De zon draaide dit weekend vierkant rond de aarde. Heb het met m’n eigen ogen gezien!
In het station Antwerpen Centraal werkt de man met de grootste desinteresse in zijn baan. Hij zit aan een loket voor internationale kaartjes. Hij heeft het charisma van een verkleurde tuinkabouter en de uitspraak van een cavia nadat ze dit piepende wezen z’n tandjes hebben uitgetrokken. Deze man weigert elke vorm van informatie geven en spreekt enkel en alleen z’n eigen tuindialect. Wederom arm Vlaanderen, driewerf arm dat dit specimen aan het loket voor de internationale kaartjes zoekende reizigers met een zucht en wat geknabbel tussen z’n tanden het riet in stuurt. De trein had naar goede gewoonte een flinke vertraging en ondanks het pas inrichten van het nieuwe station leek het omroepen op de good old days van onverstaanbaarheid en slechtte articulatie. En dan lees je wel eens dat de spoorwegen zo veel investeren om hun klanten tevreden te stellen. Ik weet niet waar of in wat ze investeren maar in klantvriendelijkheid is het zeker niet. En dat zelfde artikel las ik – ja, ik lees graag over treinen- dat er een overhead is aan personeel. Wel, als de personeelsdienst van de NMBS snel wil beslissen wie er uit moet zal ik ze met plezier een uurtje meenemen naar Antwerpen Centraal. De 800 halen we alleen in Antwerpen al. In een uurtje, misschien wel een half uurtje dan kunnen ze de volgende trein terug nemen.

de leraar
François Vertommen staat in het onderwijs, uit vrije wil.
“Het schoonste beroep ter wereld”, had zijn vader hem gezegd. En dan zit ineens Willem in zijn klas.
Een laatstejaars die hem zegt: “Mijn zus wil lerares worden. Ik heb haar gezegd dat ze beter geen minderwaardig beroep kiest.”
Waarop Vertommen de confrontatie aangaat met het cynisme van zijn puberpubliek.
Het resultaat is een monoloog op het scherp van de snee, met een even onverwachte als schokkende afloop.

Jean-Pierre Dopagne schreef met “Prof” een regelrechte theaterhit, die met de recente controverse rond “straffende” leraars weer brandend actueel wordt.
Het stuk begint als een amusante verzameling onderwijsanecdotes, maar langzamerhand wordt duidelijk dat deze leraar een pijnlijk geheim meedraagt.
De leraar sleurt je langzaam maar zeker mee in een adembenemende thriller vol onverwachte plotwendingen.
Na “Vaders” is dit een nieuwe samenwerking van de twee Perceval-broers.
Acteur Stefan verdiende zijn sporen als regisseur én speler bij het Toneelhuis en Het Paleis.
Regisseur Peter Perceval maakt sinds 12 jaar sterke solovoorstellingen met zijn eigen productiehuis 3 Pees.
“de leraar” van 10 september tot 26 september in Fakkelteater/Kelder om 20u30, reserveren op 03/232 14 69
29 oktober in CC De Werf, Aalst om 20u, reserveren op 053/73.28.11
En schoolvoorstellingen in Herzele, Aalst, Tessenderlo & Tervuren.

Ik weet dat eigen lof stinkt maar op dit ogenblik speel ik “De storm” op het Zeeland Nazomer Festival en ziet wat de kranten schrijven over mijn rol:

 “Het is vooral dankzij die Ariel, dat ik besef dat beelden nog méér kunnen. Zij kunnen woorden doen kantelen, en aan het verhaal een andere inhoud geven. Geesten zijn niet meer alledaags.

De gedaanten (meervoud!) waarin déze Ariel verschijnt, altijd in fel oranje, als kustwacht evengoed als wulpse blondine, maken van deze geest iets anders dan Shakespeare waarschijnlijk bedoelde. Het is plat, het is vreemd, het is lachwekkend, en toch is het ook heel bevredigend, dit wezen van… ja, van de illusie, denk ik. Een moeilijke rol, knap gespeeld door Stefan Perceval.”

Ben met m’n broer Peter aan “De Leraar” aan het werken. Een monoloog over het leraar zijn in een tijd waar assertiviteit en agressiviteit op punten staat. Een 7/10 is een goed gemiddelde en zorgt er voor dat de leerling verder kan in zijn leven. Privé bewakingsfirma’s bewaken scholen en hebben het recht mensen uit de klas te zetten en eventuele politionele hulp in te schakelen, mocht dat nodig zijn…. De leerlingen krijgen psychologische bijstand en de leerkrachten gaan op vervroegd pensioen of roepen een ander geestelijk of lichamelijk excuus op om er mee te kappen. En toch kom je soms van die leerkrachten tegen die nog het heilig vuur hebben om mensen te enthousiasmeren voor dit of dat onderwerp van een verzameling die oneindig is. Ik ben gelukkig zelf ook zulke mensen tegen gekomen anders was ik nu geen acteur. Die gedachte maakt me triest, gelukkig is het maar een gedachte.

meer info vind je op: http://www.3pees.be

Terwijl ik met een spierscheur in mijn kuit de wereld zie voorbij dansen. Zingt er langzaam een diepe rust in mijn lichaam.Nu moet ik rusten. Het is niet anders. Mits de juiste steun kan ik mijn been bewegen zonder pijn. Maar volgende week moet ik fit zijn. Het moet het kan niet anders. Wie kan er toveren? Graag was ik een sportman die elke dag kine kreeg. Maar ik ben maar een acteur en ik ga zelf naar de kine maar die is  nu op vakantie en dan is er geen kinesist. Dan zit je zelf te kloten en maak je een afspraak bij een andere maar moet je bijna een week wachten. Acteren is ook topsort en het lichaam van een acteur is voor hem net zo belangerijk als dat voor sporter is. Nu ja, voor sommige acteurs dan toch. Had ik maar de middelen om een kinesist in te huren om me voor, na en in de aanloop van de voorstellingen te behandelen. Maar die middelen heb ik niet…dus niet zagen en rusten en wachten tot het voorbij is, domme acteur.

“Ik heb het gehad.”,riep de man en toen begon hij al alles op te sommen waar hij het mee gehad had. En terwijl hij dat deed dacht hij aan de tijd en energie die hij in al die dingen waar hij het mee gehad had gestoken. En daar ging hij mee ophouden, dacht hij. Want die dingen hielden hem nog steeds bezig. Meestal ’s nachts of ’s ochtends, lang voor de wekker af ging.
Hoe hard hij ook probeerde het leven had een structuur gekregen waar ook de dingen waar hij het mee gehad had in zaten. “ik heb het gehad”, werd een slogan, een slagzin om het leven af en toe aan te vallen wetende dat hij er niks aan kon doen.

Moest een religie van geluk bestaan ’t zou ne fijne wereld zijn.

Ik blijf niet begrijpen dat er mensen zijn die iemand anders zijn geloof ni gunnen. Het ook niet gunnen als ge niet gelooft. Oorlogen,hongersnood, onderdrukking,…alles wat vies vuil en lelijk is heeft dikwijls als oorsprong een geloof dat door een paar dwazen met een honger naar macht wordt aangespoord. Meer, grootser, nog…

Laat iedereen toch rustig geloven in wat hij of zij gelooft. ’t Fluiten van de vogels is op zich ook heel helend…

’t Is zoals gezelschapspelletjes spelen, er zijn mensen die het leuk vinden en zijn mensen die het niet leuk vinden om samen een spelletje te spelen. Laat toch ieder zijn spelletje spelen.

Het spelletje van geluk. De ultieme kick maar ook dat is ook weer voor iedereen anders en toch zijn er zotten die samen-dingen-willen-doen.

D’r zat een duif in mijnen hof.
Ze wilde sterven, daar in een hoekske van mijnen hof.
Ik dacht, kan ik daar nu iets zinnigs over zeggen?
Of moet ik die duif toespreken, aanmoedigen?
Ze keek me aan, wantrouwig zoals alleen een duif kan kijken en ze ging in da hoekske zitten.
Ik gaf haar water maar daar moest ze niks van weten en ze stierf.
Sindsdien is mijnen hof een soort van afscheidsplek voor vogels.
Want sindsdien komen er hier regelmatig duiven zitten met zo nen blik van “ik gaan subiet is goe sterven in uwen hof, sé!”. Ik probeer het tegen te gaan door de duiven bij tijds weg te jagen zodat ze in nen andere hof gaan sterven. Maar hoe komt da nu? Zou het zijn van da mortuarium hier achter mij komen? Mijnen hof komt uit op den hof van een mortuarium. En dan denk ik zo van, “awel, voor elken dooie die daar binnen komt vliegt er hier een duif rond. Kwestie van te geloven in reïncarnatie. Een duif = nen dooie.” Maar wat is dan een dooi duif? Reïncarneert dat ook? Tot stof tot stront tot ik weet het ni. Ik dacht wette wa, ik gaan ne vogelschrik ophangen in die boom waar al die duiven in zitten maar daar gaan ze in het mortuarium ni mee kunnen lachen. Stelt u voor dat er just eene z’n eigen heeft opgehangen en dan komen die familie en vrienden en dan zien die daar zo ne vogelschrik in nen boom bengelen! Da’s ni goe, jong. Ik blijf geloven dat nen dooie mens een fladderende ziel is. Da geloof ik. En een duif komt dicht in de buurt van een fladderende ziel!

In afwachting van dat mijn eigen broers met van alles en nog wa op de proppen komen dat ontzettend straf is toch effe melden dat de Coen broers ook alvast een geweldige trailer op ons los laten.  Wanneer hij hier uitkomt is nog een vraag voor mij maar misschien ne weet voor u?

Vandaag zei een collega me dat hij even vakantie had genomen, “anders blijf ik werken.”
Ik moest slikken, dit vak vraagt een constant alert zijn voor alles wat er rond je gebeurt? Toch? Of zie ik dat verkeerd als ik denk dat wij observatoren zijn van dit leven? Zelfs al lijkt het niet zo. Natuurlijk zijn er soms heel lange periodes dat er niets is of dat iets niet is wat het lijkt. “Omdat we geen inspiratie hebben.” .Dan lig je stil. In onze landsgrenzen bestaan geen
acteurs meer die alleen maar acteurs zijn. Dat kunnen we ons niet permitteren omdat we met te veel zijn op een veel te klein gebied.
We moeten- net zoals iedereen- multi-tasken. Bij ons valt het op omdat onze namen op affiches staan of in programmaboekjes. Maar een huidige generatie acteurs kan niet leven – over-leven- op alleen maar acteerwerk. Of ja, je moest kiezen voor die eene kostbare rol in een langlopende televisieserie maar hoe lang hou je dat vol? Is het dan spelen om te spelen? Zomaar, omdat je dacht dat er iemand op je zit te wachten? Eén van de weinige dingen die ik geleerd heb in mijn korte bestaan in dit vak is dat er niemand op iemand zit te wachten en dat iedereen vervangbaar is. En ook dat is overal zo. En dan stelt acteren tegenover de duizende mensen die dagelijks hun baan verliezen niks voor. Dat is zo. En daarom vraagt dit vak een constante alertheid waarin de wereld je schouwtoneel is en jij diegene bent die het mag ontleden, ermee mag lachen en huilen, en daarvoor betaald wordt door de maatschappij. Als dat niet (h)eerlijk is.