The sky is the limit; Sneeuwitje, Asspoester,…Walt Disney’s manier van werken wordt in vele grote bedrijven gebruikt om ideeën te ontwikkelen. Het begint allemaal bij “het dromen”, het verlangen naar iets wat onbereikbaar lijkt. Deze dromen worden bekeken door de zakelijke hand en worden bijgestuurd naar wat er financieel haalbaar is. Pas daarna stelt hij z’n dromen voor aan mededromers om ze, binnen wat haalbaar is, af te werken tot het ons gekende resultaat.

Disney’s talent werd  erkend, zowel artistiek als financieel. Uiteindelijk werd the sky zijn limit. Hoe komt het dat iemand als Disney een afzetgebied vond? Omdat mensen hem juist gestuurd hadden? Omdat mensen in hem geloofde? Was Disney Disney geweest als hij niet het geloof en de steun had gehad in zijn projecten? Natuurlijk niet, hoe getalenteerd hij ook mocht zijn als niemand het had gezien dat hij een groot talent bezat dan had hij  misschien ergens op een sjofele zolderkamer geleefd.

 

In deze maatschappij is er weinig tot geen ruimte en tijd om plaats te maken voor iemands werkelijk talent of aard. Al te gauw worden we in vakjes gestopt waar we zeer moeilijk uitraken. Een enkeling durft, na zeer lange omzwervingen, wel eens bijna toevallig op zijn of haar werkelijke talent stoten. De meeste, zwerven even lang, ontdekken nooit hun capaciteiten. Soms heb je geluk en word je in een vakje gestopt waar je kan en mag over-leven. Maar soms kom je ergens waar je moet knokken om te mogen over-leven en waar je je zeker niet moet afvragen of je werkelijk “iets anders” kan dan wat je doet. Op den duur leg je je neer bij de situatie, ook dat wordt verwacht.

Toen ik enkele jaren geleden meewerkte in de Bourla schouwburg aan een eerste APGA (antwerps platform generatie armen) presentatie zag ik mensen die geknokt hadden in hun leven om een klein streepje leven te verwerven.

Niemand had hen ooit een compliment gegeven. Elk had hun verhaal, van hard tot hart waren hun levens verweven. Stotterend en stamelend zette ze hun eerste stappen. Samen keken we naar elkaar. Zonder verwijten ademde ze hun verhalen uit om ze de dag zelf tweemaal voor een nokvolle bourla  uit te spreken, soms met soms zonder woorden. Ieder had zijn kracht gevonden. Het maar voor even maar de voldoening en de fierheid kleurde hun vlaggen tot voorbij de zon. Soms loop ik door de stad en zie één van die mensen van toen. Sjofel, zich verstoppend in een krot van een huis. Dan denk ik weer aan de tekst die hij of zij had geschreven. De werkelijke poëzie van dit leven. Maar niemand zal het weten zolang wij hun poëzie niet het geloof en de steun geven die het verdient.

 

Nu maak ik met de jongens van het vierde jaar hout van het VTI van Kontich Wij? Een geloof om werkelijk stenen te verplaatsen.

 

Het was voor het slapen gaan. En dan ging je later toch nog even naar beneden. Gewoon om bij je familie te zijn. Het lijkt lang geleden maar de gevoelens en de herinnering is nog steeds heel vers.

 

Mensen praten over zichzelf.

Dat is normaal.

Zo zag ik eens een vrouw wiens auto gestolen was en het eerste wat ik deed was toch stiekem kijken of m’n eigen auto er ook nog stond. Maar wat ik het ergste vind zijn mensen die niet luisteren naar andere mensen. En sterker nog die een verhaal alleen maar hun eigen verhaal in je strot willen rammen. Zo van: “o, maar ik heb het veel erger meegemaakt!” of “mijn situatie is toch veel erger.” . En dan heb je ook nog mensen die via slinkse vragen en opmerkingen eender welke situatie naar zich toe kunnen trekken. Ik word meestal stil en luister. Maak gedachten en bedenkingen in mijn hoofd. Maar nu ontdek ik dat door die stilte mensen dan weer je gedachten gaan invullen. Dus mensen blijven praten en als het dan goed is liefst over zichzelf. Dat is de natuur zeker. Of is die stil?

Honderd vlamingen zeggen hoeveel ze verdienen…

Ik leef in duistere tijden.

Een glad voorhoofd wijst op ongevoeligheid.

Een gesprek over bomen is een misdrijf.

Is er nog iemand bereikbaar voor zijn vrienden die in nood zijn?

 

Het is waar: ik verdien goed mijn brood.

Maar geloof me: dat is toeval.

Ze zeggen me: eet en drink toch. Wees blij dat je iets hebt!

Maar hoe kan ik eten en drinken als ik wat ik eet en drink afpak…

En toch eet en drink ik.

 

In oude boeken staat wat wijs is:

Houd u ver van het kwade in de wereld en zijn korte tijd

Zonder vrees doorbrengen

Kwaad met goed vergelden

Zijn wensen niet vervullen, maar vergeten.

Dat is wijs.

Dat alles kan ik niet.

 

Ik ben met mijn zoon aan de zee. We nemen vakantie. We lopen over de dijk.

Ook hier overal oranje en bruin.

Veel te veel mensen.

En joden in go-carts en op fietsen.

Als er nu nog ‘ns iemand opstaat die beweert dat de holocaust nooit heeft plaats gevonden die moet dan maar is over den dijk wandelen terwijl er joden in een go-carts voorbij razen.

Dat is pure holocaust, gast.

Die mannen zien echt naar niks, he.

Die joden denken dat ze op het circuit van zolder aan het racen zijn.

En dan die vader vanachter. Met zijn vlechten in de wind en die kinderen maar trappen.

Allé, die doen dan nog aan sport.

De meeste kinderen van tegenwoordig zitten in zo’n batterijen gestuurd vehicel hunnen hot – dog op te eten terwijl ze tegen uw schenen oprijen.

Ge moet u vooral niet verontschuldigen…

Fat – ass!

En dan al die gasten met hun veel te jonge vrouwen.

Of van die surf gasten met kinderen.

Dat zijn zo van die gezinnen die denken; kinderen of niet het leven gaat voort.

Surfin’ usa!

Een koppel new agers die bang zijn van de zon loopt ons voorbij.

“Weete schat, ik denk dat ik nu toch tijd ga maken voor een kindje.”

Ik heb zin om hen uiteen te rukken.

Nee, niet doen.

Geen kinderen op de wereld zetten!

Ziedet ni!

Hier, ziet rond u.

Het loopt allemaal fout.

Nu zijde nog ne bange bleke man maar straks zijde vader en ik weet dat ge uiteen wilt gaan omdat die van de the cure dat ook hebben gedaan. Maar ge moogt ni vergeten dat die mannen nooit thuis zijn en giij wel. Want gij zijt ne simpele ziel en ge gaat u vervelen met zo’n vrouw en een kind. Gelooft me!

Ze duiken in mekaars zwart en worden te warm voor de zon.

Misschien smelten ze nog op tijd weg.

Dat zou nog eens opluchting zijn!

Overal zijn huilende kinderen en vaders die doen alsof ze het niet horen.

Mijne zoon zegt:

“papa weet ge dat de zee altijd maar groter wordt. Dat er straks niks anders meer is dan zee”.

Dan zou ik wel fijn vinden.

We gaan ne pannekoek eten en dan krijg ik telefoon van mijn vader.

“O stefan, zedde gij aan de zee.”

Ja.

“Ik ook. Waar zedde gij?”

In middelkerke.

“Ja…Ik ook.”

Pa, ik en onze jef zijn ne pannekoek aan het eten.

Komt anders naar hier?

“Hebde ze zelf gebakken?”

Nee pa.

Beetje later sta ik met mijn vader en mijn zoon naar de zee te staren.

In de verte lijkt het alsof we een ijsbeer zien voorbij zwemmen.

“Daar, nen ijsbeer die verloren is gelopen!”

Het blijkt zo nen bot te zijn van pels van die….

“Zo, denkte nu da ge het beter hebt gedaan?”

Ik denk het niet pa.

Ik ben er zeker van.

We lopen nog wat over het strand.

Af en toe wordt de zon verduisterd door ne grote metalen vogel volgeladen met vaders die het normaal vinden dat ze daar in de lucht hangen.

Waarom zouden ze het abnormaal moeten vinden?

Zij verdienen dat, elke dag opnieuw.

Vanuit mijn tuin kijk ik op een uitvaartcentrum. Daar zie ik soms heel veel, soms een handje vol mensen zitten om wat ze “de laatste groet” noemen te brengen. En dat bijna non-stop. De dood is echt een carrousel, is ook big – business. In allerlei formaten en kleuren zie je stoeten voorbij komen. Als ik er over nadenk dan nemen ze je op een zwak moment om allerlei rites in je maag te splitsen. Onder het mom van “ wij regelen alles terwijl u rouwt” en “wij hebben de ervaring” zetten ze hun voet tussen de deur. Handige jongens die zich aanpassen aan elk geloof.  

 

De man stond met zijn koffer op het perron. Het station was verlaten. Niemand wist waarom hij vertrok. Hij dacht dat dat het beste was. De trein denderde binnen, op het bordje stond dat je hier niet in mocht stappen. De trein vloog in een rotvaart voorbij. De man was weg. Hij had niet gewacht. Waarom hij niet gewacht had wist niemand. Hij dacht dat dat het beste was. Zo viel hij niemand lastig. Hij dacht er al vele jaren over na. Vele plekjes bekeken waar hij kon verdwijnen. Niemand wist waarom hij wilde verdwijnen. Ik was bij zijn afscheid en zag dat hij vele vrienden had, een grote familie, een geliefde en zelfs een kind. Niemand begreep waarom hij afscheid nam. Allemaal vroeger ze zich af waarom hij het gedaan had want het was zo fijn, hij was zo fijn. Hij was een vriend van iedereen en dronk met iedereen. Zelfs wist hij niet waarom, zei hij.Hij klampte me aan op een terras en zei dat je  niet altijd alles hoefde te begrijpen. Ik begrijp het.

 

Soms heb ik spijt dat ik vader ben. Ik kan die verantwoordelijkheid niet aan. Neem nu bijvoorbeeld zoiets simpel als eten maken voor je kind. Dat is godverdomme wreed moeilijk. Vandaag dacht ik goed te doen door croque monsieur te maken. Dat lust mijn kind al wel eens. Wel, dat is niet zo. Soms lust hij dat. Vandaag niet. Dat was duidelijk. En dan MOET ik van alles en eigenlijk ook niks maar zo ben ik niet. Ik ben zelf opgegroeid met een groot verantwoordelijkheidsgevoel; tegenover de hele wereld. Dat zit ‘em in kleine dingen zoals je bord leeg eten om je moeder het gevoel te geven dat het eten lekker is. Maar dat was in mijn geval nooit lekker! Dat was altijd een kotelet die al koud was toen ze op het bord kwam, gekookte aardappelen en spruiten of witloof. Zoiets. Niet meer en niet minder. En toch at ik het dag na dag op. En waarom? Om mijn moeder het gevoel te geven dat ze lekker had gekookt. “Mmmmm mama,lekker.”. En zo werd ik dik zonder dat ik het wilde. En maar vetter en vetter. Alleen maar om mijn moeder niet triest te maken.

 

En nu ben ik vader en dat probeer ik zo losjes mogelijk te doen. Niet te veel regels en tegelijk houd ik mijn kind aan een touw vast, “het touw van zijn leven”. Noem het een denkbeeldige navelstreng ofzo. En dan maak ik dus croque monsieur omdat ik denk dat hij dat lekker vind maar hij vond dat niet lekker. Toch niet vandaag en dan zegt hij dat omdat hij geen verantwoordelijkheidsbesef heeft. Wat zou hij ook? Hij is vier jaar, ik doe nog alles voor hem. Ik ben verantwoordelijk over en voor hem.

 

En dan toch wil ik dat hij die croque op eet. Ik stel een regel; “je eet die croque op of anders ga je zonder eten zo en direct naar je bed”. Ik hoor het mezelf  zeggen met een irritant vingertje in de lucht. En toch doe ik het, ook al wil ik het niet, ik doe het. Met een lange lip heeft hij zijn croque -die ik dacht dat hij lekker zou vinden- opgegeten en dan hij is vervolgens met zijn mayonaise – handen in mijn zetel geploft maar toen ik de vetvlekken zag kon ik niet boos zijn want ik hou van hem en ik wil niet dat hij iets doet of laat omdat ik het leuk zou vinden.

 

Ik wil mijn kind natuurlijk een soortement van besef meegeven maar ik weet nog niet welk. Ik ben daar zelf niet zo goed in dus laat staan dat ik het mijn kind mee geef. Ik ben zelf nog opzoek naar het hoe en waarom van dit bestaan en misschien moet ik daar niet zo bij stilstaan. Misschien is het dat. Ja, dat zal het wel zijn. Ik ga morgen maar weer gewoon verder als vader zoals ik bezig was en niemand zal het merken zelfs mijn kind niet.

De nacht kruipt in stilte voorbij.

Geen gewoel, geen gekrab van mijn geliefde.

De sterren fonkelen alsof ze in en uit ademen.

De lucht ontneemt me mijn zuurstof.

O, waanzinnig stille nacht,

Hoe lang zal je nog dit leven domineren?

Ik verlang naar een hartenklop, een lied van liefde.

Ik weet dat ze daar is,

Binnen handbereik.

Mocht ze willen zou de nacht nooit meer zo zijn.

Mocht ze willen zullen onze nachten altijd samen zijn.

Het duister omarmt me en duwt me in de slaap van dit bestaan.
Met je ogen open verder gaan.

 

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik samen met Stefan Kolgen in opdracht van Het Paleis paola246. Het verhaal van een eenzaam meisje die met haar vader samen leefde en opzoek ging naar haar moeder. Het was een razend succes en het voordeel van het internet is dat er overal nog  sporen van te vinden zijn. Het was een onderzoek naar identiteit op het internet en hoe je daar als theatermaker mee kan omgaan of in mee gaan. Een ontzettend arbeidsintensief project waar ontelbare mensen in meeleefde. Misschien is het tijd voor een vervolg?