Er zijn van die krassen in je hoofd die blijven hangen. Zoals een kapotte cd. Gedachten die dringend aan vervanging toe zijn. Ze maken je klein en onzeker. En toch heb je ze nodig om groot te worden, om te leren. En dromen mag altijd! Gelukkig maar…

Roefelende vogels vliegen uit hun nest voor het maaien van het gras op zondagavond.
Zelf durfde ik er niet aan beginnen om de zondagsrust niet te verstoren en toch was er eentje – niet zo ver van mijn zondagsrust – die even z’n gras wilde maaien.
“Ben net in Kreta geweest en daar lag de gazon er zo kort bij alsof hij net gezaaid was! Ongelofelijk!”, brulde hij van boven het gezoem van z’n grasmaaier. Zelf ben ik nog niet onderlegd in het maaien en zaaien van gras. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een tuin heb, laat staan een tuin van dit formidabele formaat. Ja, ik schep op over de grootte van mijn tuin en ik ben niet van het opschepperige type. De grasmachine die ik bezit heb ik geërfd . Ja, ik heb soms geluk in dit leven en ik ben niet van het geluk hebbende soort mens. Meestal zit ik in de hoek waar de klappen vallen… Maar deze machine heb ik geërfd van de vorige eigenaar van dit huis. Het is een ouwe dieselmachine die je moet aanzwengelen en dan met een knal vertrekt. Het eerste half uur zie je niet meer dan een gigantische donkere dieselwolk boven m’n tuin hangen. Als ik mijn gras maai dan staat de brandweer van de haven van Antwerpen klaar om uit te rukken. Met maskers en al! En ik overdrijf niet.
Maar nu de toon gezet vrees ik dat ik er niet aan kan weerstaan en zodadelijk de algemene zondagsrust verstoor. Komaan mijn ouwe knaller, millimeter die groene zode tot ongekende dieptes! Ik ben er klaar voor!
En weet je wat zo gek is? Nergens anders ter wereld zijn er gekken die op zondag hun grasmaaier of hogedrukreiniger – what’s in a name- durven inschakelen.
Ik brul naar de buurman dat hij zeker ook het gluren naar de mollige Russiche wijven mist?!
Hij buigt zijn hoofd en bestudeert z’n gras terwijl z’n vrouw met Vanisch z’n onderbroeken bespuit. “Ja, hij zweet nogal tussen z’n billen!”, gilt ze naar haar bevriende buurvrouw. Het leven is aan de geniepigaards en geloof het of niet maar ik ben niet van dat soort.

We verschuilen ons onder onze muts van dit leven.
We nemen houdingen aan die ons beschermen, af – schermen.
Nooit opkomen voor wat we echt willen.
Dit leven lijkt een compromis.
Moet ook, zeggen de mensen.
Terwijl die woorden al te veel zijn.
Wanneer zullen we ooit onze gevoelens de vrije loop laten zonder dat het gek of raar hoeft te zijn? Wanneer?
Misschien als we tachtig zijn?
Gaan we echt wachten tot we tachtig zijn?

Ik ga me insmeren met muggenmelk en besproeien met ammoniak want ik speel in “de Storm” mee op het Zeeland Nazomer Festival  en dit op een gigantisch terrein. In deze voorstelling speel ik Ariël, een luchtgeest en de beste vriend van de eenzame Prospero. Kaartjes kan je niet bij mij krijgen maar wel tijdig reserveren op http://www.nazomerfestival.nl

Vandaag zei een collega van me dat je wel gek moest zijn om zoals die acteurs van “fc de kampioenen” al achttien jaar hetzelfde te staan doen.Ik zei hem dat ik die mensen wel begreep en onmiddellijk werd ik bestempeld als een cultuurbarbaar die niet opzoek ging naar uitdagingen in mijn leven.

 En dat alleen maar omdat ik zei dat ik begreep waarom mensen er voor kiezen om 18 jaar “fc de kampioenen” te spelen. Want hoe gek dat dat ook mag klinken; acteurs zijn ook maar mensen die moeten eten, drinken…huizen afbetalen, kinderen laten studeren…. Want hoe graag we ons zelf ook op de Olympusberg plaatsen en allerlei artistieke dromen najagen er is ook zoiets als een realiteit. Daarnaast en niet onbelangrijk en bijna gek is dat je acteurs alleen maar over geld, dromen die meestal gerelateerd zijn aan bezit en werkeloosheid hoort praten. Een paradox? Daarenboven weet iedereen – en als je dat niet weet bezoek dan mijn pagina “nasporingen op werkgebied” – dat ik de afgelopen tien non stop gewerkt heb en geen enkele uitdaging uit de weg gegaan.

 De collega schudde zijn hoofd, ging verder met het leeg drinken van zijn koffie die hij gelukkig niet hoefde te betalen. Ik liet hem en dacht wat je ook artistiek presteert of wil presteren bezit ben je altijd. Een oordeel is er altijd – van pers, publiek, collega’s…- omdat we ons open en bloot geven. Dat is al een keuze om trots op te zijn. Nu nog het besef.

Zijn er regels en wetten in de Colruyt?
D’r staan van die pijlen op de grond en vandaag maakte er mij iemand op attent dat ik in de verkeerde richting liep. En alsof dat dat nog ni genoeg was reed er in de volgende gang iemand in mijne rug. Ik keek naar de pijlen op de grond maar zag ze niet. De Colruyt plaatst in de eene gang pijlen en in de andere gang niet. In de eene gang vinden mensen dat ze je daar moeten over aanspreken en in de andere gang rijden ze in je rug. Het leven is soms heerlijk kafkaiaans. Of zou het nog zotter kunnen?

Ja natuurlijk kan het nog zotter maar daar heb ik het ni meer over want dan krijg je van die mensen die daar over willen praten en dat lijkt me alleen maar tijdverlies. Conclusie: houd uw zottigheid en laat ieder zijne weg zoeken. De laatste die dat heeft gezegd is ne martelaar geworden voor heel veel volkeren dus daar zit misschien wel muziek in. Ha – le – lu – ja!

De autosnelweg stond dicht. Of zeg je dat zo niet? Er was geen beweging? File? Stilstaand verkeer? Ja, ’t is namelijk zomer en langs waar ik woon trekken horden Noorderlingen naar het Zuiden. En alsof dat je ze niet kent laten ze zich gewillig herkennen met bijbehorende sleurhut of dakkoffer en de fietsen niet te vergeten. En daar sta je dan…net van je werk en je wil maar één ding en dat is zo snel mogelijk naar huis. Stil. Naast je zo’n gezinnetje dat helemaal opgewonden voor zich uit  zit te staren met in hun ogen de prangende vraag of het zuiden nog ver is?  En ja dat is zo, het zuiden is nog ver. En wat ik ook niet begrijp is waarom ze allemaal langs hier rijden. In hun eigen land hebben ze een heerlijk stuk snelweg – de A 58 – waar het verkeer nooit stil staat en daar kan je dan vanaf Terneuzen oversteken en zo via Gent naar Lille en daar de keuze maken naar eender welke autoroute. En dan hoor je wel eens Noorderlingen – en ik hoor ze de laatste tijd heel vaak – die dan zeggen dat het sneller gaat via Antwerpen. Maar dat is niet zo. Niet altijd zo want als ze allemaal langs hier komen is er niks voor nodig om het hier stil te laten staan want we hebben nog geen Lange Wapperbrug of Tol tunnels…En hier komen alle nationaliteiten samen en die rijden allemaal anders en naar het schijnt rijden de Belgen het slechts van heel Europa! Dus, voor jou en onze rust kom niet langs Antwerpen als je naar het Zuiden wil want het is hier alle dagen bal. Ja, ik stond in het bal en naast me zo’n gezinnetje dat weg wil van hun dagelijkse beslommeringen en het gewoon fijn vonden om stil te staan want dat bracht hen al verder weg van hun wereld dan ze zich dagelijks kunnen veroorloven. Leve het bal, leve de file!

Les grandes personnes ne comprennent jamais rien toutes seules, et c’est fatigant, pour les enfants, de toujours leur donner des explications.”

Antoine de Saint-Exupery, “Le Petit Prince”

Mijn buurvrouw, ik ken haar niet en zij mij ook niet.

Ze wist dat ik acteur was en haar kleinzoon is dat ook.

Ze riep af en toe naar mijn zoon en hij riep haar toe: “dag buurvrouw!”

Ze hebben haar weg gebracht. Kanker vreet haar langzaam op.

Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen ik naast haar kwam wonen, “een man met een kind…”. Mijn buurvrouw stond raar te kijken toen de politie bij haar kwam aanbellen omdat andere buren dachten dat ik bomen ging om zagen. Mijn buurvrouw keek niet meer toen ik haar twee weken geleden vroeg hoe het met haar ging. Ze begon te huilen en dat was dat. De rolluiken gingen dicht, ze sliep de hele dag en mijn buurvrouw was weg.

Blankenberge? Toch ni in Blankenberge? Aantwààrpe aon de zee? En toch kan je daar, weg van alle drukte heerlijk logeren in Villa D’Hondt. Vlakbij “de trappekes” en dichtbij de zee. Ik leerde het vorige herfst kennen, een prachtig huis, statig met heel veel originele elementen.  Dit verhaal schreef ik voor dit huis,

Mijn vader was mijn held.Mijn vader kon op een grassprietje fluiten!Samen lagen we uren op het strand en beantwoorde het gefluit van de vogels.Een symfonie van gekwetter.Onophoudelijk.

Ik vroeg mijn vader of de vogels ooit ophielden met hun gekwetter.“Nooit.”, zei hij beslist , “ze fluiten zelfs in hun slaap.”.En toen was hij er niet meer.Hij was weg.Lag opgebaard in een kist.Geen verhaaltjes meer voor het slapen gaan.Mijn vader was dood.Ik stond aan zijn kist en keek naar zijn stijve lippen.Mijn vader was mijn held.Ik kon nergens met mijn verdriet heen.Ik mocht niet huilen.Huilen is voor kleine kinderen.

Ik liep naar de zee en zij ving mijn tranen op en leerde me alles in dit leven.Ze nam mijn hand.

 Ik geloof in feeën.Prinsessen ook.Maar het mooiste wat er is is zij.Ze wacht geduldig.Soms, heel soms, is ze onstuimig.Daar is ze.Vredig en stil.Met een weinig blauw boven haar ogen.Ze kijkt en zwijgt.Vele liefdes zijn aan haar voorbij gegaanHeeft ze laten gaan.Zij houdt ons land bijeen.Nee, zij sluit geen compromissen.Nog liever neemt ze koud en harteloos afscheid dan haar leven te splitsen.Niemand vraagt haar anders te dansen dan ze danst.Niemand zegt haar hoe ze zich moet kleden.Niemand zegt iets over het schuim op haar mond.Niemand vindt het erg dat ze langzaam de aarde op eet.De zee is zoals ze is en dat vindt iedereen goed.De zee is de perfecte vrouw…En niemand die voor haar valt.

Behalve ik.

Deze muziek moeten ze spelen op mijn begrafenis.Op mijn laatste rustplek.Ik,Tussen zes houten planken.Ik hoor niks.De ultieme stilte.Alleen het gewoel van de aarde op mijn hoofd.En dan moet er iemand iets over me zeggen.Over hoe goed ik wel niet was.Over hoeveel goeds ik heb gedaan…Wie kan er iets over me zeggen?

(denkt lang na)

Mijn beste vriendin.De zee.Ga toch weg;Ga toch allemaal weg.

Wat doen jullie hier?Het weer is goed buiten!Het stond in de krant.Het weer is goed.Als het in de krant staat is het zo.Ik hoef de zon niet te zien.Mijn bleke vel zou verschrompelen moest het de zon zien.Wat willen jullie weten?Mijn naam?

D’Hondt

Gustave

 Ik heb hier geleefd.Samen met haar.De zee.

Mijn lieve vriendin,Mijn moeder,Mijn vrouw.

Zij bracht me alle rijkdom.

Als kind zag ik het zand als goud, de schelpen waren mijn geld,De vloed van de zee het af en aan stromen van al die rijkdom.De zee gaf me alle wijsheid en liet zien dat ik echt geld met haar kon verdienen.Iedereen sprak alle talen en ik werd een zeeuitbater.De zeeuitbater.

Betalen voor je d’r in gaat!

Ik telde de golven.En bij elke golf dacht ik,Verder, we moeten verder.Grootser.Ik bouwde een hotel zodat iedereen naar haar kon komen kijken.Sommigen gingen in haar.Soms wel 21 keer.Het kon me niet schelen, zolang ze maar betaalden.Samen met mijn vrienden bestormde ik de zee.

En zij?

Ze vond het goed.Nooit werd ze boos op me.Ze lachte, zelfs als ik in haar spuwde.Ik sloeg alles en iedereen plat met mijn plannen en ideeën voor deze stad.Zo was er ‘ns een insect dat bij me voorbij kroop aan de keukentafel.Ik zette mijn glas er op en het beestje kon niet meer verder.Langzaam stikte het onder mijn glas.En het was zijn eigen schuld!Om te beginnen had het zich daar nooit moeten laten zien.

Ik had er geen schrik voor maar het waren mijn kinderen die begonnen te krijsen toen ze ’t over de keukentafel zagen kruipen.Sorry boy, dacht ik, ’t is niet dat ik het niet wil maar wat kom je hier in godsnaam doen.Heb je betaald voor je verblijf?Ik heb met je te doen, lieve insect.Ik zou had nog zoveel met jou willen praten, over verre reizen en vreemde continenten…

Maar je bent er domweg niet meer.Betaal in de toekomst of vraag het aan mij.

Ik was burgemeester van deze stad.En ’s nacht voer ik met m’n eigen schip over de zachte golven van mijn vrouw.

 Ik kreeg dertien kinderen.En ik was hier gelukkig ja.Elke ochtend stond ik vroeg op en liep naar haar toe.Met een zoet ruisende kreet heette ze me elke ochtend welkom.

De zee.

Tot op een dag haar zoet geruis werd bedolven met schoten uit kanonnen.Waren er dan toch mensen die haar wilde veranderen?Nee, dat niet maar ze wilden wel dat zij van hen werd.

Ik ging voor haar staan en probeerde die grijpgrage handen van haar af te houden maar ze waren te machtig.En het strafste van al was dat ze er ook niet om vroegen.Ze deden het gewoon.

Koel en harteloos.

Ik nam afscheid van haar.Ik moest.Het voelde als afscheid nemen van je vader.Je weet dat je straks weer oog in oog met hem zal staan.Maar toen ik terug kwam wilde ze niks meer van me wetenMijn zee maakte het me moeilijk.De zekerheid die ik had bij ons afscheid was voorbij.Ik ging voor haar staan en riep:

 Niks meer.Ik kon geen woord meer uit brengen.We namen afscheid in gedachten.Uiteindelijk zijn we stof en begrijpen elkaar in de stilte.