Soms heb ik spijt dat ik vader ben. Ik kan die verantwoordelijkheid niet aan. Neem nu bijvoorbeeld zoiets simpel als eten maken voor je kind. Dat is godverdomme wreed moeilijk. Vandaag dacht ik goed te doen door croque monsieur te maken. Dat lust mijn kind al wel eens. Wel, dat is niet zo. Soms lust hij dat. Vandaag niet. Dat was duidelijk. En dan MOET ik van alles en eigenlijk ook niks maar zo ben ik niet. Ik ben zelf opgegroeid met een groot verantwoordelijkheidsgevoel; tegenover de hele wereld. Dat zit ‘em in kleine dingen zoals je bord leeg eten om je moeder het gevoel te geven dat het eten lekker is. Maar dat was in mijn geval nooit lekker! Dat was altijd een kotelet die al koud was toen ze op het bord kwam, gekookte aardappelen en spruiten of witloof. Zoiets. Niet meer en niet minder. En toch at ik het dag na dag op. En waarom? Om mijn moeder het gevoel te geven dat ze lekker had gekookt. “Mmmmm mama,lekker.”. En zo werd ik dik zonder dat ik het wilde. En maar vetter en vetter. Alleen maar om mijn moeder niet triest te maken.

 

En nu ben ik vader en dat probeer ik zo losjes mogelijk te doen. Niet te veel regels en tegelijk houd ik mijn kind aan een touw vast, “het touw van zijn leven”. Noem het een denkbeeldige navelstreng ofzo. En dan maak ik dus croque monsieur omdat ik denk dat hij dat lekker vind maar hij vond dat niet lekker. Toch niet vandaag en dan zegt hij dat omdat hij geen verantwoordelijkheidsbesef heeft. Wat zou hij ook? Hij is vier jaar, ik doe nog alles voor hem. Ik ben verantwoordelijk over en voor hem.

 

En dan toch wil ik dat hij die croque op eet. Ik stel een regel; “je eet die croque op of anders ga je zonder eten zo en direct naar je bed”. Ik hoor het mezelf  zeggen met een irritant vingertje in de lucht. En toch doe ik het, ook al wil ik het niet, ik doe het. Met een lange lip heeft hij zijn croque -die ik dacht dat hij lekker zou vinden- opgegeten en dan hij is vervolgens met zijn mayonaise – handen in mijn zetel geploft maar toen ik de vetvlekken zag kon ik niet boos zijn want ik hou van hem en ik wil niet dat hij iets doet of laat omdat ik het leuk zou vinden.

 

Ik wil mijn kind natuurlijk een soortement van besef meegeven maar ik weet nog niet welk. Ik ben daar zelf niet zo goed in dus laat staan dat ik het mijn kind mee geef. Ik ben zelf nog opzoek naar het hoe en waarom van dit bestaan en misschien moet ik daar niet zo bij stilstaan. Misschien is het dat. Ja, dat zal het wel zijn. Ik ga morgen maar weer gewoon verder als vader zoals ik bezig was en niemand zal het merken zelfs mijn kind niet.

De nacht kruipt in stilte voorbij.

Geen gewoel, geen gekrab van mijn geliefde.

De sterren fonkelen alsof ze in en uit ademen.

De lucht ontneemt me mijn zuurstof.

O, waanzinnig stille nacht,

Hoe lang zal je nog dit leven domineren?

Ik verlang naar een hartenklop, een lied van liefde.

Ik weet dat ze daar is,

Binnen handbereik.

Mocht ze willen zou de nacht nooit meer zo zijn.

Mocht ze willen zullen onze nachten altijd samen zijn.

Het duister omarmt me en duwt me in de slaap van dit bestaan.
Met je ogen open verder gaan.

 

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik samen met Stefan Kolgen in opdracht van Het Paleis paola246. Het verhaal van een eenzaam meisje die met haar vader samen leefde en opzoek ging naar haar moeder. Het was een razend succes en het voordeel van het internet is dat er overal nog  sporen van te vinden zijn. Het was een onderzoek naar identiteit op het internet en hoe je daar als theatermaker mee kan omgaan of in mee gaan. Een ontzettend arbeidsintensief project waar ontelbare mensen in meeleefde. Misschien is het tijd voor een vervolg?

 

Mijn vader, en hij daar had helemaal terecht zo zijn redenen voor, wilde dat ik bokser werd om me assertiever in dit leven te laten staan. Ik heb het nooit gedaan en nu kijk ik naar mijn zoon en denk soms dat het goed zou zijn mocht hij later gaan boksen. Zeker als je deze ziet, de dichter – bokser.

Geluk is met je mondhoeken in de lucht.

Of zie je geluk soms niet?

Dan sluit je je ogen en laat je wegzinken tot de zon weer op komt.

De stilte vult de ruimte,

Een ballon vol stilte.

Zo is het weer tijd om te werken werken.

Het getrappel als acteur, ter plaatste om een klein beetje winst te maken.

Als paarden op en neer.

De woordjes voelen die voorbij zwemmen.

Altijd voelen zonder je hoofdje pijn te doen.

Boem!

Het begin van een nieuwe werkweek

waar je op het einde een dag nodig hebt om het getreur van al deze woorden.

Sommige mensen organiseren feestjes om de mensen te ontmoeten die ze al kennen. En heel soms ontmoeten ze dan op zulke feestjes iemand die ze niet kennen of toch niet direct en meestal word dat hun partner en dan schrikken ze later dat iedereen iedereen kent. Toeval!

 

Vandaag hoorde ik twee vrouwen op straat. Zei de eene tegen de andere; “ja, dat spreekt boekdelen.” . “Ja,”, zei de andere, “dat hangt er vanaf  wat voor boeken het dan zijn.”. Ze keken elkaar aan en begrepen elkaar ook al dacht ik dat ze dat niet deden.

 

Vandaag vertelde een man hoe trots hij was omdat hij drie zendmasten op zijn dak had staan. “Eén van Base, één van mobistar en één proximus.” Een grote stalen mast rees vanuit zijn dak naar de hemel. “Maar zelf heb ik hier altijd slechte ontvangst.”, zei hij lachend, “ te veel keuze is ook niet goed.” Daarna hadden we het over structuur en hoe dat ons maakt tot wie we zijn. Op het einde van het gesprek ging zijn mobiele telefoon. Hij nam op deed een korte babbel en keek naar de zendmast. Toen de verbinding weg viel zag ik de ontgoocheling uit zijn broek druipen. Iets waar hij op gehoopt had was er niet meer. Hij ging op een stoel zitten gooide zijn telefoon weg en begon wild in zijn haren te wrijven. “Ik ben zo alleen!”, riep hij en het leek of alle structuur uit zijn leven weg glipte.

 

Dit is zowat het beste nummer ter wereld, zeker als het gaat over nen dikke vette plakker zo dansvloergewijs,  en in mijn vorige job heb ik de heren van deze groep ooit hun aperitief gebracht. De zenuwen gierde door mijn lijf, een jaar later was de zanger dood. Ik hoop dat het één niks met het ander te maken heeft.

 

 

Gisteren speelde ik de allerlaatste Wortel Van Glas in het kader van het palletfestival in Het Paleis te Antwerpen. Het was ontzettend fijn, intens en emotioneel voor me om afscheid te nemen van deze voorstelling. Er volgde een daverend applaus. Maar dan achteraf werd ik wederom geconfronteerd met wat ik noem het Vlaams autisme. Aan de bar stonden er enkele mensen hun gal te spuwen over deze voorstelling tot ze zagen dat ik daar achter hen stond. Ze porde elkaar aan en deden lacherig teken dat ik daar stond en ze zwegen.  Kijk, mensen mogen iets slecht vinden dat vind ik helemaal niet erg maar dat ze dan hun menig ook gewoon kenbaar geven en niet vluchten in lacherig scoutisme. En dat heb je alleen in Vlaanderen. In alle andere landen in deze wereld komen mensen je eerlijk zeggen wat ze er van dachten maar hier in Vlaanderen steken ze nog liever hun hoofd in hun hol dan hun mening te ventileren.

Gelukkig is er nog steeds geen exacte definiëring van autisme (alles en iedereen is autistisch) en dus zijn er ook mensen die op je wachten om te zeggen dat ze er van genoten hebben. Heerlijk.

Eeuwige schoonheid bestaat niet. Ik werk op dit ogenblik in de KVS te Brussel. Vlakbij is de dienst vreemdelingenzaken van dit peperkoekenlandje. Dagelijks staan daar lange rijen van mensen die hier willen komen wonen omdat ze geloven dat dit écht een peperkoekenlandje is. Ze geloven dat en ik durf hen die hoop en dat geloof niet afpakken. Dus ik kijk naar hen en zie alle kleuren, maten en formaten. Boeiend van op een afstand, misschien zelfs wel een fijn idee dat al die mensen hier kunnen/mogen/ eventueel wonen. Maar achter de hoek is er een café, “de nieuwe wereld” genaamd. Daar zie je diegene voor wie de droom en de hoop allang verdwenen zijn. Ze zijn bleek en hun dromen zitten in plastieken zakken die je snel weer mee kan meenemen. En Brussel davert voort. Sneller, beter en harder dan ooit ter voren. Zo goed dat een treinstaking een bevrijding was voor dit land. Eindelijk rust in dit land. Voor de dienst vreemdelingenzaken stond er één man met een brede glimlach, hij zou het gezien de relatieve rust wel eens kunnen halen. Ik hoop het voor hem.

 

 

 

Mijn zoon wil snel groeien en ook vader worden en hij zal wel bij z’n kindje blijven, zegt hij.”Daarom moet ik nu kersen eten, papa!” Dus wij vandaag opzoek naar kersen. Nergens te vinden behalve bij de Turk. Ik werk steeds heel hard en dat probeer ik – als alleenstaande vader – te combineren met “mijn huishouden”. Dat wil zeggen van ’s ochtends tot ’s avonds de broek van je lijf rennen om het hele tijdschema te halen en eten en drinken en wassen en plassen…. Het weekend gebruik ik meestal om eten te maken voor een hele week en dat dan in diepvries te steken zodat ik me daarover geen zorgen meer hoef te maken. Dan eten we toch min of meer vers. Soms bezondig ik me al eens aan een lunchgarden maar verder naar beneden daal ik de culinaire ladder niet af. Nu heb ik gezien dat er weer iets nieuws is in het aanbod om het de werkende mede -mensen makkelijker te maken. Fox in a box heet het en het ziet er wel iets fijns uit. Ga het de komende week eens proberen.