Het leven is soms zo stillekes.
Ik zie ze al zo lang komen.
Laat ze stoppen op de hoek.
In alle soorten en maten.
En in die stilte is het leven soms zo simpel
Dan verspreek ik m’n woorden
als den tijd verdwijnt
wanneer zij verschijnen
en mij verblijden
met de parels
van ne glimmende lach
die da zij verspreiden
over m’n wafels
en m’n zingend gebak
als een brood in den oven
verzengen ze m’n hart
met 1 woord van hun ogen
ontgrendelden ze zacht
de geestespoort naar oorden
waar den hemel wordt geboren
waar den hemel wordt geboren.
Ik zie ze al zo lang komen en laat ze stoppen op den hoek.

de wortels van Wortel gaan naar “het glazen huis” in Lommel. Wie het gezien heeft weet waarover het gaat. Maar wie het nog niet gezien heeft  kan op 12 juni naar een fragment uit dit wonderlijke verhaal dat Josse Depauw en ikzelf in 2003 creeërde voor HETPALEIS komen luisteren en de wortels van Wortel bewonderen. Wie het al wel gezien heeft vergeet niet dat niets is wat het lijkt dus altijd weer de moeite om te komen.

Het ondertussen welbekende rapport Verdieping/Verbreding tekent een aantal perspectieven uit voor een inhoudelijke vernieuwing van het deeltijds kunstonderwijs (DKO). Twee belangrijke speerpunten zijn:

  • het DKO wordt toegankelijker voor diverse doelgroepen, waaronder jongeren en volwassenen met specifieke onderwijsbehoeften (handicap, leerstoornissen,..),
  • het DKO ondersteunt het kleuter- en leerplichtonderwijs op het gebied van kunst- en cultuureducatie.

Werkgroepen van leraren, directies uit deeltijds kunstonderwijs, basisonderwijs, kunsteducatieve organisaties en andere deskundigen hebben alvast nagedacht over hoe deze uitdagingen in de praktijk gerealiseerd kunnen worden.

Op 3 juni 2010 stellen de werkgroepen de resultaten van twee jaar denkwerk voor met de presentatie van de rapporten:

  • hand in hand voor verbreding,
  • hand in hand voor kunsteducatie.

Deskundigen op het gebied van inclusieve kunsteducatie in Nederland en Stefan Perceval koppelen hieraan vervolgens hun bespiegelingen over de twee thema’s.

Inschrijven kan op deze link .

Gisteren sprak ik met een acteur. Dat gebeurt wel meer maar deze acteur vertelde me dat hij ging toneel spelen als hij op pensioen gaat. Ik vroeg hem waarom, hij is toch acteur? “Ik zie zo weinig goed toneel.”, zei hij en dat begrijp ik. En toch vroeg ik hem wat hij dan goed toneel vindt? “Geloofwaardig toneel…”, mompelde hij. Ik zei hem dat dat niet bestond. Dat het leven niet geloofwaardig is hoe kan je dan verlangen dat wat je ziet op het theater geloofwaardig is? Hij bekeek me van boven naar beneden en zei toen iets in de trant van “naturel ofzo…”. “Wel, naturel ofzo is heel lelijk en daar moet je naar leren kijken meer dan naar schoonheid of geloofwaardigheid. De vraag moet zijn: wat vind ik hier lelijk aan?”, zei ik hem. Hij zei dat hij het niet wist en dat hij nu eindelijk is serieus wilde genomen worden. Ik maakte er een grapje over waardoor hij zijn rug keerde. Maar je moet “serieus” en “genomen worden” niet in dezelfde zin gebruiken. Dat is vragen voor  een grap. Hij had een lelijke rug trouwens. Maar kan jij je bijvoorbeeld een voetballer voorstellen die zegt als ik op pensioen ga zal ik is flink tegen de bal schoppen vanuit een positie die de trainer me nooit gaf. Het is vreemd maar het bestaat dus. Het is niet geloofwaardig en toch echt. Het is.

Een voetballer huilt op groot scherm. Hij steekt een beker in de lucht. Z’n voorzitter lacht wat minzaam naar al deze emotie. Een meisje vraagt me of ik wat van haar wil drinken en dat wil ik wel. Ze geeft me mijn drankje en vertelt me dat ze actrice is en er van droomt om “internationaal” te gaan maar dat ze geen talen spreekt. Terwijl ik zo met haar praat stel ik me ook vragen over haar spelen maar blijf geïnteresseerd luisteren naar haar verhaal. Ondertussen laat de  voorzitter zich op groot scherm rond dragen op de schouders van zijn spelers maar blijft minzaam lachen. Voor hem geen grote emoties. Het meisje blijft maar doorgaan over wat ze allemaal heeft gezien, wat ze allemaal doet om aan de bak te geraken, “de eene auditie na de andere en elke keer weet ik dat ik het heb tot ze me bellen…”. Ik vraag haar hoe oud ze is?  Ze steekt een sigaret op en zegt me dat ze geboren is op 04 maart 1992. In ’92 ging ik bijna naar de studio Herman Teirlinck en toen is zij geboren. Djeezes, dit is onverantwoord. Ofwel ben ik oud, word ik oud of moet ik hier nu echt mee leren leven dat super jonge meisjes praten alsof ze al een hele carrière achter de rug hebben… Op groot scherm is de voorzitter verdwenen, de supporters blijven achter en de spelers lopen wat verloren op het veld. Ik wens het meisje nog veel succes en ze zegt me dat nu wel eens mag gaan komen. Ik zeg haar dat ze nog tijd heeft en dat het goed is om te blijven werken en zoeken. Ze zucht, knipoogt en vraagt of ik geen werk voor haar heb? Dat heb ik niet. Er is simpelweg geen werk. Ik zeg haar dat het hele peloton dicht zit. Ze moet lachen en zegt dat ze nog nooit heeft gehoord van de vergelijking met een wielerploeg. Ze trekt haar kleedje naar boven en wijst naar haar benen; “ik heb geen coureursbenen!” . Ik draai me om en voel me belachelijk. Voor ik de fiets op stap krijg ik een berichtje van mijn broer Luk dat zijn productie “Kleiner mann was nunn?” de Theaterpreis heeft gewonnen op het Theatertreffen in Berlijn. Ik ben heel blij voor hem. Met m’n handen van het stuur fiets ik naar huis. Alleen, geen peloton te zien en denkend aan het bloemenmeisje van ’92.

Er is zoiets als een zomer. Er is ook zoiets als een winter. De winter duurde dit jaar wel héél lang. Net op dat keerpunt van de seizoenen kwam ik in Sint Gillis Waas, een klein dorp tussen Antwerpen en Sint Niklaas. Echt een dorp waar iedereen iedereen kent. De grote en de kleine verhalen weten. Ik kwam daar niet toevallig in dat kleine dorp. Ik ging het opzoeken omdat ik daar -bijna vijf  jaar geleden- een voorstelling maakte met mijn goede vriend Dimitri Dupont.Beetje later werd Dimitri ernstig ziek en nam hij afscheid van dit leven. Naast dat Dimitri voor mij een mentor was in het schrijven van theater leerde hij me ook genieten van dit leven. Terwijl we over theater en het leven spraken aten we en dronken. Ook die zomer in Sint Gillis Waas. Daar ontmoette ik toen een jong koppel die er samen een restaurant annex feestzaal open hielde. En daar was ik nu weer om een heerlijk asperge maaltijd  te verorberen en ouwe plekjes op te zoeken. Daar in “beurre noire” zoals het nu heet. En weet je wat gek is? Het leek alsof er niks verandert was ook al is het kader helemaal anders, toch was de tijd er blijven stil staan. Even zat ik daar terug in de tijd en het was heerlijk om te zien en te horen hoe mensen keuzes hadden gemaakt die hun levens helemaal overhoop hadden gegooid maar er nu wel blij mee waren dat ze die keuzes hadden gemaakt. Vijf jaar geleden. Net op het keerpunt van de winter naar de zomer.

Ik word stil van de stilte in dit vak. In een klein – nauwelijks gedrukt artikel – kan je lezen dat er een blokkering is van een deel van het cultuurbudget. Namelijk dat deel waar nieuwe projecten mee gefinancierd kunnen worden. Maar hoor je daar nu iemand over? Schrijft er ook maar één van die theaterminnende journalisten over de impact van die beslissing in de culturele sector? Een beetje protest kwam uit de muzieksector maar dat werd gelijk van de tafel geveegd met het excuus dat de steun die toegezegd is ook zal worden gegeven…Wat het bovenal spannend maakt is dat het niet bekent is wanneer het geblokkeerde budget weer vrij gemaakt wordt.  Maar wat me nog het meest verontrust is de stilte. Niemand reageert en dat zegt veel over de solidariteit in dit veld en bovenal over de rol van de kunsten in dit land. Het stelt namelijk geen drol voor. Kunst blijft iets voor de happy few en de rest – ook de kunstenaars – moeten hun bakkes houden. En daar, net daar, probeer ik iets aan te doen maar dat weten mensen die deze blog regelmatig lezen wel. Je zou kunnen zeggen dat ik  vanuit de omgekeerde solidariteit werk en mensen enthousiasmeer. Maar zelfs die omgekeerde solidariteit hoor ik nu niet.