Mijn vader, en hij daar had helemaal terecht zo zijn redenen voor, wilde dat ik bokser werd om me assertiever in dit leven te laten staan. Ik heb het nooit gedaan en nu kijk ik naar mijn zoon en denk soms dat het goed zou zijn mocht hij later gaan boksen. Zeker als je deze ziet, de dichter – bokser.

Geluk is met je mondhoeken in de lucht.

Of zie je geluk soms niet?

Dan sluit je je ogen en laat je wegzinken tot de zon weer op komt.

De stilte vult de ruimte,

Een ballon vol stilte.

Zo is het weer tijd om te werken werken.

Het getrappel als acteur, ter plaatste om een klein beetje winst te maken.

Als paarden op en neer.

De woordjes voelen die voorbij zwemmen.

Altijd voelen zonder je hoofdje pijn te doen.

Boem!

Het begin van een nieuwe werkweek

waar je op het einde een dag nodig hebt om het getreur van al deze woorden.

Sommige mensen organiseren feestjes om de mensen te ontmoeten die ze al kennen. En heel soms ontmoeten ze dan op zulke feestjes iemand die ze niet kennen of toch niet direct en meestal word dat hun partner en dan schrikken ze later dat iedereen iedereen kent. Toeval!

 

Vandaag hoorde ik twee vrouwen op straat. Zei de eene tegen de andere; “ja, dat spreekt boekdelen.” . “Ja,”, zei de andere, “dat hangt er vanaf  wat voor boeken het dan zijn.”. Ze keken elkaar aan en begrepen elkaar ook al dacht ik dat ze dat niet deden.

 

Vandaag vertelde een man hoe trots hij was omdat hij drie zendmasten op zijn dak had staan. “Eén van Base, één van mobistar en één proximus.” Een grote stalen mast rees vanuit zijn dak naar de hemel. “Maar zelf heb ik hier altijd slechte ontvangst.”, zei hij lachend, “ te veel keuze is ook niet goed.” Daarna hadden we het over structuur en hoe dat ons maakt tot wie we zijn. Op het einde van het gesprek ging zijn mobiele telefoon. Hij nam op deed een korte babbel en keek naar de zendmast. Toen de verbinding weg viel zag ik de ontgoocheling uit zijn broek druipen. Iets waar hij op gehoopt had was er niet meer. Hij ging op een stoel zitten gooide zijn telefoon weg en begon wild in zijn haren te wrijven. “Ik ben zo alleen!”, riep hij en het leek of alle structuur uit zijn leven weg glipte.

 

Dit is zowat het beste nummer ter wereld, zeker als het gaat over nen dikke vette plakker zo dansvloergewijs,  en in mijn vorige job heb ik de heren van deze groep ooit hun aperitief gebracht. De zenuwen gierde door mijn lijf, een jaar later was de zanger dood. Ik hoop dat het één niks met het ander te maken heeft.

 

 

Gisteren speelde ik de allerlaatste Wortel Van Glas in het kader van het palletfestival in Het Paleis te Antwerpen. Het was ontzettend fijn, intens en emotioneel voor me om afscheid te nemen van deze voorstelling. Er volgde een daverend applaus. Maar dan achteraf werd ik wederom geconfronteerd met wat ik noem het Vlaams autisme. Aan de bar stonden er enkele mensen hun gal te spuwen over deze voorstelling tot ze zagen dat ik daar achter hen stond. Ze porde elkaar aan en deden lacherig teken dat ik daar stond en ze zwegen.  Kijk, mensen mogen iets slecht vinden dat vind ik helemaal niet erg maar dat ze dan hun menig ook gewoon kenbaar geven en niet vluchten in lacherig scoutisme. En dat heb je alleen in Vlaanderen. In alle andere landen in deze wereld komen mensen je eerlijk zeggen wat ze er van dachten maar hier in Vlaanderen steken ze nog liever hun hoofd in hun hol dan hun mening te ventileren.

Gelukkig is er nog steeds geen exacte definiëring van autisme (alles en iedereen is autistisch) en dus zijn er ook mensen die op je wachten om te zeggen dat ze er van genoten hebben. Heerlijk.

Eeuwige schoonheid bestaat niet. Ik werk op dit ogenblik in de KVS te Brussel. Vlakbij is de dienst vreemdelingenzaken van dit peperkoekenlandje. Dagelijks staan daar lange rijen van mensen die hier willen komen wonen omdat ze geloven dat dit écht een peperkoekenlandje is. Ze geloven dat en ik durf hen die hoop en dat geloof niet afpakken. Dus ik kijk naar hen en zie alle kleuren, maten en formaten. Boeiend van op een afstand, misschien zelfs wel een fijn idee dat al die mensen hier kunnen/mogen/ eventueel wonen. Maar achter de hoek is er een café, “de nieuwe wereld” genaamd. Daar zie je diegene voor wie de droom en de hoop allang verdwenen zijn. Ze zijn bleek en hun dromen zitten in plastieken zakken die je snel weer mee kan meenemen. En Brussel davert voort. Sneller, beter en harder dan ooit ter voren. Zo goed dat een treinstaking een bevrijding was voor dit land. Eindelijk rust in dit land. Voor de dienst vreemdelingenzaken stond er één man met een brede glimlach, hij zou het gezien de relatieve rust wel eens kunnen halen. Ik hoop het voor hem.

 

 

 

Mijn zoon wil snel groeien en ook vader worden en hij zal wel bij z’n kindje blijven, zegt hij.”Daarom moet ik nu kersen eten, papa!” Dus wij vandaag opzoek naar kersen. Nergens te vinden behalve bij de Turk. Ik werk steeds heel hard en dat probeer ik – als alleenstaande vader – te combineren met “mijn huishouden”. Dat wil zeggen van ’s ochtends tot ’s avonds de broek van je lijf rennen om het hele tijdschema te halen en eten en drinken en wassen en plassen…. Het weekend gebruik ik meestal om eten te maken voor een hele week en dat dan in diepvries te steken zodat ik me daarover geen zorgen meer hoef te maken. Dan eten we toch min of meer vers. Soms bezondig ik me al eens aan een lunchgarden maar verder naar beneden daal ik de culinaire ladder niet af. Nu heb ik gezien dat er weer iets nieuws is in het aanbod om het de werkende mede -mensen makkelijker te maken. Fox in a box heet het en het ziet er wel iets fijns uit. Ga het de komende week eens proberen.

 

ben zelf groot gebracht met het idee dat je echte vrienden op één hand tellen kan. Daardoor stond ik altijd heel wantrouwig tegenover vriendschap. Zelf heb ik dan ook nauwelijks vrienden en ik vind dat niet erg. Ik merk alleen dat de mensen rond me vele vrienden hebben, weet alleen niet of het echte vrienden zijn?

Een heel goeie vriend van me is vorige zomer overleden. Ik besefte dat hij een echte vriend was zonder dat ik het ooit geweten had. Soms zit vriendschap wreed verscholen.

 

Een mens hoort niet te vliegen! Niet zoals vliegen, muggen en andere vliesvleugelige insecten. Als ik zou kunnen zou ik willen zijn als een vogel die zich afzet en zweeft over het meer en bovenuit kijkt naar de vissen in het water, de spelende kinderen, de vechtende volwassenen en de oorlogvoerende allebei. Af en toe een kogel ontwijkend zoevend door de lucht. Heerlijk moet dat gevoel zijn. Als ik kon vliegen maar ik ben een mens en dat hoort niet te vliegen…Een mens is plomp en zwaar en als hij zich afduwt gaat hij nooit ver genoeg de lucht in. Nooit ver genoeg. Altijd te dicht. Bij diegene die ons tegenhoudt om te vliegen. Het mag niet zijn dat een mens kan vliegen in wat voor manier dan ook.

 

De zoektocht naar het hoe en waarom van theater voor kinderen en jongeren blijft mijn grootste bezorgdheid.  Ze zijn tenslotte ons toekomstige publiek en de toekomstige economische motor van onze natie, hoe klein die natie ook is.

In deze zoektocht zie ik het als mijn queeste om een tegenbeweging te maken tegen de simplificering en verkleutering die er heerst als het gaat over kunst voor kinderen en jongeren. Al te gauw grijpen we naar het televisiemodel als we denken over het maken van kunst (cultuur) voor deze doelgroep, snel, kort, vluchtig en direct.  In het Paleis heb ik als kunstenaar een partner gevonden die me stimuleert in dit tegen – denken en me aanzet stappen te zetten. 

Met een voorstelling zoals bijvoorbeeld “prookjes”  zet ik een veeg in het landschap van het kinderen en jongerentheater die er toe moet dienen om eindelijk weer eens tot adem te komen. Samen met het publiek rust vinden, de stilte toe te laten zodat er ruimte ontstaat om zelf associaties  te maken bij prikkels die worden geven vanuit beelden en woorden.

 

Bij “Prookjes” ging ik opzoek naar een algemeen thema. Iets wat we allemaal kennen, het sprookje. Na een lange studieronde van allerlei sprookjes en hun ontstaansgeschiedenis en die van hun bedenkers en hoe, bijvoorbeeld, het creatieproces van een Walt Disney zijn invloed heeft op het moderne management. Stimuleerde me om de rol van de fantasie in onze maatschappij te onderstrepen en hoe deze wordt onderdrukt, zelfs verstoten. Hoe je soms moet vechten om je fantasie, noem het creativiteit, je zijn te laten zijn.

 

Bij Prookjes zijn er zo drie figuren ontstaan. Een moeder, een oerfiguur met een caddy, die samen met haar zoon, een dikke jongen die worstelt met de spookbeelden in zijn hoofd leeft in een wereld waar er geen tijd noch ruimte is om te fantaseren, deze wereld wordt vertegenwoordigd door een klein irritant op zichzelf staand wezen die haar gevoelens onderdrukt, Bo genaamd. De tekst werd doorspekt met sprookjeselementen die gelijk zijn aan grote leventhema’s: het leven, de dood, de liefde, vriendschap en hoe deze “het geloof” nodig hebben om ze in stand te houden.

 

Mij zeer goed bewust van het risico dat een huis zoals Het Paleis nam met dit thema en opdracht zocht ik drie acteurs die dit verhaal met de nodige lichtheid konden dragen. Gesteund door een schitterend team van  licht-decor-video-kostuum-productie, zeg maar medebenkers kreeg “Prookjes” de juiste voedingsbodem om te groeien tot de productie die vele wist te verbazen, verassen en te ontroeren.

 

Het schrijven van een tekst voor kinderen en jongeren houdt niet op bij de eerste lezing. In het werkproces van Prookjes is er een permanente evaluatie van tekst en uitwerking van scènes. Hierdoor word ik als schrijver genoodzaakt om de tekst te her – bekijken, her – schrijven om zo het verhaal voor de jonge kijkers helder te houden.

Een zoektocht om de associatie voor te zijn en de kijkers te stimuleren met woorden en beelden en een hand uit te reiken naar wat theater zou kunnen zijn.