Gisteren sprak ik met een acteur. Dat gebeurt wel meer maar deze acteur vertelde me dat hij ging toneel spelen als hij op pensioen gaat. Ik vroeg hem waarom, hij is toch acteur? “Ik zie zo weinig goed toneel.”, zei hij en dat begrijp ik. En toch vroeg ik hem wat hij dan goed toneel vindt? “Geloofwaardig toneel…”, mompelde hij. Ik zei hem dat dat niet bestond. Dat het leven niet geloofwaardig is hoe kan je dan verlangen dat wat je ziet op het theater geloofwaardig is? Hij bekeek me van boven naar beneden en zei toen iets in de trant van “naturel ofzo…”. “Wel, naturel ofzo is heel lelijk en daar moet je naar leren kijken meer dan naar schoonheid of geloofwaardigheid. De vraag moet zijn: wat vind ik hier lelijk aan?”, zei ik hem. Hij zei dat hij het niet wist en dat hij nu eindelijk is serieus wilde genomen worden. Ik maakte er een grapje over waardoor hij zijn rug keerde. Maar je moet “serieus” en “genomen worden” niet in dezelfde zin gebruiken. Dat is vragen voor een grap. Hij had een lelijke rug trouwens. Maar kan jij je bijvoorbeeld een voetballer voorstellen die zegt als ik op pensioen ga zal ik is flink tegen de bal schoppen vanuit een positie die de trainer me nooit gaf. Het is vreemd maar het bestaat dus. Het is niet geloofwaardig en toch echt. Het is.
Categorie: Zonder categorie
echte talentontwikkeling.
Klik op de link en lees wat echte talentontwikkeling is. Zijn we nu echt de enige die het weten of wat?
Het meisje van ’92.
Een voetballer huilt op groot scherm. Hij steekt een beker in de lucht. Z’n voorzitter lacht wat minzaam naar al deze emotie. Een meisje vraagt me of ik wat van haar wil drinken en dat wil ik wel. Ze geeft me mijn drankje en vertelt me dat ze actrice is en er van droomt om “internationaal” te gaan maar dat ze geen talen spreekt. Terwijl ik zo met haar praat stel ik me ook vragen over haar spelen maar blijf geïnteresseerd luisteren naar haar verhaal. Ondertussen laat de voorzitter zich op groot scherm rond dragen op de schouders van zijn spelers maar blijft minzaam lachen. Voor hem geen grote emoties. Het meisje blijft maar doorgaan over wat ze allemaal heeft gezien, wat ze allemaal doet om aan de bak te geraken, “de eene auditie na de andere en elke keer weet ik dat ik het heb tot ze me bellen…”. Ik vraag haar hoe oud ze is? Ze steekt een sigaret op en zegt me dat ze geboren is op 04 maart 1992. In ’92 ging ik bijna naar de studio Herman Teirlinck en toen is zij geboren. Djeezes, dit is onverantwoord. Ofwel ben ik oud, word ik oud of moet ik hier nu echt mee leren leven dat super jonge meisjes praten alsof ze al een hele carrière achter de rug hebben… Op groot scherm is de voorzitter verdwenen, de supporters blijven achter en de spelers lopen wat verloren op het veld. Ik wens het meisje nog veel succes en ze zegt me dat nu wel eens mag gaan komen. Ik zeg haar dat ze nog tijd heeft en dat het goed is om te blijven werken en zoeken. Ze zucht, knipoogt en vraagt of ik geen werk voor haar heb? Dat heb ik niet. Er is simpelweg geen werk. Ik zeg haar dat het hele peloton dicht zit. Ze moet lachen en zegt dat ze nog nooit heeft gehoord van de vergelijking met een wielerploeg. Ze trekt haar kleedje naar boven en wijst naar haar benen; “ik heb geen coureursbenen!” . Ik draai me om en voel me belachelijk. Voor ik de fiets op stap krijg ik een berichtje van mijn broer Luk dat zijn productie “Kleiner mann was nunn?” de Theaterpreis heeft gewonnen op het Theatertreffen in Berlijn. Ik ben heel blij voor hem. Met m’n handen van het stuur fiets ik naar huis. Alleen, geen peloton te zien en denkend aan het bloemenmeisje van ’92.
cd Keefman
Hij is uit! De cd van Keefman. Ga hem halen, koester hem en check it out als hij bij je in de buurt komt!
zaterdagse zon.
Prachtig nummer en o zo waar.
Tussen de winter en de zomer
Er is zoiets als een zomer. Er is ook zoiets als een winter. De winter duurde dit jaar wel héél lang. Net op dat keerpunt van de seizoenen kwam ik in Sint Gillis Waas, een klein dorp tussen Antwerpen en Sint Niklaas. Echt een dorp waar iedereen iedereen kent. De grote en de kleine verhalen weten. Ik kwam daar niet toevallig in dat kleine dorp. Ik ging het opzoeken omdat ik daar -bijna vijf jaar geleden- een voorstelling maakte met mijn goede vriend Dimitri Dupont.Beetje later werd Dimitri ernstig ziek en nam hij afscheid van dit leven. Naast dat Dimitri voor mij een mentor was in het schrijven van theater leerde hij me ook genieten van dit leven. Terwijl we over theater en het leven spraken aten we en dronken. Ook die zomer in Sint Gillis Waas. Daar ontmoette ik toen een jong koppel die er samen een restaurant annex feestzaal open hielde. En daar was ik nu weer om een heerlijk asperge maaltijd te verorberen en ouwe plekjes op te zoeken. Daar in “beurre noire” zoals het nu heet. En weet je wat gek is? Het leek alsof er niks verandert was ook al is het kader helemaal anders, toch was de tijd er blijven stil staan. Even zat ik daar terug in de tijd en het was heerlijk om te zien en te horen hoe mensen keuzes hadden gemaakt die hun levens helemaal overhoop hadden gegooid maar er nu wel blij mee waren dat ze die keuzes hadden gemaakt. Vijf jaar geleden. Net op het keerpunt van de winter naar de zomer.
Omgekeerde solidariteit
Ik word stil van de stilte in dit vak. In een klein – nauwelijks gedrukt artikel – kan je lezen dat er een blokkering is van een deel van het cultuurbudget. Namelijk dat deel waar nieuwe projecten mee gefinancierd kunnen worden. Maar hoor je daar nu iemand over? Schrijft er ook maar één van die theaterminnende journalisten over de impact van die beslissing in de culturele sector? Een beetje protest kwam uit de muzieksector maar dat werd gelijk van de tafel geveegd met het excuus dat de steun die toegezegd is ook zal worden gegeven…Wat het bovenal spannend maakt is dat het niet bekent is wanneer het geblokkeerde budget weer vrij gemaakt wordt. Maar wat me nog het meest verontrust is de stilte. Niemand reageert en dat zegt veel over de solidariteit in dit veld en bovenal over de rol van de kunsten in dit land. Het stelt namelijk geen drol voor. Kunst blijft iets voor de happy few en de rest – ook de kunstenaars – moeten hun bakkes houden. En daar, net daar, probeer ik iets aan te doen maar dat weten mensen die deze blog regelmatig lezen wel. Je zou kunnen zeggen dat ik vanuit de omgekeerde solidariteit werk en mensen enthousiasmeer. Maar zelfs die omgekeerde solidariteit hoor ik nu niet.
de kop
In een periode waar ik van een vruchtbaar seizoen afscheid moet nemen komen de eerste tekenen van het nieuwe seizoen de kop op steken. Vanaf september kan je in de zwaaikom van Beerse naar “Maria Vaart” komen kijken, een productie die ik maak bij Het Gevolg uit Turnhout, met Marit Stocker, Sien Eggers en An Nelissen. De tekst en de ideeën zijn klaar en binnen veertien dagen starten de repetities. Uiteraard houd ik jullie op de hoogte. Ondertussen mag ik in oktober van dit jaar “de leraar” terug spelen. En dan is er ook “eeuwige sneeuw”, een nieuwe productie die ik maak voor hetpaleis uit Antwerpen. Een echte kerstproductie waar één van Vlaanderens grootste componisten, Alex Otterlei, een fantastische muziekscore voor zal creëren. Hoewel ik er heel veel angst voor heb is er misschien daarna even rust.
Hondstuk, laatste kans!
Wie het nog niet gezien zou hebben moet zich reppen want volgende week spelen we de laatste keer Hondstuk in het Fakkeltheater te Antwerpen. Voor sommige voorstellingen zijn er nog kaarten beschikbaar.
ik ken mensen
Ons eeuwig durend verlangen om “het beter” te hebben. Om het anders te hebben. Pas later, veel later weet je dat het hier en nu ook fijn kan zijn. Dat je het eigenlijk dan beter hebt. Het is een lange les en zelfs als je ze heel goed kent is er nog steeds dat verlangen. En soms, heel soms neemt de ambitie het over. Uiteindelijk loop je dan een keer of honderd met je hoofd tegen de muur om telkens weer recht te krabbelen en te zien dat je gedrag, je verlangen, je ambitie ook gevolgen heeft. En dat doet veel pijn.