Het fritpaleis.
Hij staat aan de bushalte. Met een veel te dikke jas aan. Het meisje dat hem plaagt kijkt niet naar hem. Hij kijkt naar z’n veel te dikke jas, naar hoe z’n handen verdrinken in die veel te dikke jas. Naar hoe hij verdrinkt in die jas en naar hoe hij langzaam verdrinkt in dit leven. Hij weet het nu al; ooit op een dag zal dit leven me nemen. ’t Zal op snelheid zijn maar ze zullen me pakken. En als het niet op snelheid is dan zal het zijn omdat ik iets vergeten ben.Iets stom. De jaarafrekening van het water te betalen… Een man uit Kameroen kijkt naar het meisje dat hem plaagt. Hij wil niet dat de man uit Kameroen naar het meisje dat hem plaagt kijkt. Hij voelt hoe hij langzaam begint te zweten. Het meisje dat hem plaagt trekt aan zijn arm, draait rond z’n veel te dikke jas en weet dat de man uit Kameroen naar haar aan het kijken is. En hij kijkt in dezelfde oogopslag naar de jongen met de veel te dikke jas. De man uit Kameroen weet dat het meisje niet van de jongen houdt dat ze het veel meer als iets vriendschappelijk ziet en dat hij zodadelijk alleen met het meisje op de bus zit. De jongen met de te dikke jas wil meer. Hij wil met het meisje trouwen en vrijen -al is het maar één keer – en dan zal ze vol zitten en dan zullen ze samen wonen bij zijn moeder. Want ja, vanmiddag hebben ze de hele middag samen in de zetel gezeten bij zijn moeder en ze hebben films gekeken en ze hebben samen gelachen en de moeder was blij dat hij eindelijk iemand mee naar huis had genomen. De jongen met de veel te dikke jas kijkt naar de man uit Kameroen en doet alsof hij hem niet ziet. Hij valt over de boodschappen van de man uit Kameroen. Het is niet veel. Wat chips en wat drank en wat… En dan is de bus er. De man uit Kameroen stapt op en het meisje stapt ook op en de bus rijdt weg. En hij, de jongen met de veel te dikke jas, had gewild dat hij mee op dus had mogen stappen en haar bij haar deur thuis afgezet en dan de bus terug genomen. Maar dat gaat niet. Zomaar. Omdat het leven niet altijd even vriendelijk is. Ook niet voor zijn moeder. Ookal bedoelt ze het goed. En ik zit in het fritpaleis en kijk er naar. Naar hoe het leven me in golven soms inhaalt en me dan weer met rust laat en ik eet een frit. Zomaar omdat dat lekker is en goedkoop.
