Op uitnodiging van Reinhilde Decleir werk ik met een aantal jongeren van Tutti fratelli aan een voorstelling voor de Zomer van Antwerpen. ‘Moederhut’ is gebaseerd op de associaties die deze jongeren met de moeder hebben. En een onderzoek naar hoe je zelf verhalen kan genereren zonder en met woorden.

Het zijn geen waarheden want wat zijn waarheden?

Vanaf volgende week kan je het bekijken, beluisteren, beloeren, van dichtbij of van op een afstand tijdens “muziek in de wijk”. ‘Moederhut’ speelt zich af  in een caravan, dé caravan van Tutti fratelli.

Al 451 keer heb ik jullie laten lezen, kijken wat ik denk, schrijf, voel of waar ik mee lach, kijk, huil of stil van word. 451 keer en je moet alleen naar beneden scrollen om het te weten. 451 keer onzin of niet dat bepaal je zelf. 451. vier vijf één. Het lijkt een getal maar daar ben ik niet zo sterk in. 451 is een huisnummer in een héél lange straat. Wat begon om niet stil te vallen is nog steeds niet ten einde. 451 zou ook een winkel in eau de cologne kunnen zijn maar daar ga je best niet binnen. 451 is misschien een café of een bar waar ze ook kamers verhuren, mét jacuzzi. Misschien is 451 wel het huisnummer van de grootmoeder van roodkapje. 451 het zal ook wel iets betekenen maar dat bepaal je zelf. vier vijf één is een nummer terwijl dit eigenlijk 452 is.

mijn studenten stonden voor me en wisten niet dat wat ze deden dat was wat hen tot kunstenaars maakt en dat maakt kunstenaars. Ze stonden en staarden soms wat onwennig en daar waar je dacht;  hier hebben ze niks van begrepen kreeg je enkel ogenblikken later vol in je gezicht geslingerd. Mijn studenten stonden en waren verantwoordelijk voor en met elkaar, moesten anticiperen op dat wat er met en rond hen gebeurde, alleen dat maakte van hen scherpe projectielen. Geleid en ongeleid maar wel bewust van hun eigen kleine positie. Mijn studenten stonden en daar waar je dacht  dat ze je liever ver vandaan hielden kwam je na een tijdje heel dicht bij. Allen hebben ze hun talenten ontdekt maar slechts enkele mogen er iets mee doen. Mijn studenten stonden er en ik kan er eeuwig naar kijken en dat is kunst. Jawel. Ongrijpbaar en zonder pretentie stonden mijn studenten er. Fin.

met dank aan Lutgard voor de foto’s.

Omdat het kind het allerbelangrijkste is. Niet alleen het kind in je want dat kennen we allemaal. Maar ook en zeker in mijn geval het kind dat in mijn leven is en er voor altijd zal blijven en dat vind ik heerlijk.

Ik ben betrokken. Ik ben betrokken bij dit leven omdat ik er onderdeel vanuit maak. Ik ben betrokken omdat ik me grote zorgen maak over hoe we met elkaar omgaan op deze aardkloot of gps- gewijs gezien toch op die enkele vierkante kilometers waar ik hier op beweeg. En tegelijk zou ik me soms op een onbewoond eiland willen terug trekken om er nooit meer van af te komen omdat het verhaal dat ik vertel een verhaal is van een kleine man en dat heeft niets met macht te maken. En iets wat macht-loos is interesseert weinig mensen. En natuurlijk zijn er mensen die wel in mijn verhaal geloven en als ik dan vraag waarom ze er in geloven krijg ik dikwijls het antwoord omdat ik het vertel en doe met de knipoog. En dat die mensen die knipoog zien en begrijpen daar ben ik die mensen heel dankbaar voor want die knipoog relativeert misschien maar opent ook nieuwe perspectieven en het zorgt er voor dat de materie waar ik mee bezig ben levend blijft. En dat mogen we niet vergeten: Kunst is levende materie.

Uit het ruisen van de zee komt de mooiste kinderliefde. In deze periode worden prachtige vakantie – liefdes, – liedjes, – kastelen,- woorden, – afscheidjes, – doden, – tochten, -ontdekkingen, – vergeetsels en nog veel meer gemaakt. En alvorens we terug in de stroom der volkeren mee deinen naar onbekende horizonten is het tijd om stil op een steen te zitten en te kijken naar de geforceerde events waar we dezer dagen mee om de oren worden geslagen. En zal ik een geheim vertellen? In sommige gevallen werk ik achter de schermen mee aan die events omdat het fijn en vooral ontroerend is om al die mensen zo te zien genieten van wat voor hen gekauwd, bereidt, belicht, gesproken en uitgediept is. Ssst, tegen niemand vertellen, hé.

Je hebt ze in alle maten en formaten, in alle kleuren en soorten; vakantiekampen. En je ziet ze ook, écht overal. Dan zie je een groepje verloren kinderen, soms met een sjaaltje om te weten dat ze bij een groep horen, en dan staan daar naast grotere kinderen die problemen hebben met hun hormonen en die door- ik weet niet wie – tot leider zijn gebombardeerd. Deze “leiders” kenmerken zich vooral door hun “hoe vul ik de tijd van deze groep met het zelfde sjaaltje”-gedrag. Niet dus. Niets dus. Verveling ten top. De spelletjes van vorig zijn er nu ook weer. Sterker nog, nu in het begin van het vakantieseizoen, zie je “de leiding” de schimmel van hun spelletjes spoelen terwijl ze hun nachtelijke escapades bespreken. Mijn punt is dat kinderen op kinderen letten en dat dat niet gaat. Zo was ik vorige week aan zee en daar was een groep verloren kinderen met hun “leiders”. Deze laatsten hadden niet of nauwelijks oog voor de groep, lieten hun kinderen de hele dag zonder enig initiatief  rondbaggeren op het strand om ze dan tegen vier uur weer bij hun respectievelijke ouders af te geven.  Toen ik aan één van de “leiders” vroeg wat het thema van het kamp was trok hij z’n dunne schoudertjes op en zei dat een “themaloos-kamp” was. Niksigheid in een cellofaan. Af en toe een schandaaltje, dan weer een dode en dan weer niks. Let op; vakantie-kampen. Het zit ‘em de benaming en dan volgt de inhoud….

Liggen uw lippen klaar? Zijn uw lippen daar waar ze moeten zijn? Kloppen uw lippen met de lippen van uw getekende evenbeeld? De eerste keer dat ik naar de bioscoop ging droomde ik er al van om ooit mijn stem gelijk te leggen met de getekende figuren en nu mag ik dat doen, dag in dag uit. Wat een heerlijk beroep heb ik toch! Heerlijk verdwijnend in de wereld van mega – en subromantiek en hun grillige tegenhangers.

Pessoa zegt dat de dood een bocht is in een weg. Mensen zeggen dat de dood één van de grootste zekerheden is in dit leven. Sommigen noemen het rechtvaardig. In sommige periodes in je leven is de dood heel nadrukkelijk aanwezig. Soms heeft ze ook een toekomst; de doden die nog moeten komen. En dat is inderdaad een zekerheid. Net zoals het leven een zekerheid is. Maar wanneer die zekerheid wordt opgegeven dat weet niemand en dus proberen we ons dikwijls in dat leven krampachtig vast te houden aan symbolen die zekerheid oproepen; een god ofzoiets of “vast werk”… Zo ontmoet ik veel mensen – en nu meer dan ooit – die bezig zijn met het verwerven van “een vaste job”. Of mensen die opscheppen met hun “vaste job” of erover klagen maar die vaste job niet durven opgeven omdat ze bang zijn dat hun zekerheid weg valt. En natuurlijk benijd ik hen soms. Soms zou ik ook wel die zekerheid willen voelen van een vaste baan maar de uitvlucht van een artiest is dikwijls dat die onzekerheid hem prikkelt om de zekerheid in vraag te stellen. En toch is er geen enkele categorie mensen zo met de dood en het leven bezig als een artiest. Stilletjes, zonder dat we het uitspreken, zijn we ook met zekerheden bezig… maar dat verhullen we in een metamorfose van een beeld, een woord, een gebaar. Maar of die zekerheid de dood of het leven is blijft een vraag. Een dwaalspoor van zekerheid als een gids door dit leven.