Jeroen en zijne nonkel

 

Mijne neef Jeroen en ik hebben een tijdje in opdracht van het paleis de podcast wooord voorzien van lugubure inhoud. Stefan Kolgen monteerde elke aflevering zodat het twin peaks gehalte bizar hoge hoogtes kende. Mijne neef is naast een zeer integere acteur in oa. dagen zonder lief ook een wreed goeie tekst -en muziekmaker. Check zijn my space: http://profile.myspace.com/index.cfm?fuseaction=user.viewprofile&friendid=236269111

Wat ben je stil?

Is er iets?

Er werd niets gezegd.

 

We keken elkaar aan en wisten dat we samen oud konden worden maar wisten ook dat dit niet de manier was om samen oud te worden. We zouden te veel compromissen moeten maken. Te veel, te lang in dit leven.

Het was een avond zoals er zovele zijn. Oudejaarsavond.

Eén van ons wilde liever al slapen voor de televisie, de ander wou iets nuttigs doen. Zo ging het altijd bij ons. We konden niet samen iets doen. Nu ja, onder “iets doen” werd verstaan dat je zat te apegapen achter een computer. De computer. Dat was in onze relatie: “iets doen”.

En ik vroeg het nog eens: “Is er iets?, Ben je ongelukkig ofzo?”.

En stilletjes hoopte ik dat ze het zou zeggen. Dat ze zou zeggen dat ze ongelukkig was. Maar ze hief haar slaapgezicht op en keek me aan en zei dat ze moe was. Dat was alles:” Ik ben moe.” Dat kon  of wilde ik misschien zelfs helemaal niet geloven. Ik kon zo slecht geloven dat moeheid alleen een zo grote plaatselijke depressie kon veroorzaken zoals er tussen ons hing.

“Ik ben moe, da’s al”, herhaalde ze lichtjes geïrriteerd.

Waarschijnlijk, dacht ik, was het weer mijn schuld. Had ik weer iets verkeerds gezegd?

 

Ik wist het al, ik had vandaag toegegeven dat ik mijn zoon heel bewust had verwekt en dat het geen “accidentje” was zoals ik haar blijkbaar had doen geloven.

Ik had niet gelogen, o nee, en als ik gelogen had was het enkel omdat ik haar niet wilde kwetsen dat was al. Iets anders was er niet. En als ik haar al had willen kwetsen dan had ik dat toch gewoon gedaan. Dan had ik toch gewoon van in het begin moeten zeggen wat ik haar altijd had willen zeggen: “ik ben niet gelukkig bij jou. Ik ben nu gelukkig. Matig, ik geef het toe. Maar gelukkig.”

 

Het heeft niet geholpen. Ik heb het haar allemaal gezegd maar ze bleef steeds weer terug komen. En bij die momenten dat ze terug kwam en dat we dus terug bij elkaar kwamen hadden we het wel fijn. En je kent dat. Van het één komt het ander. Nog wat straffe praat en voor je het weet ben je terug bij diegene waar je in een even vluchtige tijdspanne hebt tegen gezegd dat je niet gelukkig bent terug samen. En ben je dus weer niet gelukkig. Samen. En je weet het en toch doe je er zo weinig aan. Dat is wat mij nog het meest verwondert dat je het weet maar dat je er niks aan doet. Waarom? Noem het lafheid, noem het conservatief. Hoewel mijn vrouw en ik uit elkaar gingen toen mijn zoon nog geen twee was ben ik, toegegeven redelijk conservatief. Ik wil maar zeggen dat trouw niks met conservatief te maken heeft. Kijk maar naar Amerika, conservatief dat wel maar trouw…

 

En ze zijn daar ook al vele eeuwen in het zelfde bedje ziek. Die Amerikanen zijn ook maar een stelletje huichelaars die mee roeien met de stroom van conservativisme. Fucking schijt amerikanen.

 

Godverdomme, godver-godverdomme.

Dat lucht op.

Nee, echt waar dat je van je eigen probleem een wereldprobleem kan maken lucht echt op.

Bijvoorbeeld…

Bijvoorbeeld, ik heb honger…

 net zoals de negertjes in Afrika.

Ja dan weet je dat je niet alleen bent.

Eerlijk denk ik dat dat het probleem is dat we allemaal angstig zijn om alleen te zijn.

Daarom bleef ik ook bij haar. Net zoals de Amerikanen. Ongelukkig maar ik blijf wel.

Weet je wat het probleem is?

Dat ik iedereen content wil stellen en dat gaat niet.

Je kan niet iedereen geestelijk of  fysiek ofzo content stellen.

In mijn sterrebeeld staat geschreven dat ik iedereen wil pleasen en daarnaast dat ik hoge eisen stel aan mijn naasten omdat ik perfectionistisch ben.

Misschien is dat wel conservatief dat je te perfectionistisch bent.

’t Is nog waar ook.

 

De verwondering van elke dag is er ook weer vandaag.

Je vraagt je af waar ze vandaan komt en toch is ze er weer.

Soms moet je buigen voor de verwondering.

Of voor de zus van de verwondering.

En het gebeurt wel eens dat er geen verwondering is maar dat duurt nooit lang want het zit’em ook in kleine dingen. En soms, heel soms,stapt de verwondering uit een auto of zit met zijn middenvinger in de lucht achter het stuur. Maar meestal is de verwondering zacht en maakt je aan het lachen. Elke dag opnieuw. Ver-won-de-ring.

 

Maandelijks betaal ik een flinke duit aan Mobistar . Dagelijks zie je grote billboards met allerlei reclame over hoe goed en snel Mobistar wel niet is en nu heb ik al de hele namiddag geen mogelijkheid om te bellen en dit om, en ik citeer de lieve computerstem van Mobistar;”onze verbindingen zijn tijdelijk instabiel.” Nu mag je toch van zo’n firma verwachten dat ze voorzien zijn op een zekere vorm van instabiliteit maar niet dus. En wat is dat dan, instabiel? Wil dat zeggen dat de grote baas juist zijn lief heeft verloren en dat hij een beetje zit te bokken op zijnen buro en daarom het stopcontact heeft uitgetrokken? Nu ja, ik begrijp niet dat dit kan in deze moderne snufjeswereld maar ik kom er stilaan achter dat hoe meer snufje hoe minder er kans is dat een mogelijk probleem snel opgelost kan worden. Alsof er iemand een patent heeft op een snufje en roept;”kijk hier, EEN SNUFJE!” en al de omstaanders luid bravo roepen maar niemand van hen durft te vragen hoe je dat moet of kan maken als er iets aan is. Eindconclusie is dus dat een snufje ontstaat uit een zekere ijdelheid van een snufjesmaker, dat iedereen er bewondering voor heeft maar dat ze er tegelijk ook niet aan durven te komen wat het hele snufje vanaf de geboorte eigenliijk al instabiel maakt.

Mijn broer Luk is veruit één van de grootste en beste theatermakers van deze wereld. Hij is een tijdje geleden naar Duitsland vertrokken en hij heeft daar binnenkort premiere van een nieuwe voorstelling. Vroeger zag ik al zijn stukken en nu zie ik ze via de trailers op zijn website en af en toe nog eens live. Hij is één van de weinige makers die in constante evolutie zit. Die durft te blijven verder denken in het maken van theater. Dat stuit soms tegen de borst, is soms te heftig, soms zelfs te bang maar blijft altijd moedig. Leve Luk, leve de Percevalinos! Leve de theatermaffia!

Ze vroeg me te gaan zitten en even te wachten.

Geduldig deed ik dat terwijl ze een rondedans maakte van en naar haar kamertje waar ze al haar stemmengeheimen bewaart.

Ze hield me met haar arendsogen in de gaten terwijl ze zorgvuldig de woorden zocht die ik voor haar mocht uitspreken. Voor haar en haar alleen. Ze is zo mooi dat je d’r stil van wordt. Toen ze de juiste woorden had gekozen leidde ze me binnen in haar koninkrijk.

Nu liet ik mijn stem bij haar en fluisterde zacht haar woorden.

Het is me overkomen.

De stemmenvrouw nam ze mee en wat er juist mee gebeurt dat weet zij en zij alleen.

Want als je opkijkt is ze weer verdwenen.

De stemmenvrouw, koningin van het gefluister op deze planeet.

Mijn buren knippen met een grote preciesheid hun haag. Het is 1 mei en ze knippen hun haag. Eerst overleggen ze hoe ver ze de haag zullen knippen want eigenlijk vinden ze het ook wel leuk om een haag te hebben die lelijkheid van hun muurtje doet verdwijnen. De buren waar ik  het hier over heb doen alles samen. Ze hebben zelfs een deel van hun muurtje afgebroken zodat ze bij elkaar in de tuin kunnen lopen. “Da’s leuk voor de kinderen”, zeiden ze me vorig jaar toen ik hier pas kwam wonen. Ze hebben een gemeenschappelijk tuinhuisje. Ik, alleenstaande vader, met rond me allemaal gelukkige en gestelde gezinnen, dacht ik. De twee buurmannen lijken zelfs op elkaar; Bruno en Dirk. Maar ik ben er vorige zomer nooit uitgeraakt wie nu Bruno en wie nu Dirk is. En toch werd het deze winter heel stil in één van de gezinnen want Bruno (of was het nu Dirk) is niet meer in de straat, niet in zijn huis, aan zijn auto. Zo ken ik ze vooral, staande aan hun auto terwijl ze ’s ochtends de kinderen inladen om een portie schoolse kennis in hun hoofden te laten proppen. Nee, hij was er niet meer. Ik weet niet wat er met hem gebeurt is maar ik denk dat hij een ander heeft of misschien is hij overleden maar dat had ik toch moeten weten. Hij, die vorige zomer nog smalend tegen me kwam doen dat het wel moeilijk moest zijn voor een man alleen om zulk soort huis te kopen is er niet meer. En nu staat zijn vrouw met Dirk(of is het nu Bruno) de haag te knippen. Ik zou wel graag meer toenadering tot hen zoeken maar ze blijven een beetje op afstand. Als ze, bijvoorbeeld, met alle gelukkige gezinnen samen op straat staan en ik kom aangereden en zet me erbij dan verdwijnen er altijd enkele. Haastig, gespannen, alsof ik hun geluk zou kunnen kapot maken. En zoals ik al verteld heb is dat in vele situaties zo of misschien, heel misschien, beeld ik het me in.

 

Gisteren ben in naar een optreden gaan kijken van The flying horseman . Dat is eigenlijk gewoon Bert Dockx samen met zijn lief en een vriendin. En die muziek, en dat is wreed schoon,  zit nu in mijn hoofd terwijl ik naar de haag knippende buren aan het kijken ben. En ik denk daarbij dat ik nu niet het enige gevaar in de straat ben want hoe je het ook draait of keert, of het Bruno of Dirk is, er is nog een alleenstaande vrouw in de straat die nu met haar buurman een haag aan het knippen is. Wat zal ik blij zijn als het weer mooi wordt en we onder een stralende zon al deze intriges kunnen en mogen volgen.

Haar stem zo zacht en hees alsof ze de hele nacht aan het zingen is geweest.

Haar ogen als de maan, ik sluit de mijne als ze vraagt of ik wil komen.

Ze handelt in stemmen en verborgen kwaliteiten.

Een kleine winkel en je bent er zo.

Daar zit ze, de stemmenvrouw, die de trilling uit onze monden plukt.

De rest van het mannendom laat ze lopen.

Alleen de stem wil ze houden,

Slimme vrouw.

Heb vandaag mijn c4 gekregen van het Toneelhuis.  Er kwamen nieuwe bazen dus moest ik plaats maken voor nieuwe wetten. En dan mocht ik nog even blijven maar heb de eer aan mezelf gehouden om het schip te verlaten. Je was er niet meer dan een nummer terwijl de reden waarom ik dit beroep heb gekozen net is  omdat je als individu kan worden aangesproken op je creativiteit. En daar kan je het eens of oneens mee zijn. Het gekke is dat de mensen die zulke beslissingen nemen meestal op hun stoel vastgenageld zijn tot het einde der tijden. Ze weten zo slecht waar ze over praten, mijnheer…

Afin, ik las vorige week een interview met de huidige zakelijke leider van het Toneelhuis en daarin kon hij het niet laten om op zijn voorgangers te spuwen en zichzelf te bewieroken. Soms vergeten mensen de geschiedenis. En ik begrijp dat je het daar eens of oneens mee kan zijn maar niet dat je ze lafhartig in de rug stampt. Ik hoop zelf nooit zo te worden en als ik mezelf daarop betrap te weten en toe te geven dat het puur uit eigenbelang is dat ik zo handel. Maar ik zou het wel toegeven.

Dames en heren,

Eén van de meest onderschatte films en toch nen absolute topper (voor mij althans): “Ironweed”. Over onvoorwaardelijke liefde- zo tussen twee mensen zijn wie je bent-  en is net dat niet iets waar we allemaal naar opzoek zijn. Ook al geven we het niet altijd toe.