Simon Vinkenoog is overleden. Ik ontmoette hem in de periode dat ik bij mijn vrouw weg ging. Een periode dat ook ik veel met de dood bezig was. We speelden “Beats”,  een ode aan de Beat- poëten uit de jaren vijftig en zestig. Elke avond hadden we een gast en in Haarlem was dat Simon. Met een vuur voor de poëzie en een passie voor het leven las hij uit eigen en andermans werk en vertelde wat hem fascineerde. Een leven als een rollercoaster…Hij greep in alsof hij er elke avond bij was. Een heerlijke jamsessie met Roland van Campenhout, Percy, Thomas de Prins, Josse de Pauw, Titus Muizelaar, Abke Haring en mezelf. Na afloop begeleidde zijn vrouw hem en liet ik een boek van hem door hem signeren. Hij knipoogde, trok aan zijn sigaret en bedankte me voor het samenspel. In al zijn anarchie een heer en laat dat nu net het misverstand van de anarchisten zijn.Hij laat fantastische verhalen en poëzie achter en ik weet ook een heleboel verweesde lezers en – zoals dat gaat bij iemands dood- nieuwe ontdekkers! De beat is dood, leve de beat! Kaboem.beats

De zomer kruipt door mijn botten. Alsof de hitte me na elke afkoeling harder terug pakt.
Er staat een heel pak werk voor de deur de komende weken.
Zo speel ik in het Zeeland nazomer festival mee in “De Storm”, maak ik met mijn broer Peter een nieuwe voorstelling; “de leraar” en begeleid ik de Paleisdebutanten. Gelukkig is het niet allemaal tegelijk maar volgen al deze productie elkaar netjes op.
Ondertussen lopen de voorbereidingen om met “Bolleke sneeuw” naar Shanghai te trekken.
Een bijna surrealistische droom die werkelijkheid wordt.

En dan komen er nog tal van producties en projecten aan. Maar daar lezen jullie later nog meer over.

Toch al een tipje van een sluier…is dat ik met de madammen van De Dageraad terug aan de tafel zit om wederom een productie te maken met hun studenten. Veel kan ik er nog niet van vertellen maar als je ziet dat iemand zoals Ynina er als een schrijver is uitgekomen en dat ieder zo zijn of haar talenten heeft weten te ontwikkelen en weet je, ben je er van overtuigd dat we hier ook verder mee moeten. Nu nog fondsen zoeken…maar dat laat ik aan de madammen van De Dageraad over.
Ik kan jullie allemaal aanbevelen om massaal de blog van Ynina te gaan bezoeken en haar schrijfsels op te volgen en te bewonderen. www.yninavanclee.wordpress.com.

IMG_4995

Vandaag was ik even te gast bij de studenten van de Dageraad uit Kortessem.

Ze kregen een gefilmde en gemonteerde versie van hun verhaal. Ik zat tussen hen in en zag en hoorde hen. Ze schreven me – ieder apart – een brief. Blijkbaar heeft dit project een diepe indruk op hen gemaakt. Zij zijn mensen die heel open hun wereld hebben laten zien. Iets waar ze in de theaterwereld waar ze hun monden vol hebben over hoofden en buiken en andere lichaamsdelen die spelers belemmeren speler te zijn (wat een onzin!) nog veel van kunnen leren. Hallo, culturele sector? Wanneer gaan we iets leren?

Ik heb Daan een paar jaar geleden leren kennen op een filmset. Sindsdien komen we elkaar nog wel eens tegen, meestal ergens tegen de ochtend voor een gesloten parkingdeur op het moment dat je nog net je naam kan zeggen en lachen. En nu heeft hij wederom een fantastisch nummer gemaakt. Ook daar hebben we ’t ’s nachts al over gehad…

Soms vraag ik me af of ik wel sterk genoeg ben voor deze wereld?
Soms vraag ik me af of ik wel kan wat mijn ouders en broers hebben gekund en kunnen?
Soms vraag ik me af of het wel gezond is daarbij stil te staan?
Want ge moet het zelf doen natuurlijk. En dan zijn er geen ouders en geen broers.
En ik doe het helemaal zelf, helemaal anders dan mijn ouders en broers.
En toch lijk ik op hen. Want ik ben familie van hen. En familie daar kiest ge niet voor en toch lijkt ge d’r op. Ook al weet ge soms niet dat het familie is.
En dan vraag ik me soms af of ik dan ook ga meemaken wat zij hebben meegemaakt?
En dat is niet altijd even tof…
Soms vraag ik me dan af of het me dan misschien wel juist goed zo doen mee te maken wat zij hebben meegemaakt?
Soms vraag ik me dan af of ik het misschien wel al meemaak?
De goeie dingen dan.
Soms vraag ik me dan af of ze misschien alleen de goeie dingen voor me bewaren?

 Want dat kunnen zij, mijn familie…’t Zijn eigenlijk helden! Ridders die ik naspeel met mijne zoon!
En dan worden alle vragen beantwoord.

Die hele onderhandeling voor de nieuwe Vlaamse regering da’s het theater van het zichtbare. Juist, dat laat niks zien en leeft van de suggestie. In het theater kan dat fijne spanningsvelden opleveren maar in het echte leven is diezelfde suggestie als een dodelijk geweer voor onze maatschappij. Maar wat is de sleutel om al onze dromen waar te maken? Kunnen we dat niet zelf? Hebben we echt een regering nodig ook al lijkt ze meer op een dictatuur? Het is wel lachen dat het Vlaams nationalisme jaren is uitgespuwd, dat het een schande was te zeggen dat je Vlaming was dat het bijna fascistisch klonk het woord Vlaming uit te spreken en dat het nu zogezegd een democratisch gezicht heeft gekregen in de vorm van een Bart Dewever…
Als  kind was ik bij het VNJ (Vlaams Nationalistische Jeugd) daar zag ik hoe die Vlaamse leeuw werd rond gedragen en las ik gedichten van Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach maar dat mocht je nooit luidop zeggen. Een tijdje begreep ik waarom. Waarom sommige mensen dat liever stil hielden. Ookal had het dezelfde schijnheiligheid als pakweg de Paus en nu is het weer gelegaliseerd om het te zeggen. Jammer genoeg heeft die hele rechtse beweging in de jaren negentig zulk een foute connotatie meegekregen dat ik nu niet meer zuiver naar dat Vlaming zijn kan kijken. Het voelt als een gekwetste ziel met een bierbuik. Het ziet er ook zo uit. Is Vlaming zijn hetzelfde als  fascist zijn? Zijn de kiezers van Bart Dewever echt van bij het Vlaams belang en LDD weg getrokken? Als dat zo is dan schaam ik mij om Vlaming te zijn. Want binnen de kortste keren zullen er weer een aantal gekken op staan die in groep liederen zingen die ik als kind ook moest zingen en die in diezelfde groep weer leuzen zullen roepen om hun dikwijls dronken zielen te sussen. En met die leuzen dat Vlaming zijn weer tot schande maken. Want zoals Sven Gatz me tijdens een tijdens een Cultuurdebat toewierp; “ een mens maak je niet; een mens ben je.”. Die kiezers maak je niet die kiezers zijn dus…Arm Vlaanderen. Diezelfde Sven Gatz zit nu in het koppeloton voor de VLD. Ik ben niet vergeten waar hij vandaan komt en daarom geloof ik hem niet. Hij spreekt de woorden van zijn broodheren uit ambitie. Het theater van het zichtbare leeft van de suggestie, laat dat zien wat er niet is. Dat is volgens mij Vlaanderen. Dankzij de politiek.

Zalig soezend samen met mijn zoon lag ik het in opperste zuiden, daar waar de aarde de lucht raakt. Daar waar je soms bedolven wordt door de eigengereidheid van de wolken. Zij hebben het immers voor het zeggen. In dat godvergeten plekje reed ik de eerste dag – toen ik het plekje aan het zoeken was – mijn auto vast. Alsof dat plekje me wilde beproeven. Alsof de slangenarend die veertien dagen mijn buurman is geweest me liever rauw lustte. “Hier ben je snel vergeten”, riepen de dorpelingen van Boule d’ Amont, zo heet dat plekje en “ Hier vergeten ze dat je bestaat.”, fluisterde de eigenaar van de Mas Domingo waar ik veertien dagen met vriendin en kind naar toe trok om te rusten. “Ik heb veel ongeluk de laatste tijd.”, zei de eigenaar, “Ik heb een paard dood en toen viel mijn auto op mijn hoofd en het blijft maar door gaan….”. Hij haalde zijn dunne vinger door de lucht alsof er iets maalde. Alsof je wat je denkt uit de lucht kunt halen. Het onkruid stond er zeker een halve meter hoog, het zwembad was niet gevuld, het huis was niet gepoetst, de televisie deed het niet, de afwasmachine was stuk maar daar had dit alles zijn charme. Ook al vloekte ik en vervloekte ik het de man deed zijn best om het allemaal zo snel mogelijk te regelen en ondertussen haalde hij zij gedachten uit de lucht. Liedjes neuriënd, samen met mij filosoferend over het leven en de liefde. En telkens herhaalde hij dat hij veel problemen had. Soms leek het of ik op bezoek was bij een dakloze die in het bezit was van de mooiste plek op aarde maar er zich niet bewust van was. Met dat verschil dat hij zeker wel een dak boven z’n hoofd had. Op z’n zestien was hij gevlucht, een tijdje “verloren zoon” geweest en nu woonde hij daar, de eene keer al dertig jaar de andere keer nog maar twintig. Vanalles had hij al gedaan en nu verhuurde hij dit godvergeten plekje. Mijn zoon leerde er zwemmen. De natuur gaf elke dag een adembenemend schouwspel en gaf mijn geest eten en drinken om er weer tegen aan te gaan.

Hoe is een leven, zo of zo? En is leven werk of werk leven? Mijn theaterseizoen zit er op en soms ervaar ik mijn leven als werk en dan weer mijn werk als leven en toch hangt het één aan het andere, ze zijn niet onafscheidelijk of deelbaar met elkaar. Het is het één of het ander. Mijn seizoen begon met de wetenschap dat iedereen vervangbaar is. Blijkbaar een oud verhaal maar nieuw voor mij. Nu ja, ondertussen al niet meer zo nieuw.
Ik speelde “Mijn hart” een voorstelling die moest laten zien dat erfgoed meer was dan de Bokrijkiaanse dingen die we kennen, meer dan een stapel stenen waar iemand pap in laat aanbranden (Is dat de pap die aanbrandt of uw reputatie?). De samenwerking met de erfgoed cel en de dienst monumenten en landschappen van onze gemeenschap was goed alleen zagen de plaatselijke promotoren liever wafels bakken in hun erfgoed dan dat er een stukje geschiedenis werd bloot gegeven. Niemand zette zich promotioneel achter dit project. De mooiste herinnering heb ik aan Blankenberge waar het huis niet alleen rijkdom prijs gaf maar ook de onmogelijkheid van het lief hebben vertelde. Zelfs de huidige eigenaars leefde in die sfeer voort, het mooie was dat ze het niet ontkenden.
Ondertussen schreef ik voor An de Donder een nieuwe theatertekst en dat had ik nooit mogen doen. Ik probeerde haar te lang te begrijpen maar als schrijver moet je je tekst afwerken en dan weg gaan. Stom van me. De deuken die ik had romantiseerde ik in “Bolleke sneeuw”. Een voorstelling waar mee we – naar mijn gevoel – op langere termijn hebben bewezen dat theater maken voor kinderen niet kinderachtig hoeft te zijn. Iedereen schrok hier van, de taal, de vorm, de spelers; alles was nieuw, nog nooit gezien in het kindertheater. De theaterpolitie wist niet wat ze er mee aan moesten. Met deze voorstelling trekken we naar Shangai en beslist nog verder. Nu ze niet meer speelt ontdek ik steeds meer en meer fans van deze vertelling. Toen ze nog speelde was iedereen stil. Dit me denken aan “Aars!”, een voorstelling van mijn broer Luk waar ik als jong acteur in mee speelde. Niemand vond het goed, iedereen was stil of onmiddellijk weg na de voorstelling. Behalve in het buitenland, in Duitsland ontvingen we volle zalen en staande ovaties, in Denemarken…overal behalve in Vlaanderen.
Ondertussen speelde ik “Vaders” en was er de herneming van “U bent mijn moeder.”, twee voorstellingen waar ik mijn hart en ziel heb aan verpand, emotionele zware dobbers voor een groot publiek. Ze komen nog terug. En dan was er iets ver weg van theater en toch was het theater. Toch gaf het me de kans mensenkennis op te doen en met mijn vak bezig te zijn. “1 seconde” was de meest heerlijke ervaring van dit seizoen. Nu is het tijd om even te rusten, plannen te maken, plannen voor te stellen en gesprekken aan te gaan met huizen die minder hebben gekregen dan verwacht en daar door moeten besparen. Gezien het nijpende tekort aan solidariteit in deze sector hoop ik dat iedereen bespaart en investeert in datgene wat echt belangrijk is namelijk, het menselijke.

Vroeger werd ze aangesproken door vreemde mannen die verder niets van haar wisten.
Alleen sjouwde ze met haar gevoelens door deze stad aan de Schelde.
Toen mocht ik haar ontmoeten en af en toe bij haar zijn.
We hebben dezelfde roots. Haar huis staat naast de plek waar mijn voorvaderen naar toe trokken om zich hier in dit land te vestigen. Want ja, dat vergeten we wel eens, we zijn allemaal landverhuizers; we komen allemaal ergens anders vandaan. Soms kijk ik in haar ogen en zie de stilte van die plek. Bij deze verkiezingen komt ze op; 10de plaats op de VLD lijst Limburg voor het Vlaamse parlement. Iedereen wil nu met haar praten. Iedereen wil met haar gevoelens sjouwen maar dat laat ze niet toe. Ik steun haar omdat ik weet waar ze voor staat. Ik kan niet op haar stemmen omdat ik niet in Limburg woon maar als jij in Limburg woont geef je stem dan aan haar. Ze zal er zorg voor dragen dat weet ik wel zeker.

http://www.vimeo.com/4728848 en www.anmoons.be