Soms vraag je je af hoe mensen op deze blog komen? In de blog statistieken zie je dat mensen op deze blog op de meest vreemde trefwoorden zoeken en hier terecht komen. Bijvoorbeeld als je op “man met grote handen” zoekt dan kom je bij mij terecht. Wel ik kan je verzekeren, ik heb de kleinste handen van de hele wereld! Al eeuwen word ik uitgelachen met mijn handen dus is het echt te maf voor woorden dat ik in de googlezoekmachine geregistreerd sta met “man met grote handen”. Wat ik me wel af vraag is waarom mensen dat zoeken, “een man met grote handen.”? ’t Zou natuurlijk van alles kunnen zijn maar ik denk dan, omdat ik zelf ook aan ’t verbouwen ben, omdat ze iets groots moeten versjouwen. Of misschien is het wel een heel klein mevrouwtje die opzoek is naar een man met grote handen om haar in één keer op te heffen. Misschien wil ze dat wel eens meemaken? Wat zou jij kunnen doen met een man met grote handen? Ik heb ooit, en daar is hij weer!, Jean Marie Pfaff een hand gegeven. Jeezes, wat heeft die man grote handen seg! Daar konden de mijne makkelijk vijf keer in. Eerlijk, denk ik dat het een handicap is als grote handen hebt meer dan ik met mijn kleine handen. Gisteren ben ik naar Bert Kruismans’ nieuwe show gaan kijken in Aalst. En die heeft een grote snor. “Grote snor”. Nu ik dat heb geschreven komen er dus nu ook mensen op mijnen blog die iets moeten weten over een grote snor. Misschien moet ik daar dan iets over schrijven? Maar ik heb geen snor. Meer nog, ik sta echt belachelijk met een snor. Bert Kruismans staat goed met zijn snor,  maar ik? Je moet het als vrouw ook willen, hé. Zo’n snor. Ik denk dat het kriebelt.

Ik ben het liefst van al zacht in mijn aangezicht.Ja,zacht! En ik doe dat niet voor de vrouwen, hé! Ik doe dat voor mezelf want ik krijg uitslag als ik mijn stoppels laat staan. ‘k Zal u vertellen, ik heb me nooit leren scheren. ‘k Heb op tournee geleerd hoe een man zich scheren moet en daarvoor klote ik zomaar wat aan en ik kan u verzekeren, ik zag er ni uit. Maar nu weet ik het ongeveer, ik heb het mezelf geleerd, en nu scheer ik me dus elke dag. Zacht, met mijn te kleine handen.

Nonkel Jef is dood. Nonkel Jef was de man van tante Maria. De zus van mijn vader. Vele zomers ging ik bij hen logeren. Tante Maria en nonkel Jef namen me dan naar al de plekken die ze gingen bezoeken. Tante Maria was voorzitster van de PVV – dames in Beringen en moest- omdat ze dat zelf wou- goed aanwezig in het plaatselijke leven. Kin – avonden, naar het Koersels kapelleke…Tante Maria vooraan en nonkel Jef er achter. Kijkend, sigaretten rokend en knikkend naar al die mensen die hij vaag kende. Nonkel Jef hoorde slecht en lachte luid. Maar nooit uitbundig. Z’n lach bleef altijd achter z’n tanden en toch rolde soms tranen van vreugde over zijn wangen. Elke ochtend lazen nonkel Jef en tante Maria de krant, daarna reden ze naar de bakker of ging tante Maria naar de kapper en nonkel Jef bracht haar en wachtte. Met mijn vader besprak hij de politiek, de sport, het leven tout court maar nooit ging hij ergens tegen in. Hij liet mijn vader zijn gedacht, luisterde, zei er het zijne van en ging dan naar de kelder om iets verfrissend te halen.

Toen tante Maria stierf werd ze gecremeerd op oudejaarsdag. De koffietafel was in het casino van Beringen. Een grote zaal was voorzien maar meer dan de helft bleef leeg. Nonkel Jef zat en keek en dacht er het zijne van. Elke middag ging hij eten in een plaatselijke taverne. Iedereen vind het normaal dat hij daar was. Te normaal.

 

Na de dood van tante Maria wilde nonkel Jef ook zo snel mogelijk weg, haar achterna. Hij deed wat hij deed en wachtte.Toen hij ziek werd wilde nonkel Jef geen hulp; geen dokters, geen ziekenhuizen. Kanker was over zijn hele lichaam uitgezaaid. Mijn vader probeerde elke dag bij hem op bezoek te gaan en vertelde hoe hij langzaam aftakelde. En nu is hij er niet meer. Met mijn vader in de buurt is hij gestorven. Mijn vader is vandaag jarig maar vieren doet hij niet. Toch niet echt. Langzaam ziet hij mensen die hem ook nauw aan het hart liggen kwaaltjes krijgen en verdwijnen dat rijmt moeilijk met jarig zijn. Nonkel Jef zal nu al bij tante Maria zijn en tante Maria zal hem aan iedereen die ze kent voorstellen en nonkel Jef zal kijken, knikken en er het zijne van denken.

            ik heb vleesangst

als kind al

dat komt door Maurice

de beenhouwer om de hoek

met zijn kiekenkontenkop

en zijn te grote witte tanden

die vloekten bij zijn roodkoperen kop

van geronnen bloed

een pond geperste kop Maurice alstublief

en dan lachte hij zijn witte tanden bloot

en brabblede iets onverstaanbaars

awaidgaizemetskevasj

beenhouwers

ze hakken hun woorden met hun tanden

ze spuwen hun angsten naar de klanten

en Maurice maar lachen

awaidgaizemetskevasj

ik doorsta nog steeds doodsangsten

als ik zo een koteletje op mijn bord krijg

zie ik altijd die tanden naar me kappen

later heeft hij zich opgehangen

in de winkel geplet tussen de runderen

door de schok was zijn gebit

uit zijn bek geschoten

hij lachte zich een ongeluk

een pond geperste kop alstublief

Mijn broer Peter was met alles eerst, hij was dan ook ouder dan ik maar nu heeft hij ook z’n eigen blog:

www.peterpercevalshumancomedy.blogspot.com

Hoe meer communicatie, hoe minder er gezegd wordt

Hoe meer internetpagina’s, hoe minder inhoud

Hoe meer netwerksites, hoe minder menselijk contact

Hoe meer porno, hoe minder kinderen er geboren worden

Hoe minder grenzen, hoe meer nationalisme

Maar laten we er tenminste voor zorgen dat we kunnen blijven lachen. If you can’t beat them, join them. Hip, hip, hoera voor nog meer rommel op het net. 

Wij, “de Percevalinos” slapen allemaal hetzelfde!

Ik weet het zeker want ik heb bij mijn vader geslapen,

Jaren het stapelbed gedeeld met mijn broer Peter.

Mijn neven heb ik zien slapen!

En mijne zoon slaapt ook zo.

Met één voet onder de lakens uit.

Bekijk het als een thermometer om altijd de ware buitentemperatuur te weten.

“Met de vinger aan de pols.”,zou je kunnen zeggen want ze kunnen ons nooit verrassen met één of andere onverwacht manoeuver in het midden van de nacht want wij zijn er altijd klaar voor.

“Altijd paraat!”, zou je kunnen zeggen want altijd in het volle besef dat er verder dan dit nog veel meer is. Conclusie zou kunnen zijn dat we wreed slechte slapers zijn en dat is ook zo maar dat ontwikkelt zich dan weer meer op latere leeftijd. Mijne zoon zit nog in de oefenfase van zijn leven dus dat voetje is puur traditie…nu nog want later! Dag en nacht en altijd, “de Percevalinos”. En waar ze dan van wakker liggen? Dat het leven gaat zoals het gaat en waarom het dan niet anders is. Maar dat is voor later.

De wereld zinkt in mijn schoenen.

Dees doos is alle wa da’ k heb.

Ik zen ni ongelukkig.

Nee,ik zen soms wa verloren.

Dees leven is ni ça va.

’t Zijn leugenaars die dat zo noemen.

‘k heb mijn vrouw,

mijn grote liefde tot in ’t diepste van mijn tenen

verloren

omda’k kwaad was in dees leven.

Kon daar niks aan doen.

‘k zen zo geboren.

Dees doos is alles wa da’k heb.

Mijn moeder hee mij dat voorbeeld gegeven;

Spuwt op ’t leven dan staade altijd sterk!

Ze liep ook soms verloren.

Z’e gelogen over dees leven

Om ’t overleven ee ze nooit van haar hart gegeven.

Dees doos is alles wa da’k heb.

‘K eb twee flinke dochters.

De schoonhed zelve.

Ik zien ze hier soms voorbij paraderen.

Ze doeng of ze mij ni kennen

Dees doos is dan ook alles wa da’k nog heb.

En as ‘k goesting heb om te spuwen.

Dees leven te lijf te gaan.

Dan gaan ik in hoekske van de statie staan.

Daar waar de treinen hunne mist uitspuwen en ik roep de liefde van mijn leven heure naam.

Toen ik gisteren thuis kwam stond er op de hoek van de straat een speciaal interventie team van de politie. Van die boomhoge gasten met bivakmutsen en al, klaar om ergens binnen te vallen. In de buurt waar ik  woon woonde vroeger ook Karel Deschutter, de huurmoordenaar van Karel Van Noppen.  En toch vraag ik me dan af, terwijl ik die gasten daar zo zie staan, hoe het leven van die of geene nu verder gaat. Ze pakken hem of haar op en dan…dan is het gedaan, denk ik dan. Of zou het echt zo zijn dat die mensen die ze oppakken het hen niks kan schelen? Of komen ze echt snel weer vrij? Nu ja, wat het ook mag zijn, ik zou het verschrikkelijk vinden…Ik zou vooral het contact met mijn zoon missen en het niet meer mogen gaan en staan waar je wil. Zou het echt zo zijn dat je de eerste weken alleen maar wil huilen en dat dan niet mag omdat je opgesloten zit tussen allemaal stoere mannen met straffe verhalen? Ik vraag het me af en wil het me verder blijven afvragen zonder het te moeten ondervinden. En toch, Ooit ben ik ‘ns in de cel beland omdat ik te veel had gedronken en de politie van Antwerpen over – ijverig waren/ zijn in het zich bezig houden met futiliteiten. ’t Is waar hé, plas tegen een boom en ze pakken je op maar pleeg een moord en ze doen alsof ze heel veel moeite moeten doen om je te vinden terwijl… iedereen weet dat als je een moord pleegt je je daarna zo onopvallend mogelijk tussen de massa moet bewegen omdat je anders opvalt en je mag niet opvallen. Iemand die een moord pleegt zal niet daarna tegen een boom staan pissen! Dus de politie moet zich niet concentreren op die zingende zot op z’n fiets maar meer op die grijze mus. Da’s een tip, hé!

Toen ik zo in die cel zat dacht ik, “nooit meer. Dit flikken ze me nooit meer.” Het machtsgevoel van die onbenullig- blauwe- dik- buiken omdat jij daar zit is met geen pen te beschrijven. Daarna verdrinken ze je in hun mallemolen van regels en wetten en die ze interpreteren zoals ze het begrepen hebben in les 1 van “ik wordT polis”. Afin, één troost is dat als je een moord pleegt of je doet iets anders wat echt niet door de beugel kan je moet zien dat je boven aan de ladder staat. Echt een wreed dik betaalde job, waar je nog meer krijgt als je ontslagen wordt. Da’s de kunst, dan laten ze je met rust. Dat zien we elke dag in ons kleine landje…