We woonden met ons gezin in de Molenlei te Merksem. Mijn broer Peter zat in zijn puberjaren en had een groepje, “The Macho Party.”. Ze repeteerden bij ons op zolder. Als kleine broer mocht ik dit heilig schrijn van de toekomstige ridders van de punk zeker niet betreden. Als kleine broer mocht ik enkel af en toe een repetitie bijwonen en hun hits zoals“stront, zuip en spouwsel!” mee zingen. In die periode en op diezelfde zolder had hij ”Grease” en “Olivia Newton John” in koeien van letters op de zolderbalk geschreven. Was het de periode of zegt het iets over mijn broer wie zal het zeggen?  Kort daarna is hij gaan volksdansen om in contact te komen met zijn eerste lief. Strange days…

Terwijl de Belgen er op de olympische spelen nog steeds niks van bakken en er een ober op de televisie meld dat een “surprise menu” een verrassingsmenu is is mijn neef Jeroen Perceval bijna klaar met zijne nieuwe voorstelling; “harald’s feestje”.

Dit verhaal is op 11,12 en 13 september te zien in de “Monty“in Antwerpen.

“WEES VLUG MET HET BESTELLEN VAN KAARTEN AANGEZIEN

ER NU AL RIJEN AAN DE KASSA STAAN DIE LEGENDARISCHE PROPORTIES AANNEMEN

EN U WAARSCHIJNLIJK NIET VEEL KANS MAAKT IN U LEVEN 

OM ZOIETS NOGMAALS TE AANSCHOUWEN

TENZIJ DAN MISSCHIEN WANNEER DE SPORTPALEIS REEKS IN 2010 

WORDT VERLENGD MET 20 VOORSTELLINGEN”

 

 

 

 

Mijn vader was een vlinder.

Zijn vleugels waren van paardenbloemen.

Zijn lichaam was van leder, groot en sterk.

“Als je groot bent dan krijg je een olifantenvel!” en hij vloog weg.

Daar hing ik, in mijn eerste kleine huisje.

Ik zag de wereld  door mijn aderen.

Kleine buisjes die me eten gaven.

En meer en meer.

Ik werd te dik.

Plofte open.

Mijn eigen dikke lijf kroop als een groen glibberig ding over de weg.

De lucht wreef met haar kouwe handen aan mijn neus.

“Ik heb kouw!”

Ik vroeg me af waar dat olifantenvel was want lang zou ik het hier zo niet volhouden.

“Doe niet zo flauw!”.

Daar, in die fruitboom waar jij nu zit zat een kleine Spaanse bosmus.

“Wie ben jij?”, vroeg ik.

“Mijn naam is Amberes!”, tsjilpte de mus en vloog tot in de kruin van de boom.

Daar  flapperde ze met haar vleugels de mooiste flapperdans die je je maar kon voorstellen.

En terwijl ze dat deed rees de zon aan de horizon. Knalgeel licht verlichtte de wereld. De zon was geboren!Oh, wat een heerlijk warm gevoel!

Ik stak mijn hoofdje naar boven en genoot. 

“Kom je mee naar de Vuilbeek?”, krijste Amberes.

“De vuilbeek?”, zei ik voorzichtig want mijn stem was nog maar net geboren.

“Daar is iedereen!”, tsjirpte ze luid, “Kom volg!”.

Ze vloog weg en ik deed mijn uiterste best om haar te volgen maar de rusp die ik was was niet zo snel als een Spaanse vogel.

“Vlieg met me!” en  Amberes vloog met een razende snelheid en een hete adem op me af.

Ze sperde haar bek wijd open en pikte me op.

Ik vloog!

Ik was slechts een rups maar ik vloog!

Onder mij zag ik de fruitbomen, ook die waar jij nu zit.

De Spaanse lucht van Amberes floot langs mijn kale lichaam en zij genoot duidelijk  van mijn aanwezigheid in haar bek.

Pas later begreep ik dat dit voor een vogel niet eenvoudig moet zijn. Een rups in je bek houden en toch niet opeten! Deze grote vorm van vogelliefde kwam ik in de eerste seconden van mijn leven al tegen en zou me de rest van mijn leven tekenen.

Daar waren; DE VUILBEEK!

Een mooier water had ik nog nooit gezien.

Ik had dan ook nog nooit water gezien.

Amberes plofte me zachtjes aan de rand van het water neer en ging met haar vleugels in de koele plas zitten.

“De vuilbeek, señor!”. “Alles aan deze kant is netjes. Alles aan die kant is vuil.”

Ik hief mijn kleine kale rupsenhoofd de lucht in en zag een groot dik varken zich in de modder draaien.

“Ik voel me goed, ik voel me goed!”, herhaalde het rozige wezen terwijl het zijn dikke pens in de modder wentelde.

“Wat heb jij voor?”, schatterde Amberes met haar hoofd in de lucht alsof ze iets onaangenaams rook en dat was ook zo.

“Mijn meisje…”, stotterde het varken, “mijn meisje heeft me afgewezen omdat het water tussen ons te diep is.”

“Het water te diep? Wat wil je daar mee zeggen?”, schetterde Amberes.

“Er zijn te veel verschillen tussen ons.”, knorde het varken zijn neus in de modder draaiend.

“Om te beginnen, vind ze me te dik. Ze vind dat is stink…”

“Dat is zo…”, knarste Amberes tussen haar bek.

“…en dat ik geen manieren heb. Maar zelfs als ik mijn uiterste best doe voldoe ik nog niet aan de hoge eisen die ze stelt.”

“Dan is het geen echte liefde.”, sneerde Amberes naar de stotterende stinkende massa vlees.

“Echte liefde overwint alles!”.

“Overwint, wat is overwint?”.

“Overwint is dat wat je voelt als je niet meer alleen bent. Overwint is de liefde die je hart verwarmt en niet je hoofd dat denkt.Na overwint sta je op de top van een berg en kan je de wereld aan.”

Het varken zuchtte en draaide zich nog een keer in de modder om in de hoop dat deze modderpacking iets aan zijn dikke lijf zou verhelpen.

“Maar ik heb zo’n laag zelfbeeld.”, zei hij. “Ik kan niks , ik kan niet eens fluiten. Ik ben een varken niet meer en niet minder. En een varken is maar een varken.  Ik kan mezelf toch niet veranderen. Ach, ooit zal ik wel eens de liefde van mijn leven vinden. Ooit.”

Het werd heel stil rond de Vuilbeek.

Moederkesdag in Antwerpen. Ja, hier is het altijd op 15 augustus moederdag. Al sinds 1913. Ben vanmorgen met mijne zoon over de Rubensmarkt gewandeld. We hebben een ijsje gegeten, een wafel met slagroom en gefantaseerd over prinsen en prinsessen.En we zijn er uit gekomen; ze bestaan! In ieder geval, op de Rubensmarkt.

De rest van de dag heb ik alleen doorgebracht. Hier was geen vrouw om te vereren en mijne zoon was naar zijn moeder. Mijn buren vierde in grote getalen hun respectievelijke moeders in hun respectievelijke en heel ordelijke tuinen. Mijn moeder wil niet gevierd worden. Niet vandaag, niet op andere dagen. Ze ziet het nut er niet van in. Ze wil ons niet tot last zijn. Ze heeft zelfs haar begrafenis al helemaal geregeld, betaalt en heel den hutsekluts,  zodat we ons daar ook niet mee moeten bezig houden.

“Da’s alleen maar last.”, zegt ze dan.

En ja, ik laat haar dan met rust want het heeft geen zin om mensen ergens in te forceren…

Bullshit natuurlijk als je ziet hoe fijn het is om tussen familie en vrienden te zijn. Ook dat heb ik zelf pas op latere leeftijd gerealiseerd. Toen ik zag hoe mensen het gezellig konden hebben en hoe ze je daar zelfs op uitnodigen om er aan mee te doen. Ik hoop dat later mijn zoon, misschien nog wel andere kinderen, altijd bij me binnen springen met hun kinderen en vrienden. En daar hoeft het geen moederkesdag voor te zijn.  Gewoon omdat het gezellig is en geen last.

 

De vader en het strand lagen tegen elkaar in de zon.

De vader stond recht,schudde het zand van het strand van z’n rug en liep naar zijn zoon.

Maar die wilde niks van z’n vader weten want het strand en de zoon waren de beste vrienden.

De vader ging op z’n knieën zitten, overschouwde het strand en dacht dit alles voor één man

te veel van het goede was.

De zoon zwom de hoogste golven tegemoet terwijl  het strand nooit onder zijn voeten verdween.

 

 

 

 

Mijn lieve vriend Tom Kets heeft voor “Mijn Hart”, een productie die ik voor het Paleis in Antwerpen maak een prachtig lied geschreven.

Je kan het beluisteren op

http://www.hetpaleis.be/events.php?id=207&parent=53&show=doctype&dt=Audio

Doen!

Verder geeft hij nu zaterdag een optreden met zijn groep in Aartselaar op het San Luce Festival.

Kijken!

 

Bijna drie jaar geleden maakte ik voor Het Paleis U bent mijn moeder. De taal bij U bent mijn moeder is als een boom die na twee honderd jaar wordt omgeblazen, sprokkelhout..

 

Taal, woorden, ze geven ons geluid, heel soms een betekenis. Sommigen onder ons kunnen ontzettend goed met woorden om, praten dat het een lieve lust is, een lust. Net alsof praten ons in leven houdt.

Misschien praten we daarom zo veel? Of zou stilte ons ook in leven houden? Misschien hebben we angst dat het te stil zou zijn in ons leven? Laten we dan maar praten!

 

Vorige week is er in een land- hier ver vandaan – een vrouw terug gevonden die tien jaar van haar leven alleen in de jungle had doorgebracht. Ze had geen taal, liep krom als een aap, zei de reporter, en in de zelfde seconde lieten ze zien hoe de vrouw soep at met een lepel. Ze leert snel, dacht ik. Ze past zichzelf enorm snel aan. Net zoals de vrouw die ondertussen  van haar “jungle – zijn” een toeristische attractie had gemaakt  en met een professionele blik de voorbijgaande toeristen aangaapte pas ik me ook elke dag aan. Een energie, een sfeer, een woord, een blik, noem maar op, zetten me anders in een situatie; gelukkiger, triester, ernstiger, vrolijker…

En waarom zijn stilte en verdriet zo aan elkaar gemeten? In stilte huilen… Waarom praat je meer, fluit je zelfs een liedje, indien je kan fluiten,  als je gelukkig bent? Waarom kan het niet zijn dat je enorm gelukkig bent in de totale stilte? Er zijn codes in dit leven die niet voor iedereen dezelfde zijn maar waarom wordt dat zo slecht geaccepteerd? 

Nog vele vragen bij het begin van het geluid die wij taal noemen,

 

In januari van volgend jaar (2009) komt U bent mijn moeder een laatste keer terug in Het Paleis te Antwerpen.

Sien Eggers en Yves Senden zullen dan een allerlaatste keer deze voorstelling spelen.

 

Het nieuwe theaterseizoen staat voor de deur. Elk jaar weer smijten de grote en kleine gezelschappen met glossy soms arty soms knulligy boekjes naar je hoofd waarin ze hun nieuwe seizoen voorstellen. Elke voorstelling is alvast uniek  – en dat geloof ik ook – elke cast is top – en dat geloof ik omdat elke mens op zich uniek is, wat zou acteurs minder uniek maken?- en vele voorstellingen worden zo samen gevat dat het kan gaan over niks en misschien ook wel iets. Gisteren was ik op een huwelijk en de bruidegom, een jonge leraar, vertelde me dat hij nooit met zijn kinderen een voorstelling bij woont omdat het allemaal te duur is. En dat is wat ze vergeten te vertellen in hun boekjes, het is te duur. En natuurlijk worden er inspanningen geleverd door al die gezelschappen om “een zo breed mogelijk publiek” te bereiken maar we zitten in een fucking economische crisis en dat zullen we geweten hebben. In theater kan je alle kanten uit, dat is een voordeel. Maar als we het voorbeeld van onze noorderburen gaan volgen waar er straks een grotere return van het gezelschap wordt gevraagd, en ongetwijfeld zullen we dat voorbeeld gaan volgen want zij volgen het Amerikaanse model en dat volgen we allemaal na een tijdje of is dat u nog niet opgevallen?, dan zit er geen volk meer onze zalen als we nu niet beginnen met van jongs af alle maar dan ook alle lagen van de bevolking aan te spreken met theater in al zijn verschillende vormen. En ik heb het hier niet over een sporadisch bezoekje aan de theaters maar maak van theater en wat dat met zich meebrengt nl., een gevoeligheid voor beeld en taal,  iets wat wordt opgenomen in het lessenpakket van ons onderwijs. Er zijn acteurs, veel te veel, zet ze dagdagelijks in op scholen zodat ze de wortels van een toekomstig publiek kunnen beïnvloeden want als na de centen ook de interesse wegvalt voor beeld en taal in de vorm van een theaterbezoek of toch tenminste iets waar je je kont voor moet opheffen dan hebben we het nu al verloren.

 

Dit jaar maak ik een project in een school voor buitengewoon onderwijs in Kortessem, “de Dageraad”. Daar zal ik met jongeren die al gestigmatiseerd zijn voor en door een maatschappij stap voor stap ontdekken hoe beelden en taal je leven verrijken. Het zal niet over een virtuositeit gaan, het zal ook geen aapjes-kijken show worden maar het gaat over mensen en wat er in hen leeft en hoe ze dat tot uiting kunnen laten komen. Ik weet, het is maar een streepje in een landschap, het is zo uitgeveegd maar ik hoop er een beweging mee in gang te trekken die uiteindelijk fundamenten voor een toekomstig “nieuwsgierig” publiek legt.

Godverdomme.