Check it out op www.vimeo.com/3871456

En kom kijken….naar deze blozende hartjes die gisteren allemaal op vakantie zijn vertrokken. De eene al wat liever dan de ander. Thuis is niet voor ieder kind een begrip. Soms, héél soms, is het echt een godverdomste wereld waar we steeds meer over de hoofden van de mensen lopen.

Als acteur zijnde voel ik dat hij ons er aan het doorsleuren is.
Ongelofelijk.
Zo heb ik zelden iemand zien acteren.
Natuurlijk is hij geen echte vrouw en natuurlijk ziet Ria niet echt af.
God, dit is een heerlijk staaltje van onze goede ouwe vriend Stanislavski.
De visuele dramatiek komt in de plaats van woordelijk.
Mimodramatiek als het ware, dat ik daar niet eerder aan heb gedacht.

Heb gisterenavond de laatste Vaders in Antwerpen gespeeld. Het was een feestje. Nu nog in Sint Niklaas en in Maaseik en dan is het gedaan met dit verhaal. En zo maak je elk seizoen een paar verhalen met hart en ziel en telkens weet je dat je afscheid moet nemen. Dat is een zekerheid. En soms komt het verhaal terug en soms is het afscheid voor altijd. Dat heeft met van alles te maken. Ook factoren die je zelf niet in de hand hebt. Ik weet wel dat mijn producties immer met de nodige arendsblikken in de gaten worden gehouden…en dat is alleen maar goed. Dat brengt met zich mee dat ik steeds verder zoek dan het Ketnet – niveau waar ik sommige collega’s mee zie uitkomen. Niks mis met Ketnet maar in theater en zeker in het gesubsidieerde circuit moeten we nieuwe paden zoeken om een verhaal te vertellen.

En toch blijf ik me verwonderen over het niveau van sommige producties en hoe ze dan goed bevonden worden door recensenten. En wat me dan op valt is het scouts niveau van deze producties. Soms in het verhaal, soms in de montage, soms in de manier van spelen. Het enige wat dan mist is de geur van frieten en zweetvoeten. Ik denk dat ik dat niet kan en hoe komt dat dan? Misschien omdat ik nooit bij scouts ben geweest. Nee, ik was bij het VNJ in een tijd dat de Volksunie het meest extreme was wat dit landje voort bracht. Ik was nog maar een kind, het jongste lid van deze beweging. Ik werd meegenomen op kampen waar ik nacht na nacht in mijn slaapzak plaste en stond met open mond te kijken naar vendelwaaiers en trommelspelers op nationale zangfeesten en ijzerbedevaarten.
Ik begreep er niks van en dat is eigenlijk – in weze – nog niks verandert.

Net telefoon gehad dat de moeder van mijn zoon weer moeder is geworden.
Ik ga iets drinken en kijk naar de lucht.

Vorige week bracht ik drie dagen door in de stilte van de Limburgse wouden.
Daar was ik met de studenten van het observatiejaar van De Dageraad uit Kortessem.
Samen spraken we, zochten we, zongen liedjes, bewogen we en liepen door de wouden.
Bij elke sessie moesten we even opladen, even de diepe indruk die die of die bij me had achtergelaten laten bezinken als een steen in het water. En dan, hup, weer voort!
’s Avonds luisterde ik naar hun begeleiders die al jaren ervaring hebben met deze jongeren. Naar hun enthousiasmerende woorden, naar hun verhalen, met en zonder deze leerlingen.

En de studenten? Zij liepen door de bossen. Uitgelaten en onzeker kwamen ze bij me terecht. Ik luisterde naar hun verhaal, pakte het aan en maakte er iets, samen met hen, mee.
Nu is de honger groot om aan de afwerking te beginnen. Eerst is er nog een paasvakantie….Maar daarna, gaan we voluit voor wat voor ieder van ons een kleine mijlpaal zal zijn.
“1 seconde” vanaf half mei te zien in de Dageraad in Kortessem.
Een kleine plek met een groot hart.
de-dageraad

” Naast een voorstelling over ouders, liefde en vriendschap, is Bolleke Sneeuw een stuk dat de steeds dunner wordende lijn tussen de seizoenen opzoekt en zo impliciet inspeelt op het ecologisch bewustzijn van het jonge publiek.” zone 03

“…laat u vooral charmeren door zijn weerbarstige verpersoonlijkingen: lente, lyrisch en pril en de winter lichtje intimiderend… Een fijn toevluchtsoord zolang de ijzige wind het terrasjeweer onder de knoet heeft.” De Standaard.

“Stefan Perceval weet als geen ander zich te profileren als de maker van de unieke kindervoorstelling….Groot en klein verlaat de zaal gelukzalig.” ATV

Hoe moet ik groot worden, dacht het kleine meisje,

als ik stil moet zijn

wanneer volwassenen praten

als ze over mijn hoofd praten?

 

Hoe moet ik groot worden, dacht het andere kleine meisje,

als ik één van mijn ouders

om de week zie en me dan

in diezelfde stilte moet aanpassen

aan hun leven?

 

Hoe moet ik groot worden als ik broers noch zussen heb

die me de die woordjes,

ja, die woordjes,

toefluisteren die ik nog niet ken?

 

Hoe moet ik groot worden

als niemand me zegt waar en hoe?

 

Voor iedereen is het anders,

Ook voor mij.

Toch zal ik groot worden, dachten ze allebei, en dat werden ze ook.

 

Ze stalen met hun ogen en mondjes en namen regels tot zich,

De één al wat liever dan de ander,

En soms brak hun hart en vroegen ze zich af;

Waarom ben ik groot geworden?

Die vraag bleef in de beide meisjes hun hoofden rondtollen;

WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?

Steeds luider en luider.

Niemand die het antwoord wist.

De ouders van de meisjes praatte soms met elkaar over het de vraag van de meisjes.

WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?

Groot worden op zich was niet zo moeilijk maar wat er aan vooraf ging, het stukje leven waarbij je je nog helemaal klein voelt was er nu niet meer.

De twee meisjes liepen hun hele leven met deze vraag rond.

Tot ze elkaar op een dag ontmoette.

Het eene meisje zat op de bus en het andere meisje zat op de tram.

En nu zal je denken, hoe kunnen mensen elkaar nu ontmoeten als ze eigenlijk helemaal niet samen zijn? En toch, er was zoiets als een blik. Een oogopslag. En in die blik van een oogopslag zagen ze dat ze allebei met dezelfde vraag rondliepen.

Het eene meisje sprong uit de bus en het andere uit de tram en ze liepen op elkaar af.

Ze zeiden niks. De mensen die bij hen op de bus en de tram zaten fluisterde van alles over hen, over hun hoofden heen en dat het een schande was. Maar de meisje keken naar elkaar en wisten dat ze geen woorden nodig hadden om elkaar te begrijpen.

Ze zeiden niks tegen elkaar. Ze deden alsof ze honderden andere mensen waren en terwijl ze die honderden andere mensen waren spraken ze tegen elkaar.

Zo van,

“Ik ben heel belangerijk!”

“Ja,”, zei dan het andere meisje, “dat zie ik want jij bent groot en hebt een snor!”.

Ze zongen liedjes, sprongen in plassen, aten frit en deden alsof ze andere mensen waren.

’s Avonds zaten ze bij elkaar, uitgeput, en keken naar de treinen volgepakt met mensen die zich nooit de vraag, WAAROM BEN IK GROOT GEWORDEN?, hadden gesteld.

De meisjes namen afscheid, zonder woorden en gingen terug naar huis.

Op televisie was alles te zien wat je deed als je je nooit afvroeg waarom je groot geworden was.  

Een jongetje staat alleen in de wereld.
Ik gooi hem in de lucht en weet dat ik hem vangen zal.
Een jongetje staat alleen in de wereld.
Hoe ik hem ook koesteren zal.
We zijn allemaal eens op deze wereld gekomen.
Soms alleen al van in ’t begin.
Pratend met een hoop struiken en blaadjes van bomen.
Een klap ontwijkend of een hard gebaar.
Een jongetje staat alleen op de wereld en zal groot worden
Net als ik.
Hoe alleen op de wereld ben je dan?
Niet zo alleen maar wel op de wereld.
Hoe alleen is dat?

Als alle ouders die zeggen dat hun kind een probleem is eerst aan zichzelf zouden werken zouden er veel minder problemen zijn! Na!