ge kunt soms lelijk in de weg lopen in dit leven en daar word ge mee geboren. Het is een gevoel want iedereen zal steeds ontkennen dat ge in de weg loopt. Nu ik vader ben herken ik het en doe er alles aan om mijn zoon niet dat gevoel te geven. Deze week was een lastige week voor hem omdat hij ontdekte dat zijn beste vriend naar een andere school gaat volgend jaar. Hij was verdrietig, boos, voelde zichzelf een sukkel. Voor hem is vriendschap voor altijd. En altijd is altijd. Die kleine donkere kinderwolk die deze boven z’n hoofd hing is natuurlijk niks in vergelijking met wat andere kinderen over de hele wereld vroeger en nu mee maken. Ik probeerde hem uit te leggen dat dat zo gaat met vriendschap.  Dat vriendschap is zoals de zee, het komt en gaat. Ik heb veel vrienden gehad die maar even vrienden waren. De reden van de vriendschap was soms even banaal als het blussen van de vriendschap. Uiteindelijk heb je alleen maar jezelf  maar voor je dat door hebt moet je al een hele tocht afgelegd hebben en daar kan ik als vader niets aan doen. Alleen, af en toe langs de kant staan en supporteren als ik het echte leven herken.

Vandaag ben ik naar een begrafenis geweest. Afscheid nemen is altijd moeilijk. En toch heeft een begrafenis vaak ook iets lachwekkend. Om te beginnen is het dikwijls een gelegenheid waar mensen elkaar weer ontmoeten, bijpraten, over koetjes en kalfjes, moppen vertellen en toch besluiten ze steeds niet vergeten triest te zijn en dat het erg is, ja…En natuurlijk is het erg en triest maar is het erg en triest voor de doden of voor de levenden? Sommige komen met een enorme kramp naar een begrafenis alsof ze de hand van de dood al hun achterste hebben zitten, een bijna-dood ervaring die voor anderen dan weer een vorm van genot is. Het mooiste aan een begrafenis vind ik het ritueel van het afscheid nemen. En dat doen we voor de levenden ook niet. Gisteren had ik, bijvoorbeeld, een zakelijke bespreking die er op neer kwam dat er geen geld was en dat de projecten die gepland stonden niet of nauwelijks kunnen door gaan. Via een achterdeurtje en tijdens een middagpauze verlaat je dan vrij verslagen zo’n bespreking. Ssst, niemand mag het weten…Waarom word dat niet gevierd en waarom word je niet bedankt – net zoals bij een begrafenis – voor al wat je al wel met veel succes hebt verwezenlijkt? Dat zou toch veel leuker zijn. Nu moet je de relativering van dat nieuws uit je zelf gaan halen. Waarom zijn er dan geen priesters die daar een kort maar krachtig preekje houden en je vergelijken met profeten en psalmen voorlezen waar je nog minder van begrijpt maar dan heb je tenminste de keuze om het niet te begrijpen?! Waarom niet? Het ritueel van het afscheid, ik stem voor! En de rest moet er maar tijd voor maken. Natuurlijk zullen er wel weer mensen profiteren van de mogelijkheid niet te hoeven werken; “mijne collega heeft zijn ontslag gekregen, krijg ik nen halve dag?”. Godverdomme, je zou  toch stenen kloten van krijgen van de manier waarop we mekaar hier allemaal voor de voeten lopen, hé! Afin, denk er is over na. Alleen. Dat is ook al de moeite.

Mocht je willen verdwalen zak dan af naar Lommel . Daar kan je naar de Wortels van Wortel van Glas kijken in de centrale toren van het glazen huis. Zaterdag avond ll. speelde ik daar een fragment van deze vertelling voor een enthousiast publiek. Daarna kan je verder verdwalen.

En den tijd gaat zo snel. We hossen elkaar in duizendvoud voorbij en toch moeten we af en toe is om kijken zeker als je eindelijk diegene hebt gevonden waar je van dacht dat ze niet bestond. Dan moet je tijd nemen.Want anders lopen we elkaar in duizendvoud voorbij.

Er zijn helden waar je je graag aan spiegelt . Maar die helden zal je nooit zijn. Ieder is anders en dat weten we allemaal. In de zoektocht naar echte talentontwikkeling zoeken we naar toekomstige helden of mensen die zich spiegelen aan iemand anders of -misschien nog belangrijker – aan zichzelf. Van in het begin is mijn lieve vriendin An mee aan boord gegaan om mensen te zoeken en talent te ontwikkelen. De gesprekken met haar over de rol van de kunsten in deze steeds veranderende maatschappij zijn als een warm bad.  Ze zet zich met hart en ziel in.Een mens die in de politiek staat is zo uitzonderlijk en dat is ze; een mens die zich spiegelt aan de mensen.

Liefste Angela,

Hoe ben je hier ooit terecht gekomen? Op dit geitenpad dat eindeloos slingert.

Waar jij met je zachtglooiende heuvels en het blauw boven je ogen.Als een spiegelende zee de mensen ontving.

Hoe?

Ik vraag het me af. Wie heeft jou ooit verleid? Misschien was het dat wat je naar hier bracht?Het verlangen naar een honingzoete verleiding.En misschien was die er af en toe.Ik heb het geprobeert maar het heeft niet mogen zijn.En in het theater is de hoogmoed vaak het lied dat ze zingen omdat ze niet in het water durven springen. Maar jij wel, jij bent de zee en het lied.

Met een stem die golvend al zijn hoogtes liet ruisen over dit gebied.Angela, je vertelde me over vroegere jaren.In de Muze en toen je nog op de Groenplaats woonde.“Elke nacht nen andere…mijn vader had me wel tegen de muur kunnen slagen…” En toch…Voor vlugge vingers moesten we niet bij jou zijn.De tijd die ik hier voor de schuifdeurr heb staan wachten tot je me  ontdekte is eindeloos.Maar ik troostte mezelf altijd met de gedachte dat de jacht en het wachten veel fijner zijn dan de vangst.

Wat bracht jou hier, ik zal het nooit weten.

Misschien was je hier  en wel  steeds meer en meer om de gekapseisde dromen op te vangen.  Want dat deed je.

Zoals Wannes van de Velde me ooit zei toen ik niet wist  hoe ik verder schrijven kon; “ne mens is ne muur, wat is er achter die muur daar moettet over hebben.”  En dat deed jij. Je was niet geintersseerd in de spelende mens maar des te meer interesse had je voor de werkende mens en zijn verhalen.

Hoe is het? “Stefanneke, na moet is luisteren.” En dan zette Angela een prachtig nummer op waar we samen in verdwaalde.Angela, Hoe is het met de liefde? “Ik gaan niks zeggen, hé!”

En toch waren we weer voor lange tijd vertrokken in elkaars liefdesgebied.

Jouw plek was een verdomd mooie plek waar je zonder gezeur aan je kop kon vissen op zuiverheid, oude inzichten of misschien wel helemaal niks. Waar je kon luisteren naar  de tijd van te laat te laat.  En humor en reden langzaam verdwenen en waar het zwijgen als een zwevend firmament van kunststof  boven onze hoofden hing. Dit gebied is nu haar kraaiennest kwijt.“at sea my friend, the weather is always fine.”

En wat gaat den Dries doen? Die kwam hier elke morgen vroeger en vroeger omdat hij jou nog kende uit een verleden. “Nee maar echt, da was een knappe vroeger, zenne.” Dries, hoe is’t met  uw koppijn? O, vergeten.Angela, Jij vaart nu naar  eilanden waar ze je met gezwollen opwinding in hun armen zullen sluiten. Waar je liefdes – schipbreuk mag lijden. Ik stuur een brief in een fles.

O Angela, zo stil als de dood, met water Van Glas om me heen. Zo stil als de krekel en de nacht die zwanger van hem is. Zo stil als deze letters in je schoot schrijf ik je dat ik je mis.

Als je in de politiek zit kan je dan lief hebben? Is er plaats voor liefde in de politiek. Ja, ze zeggen wel dat er naast de politiek ook een leven is maar tegelijkertijd zeggen ze altijd dat er ze daar nu geen tijd voor hebben. En dan al die vrouwen in die boekskes maar klagen…”we gunnen het hem”, zeggen ze dan met een zekere kramp op hun aangezicht. In diezelfde kramp ontmoeten ze elkaar misschien ’s nachts; een politieke liefdeskramp die ze proberen glad te strijken. Ja, ik weet het, dat is met veel beroepen zo; er is geen leven naast het werk. Maar is politiek een passie of werk? En dat zie ik nu te veel, politici die al ambtenaren zijn. Die uitgeblust achter hun deskje staan te denken hoe ze hun eigen kont kunnen veilig stellen in deze wereld waar konten niet onbelangrijk zijn. Waar is de passie? Zelfs Groen komt niet uit z’n woorden terwijl ze alleen maar eerlijke thema’s zouden moeten verdedigen. Ik wens ze allemaal een flinke portie echte passie en een visie die uit hun hart komt. Misschien af en toe is terug kijken?

Deze week met m’n actrices begonnen aan MARIA VAART. Daar word ik soms stil. Een stilte waar ik van houd. Nee, het is geen beangstigende stilte. Je weet wel, zo’n stilte waar je gaat vragen of er iets is? Als ik hen de woorden hoor uitspreken dan lijkt of ik opnieuw energie krijg. Kan je je dat voorstellen dat je iets geeft en daaruit opnieuw energie krijgt? Voorheen had ik enkel die ervaring bij de projecten die ik maakte  met de studenten die onbevangen met me mee-stapten. Niet dat je daar niets moet geven maar daar moet je je kunstenaar opzij schuiven en vanuit hen vertrekken; hun verhalen; hun leefwereld; hun mens – zijn. En weet je, de kunstenaar – of toch de mijne – is soms vermoeid of heeft zware gedachten en ook de mensen rond je hebben die zelfde gedachten en gevoelens. Maar als je met niet kunstenaars werkt en je schuift zelf je kunstenaar opzij dan kan je onbevangen kijken en zo ontstaat het mooiste. Uiteraard blijf je altijd alert voor inhoud en beelden maar die ontstaan dan als van zelf. En dan word je stil. M’n eigen zen moment in een gestructureerde wereld van mono cultuur.

In de zomer is er niks zo heerlijk als de koelte van de zee opzoeken. En nog heerlijker is het om in de koele straten achter de zeedijk te verdwalen. Daar waar Ensor z’n ziel had verloren. Veel in kleuren maar ook -misschien wel meer – in zwart wit. En dan in hotel du Parc een heerlijke scotch  drinken uit een tinnen beker. Als de zon wegzakt en iedereen zit in bad om het zeezout van de huid te wassen besluip ik als een tijger het strand. En dat de hele nacht. Altijd tegen de stroom. En dat is heerlijk.