Een vrouw huilt aan één of andere boomstam. Ze heeft een baljurk aan. Het is televisie en alleen op televisie kan je huilen met een baljurk aan een boomstam. Vandaag ben ik in panne gevallen met mijn auto. Een lek waarbij olie in het koelwater lekt. Dat stelde de garagist vast waarbij ik altijd ga voor mijn oliewissel. Hij kon het niet maken…helaas. Ik rijd naar de garage waar m’n auto vandaan komt en voor de eigenaar was dit echt te veel; dat ik bij de eene garage ging voor m’n oliewissel en bij de andere kwam om de lek te laten repareren. De man ging er in een razende tirade van door dat het niet kon dat ik deed wat ik deed. Hij liep blauw aan en ging maar door. Ik draaide me om en voelde de garage boven me zweven. Ik stapte in mijn auto en reed naar huis. Daar aangekomen ben ik boven de wc gaan hangen en heb alles wat in me zat uitgespuwd. Alsof de garagist met zijn tirade alles wat in me zat had los gemaakt; de garagist van de menselijke binnenkant. Gelukkig was er toen de televisie/ een baljurk/ een boom. Het leven is soms een surrealistisch sprookje.
Categorie: Zonder categorie
dom dom
De musicalwereld ligt duidelijk op op z’n gat. Zalen blijven leeg, de Eurostar valt uit tussen het vasteland en het hart van de musicals en dan zijn er ook nog van die programma’s waar ze op zoek gaan naar de hoofdrol in de aanloop van een nieuwe musical. En dan zijn er van die mensen…ja, die zijn er… die beweren dat je mensen best geen aanmoedigingen geeft. En dat is wat onze wereld groot maakt; zwijg en wijs vooral op de tekortkomingen van een mens. Nu, begeleid ik een nieuwe groep studenten van het Buso DE DAGERAAD uit Kortessem. Samen met hen maak ik ICARUS. Vorig jaar maakte ik met een andere groep “1 seconde”, in beide projecten vertrekken we vanuit hun verhalen. Al deze jongeren worden al op vroege leeftijd geklasseerd als “moeilijk” met een toekomst die zich onderaan de maatschappelijke ladder af speelt. Deze jongeren zijn dikwijls enthousiast omdat ik geen leraar ben – daarom worden ze omringd door een fantastisch team van leerkrachten- en hen dingen laat doen en van hen vraag die niemand van hen vraagt of laat doen. Ze krijgen snel resultaat en het sterke is dat ze zelf voor het resultaat zorgen. En natuurlijk zijn er van die mensen die dan spottend roepen, “seg, nu heeft er iemand tegen die jongen gezegd dat hij talent heeft!”. “Dat was ik.”, zei ik,”En dat heeft hij ook.”
“Dat moet je mij dan maar eens zeggen dan weet ik het ook.”, zei de man. Ik slikte mijn instant woede weg en vroeg hem wat hij gaf. “Lichamelijke opvoeding.”, sprak de man terwijl hij z’n borst naar voren duwde alsof er een steen op lag.
“Ik kan begrijpen dat deze jongen misschien niet zo goed is in jouw vak. Dat begrijp ik zelfs heel goed. Maar elke mens heeft zijn of haar talent. Als er mensen zijn die heel goed zijn in het op een stoel zitten dan moeten we dat zo goed mogelijk ontwikkelen.” Ik wist dat ik met deze laatste een deur opende naar een onzin-gesprek en dus vroeg de man die er niet uitzag als een leraar lichamelijke opvoeding, “Hoeveel stoelen heb je?”.
Ik ging dichter bij hem staan en fluisterde, “je mag geen dromen afnemen.”. Ik draaide me om en voelde me alsof ik een retorisch gesprek had gehad. En dat was ook zo en zo voel ik me ook als het gaat over de werking met deze studenten. Heel veel mensen roepen dat het toch geen zin heeft en dat ik mensen alleen maar gek maak met m’n “gedoe”. En ja, wie weet, is dat ook zo. Maar wat ik wel weet is dat ik heel graag zou bewijzen dat het niet zo is. Dat je net een “creatieve maatschappij” ontwikkelt in plaats van een “zorg-maatschappij”. Nu zoek ik alleen een plek waar ik het kan aantonen maar dat vraagt tijd en middelen en net dat mankeert zowat overal. Ondertussen kijk ik naar een programma waar ze talent zoeken voor één of andere musical. Het ziet er goed uit. Kitsch maar goed. En ook dit is het bewijs dat mensen nood hebben aan positieve aandacht om zowel de mens als het product te verkopen. Maar diep in de kern hebben nog steeds de pilaarbijters het voor het zeggen in deze maatschappij en hun theorie is; “laat dom dom zijn zo komen wij er nog lang zo slecht niet uit.”.
two women
Prachtige film van Vittorio de Sica over hoe je als ouder je kind wil beschermen.
2010, het jaar van de afwezige man
Ik schreef twee jaar terug dat 2010 het jaar van de afwezige man wordt. Wat ik daar mee wilde zeggen of in welke bui ik dat geschreven heb ben ik allang vergeten. Zelfs de meest intensieve vorm van het afspeuren van mijn geest laat niets terug komen. Wat ik wel merk is dat 2010 een echt overgangsjaar zal zijn. Een jaar waar ik veel nieuwe paden zal bewandelen en blijf zoeken naar de vorm – misschien wel een structuur- om mijn werk in te tonen. En toch kan ik me niet voorstellen dat ik daardoor afwezig zal zijn? Niks is zo heerlijk als thuiskomen… Me hier nestelen. Zonder enige vorm van standpunt een verveling over mijn geest laten dalen die een beetje filosofeert, kletst, verliefd is, kookt en speelt waardoor het leven buiten die cocon bijna abstract wordt. Waar je met je neus tegen de venster zit en kijkt naar de krampachtigheid en het onzinnige en ongemotiveerde handelen van je medemens.
Af en toe doe ik hier een liefdesverklaring aan mijn lief of aan mijn zoon maar van hem mag ik het niet te dikwijls zeggen want dat relativeert de vreselijke kracht van deze fenomenale woorden en dat heeft hij nu al door. Mijn zoon die elke vrijdag op en af gaat waardoor vrijdag mijn lievelingsdag maar ook een dag is die ik haat omdat hij er dan niet meer is. Vrijdag is een dag die me oplucht en ook knorrig maakt. Probeer dat maar eens te verenigen.
“2010 wordt het jaar van de afwezige man.”, zo schreef ik het neer. Zeker is dat we in 2010 veel werk hebben. Om te beginnen is er HONDSTUK een voorstelling naar een tekst van mijn broer Peter die ik samen met Sien Eggers maak. DE LERAAR en BOLLEKE SNEEUW komt terug. Voor HETGEVOLG maak ik een locatievoorstelling met drie topactrices: An Nelissen, Sien Eggers en Marit Stocker. Het einde van het jaar 2010 sluiten we af in HETPALEIS met een kerstvoorstelling voor de hele familie met de wonderbaarlijke muziek van Alex Otterlei.
En natuurlijk ben ik al druppelsgewijs bezig met ICARUS een voorstelling die ik maak met de jongens en meisjes van DE DAGERAAD uit Kortessem. Deze week hebben ze allemaal een brief geschreven en meer vertel ik er nog niet over maar ik durf nu al wel zeggen dat het “machtig” wordt.
Een vriendin van me studeert voor psychologe en soms vertelt ze dan over haar patiënten en hoe er dan van die mensen zijn die de hele tijd dreigen dat ze zichzelf wat gaan aan doen. Als ik haar dan vraag waarom ze dat dan niet doen bekijkt ze me alsof ik met haar beroep lach.
En dat wil ik niet maar ik begrijp dus niet waarom iemand die bijvoorbeeld de hele tijd dreigt met onder een bus te lopen niet gewoon onder een bus loopt? Waarom er zoveel mensen mee lastig vallen en het niet doen? En ik schrijf dus dat 2010 het jaar van de afwezige man wordt en ik er begint me zo stilaan iets te dagen terwijl ik dit schrijf. Dat heeft me dus een consultatie uitgespaard. U is bedankt.
“1 seconde” – 11/12/2009 om 10.00u.
Als je nog niet de kans hebt gehad om 1 seconde te zien dan krijg je op 11 december van dit jaar nog een kans om dit juweeltje van de studenten van Buso DE DAGERAAD te bewonderen. En dit in het DOMMELHOF te Neerpelt in het kader van een studiedag rond kunst – en cultuureducatie. De dag begint om 09.30u en reserveren kan op balders@limburg.be! 
briljant maar technisch
“Het was briljant!”, riep een man uit, “technisch…maar briljant!”. Ik verstond er niks van, hoe kan nu iets de schittering van briljant oproepen en tegelijk afstand scheppen? Want vind je niet dat als je iets kan analyseren de magie en de schittering verdwijnen? Of ontstaat de magie juist omdat je het kan analyseren? Gisteren gaf ik een lezing in het kader van een studiedag rond kunst en – cultuureducatie aan de Leuvense universiteit, een groot gezelschap wisselde ervaringen en gedachtes uit rond dit thema. Mensen die mijn blog regelmatig bezoeken weten hoe belangrijk ik het vind dat we als kunstenaars de studenten gaan opzoeken. Ik vertelde over mijn ervaring met studenten en hoe tijd een luxeproduct is in dit hele verhaal. We leven in een gesofisticeerde wereld die per seconde een andere dimensie lijkt aan te nemen. Als je ziet hoe een land als China in een razende vaart het Westen in haalt. Daar zie je letterlijk hoe mensen worden opgevoed om er meer Westers uit te zien en zich ook zo te gedragen. Promotiefilmpjes tonen hoe dat moet en als je dat zo ziet heb je bewondering voor deze mensen maar briljant vind ik het niet. Zo bouw je een technische gemeenschap op. En daar moeten ook wij voor op passen. Ik zal me daar als kunstenaar in ieder geval tegen verzetten. En dat is dan op zich weer een goeie uitgangspositie voor het laten ontstaan van verwondering. Het zit toch goed in elkaar.
dakloze lek
Het druppelt in dit land. Er zit een lek in mijn dak, een gat dat daar bewust gemaakt is voor de uitlaat van een hightech warm water ketel…Toen ik de installateur belde zei hij me dat het niet zo ongewoon was dat het lekt omdat er nu veel water valt. Een heel chinees antwoord. Zo vroeg ik in China of de mensen die daar onder kartonnen dozen liggen te slapen – net zoals bij ons – daklozen zijn? En nee, dat zijn ze niet.Het zijn werkzoekende die nog geen onderdak hebben gevonden. En kan je ze ongelijk geven? Nee, dat kan je niet want je weet het niet en als het je niet weet dan moet je je kop erover houden. En dat zouden veel mensen bij ons op hun beurt weer in hun oren moeten knopen zodat bakken onzin vermeden worden. Maar ondertussen regent het, is er een lek, zijn in kartonnen slapende mensen gewoon dakloos en lult een groot deel van de mensheid zonder gene over dingen waar ze niks vanaf weten.
wereldse relativering
Vandaag mijn eerste rustdag sinds m’n thuiskomst uit het verre Oosten.Wat kan ik zeggen? Shanghai was overdonderend, in vergelijking met Shanghai is Antwerpen een dorp. Deze relativering en de ervaring – lees maar cultuurshok- zorgt er voor dat ik sinds mijn thuiskomst met andere ogen kijk naar de sector waar ik me in begeef. Deze ervaring bevestigt nogmaals dat wat we hier cultuurindustrie durven noemen peanuts is met wat er in de rest van de wereld gaande is. Onze sector zit in de gedoogzone; we mogen mogen en mogen daar blij om zijn maar niemand – om niet in percentages te hoeven spreken- ligt er wakker van. Onze rol in dit land is belachelijk als je het vergelijkt met de invloed van de culturele sector in de rest van de wereld. In Shanghai werd ons werk onderzocht en waren de bewondering appreciatie niet uit de lucht te slaan. Soms kon je je afvragen of het wel gemeend was? En toch, het was gemeend. Wat leert ons dit? Het leert ons dat we hier rustig verder werken en dat we ons zelf en ons werk op tijd en stond mogen relativeren. En het buitenland? Ze houden ons in de gaten en appreciëren wat we hier ontwikkelen en zijn stomverbaasd als we de data geven over wie of wat we in hun ogen slechts bereiken.
I’m back!
Sinds gisteren terug uit het verre Oosten. Het was er fantastisch.De komende dagen zal ik foto’s en verhalen posten van deze trip. Op de blog van HET PALEIS kan je alvast ons wedervaren lezen.
littekens
Als je door een stad loopt zie je vaak littekens van vergane puin. En dan kan je je voorstellen hoe mensen daar geleefd hebben? Hoe ze hebben lief gehad, ruzie gemaakt, afscheid genomen op die plek waar niks meer van over blijft dan wat stenen. Ik heb het lastig met afscheid nemen. Meestal sla ik zonder waarschuwing de deur dicht of ga stil weg zonder iets te zeggen. Ik heb het nooit gekund en nu nog steeds niet. De sms vind ik wel een goeie uitvinding. Je kan – nadat je ergens bent weg gegaan – nog een berichtje sturen. Iets kort zonder daarna een antwoord te hoeven geven. sms, de kortste weg van communiceren. Zo zou je ook huizen moeten kunnen bouwen, even. Je ontmoet er mensen, je gaat relaties aan en als je weg wil klap je je huis samen en ben je weer weg. Een soort van nomaden Zonder aan de rand van de maatschappij te hoeven leven.
Als dat zou kunnen. Waarschijnlijk kan het. Misschien bestaat het zelfs al?
Voorlopig hou ik het zo en kijk naar de littekens in de stad, op mijn hart en dat van anderen.