“Het was briljant!”, riep een man uit, “technisch…maar briljant!”. Ik verstond er niks van, hoe kan nu iets de schittering van briljant oproepen en tegelijk afstand scheppen? Want vind je niet dat als je iets kan analyseren de magie en de schittering verdwijnen? Of ontstaat de magie juist omdat je het kan analyseren? Gisteren gaf ik een lezing in het kader van een studiedag rond kunst en – cultuureducatie aan de Leuvense universiteit, een groot gezelschap wisselde ervaringen en gedachtes uit rond dit thema. Mensen die mijn blog regelmatig bezoeken weten hoe belangrijk ik het vind dat we als kunstenaars de studenten gaan opzoeken. Ik vertelde over mijn ervaring met studenten en hoe tijd een luxeproduct is in dit hele verhaal. We leven in een gesofisticeerde wereld die per seconde een andere dimensie lijkt aan te nemen. Als je ziet hoe een land als China in een razende vaart het Westen in haalt. Daar zie je letterlijk hoe mensen worden opgevoed om er meer Westers uit te zien en zich ook zo te gedragen. Promotiefilmpjes tonen hoe dat moet en als je dat zo ziet heb je bewondering voor deze mensen maar briljant vind ik het niet. Zo bouw je een technische gemeenschap op. En daar moeten ook wij voor op passen. Ik zal me daar als kunstenaar in ieder geval tegen verzetten. En dat is dan op zich weer een goeie uitgangspositie voor het laten ontstaan van verwondering. Het zit toch goed in elkaar.

Het druppelt in dit land. Er zit een lek in mijn dak, een gat dat daar bewust gemaakt is voor de uitlaat van een hightech warm water ketel…Toen ik de installateur belde zei hij me dat het niet zo ongewoon was dat het lekt omdat er nu veel water valt. Een heel chinees antwoord. Zo vroeg ik in China of de mensen die daar onder kartonnen dozen liggen te slapen – net zoals bij ons – daklozen zijn? En nee, dat zijn ze niet.Het zijn werkzoekende die nog geen onderdak hebben gevonden. En kan je ze ongelijk geven? Nee, dat kan je niet want je weet het niet en als het je niet weet dan moet je je kop erover houden. En dat zouden veel mensen bij ons op hun beurt weer in hun oren moeten knopen zodat bakken onzin vermeden worden. Maar ondertussen regent het, is er een lek, zijn in kartonnen slapende mensen gewoon dakloos en lult een groot deel van de mensheid zonder gene over dingen waar ze niks vanaf weten.

Vandaag mijn eerste rustdag sinds m’n thuiskomst uit het verre Oosten.Wat kan ik zeggen? Shanghai was overdonderend, in vergelijking met Shanghai is Antwerpen een dorp. Deze relativering en de ervaring – lees maar cultuurshok- zorgt er voor dat ik sinds mijn thuiskomst met andere ogen kijk naar de sector waar ik me in begeef. Deze ervaring bevestigt nogmaals dat wat we hier cultuurindustrie durven noemen peanuts is met wat er in de rest van de wereld gaande is. Onze sector zit in de gedoogzone; we mogen mogen en mogen daar blij om zijn maar niemand – om niet in percentages te hoeven spreken- ligt er wakker van. Onze rol in dit land is belachelijk als je het vergelijkt met de invloed van de culturele sector in de rest van de wereld. In Shanghai werd ons werk onderzocht en waren de bewondering appreciatie niet uit de lucht te slaan. Soms kon je je afvragen of het wel gemeend was? En toch, het was gemeend. Wat leert ons dit? Het leert ons dat we hier rustig verder werken en dat we ons zelf en ons werk op tijd en stond mogen relativeren. En het buitenland? Ze houden ons in de gaten en appreciëren wat we hier ontwikkelen en zijn stomverbaasd als we de data geven over wie of wat we in hun ogen slechts bereiken.

de wereld op schaalSinds gisteren terug uit het verre Oosten. Het was er fantastisch.De komende dagen zal ik foto’s en verhalen posten van deze trip. Op de blog van HET PALEIS kan je alvast ons wedervaren lezen.

http://www.hetpaleis.be

Als je door een stad loopt zie je vaak littekens van vergane puin. En dan kan je je voorstellen hoe mensen daar geleefd hebben? Hoe ze hebben lief gehad, ruzie gemaakt, afscheid genomen op die plek waar niks meer van over blijft dan wat stenen. Ik heb het lastig met afscheid nemen. Meestal sla ik zonder waarschuwing de deur dicht of ga stil weg zonder iets te zeggen. Ik heb het nooit gekund en nu nog steeds niet. De sms vind ik wel een goeie uitvinding. Je kan – nadat je ergens bent weg gegaan – nog een berichtje sturen. Iets kort zonder daarna een antwoord te hoeven geven. sms, de kortste weg van communiceren. Zo zou je ook huizen moeten kunnen bouwen, even. Je ontmoet er mensen, je gaat relaties aan en als je weg wil klap je je huis samen en ben je weer weg. Een soort van nomaden Zonder aan de rand van de maatschappij te hoeven leven.

Als dat zou kunnen. Waarschijnlijk kan het. Misschien bestaat het zelfs al?

Voorlopig hou ik het zo en kijk naar de littekens in de stad, op mijn hart en dat van anderen.

Ik sprak een man die me verzekerde dat hij een groot dichter was geworden als ze hem als kind niet hadden gezegd dat hij iets met z’n hadden moest gaan doen omdat hij te veel droomde. Ik sprak een vrouw met een afschuwelijk kapsel die me zei dat ze gelukkig niet geluisterd had toen ze tegen haar zeiden dat ze iets met haar handen moest gaan doen. Ja vroeger, want ik ben al héél oud, kreeg je soms van het pms (het huidige CLB) het advies om iets met je handen te gaan doen omdat je niet slim genoeg was. Nu verdelen ze je in een categorie – er zijn er honderden – en dan ben je wie je bent maar wel in die categorie. Ik hoor het u denken, het is nooit niet goed. En dat is een waarheid als een koe. Waar je vroeger een school binnenwandelde om je kind in te schrijven moest je tot voor kort eerst gaan kamperen en nu hebben ze een soort van ratrace uitgevonden waar je een top vijf van scholen moet ingeven via het internet en dan kiest een informaticasysteem wie waar zijn of haar opleiding zal krijgen. Vol = vol en binnen zes of zeven stappen kent iedereen iemand die iemand kent die de paus kent en of dat die dan een goe woordje voor je wil doen is nog maar de vraag. Want na het doopsel – ja, ik ben gedoopt- ken ik hem alleen maar van ver. Wat zouden ze trouwens aan de paus geadviseerd hebben? Doe maar iets met uw handen en daar ging hem, wuiven – wuiven – wuiven!

Vandaag gaf ik mijn eerste interview voor een Chinees blad genaamd; “Shanghai Drama”. Straks vertoef ik in deze stad samen met de ploeg van Bolleke sneeuw. Een stad met meer dan twintig miljoen inwoners. En daar mogen wij ons verhaal vertellen,sterker nog;de Chinezen willen dat wij ons verhaal daar komen vertellen! Ik ga er zeker nog over schrijven…

Ik ben er deze dagen niet bij met m’n gedachten. Alsof alles rond me beweegt en ik stil sta en toch beweeg ik ook. Misschien wel sneller dan ooit tervoren. Ik zag een foto; ik stond achteraan in de kerk. Dat kon je op de foto zien. Soms zijn er van die foto’s die je niet meer wil zien. Omdat de herinnering aan het gebeuren niet fijn is of omdat je er niet goed op staat. En toch bestaan die foto’s nog. Soms zijn het foto’s met bijzondere mensen – mensen met wie je een band had. Soms staan er ook mensen op die je helemaal niet of niet meer wil kennen. Ik ruik foto’s, ik beleef een moment terug als ik een geurtje ruik. Geur – foto’s, ongewild en toch bestaat het. Een foto – een beeld – een herinnering – een geur. Mijn gedachten werden geordend in het verleden van een foto.

een model zei me dat haar onderbewuste haar parten speelt als ze opdrachten heeft. Ik zei haar dat ik niet wist of ik wel bewust ben van mijn onderbewuste? Daarop zuchtte ze en ging ontzettend bewust op een andere plek staan. Ik kreeg telefoon en moest een interview geven over het grote avontuur dat me in China te wachten staat. Het model luisterde mee en het interesseerde haar. Ja, ik ga een stuk regisseren in China met Chinese acteurs. Ja, dat is godverdomme uniek en prachtig en ja, ik ben heel vereerd dat de Chinezen interesse hebben in mijn werk. Het model lachte me heel bewust toe en vroeg me of ik haar een zuurpruim vond? Ik zei haar dat ik dat niet wist omdat ik haar niet kende maar dat ik wel mensen ken die behoorlijk bitter door het leven lopen en dat zij – bij zo’n eerste indruk tenminste- redelijk on – zuurpruimerig overkwam. Het model kwam dichtbij. In de zone waar ik van denk nu kom je dicht bij maar het voelde wel prettig.Ze vroeg me of we een uitzonderlijke situatie hadden en of ik dat ook zo voelde? Ik zei haar dat ik weinig voel en zeker in dit soort situaties. Het model en ik werden stil en keken heel lang naar de sterren. Dat deden we heel bewust en het voelde goed. In stilte. De volgende ochtend zwaaide ze me van ver toe en riep dat ik koudbloedig ben! En daar stond ik dan en voelde me als een model.