Winter:

-toe gaat de deur

voor u voor iedereen

dus stopt u gezeur

ik ben liever alleen

Lente:

Niemand wil één

van een klompje zon

Iedereen wil twee

als het smelt in de mond

Ik bedoel….

Winter:

….Hou u smoel

ik ben veel te koel

voor een groentje als u

valt hier niks te doen

ik ben zwart als de nacht gekookte zieltje

ik  ben

winter de vernieler

de dodelijke vriezer

voor alle wanne-bietjes

met geitenwollen knietjes

ik ben veel te lauw

voor een flauw mieke

Lente:

Hoow ik ben aan

veel te aan

niemand zou mij

ooit buiten laten staan

kben te heet voor de keet

te warm voor ma-daaam

je pels smelt

alle ijs wordt modder

als ik pels spel

wordt iedereen hotter

ik ben veel te mooi

jij te mottig

Ik heb een flow

en jij stottert

jij bent de stinkvoet

in de geiten wollen sokken

Winter:

ha ha ha ha

ik lach mij kapot

gij zijt platte kaas

ik een schavot

chop chop

gelijk een sjalot

doe je m’n ogen tranen

ik lach mij rot

Lente:

En jij praat dwaas

recht uit je kakkont

ik maak waar

en jij maakt stankstront

ik heb veel vrienden

jij mag blij zijn

als er eens iemand

om de 10 jaar langskomt

Zal de sneeuw verdwenen zijn. De sneeuw in alle kleuren en ook zwart want ook zwart is een kleur. Als straks de lente daar is bloeien de bloesems en kunnen we weer smachten naar iets, iets wat de tijd vult. En jij wordt groter en sterker. Als straks de lente daar is beloof ik je dat ik nooit meer zal huilen als je weg gaat. Als straks de lente daar is houd ik mijn mond en denk aan nu. Als straks de lente daar is.

Terwijl er wederom over de hoofden van de mensen wordt gesproken en we ons troosten met de vragen van de Slimste mens ter wereld vraag ik me af wat er mis met sentiment? Want overal waar ik kom hoor ik dat ik te sentimenteel ben. Zou je niet sentimenteel worden van al wat me de laatste jaren is overkomen? En als ik dan om me heen kijk zie ik dat de rest van de wereld zich verschrikkelijk vastklampt aan alle wat los of vast zit. Dus ik zet ’s ochtends een muziekske op en dan overvalt me dat gewoon. Een sentiment-bom en bij alles wat ik doe sleur ik dat mee. En eerlijk gezegd, vandaag liet ik een stukje zien van wat ik er dan mee maak en de reacties waren goed. Want sentiment wordt concreet als je het gewoon laat zijn. Sentiment is de cement van mijn bestaan. Zou je dat in de Gamma kunnen kopen?

hoe woorden altijd tekort schieten…en hoe mensen nooit met elkaar praten, zelfs al zijn ze verliefd. En als ze praten ze uit niets iets proberen te halen. Hoe ze zichzelf opwinden en elkaar oneindig veel pijn doen. Onwetend maar ook heel bewust. Ach mensen, ze zijn ijdel maar zelfs de meest onnatuurlijke houding is een vorm waar ze zich graag in schikken. En soms, heel soms, kussen ze. Monden en tongen die onrustig opzoek zijn naar wat hen nooit is gezegd. Hun talenten etaleren ze maar de meesten blijven in het donker van de menigte. Uit eerbied voor de natuur zouden ze moeten zwijgen maar net die natuur roepen ze zo verschrikkelijk aan en misbruiken ze.
‘Ik zou het niet net erg vinden moest ik er niet meer zijn.’, denk ik soms maar dan ga ik het ook allemaal missen. Allemaal van de kleinste tot de grootste. Ook de onzin. Ook dat. De onzin als inspiratie om te blijven leven.

In alle stilte en in de schaduw van onze hoofdstad repeteer ik samen met Sien aan HONDSTUK, een tekst die ik samen met mijn broer Peter schreef voor Malpertuis. Vanaf 18 februari reizen we het hele land door, als je dit verhaal wil zien reserveer dan tijdig! meer info vind je op www.malpertuis.be

gisteren sprak ik op dag van de cultuureducatie over mijn ervaringen in het onderwijsveld. Iedereen had z’n mond vol over “talentontwikkeling” en gauw merk je dat ieder z’n eigen methodes en structuren heeft om talent te ontwikkelen. Maar in de meeste gevallen blijft het een ver van mijn bed show. Een persoon komt even langs – geeft bijvoorbeeld een workshop – en verlaat het pand na enkele dagen of weken. Maar structureel verandert er niks en blijft de werking van kunst – en cultuureducatie in Vlaanderen iets zoals bloed geven; het gebeurt veelal op vrijwillige basis. Au fond blijft kunst dus iets voor een heel kleine elite en stilaan verliezen we meer en meer publiek. Waarom? Omdat het onbetaalbaar wordt en omdat de kunstensector liefst van al ook geen moeite doet om deel uit te maken van een leefwereld waarin mensen opgroeien. En daar pleit ik dat we wel deel moeten zijn van deze leefwereld. Graag zou ik willen aantonen dat je na zes jaar echt andere mensen aflevert aan de maatschappij. Creatieve mensen…zonder het alleen maar te hebben over woordjes en muziek. Mijn korte ervaringen bewijzen dat je na enkele maanden al nieuwe inzichten geeft aan mensen die dikwijls al op jonge leeftijd zijn veroordeelt in deze maatschappij. Als iemand me maar eens de kans gaf om dit aan te tonen.

Kleine oververmoeide wereld wil dat iedereen terug samen komt en ontploft in onze gezichten.  Kleine oververmoeide wereld ziet niet meer zo goed en is boos als het niet meer lukt met al die nieuwe vormen. Kleine oververmoeide wereld draagt een zware tas waar de juf wel iets over weet maar niet alles. Kleine oververmoeide wereld moet op tijd gaan slapen.

De moeder van mijn zoon…ja, ik weet,  het klinkt lullig, nog lulliger dan mensen die het over kids hebben als ze het over kinderen hebben… maar de moeder van mijn zoon gaat verhuizen. Het huis dat we ooit samen gekocht hebben heeft ze verkocht en nu gaat ze met haar nieuwe gezin in een nieuw huis wonen. De dag dat we dat huis gingen bezoeken was ik ziek. Had de dag voordien op een repetitie slecht water gedronken en spuwde de dag nadien alles uit m’n lijf. En wij gingen een huis bezoeken. Zij vond het huis mooi, ik had het nauwelijks gezien maar geloofde haar en samen deden we een bod. Niet wetende dat het bod al bindend was hadden we het huis gekocht. Vanuit Denemarken – ja, de dag daarna speelde ik in Denemarken- probeerde ik het allemaal ongedaan te maken maar niks hielp; wij hadden een huis gekocht dus. Vele jaren hebben we er samen gewoond en in gewerkt. Toen we uit elkaar gingen dacht ik dat het goed was dat zij in het huis bleef. Af en toe kwam ik er nog eens binnen en zag hoe het niet veranderde maar wel hoe er andere jassen en schoenen in de gang stonden en hoe mijn oud mijn oud buro een fitnessruimte werd. Het was goed, voor mijn zoon was het toen goed dat dit huis een constante werd in zijn nog prille leventje. Eventjes dachten we er aan om week om week in dit huis te blijven zodat onze zoon niet hoefde te verhuizen maar het bleef bij een slecht idee. Nu zijn onze levens al flink verder gegaan en het huis werd te klein voor haar nieuwe gezin. En eerlijk gezegd denk ik dat het ook wel goed is dat ze niet meer door dat huis moet dwalen en dat ik niet meer voor die herkenbare deur moet staan.

“De aanhoudende vorst”, dat vind ik nu een schone uitdrukking in deze koude dagen. Als dat een mens zou zijn dan zou dat echt een doorbijter zijn, de aanhoudende vorst. Zo ne zotte koning die nooit wil aftreden. Misschien herkennen we ons daar wel allemaal in? We bijten ons toch allemaal een beetje vast in dit leven? Misschien hebben we allemaal wel last van “aanhoudende vorst”? En toch loopt het leven soms zo z’n eigen gangetje en treed er dan weer dooi – en dooltijd op. Ook dat levert altijd iets op. Soms dat je daarna veel minder aanhoudend bent. En toch hebben de meeste mensen liever dat je aanhoudend bent…