Pick it up!
By Stefan Perceval op
Ik heb geen naam voor of achter de naam die ik heb.
Heb niks te verbergen.
Gisteren kreeg ik telefoon van een journalist die me vroeg wat ik er van vond om als freelancer door dit bestaan te gaan. “Is dat dan nieuws?”, vroeg ik hem. “Ja, want blijkbaar hebben enkele acteurs een manifest geschreven waarin ze hun onvrede uiten over het feit dat er zo weinig werk is.”
En ja, dat is zo. En ja, ik ben niet gemaakt voor dit bestaan en weet niet hoelang ik het ga volhouden. Probeer er nu al bijna elf jaar van te leven en het lukt me goed. Maar hoe lang weet ik niet want ik heb nog contracten tot oktober ’09 en dan weet ik het niet. Nog niet, maar dat is eigen aan dit bestaan. Het bestaan als artiest, dat je niet weet wat er komt.
En dat is ook zo in mijn leven, ik bedoel niet alleen in mijn artistieke bestaan want er is nog een leven helemaal er naast en dat leven is bij wijle wreed intens want voor de liefde ben ik te kolossaal – dat is zowel fysiek als mentaal – en als vader ben ik student in een levenslange leerschool waar ik gelijk de moeilijkste graad probeer te halen. Maar wat ik wil zeggen is dat of het nu in de liefde is of als vader of…het gaat om de mens die de kern is van dit leven en dat vergeten mensen zelf nog wel ‘ns. Mensen die heel hard bezig zijn met te over – leven, theatermakers die alleen ook alleen maar bezig zijn met te over – leven en geloof me, op een dag lopen ze zichzelf voorbij en zien ze dat het beter was vanuit de mens te vertrekken in plaats van een doel te willen bereiken. Ik heb zelf ook moeten leren maar heb het nu wel begrepen, hoewel…
Het waren geen zingende zeepaardjes of voetballende vissen.
Nee, mijn vat vol fantasie, mijn zoon, had het over hoe ik als deze liefde niet zou lukken maar een ander moest gaan zoeken. Hij was er zelfs vrolijk over. Een vliegtuig donderde voorbij.
Een uur later belde mijn geliefde en zei dat het over was.
Mijn liefde bloedde leeg.
Pappetetap.
De zon stond stil.
Pappetetap.
De wereld deed een poging om te stokken.
Pappetetap.
En ik stond daar.
Pappetetap.
Mijn kind in mijn armen.
Pappetetap.
Voor de zoveelste keer.
Pappetetap.
Allé, ze mogen me bellen. Dan kunnen ze van mij ook ne schone vent maken.
Bijna drie jaar geleden maakte ik voor Het Paleis U bent mijn moeder. De taal bij U bent mijn moeder is als een boom die na twee honderd jaar wordt omgeblazen, sprokkelhout..
Taal, woorden, ze geven ons geluid, heel soms een betekenis. Sommigen onder ons kunnen ontzettend goed met woorden om, praten dat het een lieve lust is, een lust. Net alsof praten ons in leven houdt.
Misschien praten we daarom zo veel? Of zou stilte ons ook in leven houden? Misschien hebben we angst dat het te stil zou zijn in ons leven? Laten we dan maar praten!
Vorige week is er in een land- hier ver vandaan – een vrouw terug gevonden die tien jaar van haar leven alleen in de jungle had doorgebracht. Ze had geen taal, liep krom als een aap, zei de reporter, en in de zelfde seconde lieten ze zien hoe de vrouw soep at met een lepel. Ze leert snel, dacht ik. Ze past zichzelf enorm snel aan. Net zoals de vrouw die ondertussen van haar “jungle – zijn” een toeristische attractie had gemaakt en met een professionele blik de voorbijgaande toeristen aangaapte pas ik me ook elke dag aan. Een energie, een sfeer, een woord, een blik, noem maar op, zetten me anders in een situatie; gelukkiger, triester, ernstiger, vrolijker…
En waarom zijn stilte en verdriet zo aan elkaar gemeten? In stilte huilen… Waarom praat je meer, fluit je zelfs een liedje, indien je kan fluiten, als je gelukkig bent? Waarom kan het niet zijn dat je enorm gelukkig bent in de totale stilte? Er zijn codes in dit leven die niet voor iedereen dezelfde zijn maar waarom wordt dat zo slecht geaccepteerd?
Nog vele vragen bij het begin van het geluid die wij taal noemen,
In januari van volgend jaar (2009) komt U bent mijn moeder een laatste keer terug in Het Paleis te Antwerpen.
Sien Eggers en Yves Senden zullen dan een allerlaatste keer deze voorstelling spelen.
Het nieuwe theaterseizoen staat voor de deur. Elk jaar weer smijten de grote en kleine gezelschappen met glossy soms arty soms knulligy boekjes naar je hoofd waarin ze hun nieuwe seizoen voorstellen. Elke voorstelling is alvast uniek – en dat geloof ik ook – elke cast is top – en dat geloof ik omdat elke mens op zich uniek is, wat zou acteurs minder uniek maken?- en vele voorstellingen worden zo samen gevat dat het kan gaan over niks en misschien ook wel iets. Gisteren was ik op een huwelijk en de bruidegom, een jonge leraar, vertelde me dat hij nooit met zijn kinderen een voorstelling bij woont omdat het allemaal te duur is. En dat is wat ze vergeten te vertellen in hun boekjes, het is te duur. En natuurlijk worden er inspanningen geleverd door al die gezelschappen om “een zo breed mogelijk publiek” te bereiken maar we zitten in een fucking economische crisis en dat zullen we geweten hebben. In theater kan je alle kanten uit, dat is een voordeel. Maar als we het voorbeeld van onze noorderburen gaan volgen waar er straks een grotere return van het gezelschap wordt gevraagd, en ongetwijfeld zullen we dat voorbeeld gaan volgen want zij volgen het Amerikaanse model en dat volgen we allemaal na een tijdje of is dat u nog niet opgevallen?, dan zit er geen volk meer onze zalen als we nu niet beginnen met van jongs af alle maar dan ook alle lagen van de bevolking aan te spreken met theater in al zijn verschillende vormen. En ik heb het hier niet over een sporadisch bezoekje aan de theaters maar maak van theater en wat dat met zich meebrengt nl., een gevoeligheid voor beeld en taal, iets wat wordt opgenomen in het lessenpakket van ons onderwijs. Er zijn acteurs, veel te veel, zet ze dagdagelijks in op scholen zodat ze de wortels van een toekomstig publiek kunnen beïnvloeden want als na de centen ook de interesse wegvalt voor beeld en taal in de vorm van een theaterbezoek of toch tenminste iets waar je je kont voor moet opheffen dan hebben we het nu al verloren.
Dit jaar maak ik een project in een school voor buitengewoon onderwijs in Kortessem, “de Dageraad”. Daar zal ik met jongeren die al gestigmatiseerd zijn voor en door een maatschappij stap voor stap ontdekken hoe beelden en taal je leven verrijken. Het zal niet over een virtuositeit gaan, het zal ook geen aapjes-kijken show worden maar het gaat over mensen en wat er in hen leeft en hoe ze dat tot uiting kunnen laten komen. Ik weet, het is maar een streepje in een landschap, het is zo uitgeveegd maar ik hoop er een beweging mee in gang te trekken die uiteindelijk fundamenten voor een toekomstig “nieuwsgierig” publiek legt.
Godverdomme.
Het is zomer en dan heb je mensen die vanalles organiseren; barbecues, trouwfeesten, tuinfeesten, noem maar op… Maar er zijn ook mensen die zich verenigen in fietsclubs, kampen over het milieu en jagers. Wat bedoel ik nu met dat laatste? Wel jagers zijn mensen die het blijkbaar in hun hormonen voelen kriebelen als het zomer wordt of toch zeker als de zon schijnt. Ik geef toe, ik vind de zomer en meer bepaalt als de zon schijnt een streling voor oog en ziel maar ik voel niet direct de behoefte om datgene wat mijn oog ziet te veroveren. En zulke mensen bestaan dus wel. Soms hebben ze schone benamingen zoals;”citysingels”. Ik noem ze gewoon geil en vind ze wreed triest. Maar het nadeel van de zomer is dat hun werkterrein de hele stad is en dat je d’r niet om heen kan. Ze zijn overal, in alle maar dan ook alle lage van de bevolking en ze zijn actiever dan actief. Hun favoriete werkterrein zijn terrassen en café’s met luide muziek maar ook bovennoemde activiteiten die ze meestal zelf organiseren. Ze doen alsof ze heel enthousiast zijn maar als je’t mij vraagt hebben ze allemaal last van een knoert van een depressie. En wat ze ook moeten weten, ik ben geen kandidaat. Niet deze zomer en niet alle zomers die nog volgen.
Het is stil in mijn huis. Mijn buren berekenen met een vergrootglas hoe lang je onnatuurlijk kan doen alsof alles heel natuurlijk is. De sterielheid van een tuin. Ben wel benieuwd mocht er ooit eens een storm over hun biotoop woeden. Zouden ze dan alles beginnen te herstellen zoals het was of zouden ze het laten en de natuur haar werk laten doen? Misschien moet ik straks maar proberen om een plaatselijke cycloon te veroorzaken? Het zou hen waarschijnlijk niet eens opvallen…. Vandaag is een overgangsdag en het is stil mijn straat. Er zitten twee vliegen op mijn venster en koning Boudewijn is vijftien jaar geleden onderuit gegaan in Spaanse Motril. Het gekke was dat ik toen op rondreis was in Spanje toen hij daar de geest gaf. Enkele dagen voor zijn dood had ik nog naar het koninklijke domein staan kijken. Voor de rest is er geen reet te zien in Motril. Beetje later zaten we in de Siërra Nevada in een soortement van hippiekolonie en toen we daar wakker werden hoorden we dat onze koning overleden was. Mijn vader is hem gaan groeten op het paleis in Brussel. Mijn vader was een goede vriend van onze vorst. Toen Boudewijn hals over kop koning werd moest mijn vader, toen onderofficier bij de Belgische Marine, met zijn troepen voor deze vorst paraderen bij de verschillende “blijde intreden” in de grootsteden van dit land. Bij deze gelegenheden knipoogde mijn vader naar onze koning en – volgens de overlevering – knipoogde de vorst terug en zei,”ha, daar heb je Perceval weer!”. Het waren de dikste maatjes maar Boudewijn is nooit bij ons thuis geweest, althans niet in levende lijve. Maar als hij zijn verschijning op televisie maakte werd het muisstil in huis om op te vangen wat hij zei. Wat daarop volgde was een avond waarop we onze koning elk om beurt imiteerde en vooral zelf heel hard lachten. Niemand begreep deze spottende adoratie maar wij wel.
Ik begin te lachen en ga een pintje drinken en doorbreek de stilte die hier in huis hangt.
Ik zit op het internet. Meer dan ooit. Ben aan het zoeken voor mijn veel te veel aan werk en dan is het internet fantastisch. Je komt op een idee , een onderwerp en bovenaan links van je pagina “Google” je het en je weet meteen alles behalve…datgene wat je echt wil weten. Dat moet je dan meestal nog bij elkaar sprokkelen. En het klinkt misschien moeilijk maar dat is het niet, ik vind het fantastisch. Voor de rest heb ik geen of weinig vrienden behalve…op het internet! Facebook, hyves, noem maar op, via al deze kanalen wordt ik gepookt en bestookt met aanvragen tot vriendschap. Heerlijk met een grote K…Een k van kak want het zijn natuurlijk niet echt allemaal vrienden. Sommige ken je van ziens of heb je al eens wat mee gesproken maar echte vrienden zijn het niet. En dat klinkt misschien moeilijk maar dat is het niet, ik vind het fantastisch.
Toen ik als ober in het Crest Hotel werkte in Antwerpen moest ik ooit eens een receptie verzorgen in een obscuur achterkamertje van de één of andere datingclub. Deze mensen kende elkaar, we spreken van het jaar 1990, via de telefoon. De gezichten ontmoette de namen door middel van grote stickers op de deelnemers hun revers. Deze mensen hadden elkaar werkelijk doodgeluld via de telefoon maar keken elkaar als bange muizen aan toen ze elkaar voor ’t eerst zagen. Je kon de stilte aanraken. Ze kwamen in aanraking met elkaars werkelijke identiteit. En natuurlijk kan je vandaag nog gesofistikeerder te werk gaan – dankzij het internet – om je identiteit zo maximaal mogelijk te vervalsen toch blijf ik het fantastisch vinden dat je toch al een beeld kan hebben van iemand –ookal is het niet echt.
De mannen van vier hout waar ik het project “Wij” mee heb gemaakt hebben ne film gemaakt over de laatste dagen van onze samenwerking.