Ben bezig met mijn huwelijk voor te bereiden en dat is echt fucking veel werk. Zou natuurlijk ook gewoon stilletjes kunnen trouwen en dan niks zeggen maar zoals in het gedicht van Elsschot staan er al wetten, praktische bezwaren en toch ook al een vorm van weemoedigheid in de weg. Wat ik nog zoek is: een feesttent voor ongeveer 100 personen die liefst niet te duur is en dan nog van alles om die tent aan te kleden en ik herhaal; niet te duur want die grap kost me nu al veel en eigenlijk weet ik niet waarom ik trouw. Ik wilde me op een andere manier verbinden met mijn lief dan dat het nu is maar ik had evengoed een stukske wol tussen ons twee in kunnen hangen dan waren we ook verbonden. Dus ja, ik zoek een tent. En alles wat ge vind is gewoon pokkeduur. Afin, moest iemand dit lezen en iets weten laat het me weten…Ondertussen heb ik ne lek in mijn dak aan de schouw waar de nieuwen boiler naar buiten gaat. Nooit iets maar het regent twee dagen en lap…ne lek.Wat als het gaat regenen op mijn trouwfeest in juni van volgend jaar? Wat dan? Och fuck, laat die tent al maar zitten want als het regent moet ik iedereen evacueren. Het ergste aan de voorbereiding van een huwelijk is de vraag: wie vraagt ge? Hier liggen nu zo’n tweehondertal namen op de vloer en daar moeten we een selectie uit maken en dat is moeilijk. Ge moet den helen tijd afwegen;  als we die vragen dan moeten we die ook vragen want anders gaat die weer slechtgezind zijn. Ge denkt dat ge trouwt voor u eigen? Belange ni! Ge trouwt voor de zever er rond.  Zoals het nu is vind ik trouwen zoals kinderen krijgen en verbouwen; het komt nooit uit maar als ’t gedaan is hebde d’r plezier van. Of zoals ne collega van me zei:”Stefan,sommige relaties lopen goed…andere trouwen.”. Sorry, ik moest hier mee lachen. Ik weet dat het flauw is maar ik lach hier dus om. Ach ja…Ik zal het zien; een tent, ne lek  (ondertussen telefoon) en mijne zoon gaan evacueren uit de tekenacademie want die staat onder water.

Theater is vluchtig, verschrikkelijk vluchtig. Het vertellen van het verhaal, je droom proberen waar maken heeft bijna iets spiritueel. Elke dag leer je bij door te observeren, soms is het een techniek, soms helpt de techniek maar nooit kan je zeggen; “ik weet hoe het moet!”. Ik heb het al dikwijls geschreven, theater maken is voor mij samen zijn en durven zeggen dat je het soms niet weet en daar medewerkers in vinden die op dat moment je strot niet over bijten. Ook dat heb ik al paar keer mogen meemaken; mensen die niet om kunnen met een openheid en die dan op je kop springen en je naar beneden duwen.Het is constant zoeken naar een goede balans, een permanente leerschool maar dat is zo met alles wat je doet. En als je niks doet doe je niks verkeerd, zeggen ze. Bij “Eeuwige sneeuw” zijn we nu door het eerste deel, de ploeg is enthousiast. In het huis staan we in de wachtrij achter het Sinterklaasfeest. Als de Sint weg is kunnen we de zaal in. Pas in de laatste week zullen alle puzzelstukken in elkaar vallen en is er een vorm van resultaat. Na de Sint…Spiritueel, ik zei het toch.

Twee jaar geleden maakte ik voor HETPALEIS in Antwerpen, “mijn hart”. Een voorstelling die zich zowel vormelijk als inhoudelijk aanpaste aan de geschiedenis van een huis en zijn bewoners. En toch was er elke voorstelling een constante; de Gorecki symfonie. Deze had ik de zomer voordien leren kennen. Vandaag is Gorecki overleden en hoorde ik het fragment weer op de radio. Het is een herinnering aan een zomer en aan de vele locaties van “mijn hart” .

Elke voorstelling staat er een man met een ouwe camera – het lijkt iemand van de televisie. Elke voorstelling vraagt hij of hij daar of hier in de weg staat. Meestal is dat zo. Hij heeft een vrouw bij, zij doet het geluid vanuit een loge of naast de tribune of zoals bij Maria Vaart op het dek van het schip. Hij kijkt, zij luistert. Het zijn Leentje en Kamiel. Ze hebben alles gezien omdat ze het graag zien en bezitten een archief om U tegen te zeggen. Na een pint krijg je meestal zijn visie over de voorstelling of ze verdwijnen minzaam lachend als ze niet wat ze d’r mee moeten. Leentje en Kamiel. Als de televisie beelden wil komen ze zelf filmen maar als er net een ramp gebeurt zijn er altijd de beelden van Leentje en Kamiel. Straks is er Eeuwige sneeuw in HETPALEIS en dan zijn ook Leentje en Kamiel er weer.

Het was koud, het regende en vergaderingen lopen uit omdat er altijd wel iemand het in z’n kop haalt om het over dingen te hebben die totaal niet ter zake doen. Maar goed, ik moest op tijd op het eerste individuele oudercontact zijn van mijn zoon Jef. Jef is zes en zit in het eerste leerjaar, leren lezen, schrijven, splitsen…. In enkele weken tijd leest mijn zoon en schrijft hij al volzinnen en telt bewust tot honderd.In zeven haasten kwam ik aan in de school. Nog enkele minuten scheidde me van het gesprek met zijn juf. Ik herinner me vooral hoe ik zelf als kind toch met een zekere spanning thuis in bed lag terwijl m’n ouders naar het oudercontact gingen; wat zou de meester zeggen? Ben ik dom, moet ik naar een andere school, misschien moet ik wel naar een internaat dat soort schrikbeelden joegen door mijn hoofd tot de slaap me dan uiteindelijk overviel. Terwijl ik stond te wachten kreeg ik telefoon van de Rotary club van Hoogstraten. De man aan de andere kant van de lijn vertelde me dat hij een “jobbeurs” organiseert en dit jaar -hij had er zelf ook nog nooit van gehoord – waren er mensen die acteur en regisseur op hun blaadje hadden ingevuld. Zich nogmaals verontschuldigend dat hij ook van niks wist vroeg hij me of ik op deze “jobbeurs” deze mensen wilde inlichten over de merites die je moet hebben om in dit vak te stappen.”En weet u,”, ging hij verder,”het is ook iets zeldzaam, hé.”. Terwijl hij tegen me doorging over de zeldzaamheid van mijn beroep plaste ik op de veel te kleine toiletten op mijn zoon z’n school en vroeg me af waar de leerkrachten van deze school gingen plassen. “’t Is goed.”, zei ik, “Ik zal het doen.”. De man aan de andere kant zei dat hij blij was en toen viel de lijn weg. Even later belde hij me terug en vroeg m’n mailadres om verder af te spreken. “Zeldzaam…”, mompelde hij nog en legde in. Toen was het eindelijk aan mij, ik mocht horen hoe goed mijn zoon het doet op school met een 9.8 voor taal en een 9.5 voor rekenen en hoe graag hij zingt en turnt en zo ging de lofrede maar door en toen zei de juf dat ze ook bewondering had voor mij en hoe ik zoveel tekst kan onthouden!  Ik, de fiere papa werd in een paar minuten een zeldzame diersoort met een raar kronkelend brein. Bewondering en onwetendheid het ligt dicht bij elkaar, dacht ik. Het regende nog steeds, ik stapte op mijn fiets, kwam thuis en liet mijn hoofd vol pompen met gewauwel van hobbykoks die elkaar beoordelen met de woordenschat van een dood biggetje.

Eeuwige sneeuw:

De wereld draait en draait. Mocht ik een sleutel vinden om hier weg te raken, ik zou ’s nachts de deur opendraaien en gaan lopen. Het blauwe van de zee is de verf waar ik mijn verhaal mee schilder. Wie ben ik? Ik heb een gekke naam, mijn vader is een wolk en mijn moeder denkt dat ik maar een idee ben. Een idee dat ze vonden in de sneeuw. Eeuwige sneeuw, belachelijke naam. Gevangen in de sneeuw voor eeuwig, dat ben ik!




Gisteren was ik daar, het optreden van Prince in het sportpaleis in Antwerpen. Ik stond op de vierde rij, kon hem zien, lachen, denken, voelen als ge wilt. Deze man is fantastisch en hij weet het. Hij werkt er voor , zet alles in om een fantastisch concert te geven en doet dat ook. Zelf was het de derde keer dat ik his Purple highness zag en elke keer blaast hij me van mijn sokken. Zijn muziek is pure sex.  Let’s work, zong hij en liet het meezingen door duizenden stemmen. En dat is zo vandaag: let’s work.

je hebt soms van die dagen dat het lijkt alsof de wereld op je hoofd gaat vallen. Door de economische crisis krijg ik te maken met bezuinigingen waardoor projecten worden uitgesteld of afgezegd die dikwijls al jaren gepland stonden. Uiteraard blijf ik niet stil zitten en zullen er voor de projecten die weg vallen weer nieuwe in de plaats komen. Het is vooral vreemd dat mensen zich niet aan gemaakte afspraken houden, bezuinigingen of niet. Je voelt je op zo’n moment maar een nummertje dat aan de kant kan schoven worden. Wat me dan bezighoudt is; hoe te overleven? En natuurlijk zijn er duizend en één mogelijkheden en ook die zal ik allemaal onderzoeken en initiatieven in nemen. Maar het is vooral zaak om de teleurstelling die gepaard gaat met zo’n nieuws niet de overhand te laten nemen. Teleurstelling wordt boosheid, boosheid wordt verdriet en dat mag niet in je ziel laten bijten. Dat is niet goed maar ook dat laat ik niet gebeuren. Toch niet te lang.