja dat is zo, het zuiden is nog ver. En wat ik ook niet begrijp is waarom ze allemaal langs hier rijden. In hun eigen land hebben ze een heerlijk stuk snelweg – de A 58 – waar het verkeer nooit stil staat en daar kan je dan vanaf Terneuzen oversteken en zo via Gent naar Lille en daar de keuze maken naar eender welke autoroute. En dan hoor je wel eens Noorderlingen – en ik hoor ze de laatste tijd heel vaak – die dan zeggen dat het sneller gaat via Antwerpen. Maar dat is niet zo. Niet altijd zo want als ze allemaal langs hier komen is er niks voor nodig om het hier stil te laten staan want we hebben nog geen Lange Wapperbrug of Tol tunnels…En hier komen alle nationaliteiten samen en die rijden allemaal anders en naar het schijnt rijden de Belgen het slechts van heel Europa! Dus, voor jou en onze rust kom niet langs Antwerpen als je naar het Zuiden wil want het is hier alle dagen bal. Ja, ik stond in het bal en naast me zo’n gezinnetje dat weg wil van hun dagelijkse beslommeringen en het gewoon fijn vonden om stil te staan want dat bracht hen al verder weg van hun wereld dan ze zich dagelijks kunnen veroorloven. Leve het bal, leve de file!

Les grandes personnes ne comprennent jamais rien toutes seules, et c’est fatigant, pour les enfants, de toujours leur donner des explications.”

Antoine de Saint-Exupery, “Le Petit Prince”

Mijn buurvrouw, ik ken haar niet en zij mij ook niet.

Ze wist dat ik acteur was en haar kleinzoon is dat ook.

Ze riep af en toe naar mijn zoon en hij riep haar toe: “dag buurvrouw!”

Ze hebben haar weg gebracht. Kanker vreet haar langzaam op.

Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen ik naast haar kwam wonen, “een man met een kind…”. Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen de politie bij haar kwam aanbellen omdat andere buren dachten dat ik bomen ging om zagen. Mijn buurvrouw keek niet meer toen ik haar twee weken geleden vroeg hoe het met haar ging. Ze begon te huilen en dat was dat. De rolluiken gingen dicht, ze sliep de hele dag en mijn buurvrouw was weg.

Blankenberge? Toch ni in Blankenberge? Aantwààrpe aon de zee? En toch kan je daar, weg van alle drukte heerlijk logeren in Villa D’Hondt. Vlakbij “de trappekes” en dichtbij de zee. Ik leerde het vorige herfst kennen, een prachtig huis, statig met heel veel originele elementen.  Dit verhaal schreef ik voor dit huis,

Mijn vader was mijn held.Mijn vader kon op een grassprietje fluiten!Samen lagen we uren op het strand en beantwoorde het gefluit van de vogels.Een symfonie van gekwetter.Onophoudelijk.

Ik vroeg mijn vader of de vogels ooit ophielden met hun gekwetter.“Nooit.”, zei hij beslist , “ze fluiten zelfs in hun slaap.”.En toen was hij er niet meer.Hij was weg.Lag opgebaard in een kist.Geen verhaaltjes meer voor het slapen gaan.Mijn vader was dood.Ik stond aan zijn kist en keek naar zijn stijve lippen.Mijn vader was mijn held.Ik kon nergens met mijn verdriet heen.Ik mocht niet huilen.Huilen is voor kleine kinderen.

Ik liep naar de zee en zij ving mijn tranen op en leerde me alles in dit leven.Ze nam mijn hand.

 Ik geloof in feeën.Prinsessen ook.Maar het mooiste wat er is is zij.Ze wacht geduldig.Soms, heel soms, is ze onstuimig.Daar is ze.Vredig en stil.Met een weinig blauw boven haar ogen.Ze kijkt en zwijgt.Vele liefdes zijn aan haar voorbij gegaanHeeft ze laten gaan.Zij houdt ons land bijeen.Nee, zij sluit geen compromissen.Nog liever neemt ze koud en harteloos afscheid dan haar leven te splitsen.Niemand vraagt haar anders te dansen dan ze danst.Niemand zegt haar hoe ze zich moet kleden.Niemand zegt iets over het schuim op haar mond.Niemand vindt het erg dat ze langzaam de aarde op eet.De zee is zoals ze is en dat vindt iedereen goed.De zee is de perfecte vrouw…En niemand die voor haar valt.

Behalve ik.

Deze muziek moeten ze spelen op mijn begrafenis.Op mijn laatste rustplek.Ik,Tussen zes houten planken.Ik hoor niks.De ultieme stilte.Alleen het gewoel van de aarde op mijn hoofd.En dan moet er iemand iets over me zeggen.Over hoe goed ik wel niet was.Over hoeveel goeds ik heb gedaan…Wie kan er iets over me zeggen?

(denkt lang na)

Mijn beste vriendin.De zee.Ga toch weg;Ga toch allemaal weg.

Wat doen jullie hier?Het weer is goed buiten!Het stond in de krant.Het weer is goed.Als het in de krant staat is het zo.Ik hoef de zon niet te zien.Mijn bleke vel zou verschrompelen moest het de zon zien.Wat willen jullie weten?Mijn naam?

D’Hondt

Gustave

 Ik heb hier geleefd.Samen met haar.De zee.

Mijn lieve vriendin,Mijn moeder,Mijn vrouw.

Zij bracht me alle rijkdom.

Als kind zag ik het zand als goud, de schelpen waren mijn geld,De vloed van de zee het af en aan stromen van al die rijkdom.De zee gaf me alle wijsheid en liet zien dat ik echt geld met haar kon verdienen.Iedereen sprak alle talen en ik werd een zeeuitbater.De zeeuitbater.

Betalen voor je d’r in gaat!

Ik telde de golven.En bij elke golf dacht ik,Verder, we moeten verder.Grootser.Ik bouwde een hotel zodat iedereen naar haar kon komen kijken.Sommigen gingen in haar.Soms wel 21 keer.Het kon me niet schelen, zolang ze maar betaalden.Samen met mijn vrienden bestormde ik de zee.

En zij?

Ze vond het goed.Nooit werd ze boos op me.Ze lachte, zelfs als ik in haar spuwde.Ik sloeg alles en iedereen plat met mijn plannen en ideeën voor deze stad.Zo was er ‘ns een insect dat bij me voorbij kroop aan de keukentafel.Ik zette mijn glas er op en het beestje kon niet meer verder.Langzaam stikte het onder mijn glas.En het was zijn eigen schuld!Om te beginnen had het zich daar nooit moeten laten zien.

Ik had er geen schrik voor maar het waren mijn kinderen die begonnen te krijsen toen ze ’t over de keukentafel zagen kruipen.Sorry boy, dacht ik, ’t is niet dat ik het niet wil maar wat kom je hier in godsnaam doen.Heb je betaald voor je verblijf?Ik heb met je te doen, lieve insect.Ik zou had nog zoveel met jou willen praten, over verre reizen en vreemde continenten…

Maar je bent er domweg niet meer.Betaal in de toekomst of vraag het aan mij.

Ik was burgemeester van deze stad.En ’s nacht voer ik met m’n eigen schip over de zachte golven van mijn vrouw.

 Ik kreeg dertien kinderen.En ik was hier gelukkig ja.Elke ochtend stond ik vroeg op en liep naar haar toe.Met een zoet ruisende kreet heette ze me elke ochtend welkom.

De zee.

Tot op een dag haar zoet geruis werd bedolven met schoten uit kanonnen.Waren er dan toch mensen die haar wilde veranderen?Nee, dat niet maar ze wilden wel dat zij van hen werd.

Ik ging voor haar staan en probeerde die grijpgrage handen van haar af te houden maar ze waren te machtig.En het strafste van al was dat ze er ook niet om vroegen.Ze deden het gewoon.

Koel en harteloos.

Ik nam afscheid van haar.Ik moest.Het voelde als afscheid nemen van je vader.Je weet dat je straks weer oog in oog met hem zal staan.Maar toen ik terug kwam wilde ze niks meer van me wetenMijn zee maakte het me moeilijk.De zekerheid die ik had bij ons afscheid was voorbij.Ik ging voor haar staan en riep:

 Niks meer.Ik kon geen woord meer uit brengen.We namen afscheid in gedachten.Uiteindelijk zijn we stof en begrijpen elkaar in de stilte.

Simon Vinkenoog is overleden. Ik ontmoette hem in de periode dat ik bij mijn vrouw weg ging. Een periode dat ook ik veel met de dood bezig was. We speelden “Beats”,  een ode aan de Beat- poëten uit de jaren vijftig en zestig. Elke avond hadden we een gast en in Haarlem was dat Simon. Met een vuur voor de poëzie en een passie voor het leven las hij uit eigen en andermans werk en vertelde wat hem fascineerde. Een leven als een rollercoaster…Hij greep in alsof hij er elke avond bij was. Een heerlijke jamsessie met Roland van Campenhout, Percy, Thomas de Prins, Josse de Pauw, Titus Muizelaar, Abke Haring en mezelf. Na afloop begeleidde zijn vrouw hem en liet ik een boek van hem door hem signeren. Hij knipoogde, trok aan zijn sigaret en bedankte me voor het samenspel. In al zijn anarchie een heer en laat dat nu net het misverstand van de anarchisten zijn.Hij laat fantastische verhalen en poëzie achter en ik weet ook een heleboel verweesde lezers en – zoals dat gaat bij iemands dood- nieuwe ontdekkers! De beat is dood, leve de beat! Kaboem.beats

De zomer kruipt door mijn botten. Alsof de hitte me na elke afkoeling harder terug pakt.
Er staat een heel pak werk voor de deur de komende weken.
Zo speel ik in het Zeeland nazomer festival mee in “De Storm”, maak ik met mijn broer Peter een nieuwe voorstelling; “de leraar” en begeleid ik de Paleisdebutanten. Gelukkig is het niet allemaal tegelijk maar volgen al deze productie elkaar netjes op.
Ondertussen lopen de voorbereidingen om met “Bolleke sneeuw” naar Shanghai te trekken.
Een bijna surrealistische droom die werkelijkheid wordt.

En dan komen er nog tal van producties en projecten aan. Maar daar lezen jullie later nog meer over.

Toch al een tipje van een sluier…is dat ik met de madammen van De Dageraad terug aan de tafel zit om wederom een productie te maken met hun studenten. Veel kan ik er nog niet van vertellen maar als je ziet dat iemand zoals Ynina er als een schrijver is uitgekomen en dat ieder zo zijn of haar talenten heeft weten te ontwikkelen en weet je, ben je er van overtuigd dat we hier ook verder mee moeten. Nu nog fondsen zoeken…maar dat laat ik aan de madammen van De Dageraad over.
Ik kan jullie allemaal aanbevelen om massaal de blog van Ynina te gaan bezoeken en haar schrijfsels op te volgen en te bewonderen. www.yninavanclee.wordpress.com.

IMG_4995

Vandaag was ik even te gast bij de studenten van de Dageraad uit Kortessem.

Ze kregen een gefilmde en gemonteerde versie van hun verhaal. Ik zat tussen hen in en zag en hoorde hen. Ze schreven me – ieder apart – een brief. Blijkbaar heeft dit project een diepe indruk op hen gemaakt. Zij zijn mensen die heel open hun wereld hebben laten zien. Iets waar ze in de theaterwereld waar ze hun monden vol hebben over hoofden en buiken en andere lichaamsdelen die spelers belemmeren speler te zijn (wat een onzin!) nog veel van kunnen leren. Hallo, culturele sector? Wanneer gaan we iets leren?

Ik heb Daan een paar jaar geleden leren kennen op een filmset. Sindsdien komen we elkaar nog wel eens tegen, meestal ergens tegen de ochtend voor een gesloten parkingdeur op het moment dat je nog net je naam kan zeggen en lachen. En nu heeft hij wederom een fantastisch nummer gemaakt. Ook daar hebben we ’t ’s nachts al over gehad…