Nog nooit stond de maan zo laag.

Alsof ze jouw huid wilde kussen.

Je ruiken, voelen.

Nog nooit stond de maan zo laag.

Ik kleedde je uit en je gouden huid schitterde tegen het firmament.

Het waren wij alleen.

Nog nooit stond de maan zo laag.

En verlichtte de hemel.

Alleen  om bij jou te zijn.

En haar ogen te sluiten voor de rest van de wereld.

 

Ik hoor een deur dicht slaan. Ik schrik wakker. Ik hoor het gezoem van een mug.

Ik hoor de nacht ruisen en dan roept er iemand: “Ik haat u!” .

Het is donker, alles is gestopt met bewegen. Alles,  ook de spinnen zitten roerloos in hun web onder je kussen. De mug stopt met zoemen en dan hoor ik weer een deur dicht slaan.

Gesnik in de gang. Ik trippel met mijn slaapvoetjes tot aan de deur en open ze voorzichtig.

En  daar in de gang staat een meisje te huilen.

Ze lijkt wel een prinses, ze heeft de mooiste kleren aan.

En daar sta ik dan naar haar te kijken in mijne pijama.

De kou van de wereld klopt onder mijn voeten want hoewel het hier nacht is werken de ijsberen aan de kou. De kou moet blijven ook ’ s nachts!

Een ijsblok drijft voorbij…. zomaar in het midden van de nacht.

Hij is van ver afgedreven om hier kou te mogen zijn en dan te smelten onder de warme lucht.

Die warme lucht die uit de woestijn naar hier komt gewaaid.

Ja, want als het hier nacht is poken ze in de warme landen het vuur op om onze huiden straks te mogen verwarmen.

En het meisje staat te huilen.

Ruzie in de nacht.

Ik moet haar troosten, ik zal haar troosten.

Ik neem haar in mijn armen en trek haar mee in mijn bed.

Mijn bed, een luchtschip vol piraten die haar zullen beschermen tegen al het geruzie van de nacht.

“Schip ahoi, kameraadjes!”

De tranen van het meisje drogen op door de warme landlucht die onder mijn dekentje vandaan komt. En ik voer haar mee. Door de lucht waar we vechten met wolken en sterren en schimmen en schaduwen die we zelf maken met onze pillamp. Laat ze maar komen, al die spoken die ’s nachts door onze hoofden dwalen. Die ruzie zoeken of ons willen duwen in die afgrond waar we dan toch overvliegen. Want ’s nachts, in je dromen kan je alles en ben je alles.

En dan zou ik de nacht willen stilzetten en voor eeuwig bij haar, bij dat meisje willen blijven maar dat gaat niet.

Want de tijd loopt door.

 

Mijn zoon zei me daarstraks dat hij niet naar me wil komen. Ik vroeg hem waarom. “Je bent te grof.”, fluisterde hij en liep van de telefoon weg. Ook al zijn het maar woordjes van een vierjarige en ook al ben  ik van metaal, toch plooien zulke woordjes dit metalen frame. Met een kloppend hart sta ik straks voor de schoolpoort en hoop dat hij toch een héél klein beetje blij zal zijn als hij me ziet…

 

 

“De stilte vult de ruimte. Een ballon vol stilte. Snuif…de geur, het getrappel van hun voetjes. Precies paarden maar het zijn acteurs.”

Nu zondag maak ik voor het Paleis een “zondagse wandeling”. Doel van dit project is mensen die van het bestaansminimum leven de kans te bieden om kennis te maken met wat theater zou kunnen zijn. Bij vorige edities van dit project kwamen er slechts een handjevol mensen opdagen en dat omdat de drempel nog steeds te hoog is!  Ditmaal is er een kunstmatige drempel om over te stappen in de wondere wereld van het kijken, voelen en luisteren te duikelen, ook wel theater genoemd. Moest je goesting hebben om te komen reserveer dan even een plaatsje op www.hetpaleis.be. Want iedereen is welkom en als je denkt, “hey, die leeft waarschijnlijk van ’t bestaansminimum.” Dan zou je je daar wel eens lelijk in vergissen.

“Voel het fluweel, het dansen, de mensen naast jou. Voel!”

Fenomenen als stormen, als krachten van de natuur; onwrikbaar, onveranderlijk, ik word er nu zelf één om te sidderen, te bibberen, te verlangen naar, te wachten. Maar nooit zal open en bloot durven toegeven dat er liefde is.

 

stefan p.

 

VOOR “PRINSES MATHILDE”

 

“Als er iets is…”, riep de man,”financieel of emotioneel dan moet je het zeggen, schat.” En hij trok de deur dicht en verdween in zijn werk van passen en meten en vriendelijk zijn tegen mensen waar hij eigenlijk ook het zijne van dacht maar die hij weldra aan de kant zou schuiven want nu had hij een baan met doorgroeimogelijkheden. De vrouw bleef alleen in de zetel achter en luisterde naar het huilen van haar baby. “Het is me te veel.”, fluisterde de vrouw, “Dat eindigt ook met eel.”. Ze lachte en liet de baby huilen, ging uitgebreid in bad en toen ze er uitkwam was de baby gestopt met huilen. Het wezentje lag te slapen. “Jij gaat naar mij luisteren.”, sprak de moeder terwijl ze met haar natte vinger de zachte babykaken streelde.

En zo geschiedde…

 

stefan p.

Het in hokjes denken, is dat iets wat nu de kop opsteekt of heeft dat altijd bestaan? Ik probeer mijn blik en gedachten zo ver mogelijk open te houden opdat ik niemand beoordeel of ver-oordeel vooraleer ik er kennis mee heb gemaakt. En natuurlijk bestaat er zoiets al smaak en kleur maar hoe kan je oordelen over smaak en kleur als je het alleen maar van horen zeggen hebt? Op dit ogenblik begeleid ik de jongens van het vierde jaar hout, beroeps van het VTI in kontich voor een productie,wij? genaamd, waarbij ik er vanuit ga dat elk mens, hoe klein en moeilijk ze ook zijn en hoe gestigmatiseerd ze ook zijn een ongeslepen diamant is. En dat als ze willen natuurlijk, ieder mens zijn werkelijk kunnen moet kunnen tonen. Al te gemakkelijk zou het zijn, mocht ik me als kunstenaar opsluiten in een ivoren toren en me niet betrekken bij de zoektocht van een mogelijk toekomstig publiek. Hoe groot, klein, zonder onderscheidt van ras, kleur, intelligentie…Net omdat die kloof er wel is in onze maatschappij is het mijn verdomde plicht als kunstenaar -nu meer dan ooit -onze godverdomste plicht -en ik weet dat ik niet mag vloeken- om mensen te motiveren en de kans te geven zich te uiten. Daarvoor zet ik alle middelen in om voor een zo breed mogelijk publiek mijn verhaal te doen, de verbeelding te laten spreken. Dat is mijn engagement in dit vak en dat is het parcours dat ik afleg. En hoe zou het zijn mocht elk kunstenaar, al was het maar af en toe, even naar beneden komen en daadwerkelijk investeren in een ander dan zichzelf? Helaas leren de wetten van de markt en de maatschappij ons dat je alleen met jezelf bezig moet zijn en als je dat niet doet dan ben je een vogel voor de kat. Uiteindelijk heb je maar 1 vriend en dat ben jij. Dus ik begrijp het wel dat de meeste kunstenaars prefereren om vanuit hun toren voor het hun en enkel hun geinterreseerde Oilily publiek kunst te blijven maken. Die kennen ze, dat is veilig, daarvan krijgen ze bevestiging. “Ik heb een publiek opgebouwd…”, tuiten hun lippen zuinig en ze nippen aan hun glas met diezelfde lippen.

Vrijdag ga ik naar de dageraad, een school voor bijzonder onderwijs in het prachtige Haspengouw. Daar ga ik vertellen en in de namiddag brengen deze kinderen hun zelfgeschreven gedichten. Vorig jaar was dit voor mij  een enorme ontmoeting met leerkrachten  die vochten voor hun kinderen die in deze maatschappij al letterlijk geklasseerd zijn. Hun gedichten spraken van een grote volwassenheid die niet tot bloei kwamen maar wel (levens-)ervaring hadden. Hier heb je te maken met echte mensen, met veel schroom en ondanks hun jonge leeftijd een echt verhaal.

Bloedrode hemel die mijn hart verwarmt.

Zacht gestreel van dit universum

Wanneer heb jij bepaalt dat ik zo moet huilen om uw aanwezigheid?

Ik ben en was een deel van u en nu verstoot je me zo lafhartig.

Zoet gemin van al wat we hadden bleef niks meer over.

Er was echte liefde.

Maar het gezoem van de wereld doorbrak het met haar stilte.

Daarom

Als je ooit nog eens je hart aan mijn oor legt doe het dan voorzichtig.

Graag neem ik het ritme over van je ademen.

Het pompend rondstuwen van je bloed.

Van je zijn.

Als je ooit je hart aan me geeft doe het dan voorzichtig.

Ik wil altijd zeker zijn.

Een hart van we – zien  – wel doet zo veel pijn.

 

stefan p.