F. staat voor me. Hij is niet meer zo stil en verlegen dan voor de paasvakantie. Hij stap zeker de vloer op en vertelt over William Shakespeare. Zijn stem is luider dan voor de paasvakantie. De andere kijken hel stil aan, ik voel hen denken hoe ze nu met hem moeten om gaan? Ze zien net als ik en zijn begeleiders dat hij vooruit gaat. Daar staat F., zo transparant met z’n eigen taal en beelden. Voor mij is het moeilijk om een beeld met enige betekenis terug te koppelen naar wat later de voorstelling zal zijn omdat dit beeld en het pad dat deze jonge man aan het afleggen is opzichzelf staat.In de auto naar huis weet ik dat dit een moment dat niet te vatten is en dat maakt me zo blij.

Vanaf 30 Augustus 2011 kan je weer naar “Maria vaart” komen kijken in de zwaaikom van Beerse. Reserveer tijdig je kaarten voor deze voorstelling!  De pers schreef:

“…Het is knap hoe Perceval hier een psychologisch portret schetst: een portret van binnenschippers, luidruchtig vanbuiten maar binnenvetters wat hun gevoelens betreft. Een portret van moeders hoewel afwezig want dood zo levensbeheersend immer aanwezig voor hun kind. En een portret van drie vrouwen in hun rivaliteit voor een afwezige man/vader hun eigen kans op geluk vernietigend. Of hoe elke vorm van afwezigheid soms de sterkste vorm van aanwezigheid wordt, puur uit compensatie….” LIV LAVEYNE in Knack.

“Al zijn we vandaag van God los, Percevals trage, beeldende aanpak gaat terug tot op de traditie van middeleeuwse vrouwelijke lyriek.Hier is de dode moeder de Heer geworden. ….

Zo’n stil portret, hemels én aards, is nieuw voor het locatieparcours dat Het Gevolg al een paar jaar aanbiedt onder de noemer ‘Littekens in het landschap. Maria vaart spreekt direct aan. Varen wordt hier een reiniging, zeepsop voor de ziel. ” WOUTER HILLAERT in de Standaard.

“We maken iets uit improvisatie!”, riep één van de twee  acteurs. Ze waren het beu om continu onder druk goedlopende stukken te produceren, dan kan improvisatie misschien iets betekenen? Improvisatie als een vrij terrein en breekijzer, als een werkinstrument wordt het voortdurend gebruikt. Uit improvisatie kunnen nieuwe uitgangspunten ontstaan.”Maar waar hebben we het dan over?”, vroeg de acteur die zijn zinnen had gezet op iets groters en vond dat hij z’n tijd aan het verschijten was. Hij maakte dit duidelijk door elke dag te laat te komen en elke dag dezelfde vraag te stellen; “waar hebben we het dan over?”. De twee acteurs keken elkaar aan en wisten inderdaad allang niet meer waar ze het over wilde hebben. Alles was al van de tafel geveegd. Kaler dan dit kon het echt niet. “Ik wil wel op de affiche staan als “van en met” en niet als acteur. Nee, ik wil er op staan als uitvoerend kunstenaar. Zoals je uitvoerende producenten hebt ben ik een uitvoerend kunstenaar.” , zei de ene acteur tegen de andere na een stilte waarin beide niks gezegd hadden omdat er niks te zeggen viel. “Ik vind dat je mij gebruikt. Ik voel hoe je langzaam op me zit en dan weet ik dat ik niet meer ben maar een stuk van jou. Dan ben ik blij als ik hier buiten wandel en m’n eigen botten nog voel.”. Er viel weer een stilte. Na een tijdje ging de deur open, een poetsvrouw keek om het hoekje en verontschuldigde zich. “Nee, geen probleem. Kom binnen. Poets maar. We zitten hier toch maar te wachten tot het komt.”. Hoe onwennig ze zich ook voelde , de poetsvrouw kwam binnen en begon de lege repetitieruimte te dweilen. Misschien was zij wel de “boss-lady” waar de twee acteurs op aan het wachten waren. Zij kon hen misschien heel expliciet zeggen wat er moest gebeuren. Wat had ze te verliezen? Ze kwam binnen, vluchtig, niet gepland of overdacht, alles kon alleen maar gebeuren zoals het daar gebeurde. De twee acteurs stonden recht en begonnen met haar te improviseren, spontaan en intuïtief.  De poetsvrouw vond deze collectieve manier van werken maar niks zoals ze eindeloze vergaderingen over wat- voor -soort – dweil – ze -in -welke -zaal  moest gebruiken ook niks vond. Maar de twee acteurs dansten rond haar, maakte haar het hof, waren beschikbaar, alert en bewust over hoe ze zich tegenover deze vrouw gedroegen. Het zwaaien van een arm veroorzaakte al een grote spanning bij hen. Alles kreeg een betekenis zowel sociaal als privé omdat deze vrouw daar stond. Ongehinderd speelde de acteurs rond de vrouw die zag dat het waarschijnlijk virtuoos was maar er zelf geen klap aan vond. Ze had geen zin om een verhaallijn of een personage te volgen. Nee, ze wilde gewoon de vloeren dweilen en weg. Toen de twee acteurs in een Oosters gevecht verwikkeld waren besloot ze om weg te gaan. De twee acteurs bleven achter in wat ze later “het duet centraal” zouden noemen.Na een tijdje gingen de acteurs terug aan hun tafel zitten en vroegen zich af wat er gebeurt was. “We hebben gespeeld met iemand die geen subsidies ontvangt en daardoor kreeg het iets heel elementair.”, zei de ene acteur tegen de andere. “Ja, en daardoor was er ook een duidelijk verschil tussen haar en ons. Ik ben blij dat ze niet mee doet want anders zou ze haar positie in de productiepiramide opeisen.” De acteurs verlieten de repetitiezaal, gingen op een terras zitten en af en toe speelde ze een situatie rond mensen op de straat. Later zou deze manier van werken de meest geschikte vorm worden in tijden van economische recessie.

“Vanwege de succesvolle tournee van ‘De Rietdekker’ komt er een reprise tijdens het komende Zeeland Nazomerfestival van dinsdag 23 augustus tot en met zaterdag 3 september 2011. Zaterdag 16 april eindigde de tournee van de Zeelandia productie ‘De Rietdekker’ naar het boek van Rinus Spruit. De succesvolle voorstelling, een monoloog van de Zeeuwse acteur Bram Kwekkeboom in een regie van Stefan Perceval, speelde vaak voor uitverkochte zalen.Vanwege het succes komt er een nieuwe reeks voorstellingen in Middelburg tijdens het komende Zeeland Nazomerfestival.”

Aangezien ik in volle voorbereiding ben voor mijn huwelijk viel vandaag mijn oog op een advertentie in een vergeeld blaadje. Er stond een foto van een meisje in een bruidsjurk, ze had glanzend haar, geopende rode lippen en waarschijnlijk gladgeschoren oksels hoewel ik dat niet zeker weet. Uit haar hele houding blijkt dat ze meer dan uitgelaten misschien wel met zekere merkwaardige erotiek aan het wachten was op haar huwelijk. Of misschien was het al voorbij? Ik kon me niet voorstellen dat dit het prototype van een jonge vrouw was die wacht op haar huwelijk. En ik was blij dat ik dat niet zag maar een verlangen naar meer. De lichtreflectie op haar haar deed me vermoeden dat ze als een heilige was geportretteerd  zodat elke man in haar een mogelijke scheve schaats kon rijden. Een knap meisje is automatisch een goed meisje maar de bruidsjurk  is een slecht attribuut in deze foto. En toch is dit meisje een papieren droom, leeg en vreemd maar verleidelijk.  Graag werd ik met haar verbonden in deze vergeelde blauwe golflijnen, werd ik haar halfschaduw op haar kleed als een commentaarstem bij haar verschijning. Maar eens naast haar zou er niks meer dan ademloosheid en twijfel zijn, een sensueel dromerige zweeftoestand die elke emotie onecht maakt of te banaal om er door geraakt te worden. Is dat nu een bruid, dacht ik en hoopte verder van niet want als het huwelijk iets is waar men geen emotie kent en elke uitingsvorm onder controle wordt gehouden dan is het huwelijk “cool”. Dan kan ik beter naar uitgeknipte close – ups kijken die – zoals bij vele mannen- steeds ten gunste staan van mijn universele fantasie.

Dolend door straten en in verlaten feestzalen probeerde ik je ogen te vatten.

Terwijl je het schuim van een drijfzandlied weg ruimde,

waarin studenten-kringen

hun verleden bezingen

en hun woorden klinken als gestamel waarin tijd hen uiteen drijft.

Is dat het waar je zoveel moeite mee hebt?

De tijd die ongenadig maar gelukkig

-net als ik- schoorvoetend langs jou heen gaat?

Uit de tijd kan je alleen maar

kracht halen

door haar ruimte te geven.

De tijd kan je niet in schema’s nog in kleuren gieten.

Hoe meer je haar probeert te vatten,

hoe weerbarstiger ze wordt, net als jij.

Geboren in dit vochtland moet je je weg

stroomafwaarts struikelen.

Op geen enkel papier zijn alle vergissingen uitgesloten.

De wetenschap probeert alles te vatten

en dat is moeilijk in een land waar de treinen onder Amsterdam niet hard mogen rijden.

Hoe je het leven ook in vormen stampt, de spieren blijven steken,

verkrampt, alleen de zeeman weet het zeker;

de aarde is rond,

als we dat mogen geloven eindigt elke bodemloze put boven.

Jij bracht een deel van je tijd door in opklapbedden

dromend van een leven lang eenzaamheid.

Groot worden met handen in alle soorten en maten;

Loophanden, werkhanden, huishanden, vijfvingerhanden…

Op eigen vingers staan; het maakt een hand gezond.

Jij als geen ander weet dat het slaan

van het hart geen bewijs is van leven.

Laat staan van…het leven.

Mijn hart – net als het jouwe –

verlamt me wel eens alsof het een hand is die

op mijn mond wordt gelegd.

Ken je dat ?

Het hart dat je doet zwijgen?

Alleen het zwijgen kan me van mijn

woordenkoorts genezen.

En zo zag ik je dikwijls;

zwijgend in een wereld zonder te laat.

In een wereld waar de tijd volgens jou

teveel heeft tekortgeschoten.

Luisterend naar nachtelijke gedichten

over wind en straatlantarens.

Terwijl je dacht, ik las het in je ogen;

dit kan mijn leven nog niet zijn.

Maar je geboorte, je moeder, je schaduw,

je handen en je hart spreken tastend

voor je uit.

 Pavane pour une infante défunte is een muziekstuk voor piano, dat in 1899 werd geschreven door de destijds 24-jarige Maurice Ravel. Ravel schreef in 1910 ook een georkestreerde versie. Het stuk werd al gauw bijzonder populair. De enorme populariteit werd voor Ravel zelfs een bron van ergernis omdat hij vond dat hij ná de Pavane veel betere stukken had geschreven, die tóch minder geliefd waren.

Later rekende hij dan ook genadeloos met dit werk uit zijn jeugd af. Hij schreef: “Terugkijkend na zo’n lange tijd, kan ik in de Pavane helemaal niets bijzonders meer ontdekken. Integendeel, de zwakheden van dit stuk zijn me des te duidelijker: de al te opvallende invloed van Charbier en de zeer gebrekkige vorm”. Hij ergerde zich ook altijd buitengewoon aan stereotype uitvoeringen van zijn Pavane en placht te zeggen dat het de prinses was die was overleden en niet de Pavane.

Over de titel werd veel gespeculeerd: Pavane voor een overleden (Spaanse) prinses. Ravel was hier echter zeer openhartig over. Hij had de titel gekozen omdat hij de klankovereenkomst van de “p’s” in Pavane en pour én de “f’s” van Infante en défunte zo mooi had gevonden.