Zondag waren we op het filmfestival dat zo oud is als ik voor de premiere van Pulsar van Alex Stockman, waar Marit en ik een kleine bijdrage in leveren. Tien jaar geleden stond ik op datzelfde filmfestival met dezelfde regisseur voor zijn langspeelfilmdebuut, Le Pressentiment.Zondagavond leek dan ook één grote sprong in de tijd. Een man vroeg me achteraf – bij het gedwongen babbeltje voor het witte doek – “Scorsese heeft Dicaprio heeft Stockman Perceval?”. Wel, ik herken heel goed de plekken waar gefilmd is. Het appartement in deze film is het appartement waar ik tien jaar geleden bij een half jaar gewoond heb. De beeldtaal van Alex Stockman is heel uitgepuurd, zo uitgepuurd dat het verhalende bijna helemaal weg is en dat is voor veel mensen wennen…. En daar stonden we dan te wachten tot de film begon en op zich is dat al het hele verhaal, daar wachten, drinken en ondanks dat onze bijdrage klein is overvalt je toch een soort van “glamour gevoel”.  “Mag ik een foto van u trekken?”, vroeg een fotograaf. “Glamour”, dacht ik en Hollywood in de klei. 

En dan begint de ochtend als een kleine streep in een dag waar mensen denken dat vakbonden nog iets betekenen?? Helaas. Als je vakbonden echt nodig hebt dan zie je “de vakbond” niet. Ook een vakbond houd zichzelf in stand. Gij en ik maar wij? Ik denk het niet. Ik denk het niet. En daarvoor en daarna zie ik wreed talent, minder maar wreed. Ze wriemelen en trekken en duwen en proberen van alles, dagen uit en dan weer niet. Dat wreed talent wordt wakker in een land waar treinen en bisschoppen het voor ’t zeggen hebben. Het lijkt wel alsof we ons laten dirigeren door alles wat niet werkt in dit land. Als je d’r een film over zou maken en je vraagt wie dit land regeert dan wijst iedereen naar iedereen en het laatste beeld is dan een comateuze patiënt. “Hij, lui.”, fluistert dan een nonneke en daarmee is ’t gezegd. Vakbonden, bisschoppen, treinen…wat ze gemeen hebben is het wreed talent om dit land te manipuleren. Ik hoor mensen zeggen; “zouden ze nu echt denken dat wij stom zijn?!”. Awel, ja. Ze denken het niet alleen, ze weten het ook. Ook dat is een wreed talent.

Vorige week speelde ik nog met “de leraar ” in Schoten op enkele meters van waar ik geboren ben. En dat is nu dus 37 jaar geleden. Een drie en een zeven. Mijn broers keken uit naar een meisje, Marleen was mijn naam geweest maar het heeft dus niet mogen zijn. Een drie en een zeven. Fuck, da’s oud. Tijd dat er iets gebeurt in dit leven. Alleen weet ik nog niet goed wat en dat is natuurlijk een voorwaarde om te weten wat ge wilt. Een drie en een zeven. Moette da bakkes zien, fucking loser! Mijn zoon vroeg me of ik en zijn mama nog vrienden konden zijn? Daarbij z’n vinger in de lucht stekend en me een blik toewerpend die alleen een Perceval je kan geven. Ik zei hem dat we altijd z’n mama en papa zullen zijn maar daarvoor hoeven we geen vrienden te zijn. Daar moet je dus een drie en een zeven voor hebben om zoveel onzin uit je nek te slagen. Misschien moet ik nu mijn bakkes maar definitief dicht houden?! Alleen gaat dat beginnen stinken en daarvoor is een drie en een zeven dan weer te weinig. Een drie en een zeven. Fundamenteel verandert er niks met 37 jaar geleden, liefde (krijgen, geven, nemen) en ouder worden. Een drie en een zeven ofwa?! 

Op onderstaande link vertel ik over mijn werk in Limburg;

Creatief talent als cadeau aan de samenleving – Talent – LaboLimburg – Knack.be.

Donderdag leidde ik het slotdebat rond inclusieve kunst op de hoge school in Utrecht. Ze onderzoeken daar hoe deelnemers met beperkingen ‘inclusief’ artistiek kunnen participeren. Bij integratie ligt de verantwoordelijkheid tot aanpassing bij de sociaal achtergestelde groep. Bij inclusie gaat het erom dat de maatschappij zich aanpast en diversiteit als een meerwaarde ziet, waarbij iedereen – met alle verschillen die er zijn – gelijkwaardige kansen krijgt om zich te ontwikkelen en vanuit zijn of haar talent mee te doen in de samenleving. Dit is de kern van inclusie, zoals die is vastgelegd in de internationale mensenrechten. Vast staat zeker dat ze in Nederland veel verder staan met de ontwikkeling van dit gebied. Het was dan ook fijn om daar naar werkmethodes te kijken, ideeën en ervaringen uit te wisselen, plannen te smeden voor samenwerkingen, competentie voorwaarden voor alle betrokken partijen te bespreken enzovoort. Maar wat me toch weer opviel was dat het veelal vanuit de hoek van het welzijn en de zorg wordt benaderd en niet  uit de hoek van de kunst en het creatieve. Sterker nog – en dat is een gevoel dat hier ook leeft – de verzorgers willen niet dat iemand met een beperking werkelijk uitstroomt omdat ze dan de middelen kwijt zijn voor de zorg van die persoon…. Maar als je het daarover hebt kom je gauw weer op het eilanddenken; “ik en mijn debielen” en daar moeten we nog vanaf. Uitwisseling en samenwerking, zorgt er voor dat we uiteindelijk –ook maatschappelijk/misschien wel politiek- een rol spelen. Samen werken blijft moeilijk met of zonder beperking. Donderdagavond zag ik dan voor het eerst de groep uit Lommel die ik dit jaar onder mijn vleugels neem. Ik leidde hen rond in HETPALEIS en vertelde hen over wat theater kan zijn en hoe het soms werkt. Een jongetje waarvan ik de achtergrond nog niet ken stak z’n vinger in de lucht en zei me; “dat is illusie, meester.”. En dat is zo. Een illusie, prachtig gebald samengevat door een jongetje met een beperking. Of zoals de Hollanders het zo mooi zeggen, “een mens met een speciale wens.”.

Omdat overal de zalen overvol lopen en de vraag blijft komen spelen we in februari en maart van het volgend jaar nog enkele extra voorstellingen van “de leraar”. Meer info vind je op www.driepees.be

Vanaf 18 januari 2011 speelt voor het vijfde seizoen op rij “U bent mijn moeder.” terug in Vlaanderen en Nederland. Vijf jaar geleden maakte ik deze voorstelling samen met Sien Eggers. Maar als je deze voorstelling zeker wil zien reserveer dan nu al uw kaartjes want het is de allerlaatste keer dat deze voorstelling te zien is! meer info vind je op www.hetpaleis.be

Gisteren speelde ik met de leraar in Sint Pieters Woluwe. Het was een fijne voorstelling, publiek heeft er van genoten en ik ook. Achteraf vertelde een enthousiaste toeschouwer dat ze voor slechts 2 euro konden komen kijken, “goed, hé!”. En natuurlijk is het goed dat theater toegankelijk is voor iedereen maar toen ik daar zo rond keek zag ik niet echt – toch niet op het eerste zicht – mensen die in grote financiële nood zaten. Het leek me dat de inwoners van Sint Pieters Woluwe goed bemiddeld zijn en toch betalen ze slechts 2 euro om naar een theatervoorstelling te gaan kijken. Voor de voorstelling had ik al gehoord dat de mensen die kwamen kijken een klavertje vier meekregen en dat ze op elk klavertje een stempel krijgen als ze ook naar andere activiteiten gaan. Als het klavertje dan vol is mogen ze gratis naar de cinema!  Wederom een heel goed initiatief om de inwoners van Sint Pieters Woulwe naar de zaal te lokken; “twee euro en als ge dat drie keer doet dan krijgde een gratis ticket voor de cinema!”, schalde een man in mijn oor die zichzelf voorstelde als gepensioneerd luitenant generaal van de Belgische luchtmacht.  Geef acht! Ik weet dat er veel van dit soort initiatieven zijn om mensen naar de verschillende zalen te lokken die dit landje rijk zijn maar steeds blijft kunst “iets”, iets om de tijd even mee te vullen want de leegte verdwijnt niet. In het buitenland – en daar mag je over spreken in dit Europees model – zijn de rollen omgedraaid. Daar betalen mensen die het kunnen betalen  om een voorstelling bij te wonen en ze betalen niet weinig en toch betalen ze graag want ze willen de beste plek voor die of die voorstelling.  En daarnaast bestaan er – in datzelfde europese model – allerlei formules die er voor zorgen dat iedereen met zijn middelen toch de voorstelling kan bijwonen. Een goed systeem zo lijkt me want zo betalen de rijken voor de minder gefortuneerde  in de maatschappij. Toch? Of ze het in Vlaanderen begrepen hebben blijft de vraag? Kunst blijft iets, eventjes, is dan weer weg en hopelijk is er een receptie. Theater in Vlaanderen heeft zichzelf buitenspel gezet en zo versimpelt in inhoud en concept dat het enige wat telt nog “gezinsvriendelijk” is., als het gezin maar met z’n allen kan komen kijken en het begrijpen dan is het goed. Wel, zoals mijn neef Jacob in zijn schitterende one – man show zegt; “…ik ben de generatie die opgegroeid is met “Fc. De kampioenen”, dat is de humor waar ik groot mee ben geworden…”. En daar zijn we nu, alle goede intiatieven ten spijt is theater maken in Vlaanderen een pensenkermis geworden waar af en toe nog iets te rapen valt. Voor de rest verhogen we de drempels voor diegene die ook niet naar de pensenkermis kunnen en ontzeggen hen elke vorm van kunst omdat de intellectuele vernis ons goed staat en beschermt. En daar is dan weer het gekke dat als je initiatieven neemt om die mensen te bereiken voor wie dit alles al helemaal een “elitesport” is je zelfs op weerstand stuit van de organisaties die deze mensen opvangen. Want stel nu dat je er voor zou zorgen dat iemand na het zien van dit of dat een geweldig idee vormt voor zichzelf  of  zelfs voor anderen dan zijn die werkers misschien hun job wel kwijt?! Stel je voor! Dus in Vlaanderen, houd stom stom. Punt…..

‘Maria Vaart’, is vanaf dinsdag 30 augustus 2011 tot 17 september 2011 terug in de zwaaikom van Beerse. Tijdig tickets reserveren is de boodschap!

Knack schreef:

‘De ruwe stem van Nelissen is de perfecte drager voor de vaak gore , grappige levenslessen die ze op het kind Maria loslaat. Zij levert de verlossende lach als het te schrijnend dreigt te worden. Sien Eggers is de koningin van de aarzeling die de lafheid van het niet – handelen belichaamt. En Marit, die verandert moeiteloos van het koppige, gekwetste kind in de vertwijfelde moeder’ (…) ‘…Het is knap hoe de schrijver Perceval hier een psychologisch portret schetst: een portret van binnenschippers, luidruchtig vanbuiten maar binnenvetters wat hun gevoelens betreft. Een portret van moeders hoewel afwezig want dood zo levensbeheersend immer aanwezig voor hun kind. En een portret van drie vrouwen in hun rivaliteit voor een afwezige man/vader hun eigen kans op geluk vernietigend. Of hoe elke vorm van afwezigheid soms de sterkste vorm van aanwezigheid wordt, puur uit compensatie….’

De standaard schreef:

‘Zo’n stil portret, hemels én aards, is nieuw voor het locatieparcours dat Het Gevolg al een paar jaar aanbiedt onder de noemer ‘Littekens in het landschap’. Even werd gevreesd dat het te afstandelijk zou zijn voor het brede Kempense publiek dat hier spontaan op af komt. Nergens voor nodig, zo blijkt. Maria vaart spreekt direct aan. Varen wordt hier een reiniging, zeepsop voor de ziel.’

Jan Strobbe is al jaren mijn vaste scenograaf. Al meerdere keren werd een ontwerp van hem geselecteerd in internationale concours.Dit jaar is zijn ontwerp voor “Bolleke sneeuw” geselecteerd voor een internationaal festival in Praag. Op dit ogenblik werken we samen aan een nieuwe voorstelling voor HETPALEIS, “eeuwige sneeuw”.