Ik doe het niet goed in de liefde. Ik weet niet hoe het komt maar ik duw ze telkens weer weg. Ik weet zelfs niet waarom. Ik hap en knauw en sluit de deuren af en dan is ze weer verdwenen. Het is bijna een dierlijke actie, zonder er bij na te denken duw ik ze weg en maak een besloten roedel, alleen met mijn zoon. Zo gaat dat leven dan en dan komt er weer iemand, die blijft even, die bezing ik in alle toonaarden en maak vergelijkingen met haar en alle natuurelementen en dan sluit ik de deur. En zij? Zij begrijpt het meestal niet. Ze voelt zich gekwetst. Ze dacht dat ik anders was dan de anderen… en ja, dat is zo. Alleen, als ik je wegduw blijf me dat is de enige manier om samen te zijn. En later zullen we kijken hoe het ik het heb gedaan en hopen….

verboden-te-zuchten-afficheVanaf morgen, donderdag 15 januari 2009 kan u deze film terug bekijken. En dit in Brussel in het gerenoveerde Flagey gebouw. Verboden te Zuchten. is een krachtige ode aan Brussel en aan de liefde.

Tijdens deze tournage verbleef ik in Brussel. Ik was nog jong, onervaren, kwam net kijken in dit vak en deed met deze film een pak ervaring op. We voelden ons als pioniers, ontdekkers van cinema zoals hij nog nooit was gemaakt in Vlaanderen. Voor minder gingen we niet. Het was een feest, soms een moeilijk feest maar dat kwam omdat de feestganger héél goed wist hoe hij het wilde. Tijdens deze tournage leerde ik Josse De Pauw kende en onze paden zouden nog dikwijls kruisen. Als vader, als tegenstander, als regisseur maar telkens als fantastisch collega waar ik veel van geleerd heb.  Verboden te Zuchten.,Nu komt hij in alle stilte terug en ik zou het fijn vinden mocht u hem even gaan bekijken. Als u in Brussel bent of er toevallig voorbij komt…

Hoe ouder ik word hoe stiller ik word en toch word het vanbinnen al maar lichter en lichter. De zwaarte valt langzaam van me af. Zo had ik hier gisteren een feest, een soort feest waar ik vroeger van had moeten zuchten en nu krimpt mijn hart ook ineen maar het is uit vreugde; een vreugdeskrimp. Ik voel me alsof ik stilaan uitgerust geraak van al wat geweest is. Yep, dames en heren, gedaan met de stuurman van het wilgenhout. We naderen de rivier vol dromen. O boosaardig en spottend geluk, daag me uit! Ik ben er klaar voor. Vandaag begonnen met de repetities van Bolleke sneeuw en ook dat zal schoon zijn. Komen zien met al uw klein en grote mannen vanaf 04 jaar! in  HETPALEIS

Ik heb een lief, een prachtige Nederlandse vrouw die op veel te jonge leeftijd besluit naar België te komen en – sterker nog – bij me komt wonen. Om met het nodige papierwerk in orde te zijn zodat we nergens een overtreding maken in deze controlemaatschappij zijn we ons een tijdje geleden gaan aanmelden bij de dienst vreemdelingenzaken om haar verblijf hier helemaal te officialiseren. Daar zit je dan in een wachtkamer met allemaal mensen die hun hoop of dwang in dit land zoeken. De een zie je met een advocaat en gezelschap wachten en later met een grote smile buiten komen. Een ander zie je met bloeddoorlopen ogen vol angst weer buiten komen met in zijn of haar trillende handen een blaadje papier. Niet wetend of begrijpend wat er mee aan te vangen.

We gingen naar binnen en daar kregen we – in deze eerste sessie – een vrouw in opleiding voor ons die dit dossier al met zekere vervelende routine behandelde. Haar zwangere collega legde haar uit hoe ze dit dossier moest openen, terwijl sprak zij met een andere collega over koetjes en kalfjes. Na vijf minuten stonden we terug buiten met de wetenschap dat er een dossier was aangemaakt en dat we op 08 januari van het jaar 2009 ons terug moesten aanmelden met allerlei papieren zodat we het verblijf van mijn lief konden officialiseren.
“Maar…”, zei de zwangere juffrouw, “ het zou kunnen dat deze dienst wordt gecentraliseerd vanaf 01 januari. Zeker is dat nog niet maar mocht dat zo zijn dan nemen we contact met u op om met u een afspraak te maken.”
So far, so good. We hebben alle papieren in orde gemaakt en gewacht tot vandaag, 08 januari van dit frisse nieuwe jaar.

Deze ochtend gingen we terug naar het districtshuis van Borgerhout om deze nieuwe stap in dit leven met het nodige stempelgeschal te ondertekenen.
Maar…de baliebediende wist ons te melden dat deze dienst nu gecentraliseerd is en dat we ons daar moesten aanmelden.
“Mag ik u papiertjes is zien?”, sprak ze als een op retour zijnde kleuterjuf die al voor de miljoenste keer dezelfde tekening bekeek.En ik kan u zeggen dat de kleuterjuffen die ik ken al lang van deze verveling verlost zijn en hun job met hart en ziel uitoefenen.
“Hebben ze u niet verwittigt?”, zuchtte de baliebediende terwijl ze met haar ogen draaide. In sommigen steden in dit land lijkt het op toneelspelen maar ik kan u gerust stellen dat we aan dit soort acteren werken. Behalve deze baliebediende is het heel lang geleden dat ik het nog had gezien, zelfs bij stadsdiensten!
“En nu?”, vroeg ik haar.
“U moet zich opnieuw aanmelden en een afspraak maken en dan…”, zuchtte ze verder.
Het leek wel alsof ze een cursus ademhalingstechnieken had gevolgd en dan klopt het dat je op het uitademen spreekt maar dan moet je wel langzaam uit ademen…
U begrijpt dat ik het ondertussen aardig op mijn zenuwen kreeg van het gedrag van deze baliehulp, wat een hulpvaardig aanspreekpunt zou moeten zijn kreeg iets van een verveelde kleuterjuf.
“U meent het?”, ging ik verder, “Hoe komt dat we niet verwittigt zijn?”.
“Da weet ik ni…maar hier is een folderke en daar staat in wat ge moet doen.”
“Wat een bureaucratie.”, zei ik, “ Dit soort laksheid maak je alleen in België mee.”
Ik draaide me om en in mijn rug riep de tot dan toe nauwelijks levende baliebediende,
“Ga dan terug naar uw land, hé mijnheer!”.
Het was alsof ze een kogel door mijn hoofd schoot.
Ik wist niet wat ik hoorde.
Ik draaide me om en riep dat ik een Belg was en dat ik haar naam wilde weten.
“Dat doet er niet toe.”, mummelde ze met het schaamrood achter haar fond de teint.
Mijn vriendin trok me aan m’n arm naar buiten.
Ik was/ben gechoqueerd. Ik woon in Borgerhout en ik begrijp dat het als baliebediende in dit dorp niet altijd evident is om mensen te woord te staan. Borgerhout is rijk aan culturen. Ik begrijp ook dat het heel vervelend is om als baliebediende de fouten die anderen maken uit te moeten leggen. Ik begrijp dat het niet leuk is om dikwijls met de frustraties van “klanten” – want zo wil men dat graag verkopen – in aanraking te komen. Ik begrijp zelfs dat je bent wie dat je bent, in mijn ogen; een verveelde kleuterjuf wachtend op de volgende koffiepauze.
Maar dat je net in dit dorp met zo veel verschillende culturen zulk een uitspraak doet daar word ik niet goed van.

Om het verhaal verder af te maken.
Ik bel met het centraal loket van inschrijvingen en leg hen onze situatie uit en daar weet men ons te melden dat mijn lief vandaag om 09.30u bij hen werd verwacht.
“Waarom weten wij dat niet?”, vraag ik de telefoniste.
“Volgens onze gegevens hebben we uw vriendin gebeld…”.
“Mevrouw, mocht iemand van u met mijn vriendin gebeld hebben dan hadden we nu toch niet in het districtshuis van Borgerhout gestaan.”.
“Eén momentje, mijnheer.”
Ik word in wachtstand gezet en krijg even later te horen dat er vandaag geen tijd meer is maar dat we ons volgende week mogen komen aanmelden, op die dag met die papieren.
Ok, een boel vergissingen en een vleugje dommigheid.
Zou je niet graag in België komen wonen?
Zomaar, uit liefde?
Mochten ze mij in een ander land op deze aardbol zo behandelen, ik pakte mijn koffer en was er van door.

De laatste dagen waren de eerste dagen van het nieuwe jaar. Sneeuw verstopte mijn huis, mijn tuin, de wegen er naar toe. Alles slipte dicht en was spekglad. Ik was bezig met het uitzetten van lijnen, lijnen voor anderen maar ook lijnen voor mezelf. Het vak dat ik uitoefen dwingt me mezelf steeds in vraag te blijven stellen. En op zich is dat fijn maar dat woelen brengt ook de grotere levensvragen steeds weer boven. De eerste dagen van dit nieuwe jaar ben ik vijf jaar in de tijd terug geslagen. Alsof er iemand met een houten plank tegen mijn hoofd sloeg waarop in koeie van letters stond “VERLEDEN” . En dat is niet erg maar wat er is gebeurt is gebeurt en dat moet niet als een boomerang om de x tijd terug komen. Want als mensen spreken over reïncarnatie dan geloof ik dat maar niet in een volgend leven maar in dit leven.Om de zoveel tijd, telkens weer. En nu is het weer terug komen. Niemand zal het zien; ik zal zoeken en werken en zo telkens weer verder. Lijnen uitzetten voor anderen maar ook voor mezelf.

E giel klaain en e genti moeizeke was nek ie oan ’t speile
In de garde mangée.
En het pruufdeg van de macroni en van de restant van ne roti
En dan wee van nen hette keis en van e pak sjoekolat
En van e transjeke patée et a la fin van een oubakke kust
Mo doevan kreig da muizeke vriedigen dust.
Het zag doea e fleske stoen me vaaif sterre, me spinnewebbe rondom.
En da muizeke vond da fleske tof
Mo seulement ’t haa gienen tirbouchon veu da fleske te débouchonneireen
ten paktege da muizeke zaaine élan en het begost da fleske te chargeren
En het sproenk en het sproenk en het sproen da fleske oemver en parterre.

Da fleske was stukket en da wat er in was, was faaine cognac van ieste kaliteit
Ne gielen halve liter, en da muizeke laneerdegem in daaine plas
En het lektegede en het lektegede ga kunt ni geluuve hoe goed dat da was
En het lektege nog en encore en toujor tot dat oep ’t lest gien fles,
giene plafon en giene vloer ne mie en zag.
Want da muizeke was in ienekie scheilkroemeneile zat.
Mais dans un dernier effort stoend het recht oep zaain achterste pute
En het kloptege me zen twie vuste op zaain bust lak ne grute
En het riep gelak as Tarzan oit in de cinema geried veu de straaid:
Woe es daan speirige koeter dak em zaaine nek afbaait.

Hei, hei pas oep zenne na moeten ie paaise dak ale da poëzieke
Em zitte déclameire allien veu ale t’amuseire.
Nei, nei nei neie
‘k em ale wille démonstreire dat asser soemtige zaain die mè convictie
e stuk in eullen oar drienke dat da nie es seulement en allien veu te drinken
mo wel veu nekie zat en hiel doeffes te kunne zaain.

Want dèn vergeite z’eulle miseire en ze vergeite eulle paain
En no zoe ne veufde of nen tiende geus,
Da dangt van ale constituusse af,
Vuult de klaainste pachacrout hem gelaak as ne reus
De gruutste voegebond vuult hem gelaak as ne miljopnair
En paaist dattem in een beede me zaaie loekes slopt in ploche
Van oep zaaine paljasparterre.
Ne poeffer verget zaaine poef
en nen boelt zaain mismokthet en zaaine boelt
Ne lafoed weunt nen héros
En ne pe me en stem oem haat me te kappen
Da paast dattem zingt lak as ne nachtegoel.
Ne zatte schacht es ne kapitaain
En ne kapitaain ies ne generoel
En ik , het Ketje, daan fabrikeit poëziekes
En détail et en gros
En ik vuul ma nog straffer as Vondel en Victor Hugo.
Aswannier ge donc van zeleive ne zatlap zeeit
Respecteit hem en bezeeit hem mè takt
Ge kunt nuuts nie weite veu wie dattem zen aaige pakt.

En surtout mense die noe ma lustert
Bekloegt hem nieet ‘t es masschien den ienigste kie
In daan sukkeleir zen leive dattem nie af enzieeet.

HETPALEIS
is een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen.
HETPALEIS wil net afgestudeerden warm maken voor kinder- en jongerentheater.
HETPALEIS zoekt voor de nieuwe editie van de HETPALEISdebutanten 2009 enthousiaste en gemotiveerde theatermakers en acteurs die bewust voor het jeugdtheater kiezen.
HETPALEIS biedt een aantal jonge mensen een eerste contract aan om binnen een professioneel kader aan het werk te gaan.
Onder leiding van Stefan Perceval gaan de HETPALEISdebutanten in de maanden augustus en september 2009 aan de slag in en rond HETPALEIS.

Ben je geïnteresseerd?

Aanmelden kan bij Hanneke Reiziger óf telefonisch (00.32.3.202.83.56) óf per e-mail: hanneke.reiziger@hetpaleis.be.

Na een gesprek volgt er een selectie waarbij zeven mensen overblijven die circa zes weken onder contract komen bij HETPALEIS.