Gisteren hoorde ik een theatermaker zich een weg wringen uit een project dat hij had geregisseerd en waar hij duidelijk niet blij was met het eindresultaat. Hij had het voelen aankomen want toen de repetities begonnen riep hij dat hij enkel nog wilde coachen. Toen ik hem vroeg waarom hij dat zo graag wilde en wat het verschil tussen de beide was zei hij  dat hij het verschrikkelijk vond om tegen acteurs te zeggen wat ze moesten doen. Wel, nu speel ik bijna elf jaar en nog nooit heeft een regisseur tegen me gezegd wat ik MOEST doen. Het zegt veel meer over hem als regisseur, excuseer…coach. Toen zei hij me dat hij vond dat acteurs moesten genieten om voor een publiek te staan. Wel, ik ben nu dus al bijna elf jaar acteur en toen ik van school kwam had ik geen enkel benul van wat dit vak nu in hield. Ik had over vier jaren heen les gekregen van de meest uitlopende theatermakers en elk had zo hun waarheden over dit vak. Pas toen ik begon te acteren voelde ik wat het was om voor een zaal te staan en deze te mogen ontroeren, te laten denken, lachen… Ondertussen begrijp ik het allemaal wat beter maar ik weet ook dat het vaak een strijd is en dat het aan de coach is om je te overtuigen, te enthousiasmeren, inzicht te geven…en dan kan je zelf nog kiezen of je in dat verhaal wil meestappen. Ook vond hij dat acteurs vanuit een eerlijkheid moesten spelen en dat hij dat hier miste. Wel, nogmaals wel, dat moet je leren want dat zo maar poneren als een staat van zijn is niet voor iedereen even eenvoudig. Toen de coach voelde dat zijn verf niet pakte draaide hij zich om en ging in zijn eigen gelijk verder. Jammer want de coach had een goeie regisseur kunnen zijn mocht hij niet vanuit de verdediging coachen.  

 

Mijn zoon zit nu al bijna twee weken op school. Vanavond was het ouderavond waarbij de ouders aan de kleine tafeltjes plaats nemen en voelen wat de kinderen dag in dag uit voelen, de strenge maar rechtvaardige hand van juf Gonda. Daar zaten we rond de tafeltjes en telkens ze wat zei dacht ik, “die van mij ni. Mijne zoon is te slim…”. Maar echt benauwd kreeg ik het toen juf Gonda ons vertelde dat er ook een computer in de klas staat waar de kinderen mee leren omgaan. Ik zag mezelf als zestien jarige puber nog het MS-dos programma onder de knie zien te krijgen en nu leert mijn vierjarige zoon hoe hij met de computer om moet gaan. Alles begint met het leren omgaan met de muis, vertelde ze ons. Inderdaad, een niet onbelangrijk detail in het leven maar nu al, dacht ik.

 Ben ik nu achterlijk of romantisch? Of een combinatie? Moet ik dit tegenhouden? Nee, dus.Dat ik achterlijk romantisch ben heb ik al een paar keer in mijn leven mogen ervaren maar nu moet ik ook mee omgaan dat het liefste wat ik zie op deze hele planeet sneller gaat dan het licht. Ik zie hem elke dag groeien, ik hoor wat hij zegt in ik denk;… juist ja, dat denk ik want mij kind schoon kind! Nu ben ik aan het denken hoe ik dit allemaal best opvolg.

Ik ben een vader die graag mooie aanbiedingen en ambities aan de kant schuift om mijn zoon te zien opgroeien, om bij hem te zijn in dit leven. Zodat ik mezelf nooit het verwijt hoef te maken dat ik er niet was ondanks alles (en dat verwijt zal ik sowieso krijgen, denk ik…). Want ik krijg zo het schijt van die vaders die dan zeggen dat ze het zo spijtig vinden dat ze hun kinderen niet hebben zien opgroeien. Ik doe het, heel bewust, rustiger aan maar ik denk dat ik nu op het punt ben gekomen waarop ik niet meer weet hoe nog te volgen. IK MOET THUIS BLIJVEN! Dat meen ik echt, er moet een fonds opgericht worden voor vaders die hun kind willen zien opgroeien en dat stap voor stap willen meemaken en zelfs dan zullen ze nog te laat zijn want het gaat super – snel. Ik wilde juf Gonda vragen of ik niet, al was het maar af en toe, de lessen mocht bijwonen om te weten  (het besef te hebben) hoe snel het wel niet allemaal gaat. Maar ik heb die vraag ingeslikt en me stoer gehouden en opgescheept over het vele werk en al het goede in deze wereld zoals; “mega mindy”, “kabouter plop”, “spring” en al het andere… Nee, echt waar ik ben wanhopig en het is nog maar het tweede kleuterklasje!

De werken aan mijn huis zijn inmiddels begonnen. Het stof kruipt tussen de het vele werk en de letters door.  Mijn zoontje van vier droomt – al sinds we hier wonen – van een boomhut. Dankzij het supersnelle internet kan je opzoek gaan naar “boomhutbouwers” maar dat levert buiten exclusieve verblijven in een boomhut niet al te veel op. Dus na het zoeken van aannemers ben ik nu opzoek naar een boomhutbouwer. Zoals mijn zoon het zegt, ” een droomhut”. Van waarop hij de wereld kan aanschouwen en misschien soms ook wel in kan slapen…”Ga je me dan niet missen?”, vraag ik dan. “Papa, ik ben in de tuin. Da’s vlakbij. En daarbij ik zorg er dan voor dat jij goed kan dromen.”. En weet je wat? Ik geloof hem. “Een droomhut zullen we bouwen en als de verbouwingen klaar zijn komt er ook een poes en die zal “minneke jef” heten!”, vervolgt mijn zoon die Jef heet. Met dit mini-miauwend creatuur met een staart zal hij dan de wereld veroveren vanop zijn droomhut. En vader werkt en ligt ’s nachts wakker. En zie mezelf als mijn zoon bij z’n moeder is al met “minneke Jef” een gesprek aan gaan.

mijn hart
mijn hart

Van 14 september tot 19 oktober van dit jaar maak ik Mijn Hart in de vijf vlaamse provincies. Telkens op een andere lokatie, telkens een ander verhaal. Tickets en info: www.hetpaleis.be

Een goeie vriend van me is getrouwd en ik moest een speech geven…een huwelijksrede…

 Mijn dierbare vriend,

 

Jij en ik zijn al veertien jaar bevriend.

God, een vriend hebben is iets heel bijzonders,

zeker een echte vriend zoals jij.

En nu ben je getrouwd met Saskia,

een vrouw als een rots en ik moet toegeven,

zij doet ook mijn ziel pinken.

Ik ben onder de indruk van het verbond dat jullie

vandaag hebben gesloten

Het huwelijk is voor mij een zeer emotioneel ding.

De dag zelf wordt er veel gelachen en gehuild en die dag zet zich verder in een  leven – samen dat uitgroeit tot een ritueel waar nog veel meer gelachen en gehuild wordt, een zuiveringsproces/ een feest  zoals de oude Grieken wekelijks gaven om zich te verlossen van al hun lasten.

Feesten, en iedereen weet dat wel, is één van de hobby’s van onzen Dirk.

Nee, op onze vele rooftochten in dit veel te kleine landje en ver daar buiten kunnen we niet zeggen dat we ons als ware monniken hebben gedragen die van ’s morgens tot ’s avonds thee dronken.

Van zodra het grijze van dit landje begon te dooien en het naar de lente rook pasten we onze kledij aan  en vlogen als ridders door de straten, klaar om te verslinden of verslonden te worden.

Heerlijk. Als beginnende “natuurwetenschappers” ontdekten we de liefde die dat buitenleven met zich meebracht. En hadden zo onze plekken waar we ons schuil hielden.

Zo kregen we stilaan een beeld van het leven dat soms ruw en kleurloos is en waren opzoek naar de grote levensvragen en telkens was love the answer en smeten we ons in datzelfde leven.

Ja, jullie mogen allemaal van geluk spreken dat wij vandaag niet zijn getrouwd want ik houd van die jongen.

Bon, ik zal iedereen de details van al onze avonturen maar besparen want dan wordt het echt te gortig met schapen enzo…

Nee serieus, ik was al blij dat die kus daarstraks een beetje binnen de perken bleef.

 

Vandaag begint het nieuwe schooljaar. Mijn zoon gaat naar de tweede kleuterklas, bij juf Gonda. “Ik heb haar nog niet gezien.”, zei hij deze ochtend aan de telefoon tegen me. En dan school, het is voor de één toch anders dan voor de ander. Ieder maakt zijn school, het is zoals die kunstschilder.

Hij zat op zijn stoel in de tuin en keek naar zijn schilderij.

Toen kwam de buurman langs.

‘zo schilder’, zei hij.

‘ben je lekker aan het uitrusten?’

‘Nee’, zei de kunstschilder, ‘ik ben aan het werk’.

Een paar uur later kwam de buurman weer langs.

De schilder stond voor zijn doek.

Hij schilderde het in een kleur.

‘zo schilder’, zei de buurman, ‘eindelijk aan het werk?’

‘nee’ zei de kunstschilder, ‘nu rust ik uit’.

 

Het weekend staat voor de deur, wat moet ik doen:

*uitbreken van muren in mijn huis.

*mijn hart – limburg afwerken.

*de moeder van mijn zoon veel geluk wensen met haar huwelijk.

*aan mijn zoon denken op het feest…

*het is cultuurmarkt, cultuurminnend vlaanderen ruikt aan elkaars kont, aangezien ik daar deel van uitmaak moet ik misschien ook eens langs gaan maar dat van die kont steekt me zo tegen.

*af en toe iets aan mijn lippen zetten of door mijn strot duwen.

Goe weekend van onder een dikke steen!

Ik hou niet van eenzaamheid.

Nee. Soms kan ik gewoon uren naar het voetbal op tv kijken.

Gewoon.

Om de tribunes vol te zin staan met mensen.

En te denken.

Te denken dat ik er bij zou horen.

Maar dat is niet zo

Het gedacht is veel sterker dan wat dan ook.

Ik hou helemaal niet van voetbal.

Ik weet nog altijd niet wat een off side is.

En dan moet ge weten dat mijn vader dat elke avond riep.

“Godverdomme, arbiter, dat is ne pure off side! ZIEDE GIJ DAT DAN NI!”

Ik heb het hem nooit durven vragen. Maar ik denk dat die mensen daar op die tribunes ook niet weten wat nen off – side is.
Bijlange ni. Die kunnen gewoon ook ni tegen de eenzaamheid en daarom zitten ze dan in groepen en verenigingen. Dat heb ik nooit gedurft.

Ik heb schrik van mensen die ik niet ken.

Soms gaat het beter.

Als ik weer is ne film zien over mensen die nog meer schrik hebben van mensen die ze niet kennen. Dan voel ik me weer wat beter.

Dan denk ik,

Ja,

Denk ik dan.

Het heeft geen zin zoveel schrik te hebben. Schrik is iets van voorbijgaande aard.

Maar mij aansluiten bij ne groep dan doe ik ni. O, nee. Dan val ik nog liever dood.

Echt waar.

Boef. En ’t is gedaan.

Geenen asem meer uit mijnen mond. ’t kan me  ni schelen da’k ni sociaal genoeg ben. Just geen kloten kan me dat schelen.

Just niks. Geeft mij maar een stadion vol met mensen die ik ni ken.

In ne positie waarvan ik zelf kan bepalen wanneer ik ze wegjaag.

Zap.

En ’t is gedaan.

Leve de eenzaamheid.

Leve de 1 – zaam – heid.

De hei.

Dat is nog zoiet.

Mensen gaan wandelen op de hei.

Mensen moeten in beweging zijn.

En daarna ne pannekoek eten in “’t hoeveke”.

Nee bedankt. Ik wandel van mijn keuken naar mijn living.

En soms.

Soms.

Trappeke op.

Naar de wc.

En dat voel goed.

Daarbij.

Masturberen. Dat zijn evenveel calorieën dan ne keer den trap op en af lopen.

Just zoveel. Dus ik heb geen sport nodig.

Als ge verstaat wat ik bedoel.

Maar verstaat ge mij.

Hey gij!

Verstaat gij mij!

 

(smijt een pantoffel naar zijn televisietoestel. Zwart niks)

 

Ik denk dat ‘em kapot is.

Och ja, dan moet er morgen iemand langs komen.

Laat maar komen.

Ze moeten hun teevees maar wat steviger maken.

Allé.

En dat van ne stoemme sloef.

’t is allemaal niet meer zo stevig.

Speelgoed.

Ja, maar geen stevig speelgoed.

Plastic speelgoed.

Vodden.

Niet zoals het in den tijd maakte.

Stevig.

Uit hout.

Houten figurekes.
Uit schoon hout.

Geen waaibomenhout.

Maar schoon hout.

Hout.

Hard hout.

Geenen MDF.

Minstens grenen.

Niks geperst.

Maar hard.

Stevig.

Hout.

H O U T.

Of iets anders.

Maar stevig.

 

Een gebroken hart schuurt tegen de binnenkant van mijn borst

Dit hoort niet te zijn

Want dit doet pijn

Een iets dierbaar heb ik verloren was het liefde waar ik niet voor ben geboren.

Ik weet het niet.

Ik weet alleen;

het doet pijn en dan kan

je alleen maar zijn.

Een hoopje wandelende stof.

Verliefd op de hele wereld.

Maar ik durf het niet te zeggen.

Angst.

Bang.

Slang.

Dat iemand me zal bijten.

Woorden die verwijten en

gillen dan mijn naam.

Huilende moeders in

hoekjes van bedden.

Depressies die niet  vallen te redden.

Daar sta je dan als kind.

Bemind

Alleen te beven.

Vrezen.

Dat het leven ook voor jou zo zal worden.

Nee, jij zal je niet laten breken.

Dat heb jezelf niet in de hand.

Voor je’t weet heb je je verbrand.

De foute glimlach

op de foute plek en je leven staat boven op een hek.

Grootte pinnen en geen van je vrienden weet je te vinden.

Daar sta je dan heel alleen.

Dat is ’t leven.

Niemand om je heen.

Ga. Ga door.

Vecht en loop en wees daarbij nog gezond.

Dan weet je dat je opdracht mislukt.

De etter loopt uit je kont.

Je kan niet terug. Je moet nu door.

Ook al zoek je voor je eigen daden nog een metafoor.

Je wil nu gaan.

Je zult nu gaan en dan voor je’t weet ben je d’r aan.

Opgelopen. Opgebruikt.

Je leven naar de kloten.

Je geest gefnuikt.

Bijf niet zitten onder de spoelbak van je moeder want je moet naar ’t wc en kakken in een kast ruikt naar ongemak en kinderlijkheid die jezelf nu tentoonspreidt.

Ga. Ga door.

Welkom in ’t schone leven zingen we in koor.