1:
Mag ik u de hand drukken?

2:
Het is het eerste wat ik geleerd heb.

1:
Een handdruk is iets heel openhartigs.
Als ik koppig zou zijn zou ik dit niet doen.

2:
Niks menselijk is u vreemd.

1:
Mag ik u iets zeggen?

U lijkt op een aap.

2:
Toen ik hier aankwam mocht ik kiezen de dierentuin of het variété zoals u ziet heb ik voor het laatste gekozen.

1:
Een aap op het hoogtepunt van zijn carrière!

Ik zal u niks nieuws leren maar…
zo geeft u geen hand.

2:
Waarom niet? Het is het eerste wat ik geleerd heb. Ik geef altijd zo een hand.

1:
Het is het eerst waar u mee in contact bent gekomen daarom denk je – is het je vroegste herinnering- dat dit het eerste is wat je geleerd hebt. Maar dat is niet zo.
Het is de hand van je vader, je moeder of van een verpleegster die je je herinnert.

2:
Geloof me, het is het eerste wat ik geleerd heb.

1:
Bent u daar zo zeker van?

2:
Ja en moest ik niet zeker zijn ik zou het u niet vertellen. Alles is tegenwoordig openbaar. Alles. Niks is nog geheim.
Kijk.
(doet zijn broek uit en laat een litteken zien)
Ziet u dit litteken. Dit is een herinnering aan het moment dat ze me hebben gevangen genomen. Ik zie u nu kijken alsof u vol afschuw terugblikt op uw eigen verleden en u klaagt niet maar bent ook niet tevreden. Is dat juist?

1:

Voor een aap hebt u een menselijk inzicht .
Ik sta nooit meer stil bij dit leven.
Het is juist, Ik dien wetsvoorstellen in waar ik zelf tegenstem om de tijd tegen te gaan.

2:
Dat is mooi.
Eet en drinkt u en rookt u maar laat mij m’n waarheid.
Ik geef zo een hand. U zo.

Pa pa
wette nog da
‘k ik op m’n veloke
neffe a was
aan’t crossen langs de bomen
terwijl da gij waart
on’t joggen door het bos
op da pad vol dromen
en ik keek opzij
naar a naar boven
en gij nor mij
en ik wier wa groter
ik wier altijd blij
als gij lachte naar mij
en pa pa
wette nog da
ge me meenam nor daar
waar da kik ni mochten komen
veel te graaf
nor da concert van die grote
en niemand op’t school
die mij de volgende dag geloofde
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik wier wa groter
ik wier altijd blij
als gij lachte nor mij
ik wier altijd blij
als gij lachte nor mij

pa pa
wordt wakker man
d’ijskast is leeg
kheb geen geld voor den tram
en as ‘k te laat kom zet den trainer
mij weer op de bank
dus wordt wakker man
wordt wakker man

En pa pa
ik weet ook nog da
kik a thuis zag zitten
en wist dat er wa
woelde vanbinnen
vanbinnen in a
ge waart veel slechtgezind
en ge kon niks verdragen
en ik had veel echte schrik
van a woorden die kraakte
als gij thuis tegen a zin
in’t leven ronddwaalde
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik lachte en hoopte
da gij dan iets zee
zonder te boren
want ik wier altijd blij
als gij lachte naar mij
en pa pa
kweet ook nog dat’
mij ni kon schillen
da ge waart vertrokken
twas thuis nimmer kil en
ik voelde me verlost en
vrij zonder schrik
ook al hield ik van a moppen
gij waart nor ginder
a liefde a leven
a carriere zonder kinders
en om de zoveel weken
kwamen wij ondervinden
hoe da ge vocht mé a schimmen
wij waren voor nikske
goe dan op te vitten
behalve as ghad gesmoord
of gezopen zat mé vrienden
dan waarde goegezind en
en was’kik awe vriend
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik voelde dan hoop
wanneer da gij
nog is lachte nor mij

pa pa
wordt wakker man
d’ijskast is leeg
kheb geen geld voor den tram
en as ‘k te laat kom zet den trainer
mij weer op de bank
dus wordt wakker man
wordt wakker man

En pa pa
ik weet ook wel pa
dat’allemaal ni simpel
was voor a
op a negentien al kinders
en ok al een vra
mor uwe kop zat vol vlinders
die wilde proeven al
wat leven had te bieden
u werk boven alles
plus al die schoon grieten
die a gére hadden
en pa pa
ik weet ook wel pa
da ge zelf als kleine
nooit hed geleerd
om zacht te zijn en
en zacht te spreken1
om ne man te zijn
die z’n kinders leerde
hun menskes zijn
te respecteren
ge zag u eigen ni gére
hoe kon d’t ons dan leren
en bekan was awe zoon
liefdeloos overleden
mor kom ’t is over
over voorbij
ik droomde lest van a dood
mor ge kwam overeind
en ge keek nor mij
en ikke nor a
en ge lachte nor mij
en da mokte me blij
pake van mij
pake van mij

 Dit weekend komt de sint. Mijn zoon gelooft enorm in de goedheid van deze heilige man. Graag ga ik mee in zijn dromen en bouw ze op met wortels en klontjes suiker. En dan het verhaal als hij je ’s ochtends uit bed trekt . “papa kijk, ze hebben pepernoten achter gelaten en ze zijn met hun zwarte vingers aan mijn boek geweest.”. Ik keek naar mijn handen en zag dat ik de verf er nog beter moest afwassen maar hij zag het niet.

En dan moet ik soms terug denken aan de tijd dat ik zelf kind was en – met een boekje van een speelgoedwinkel – naast mijn moeder stond aan te wijzen wat ik allemaal wilde van de goedheilig man en ze zei, “gij weet ni wat da kost,zeker!?” En toen wist ik dat alles wat sint was niet meer was dan een commerciële machinatie maar ik ben er wel in blijven geloven.

Nog steeds krijg ik kriebels als ik de sint zie van ver of dichtbij. Dit jaar hebben we met mijn zoon drie uur staan koukleumen tot de sint van Ketnet zijn intrede maakte in de stad. We stonden vlak bij de aankomst plaats. Ik ken de sint van Ketnet van ander werk waar we soms samen vertoeven, hij zag ons en kwam op ons af en gaf mijn zoon een hand. Mijn zoon liep de hele dag als gehypnotiseerd rond want de sint van Ketnet is de echte sint.

Na de proefsessies beginnen we vrijdag aan het echte sintwerk en het is zo fijn te zien hoe het geloof in deze gebeurtenis zo onvoorwaardelijk kinderlijk kan en mag zijn.

Voor Greet,

Daar stond ze en ze vertelde dat ze geen werk vond. Ze werkt in een homo restaurant waar zelfs balletjes in tomatensaus “spicy balls” heette. Maar ze wilde spelen want ze was actrice. En dat lukte niet althans,  nu even niet want ik had haar gezien als sneeuwwitje en samen met mijn zoon wilde we haar redden maar één of andere vrijer viel in haar armen en eiste haar op. Onze sneeuwwitje was bezet en nu had ze geen werk en ze had geen lief en ze ging naar feestjes om mensen tegen te komen en te praten en af en toe een sporadische wip te plegen.

Maar ze wilde zo graag spelen en dat lukte niet want ze heeft een huisbaas die veel langs komt en haar zegt hoe ze wat moet doen zodat hij zich er niet aan ergert. Sneeuwwitje kan ze niet eeuwig spelen dat weet ik ook wel maar wat volgt er na sneeuwwitje?

Zie hier, ik wist het niet. Een dronken cultuurbarbaar feliciteerde me met de “internationale erkenning”. Ik wist niet waar hij het over had. Ik ben gaan zoeken en ja hoor, zie!

“Vlaams cultuurminister Bert Anciaux start deze week in samenwerking met de vier kunstensteunpunten een internationale promotiecampagne voor ongeveer 150 kunstenaars, ensembles of gezelschappen uit verschillende kunstendisciplines: architectuur, audiovisuele kunsten, beeldende kunsten, muziek en podiumkunsten. ARTS FLANDERS 08 bevat vijf publicaties en bijhorende dvd’s of cd-roms die telkens een prikkelende staalkaart bieden van zowel gevestigd als jong talent. Per discipline worden ook de recente tendensen besproken. Voor de selectie stonden de vier kunstensteunpunten garant: het Vlaams Architectuurinstituut (VAi), het instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst (BAM), Muziekcentrum Vlaanderen en het Vlaams Theater Instituut (VTi). De inhoud van de publicaties zal tweejaarlijks geactualiseerd worden.

De compilatie podiumkunsten stelt de individuele kunstenaar centraal en is een staalkaart van het diverse aanbod op de Vlaamse podia. Voor de publicatie selecteerde VTi 31 portretten van eigenzinnige makers – performers, choreografen, theatermakers… – met internationaal potentieel. De aanvullende cd-rom bevat videocompilaties met fragmenten die de artistieke stem van elke geselecteerde verduidelijken. De videofragmenten zijn ook te bekijken op de homepage van VTi: www.vti.be. De geselecteerde kunstenaars zijn: Simon Allemeersch, Mesut Arslan, Heine R. Avdal, Chokri Ben Chikha, Ugo Dehaes, Andy Deneys, Manah Depauw, An De Donder, Tom Dupont, Mette Edvardsen, Ruud Gielens, Inne Goris, Tarek Halaby, Mieja Hollevoet, Mette Ingvartsen, Eric Joris, Edit Kaldor, Stef Lernous, Kate McIntosh, Bart Meuleman, Hanneke Paauwe, Stefan Perceval, Arco Renz, Raven Ruëll, Wayn Traub, Tine Van Aerschot, Lotte Van den Berg, Hans Van den Broeck, Sanne van Rijn, Benjamin Verdonck en Kris Verdonck.

De publicaties, dvd’s en cd-roms werden vormgegeven door Geoffrey Brussato en zijn in het Engels opgesteld. Via de internationale culturele attachés, de Vlaamse vertegenwoordigers, Internationaal Vlaanderen en de internationale pers zullen ze nog voor het einde van het jaar hun weg vinden naar het buitenland. De verschillende steunpunten zorgen binnen hun discipline ook voor een afzonderlijke internationale communicatie.”

Er leefde eens een vorst,

O, ’ t is lang geleden,

Hij wordt nog steeds genoemd,

Zijn grappen en zijn wijsheid zijn wereldberoemd.

 

Soms was hij incognito

Ook koningen hebben soms verschrikkelijke dorst.

 

Hij had vele kinderen,

Hoeveel , niemand die het wist

Onze koning was nen tist.

 

Met zijn kinderen had hij geen echte band,

Af en toe wat officieel gespeel

De koning was waarachtig fideel.

 

En toen viel het land in crisis.

De koning wist van niks ni en vroeg een en kreeg een groter deel.

 

Het land begon te snijden,de ramen aangedampt

Het volk begin hem te benijden,

De koning was een ramp.

 

Zijn vrouw, gebarsten en levensmoe,

Gooide hem den asbak toe

En riep in haar schoonste Italiaans:

“Albert, dit is uw laatste kans!”

 

De koning boog zich voorover en nam een flinke snuif

Daarna begon hij te vliegen als een vederwitte duif.

 

’t Was gedaan met de koning,

niet meer dan een huurling met een spons in de maag.

Maar waarom was hij koning?

Dat blijft nog steeds de vraag.

Soms wordt je geconfronteerd met iemand die je zegt , “wat zou jij doen mocht de gsm niet bestaan?” Ik zou gelukkig zijn. Dat weet ik wel zeker. Want, hoe een fijne uitvinding het mobiele toestel ook moge zijn, sinds het bestaan van dat dingetje is er ook heel veel kapot gegaan in mijn leven. Mocht de gsm niet bestaan dan zou ik nu nog steeds met de moeder van mijn kind samen leven want een stomme sms was de start van een lange lijdensweg. Natuurlijk durf ik ook meer sinds het bestaan van de gsm. Een vrouw laten weten dat ze echt het einde van de wereld is is makkelijker verwoord in een sms-ke dan in het echte leven. Waar ik daarvoor bijna per ongeluk een relatie had kan je nu het slachtoffer bestoken met sms-kes waarin je haar schoonheid bezingt en voor je’t weet is er al liefde zonder dat je elkaar deftig gesproken hebt.   Dat is goed. Maar wat echt verschrikkelijk is dat ik – die heel slecht alleen kan zijn – dit toestel gebruik om uit de alleenigheid te ontsnappen. Als ik alleen ben bel ik dat het een lieve lust is. Helemaal te gek vind ik het handenvrij bellen; je kan met iemand praten, het geluid is fantastisch en ondertussen kan je van alles doen. En toch verlang ik soms weer naar de dag dat onnozel toestelletje niet heb. Dat je onderweg in een telefooncel moest gaan bellen als je al onderweg wilde bellen. Dat er naar mijn gevoel meer tijd en geduld was. Nu krijg je al commentaar als je niet binnen de tien minuten reageert op een berichtje. De wereld wordt stilaan bestookt met de wetenschap dat we d’r kanker krijgen van al dat mobiel bellen en draadloos gedoe, ook daar van. Misschien als ik het heb dat ik het ga geloven en zal denken, het is een logisch gevolg! Dood en geluk liggen heel dicht bij elkaar!